Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-07-28
ECLI:NL:RBDHA:2026:21083
Wsnp: toerekenbare tekortkoming inspanningsverplichting. Einde schuldsaneringsregeling zonder schone lei. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Toezicht insolventienummer: C/09/25/4 R vonnis van 28 juli 2026 in de schuldsaneringsregeling van: [verzoekster], geboren op [geboortedatum]1973 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), wonende te [woonplaats], advocaat: mr. J.M. van der Linden. Waar deze zaak over gaat [verzoekster] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank beoordeelt nu of [verzoekster] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan [verzoekster] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. In het geval [verzoekster] toerekenbaar niet (voldoende) aan de verplichtingen heeft voldaan, is het mogelijk de schone lei niet te verlenen. Dat betekent dat schuldeisers hun vorderingen weer op [verzoekster] kunnen verhalen. De rechtbank zal de schone lei niet aan [verzoekster] verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1 Verloop van de procedure 1.1. [verzoekster] is op 17 januari 2025 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is mr. L. Mundt tot rechter-commissaris en [naam 1] te [plaats] tot bewindvoerder benoemd. 1.2. De looptijd is op 17 juli 2026 verstreken. 1.3. De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de regeling. Uit dit verslag blijkt dat de sollicitatieverplichting niet volledig is nagekomen. Om deze reden adviseert de bewindvoerder [verzoekster] (nog) geen schone lei te verlenen. 1.4. De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 10 juli 2026 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Hieruit blijkt dat de sollicitatieverplichting nog steeds niet (voldoende) is nagekomen. 1.5. De eindzitting heeft op 20 juli 2026 plaatsgevonden. Op deze zitting verschenen: - [verzoekster] met mr. Van der Linden, - [naam 2], begeleider namens Stichting ZO!, en - [naam 3], waarnemend bewindvoerder. 1.6. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 De beoordeling 2.1. Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor [verzoekster] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt en moet worden beoordeeld of aan haar de schone lei kan worden verleend. Daarvoor is nodig dat de verplichtingen uit de WSNP tijdens de looptijd voldoende zijn nagekomen, ofwel dat [verzoekster] daarin niet toerekenbaar is tekortgeschoten. 2.2. Op grond van de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken, is gebleken dat [verzoekster] vanaf het begin van haar schuldsaneringsregeling niet heeft voldaan aan de inspanningsverplichting. Zij heeft nimmer aantoonbaar gesolliciteerd, terwijl van (volledige) arbeidsongeschiktheid niet is gebleken. Dat laatste is ook steeds bevestigd door de bewindvoerder, laatstelijk in haar eerdergenoemde brief van 10 juli 2026. Verder blijkt uit de brief van 16 juli 2026 van de “jobcoach” van [verzoekster], dat [verzoekster] sinds 7 april 2025 deelneemt aan een re-integratietraject. Er zou hierbij sprake zijn van een “doelgericht traject richting arbeid”. Er zijn echter in het geheel geen bewijzen overgelegd in de vorm van concrete pogingen van [verzoekster] om aan betaald werk te komen, om op die manier tenminste te proberen om aan de door haar aanvaarde (bij het WSNP-traject behorende) sollicitatieverplichting te voldoen. Dit terwijl [verzoekster] herhaaldelijk is gewezen op het essentiële belang hiervan voor het slagen van het WSNP-traject. De rechtbank stelt daarmee vast dat [verzoekster] de sollicitatieverplichting, en daarmee de inspanningsverplichting, onvoldoende is nagekomen. 2.3. De rechtbank is, mede op grond van hetgeen hiervoor onder 2.2. is overwogen, van oordeel dat de tekortkoming [verzoekster] moet worden toegerekend. Op haar rust een zelfstandige verantwoordelijkheid om de verplichtingen naar behoren na te komen. Bovendien is zij, zoals hiervoor al overwogen, meer dan eens gewezen op het belang van het nakomen van de verplichtingen en op de gevolgen van niet-nakoming van de verplichtingen. Zo is dit herhaaldelijk in het verslag van de bewindvoerder onder de aandacht gebracht en heeft er reeds eerder een gesprek met [verzoekster] op de rechtbank plaatsgevonden waarin is gesproken over (het belang van) het nakomen van de sollicitatieverplichting. De tekortkoming in de sollicitatieplicht is sindsdien echter niet afgenomen en inmiddels van dien aard dat dit een beëindiging van de schuldsaneringsregeling met verlening van de zogenoemde schone lei in de weg staat. Voorts is de rechtbank van oordeel dat deze tekortkoming zodanig is dat deze niet buiten beschouwing kan worden gelaten. 2.4. Namens [verzoekster] is op de zitting subsidiair een verlenging van de regeling bepleit. Op geen enkele wijze is echter aannemelijk gemaakt dat [verzoekster] gedurende een verlengingsperiode daadwerkelijk in staat zal zijn om de sollicitatieverplichting wél naar behoren na te komen. Dat maakt dat de rechtbank geen aanleiding ziet om de schuldsaneringsregeling van [verzoekster] te verlengen. 2.5. Dat betekent dat de regeling zonder schone lei zal worden beëindigd. 2.6. De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen. 3 De beslissing De rechtbank: - stelt vast dat [verzoekster] toerekenbaar in de nakoming van één uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten; - geeft te kennen dat de schuldsaneringsregeling zonder schone lei eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden; - stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 4.132,16 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is; - stelt het bedrag aan vastrecht vast op € 820,- voor zover de boedel toereikend is. Dit is de beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met mr. M.Y.P.M. Zeeman, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026. Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.