Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-06-26
ECLI:NL:RBDHA:2026:20979
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-2967 (echtscheiding) en FA RK 25-4764 (verdeling) Zaaknummer: C/09/683939 (echtscheiding) en C/09/687453 (verdeling) Datum beschikking: 26 juni 2026 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 17 april 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een voor de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S. Șeker ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een voor de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. G. Koyak in ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 15 mei 2025, van de vrouw; het F9-formulier van 19 mei 2025, met bijlagen, van de vrouw; het F9-formulier van 26 mei 2025, met bijlagen, van de vrouw; het F9-formulier van 30 mei 2025, met van de vrouw; het verweerschrift met een zelfstandig verzoek; het F9-formulier van 31 oktober 2025, van de vrouw; het bericht van 27 mei 2026, met bijlagen, van de man; het F9-formulier van 29 mei 2026, met bijlagen, van de man; het F9-formulier van 5 juni 2026, met bijlagen, van de vrouw. De minderjarige [minderjarige 1] is uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter op 5 juni 2026. Hij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Op 8 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en tolk E. Battaloglu; de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk M. Sivridag. De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen het door de man na het verstrijken van de verweertermijn ingediende verweerschrift. Dit bezwaar heeft zij op de zitting ingetrokken. De rechtbank zal daarom geen beslissing meer nemen op dit bezwaar. Feiten Partijen zijn gehuwd op [dag] 2016 in [plaats] , Turkije. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: [minderjarige 1] ( [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] ( [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen. De man heeft de Turkse nationaliteit en de vrouw heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de echtscheiding tussen partijen uit te spreken; primair: het (nog nader te overleggen) ouderschapsplan te hechten aan de beschikking en te bepalen dat het onderdeel uitmaakt van de beschikking; subsidiair: te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben; te bepalen dat er een zorgregeling tussen de man en de minderjarigen zal gelden waarbij de minderjarigen de ene week op zaterdag en op zondag van 12.00 uur tot 18.00 uur en de andere week op zondag van 13.00 uur tot 18.00 uur bij de man verblijven. Deze regeling zal tijdens de vakanties doorlopen, behalve in de zomervakantie wanneer de vrouw met de kinderen op vakantie is. Islamitische feestdagen zullen bij helfte worden verdeeld; te bepalen dat de man met ingang van de datum van indiening van onderhavig verzoekschrift een bijdrage levert in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van € 515,- per kind per maand, althans met ingang van een zodanige datum en een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, zulks telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen; te bepalen dat de man een bijdrage levert in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met een bedrag van 367, - per maand vanaf de datum van de beschikking, althans een zodanige bijdrage en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie zou vermenen te behoren, telkens bij vooruitbetaling te voldoen; - te bepalen dat de vrouw met ingang van de datum van de te dezen te wijzen beschikking enig huurster zal zijn van de echtelijke woning te [adres] ; - primair: het (nader te overleggen) echtscheidingsconvenant te hechten aan de beschikking en dat te bepalen dat het onder Inhoudelijke beoordeling Partijen zijn het er over eens dat het huurrecht van de (voormalig) echtelijke woning aan de vrouw kan worden toegekend. De rechtbank zal aldus beslissen. Kinderalimentatie Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s. Behoefte [minderjarige 1] en [minderjarige 2] Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen. Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald. Partijen zijn het niet eens over het NBI van de vrouw, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. Voor het NBI van de vrouw gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 923,- bruto per maand exclusief vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie van januari 2026. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank haar NBI op het moment van het huwelijk op € 976,- per maand. Partijen zijn het ook niet eens over het NBI van de man, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. De rechtbank hanteert bij de berekening van het NBI van een ondernemer als uitgangspunt de gemiddelde winst van de voorafgaande drie kalenderjaren, nu op deze wijze de (incidenteel) hoge en lage winsten worden gecompenseerd en een reëel beeld van de behaalde winst wordt gegeven. Tussen partijen is in geschil of de gemiddelde winst over de jaren 2022 tot en met 2024, dan wel die over de jaren 2023 tot en met 2025 als uitgangspunt dient te gelden. De rechtbank zal uitgaan van een gemiddeld resultaat over de jaren 2023, 2024 en 2025. Partijen hebben het gehele jaar 2025 samengewoond en een gezamenlijke huishouding gevoerd. De prognose over het jaar 2025 is door de man zelf overgelegd en er is door hem niet aangevoerd dat de cijfers uit deze prognose onjuist zijn. De rechtbank acht deze prognose daarom representatief. De rechtbank gaat uit van een winst uit onderneming in 2023 van € 36.831,-, van een winst uit onderneming in 2024 van € 50.255,- en van de geprognosticeerde winst uit onderneming in 2025 van € 42.180,-. De gemiddelde winst uit onderneming van 2023, 2024 en 2025 bedraagt dan € 43.089,-. Verder houdt de rechtbank rekening met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank zijn NBI op het moment van het huwelijk op € 2.977,- per maand. Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg in 2026 dus € 3.953,- per maand (€976,- + € 2.977,-.) Op basis van dit NBGI hebben partijen recht op een kindgebonden budget van € 347,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2025, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 982,- per maand voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Geïndexeerd naar 2026 bedraagt deze behoefte € 1.027,- per maand. Draagkracht vrouw De vrouw haar arbeidsovereenkomst eindigt per 1 juli 2026. Bij de berekening van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank er daarom vanuit dat de vrouw een bijstandsuitkering ontvangt. Conform de aanbeveling van de expertgroep Alimentatie opgenomen in het rapport, neemt de rechtbank geen draagkracht aan bij een hoofdverzorgende ouder met een bijstandsuitkering. De draagkracht van de vrouw is derhalve € 0,-. Draagkracht man Ten aanzien van de draagkracht van de man zal de rechtbank uitgaan Voor de waardering geldt – voor zover partijen niet anders overeenkomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid niet anders voortvloeit – de datum van de feitelijke verdeling als peildatum. Omvang Partijen stellen dat de volgende bestanddelen onderdeel uitmaken van hun huwelijksvermogen: de inboedel; de eenmanszaak van de man ( [bedrijf] ); de banksaldi; de schulden. Ad. 1. de inboedel Partijen zijn het er over eens dat de inboedel kan worden toebedeeld aan de vrouw, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal aldus beslissen. Ad. 2 de eenmanszaak [bedrijf] Partijen zijn het er over eens dat de eenmanszaak [bedrijf] kan worden toebedeeld aan de man, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. Ad. 3 de banksaldi Conform de overeenstemming van partijen zal de rechtbank bepalen dat ieder zijn/haar eigen bankrekening voortzet, zonder verrekening van de saldi op de peildatum. Ad. 4 de schulden De vrouw verzoekt primair te bepalen dat ieder zijn eigen schulden betaald, zonder nadere verrekening over en weer. Subsidiair verzoekt de vrouw te bepalen dat partijen ieder voor 50% draagplichtig zijn voor de gezamenlijke schulden. De vrouw voert aan dat zij niet op de hoogte was van de schulden en dat de man in staat moet zijn geweest de schulden al eerder af te lossen. Ook stelt de vrouw zich op het standpunt dat als bij de alimentatie rekening wordt gehouden met de aflossing van de schulden, de man in het kader van de verdeling van de gemeenschap volledig draagplichtig moet worden geacht voor de schulden. De man heeft verweer gevoerd en stelt dat partijen conform de hoofdregel beiden voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld. De rechtbank overweegt als volgt. Partijen zijn het er over eens dat de schulden tot de huwelijksgemeenschap behoren. Schulden komen niet voor verdeling in aanmerking, omdat een schuld geen goed is zoals bedoeld in artikel 3:182 BW. Verder is het niet mogelijk om wijzigingen aan te brengen in de aansprakelijkheid van beide (ex-)echtgenoten tegenover schuldeisers zoals dat is geregeld in artikel 1:102 BW. In de onderlinge verhouding tussen de echtgenoten geldt op grond van 1:100 BW het volgende. Voor zover bij de ontbinding van de gemeenschap de goederen van de gemeenschap niet toereikend zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen, worden deze schulden door beide (ex-)echtgenoten voor een gelijk deel gedragen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid – mede in verband met de aard van de schulden – een andere draagplicht voortvloeit. Als één van de (ex-)echtgenoten wordt aangesproken door een schuldeiser en hierdoor meer heeft bijgedragen in de schuld dan het gedeelte dat hem of haar aangaat, dan heeft hij of zij voor dit meerdere op grond van artikel 6:10 BW een regresrecht op de andere (ex-)echtgenoot. Nu het gemeenschappelijke schulden betreft, zijn partijen ieder voor de helft draagplichtig voor deze schulden. De rechtbank zal dit vaststellen. Vast staat dat de man de gehele schulden gaat aflossen. Op de zitting is besproken dat hij daarom in de toekomst een regresvordering op de vrouw zal verkrijgen. Het is aan partijen zelf om dit in de toekomst in onderling overleg te verrekenen. Het meer of anders verzochte in het kader van de (wijze van) verdeling zal worden afgewezen. Beslissing De rechtbank: * spreekt uit de echtscheiding uit tussen de vrouw en de man, gehuwd op [dag] 2016 in [plaats] , Turkije; * bepaalt dat de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 in [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats] , hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw; * stelt vast dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als volgt bij de man verblijven: ieder weekend van vrijdagavond 19.00 uur tot zondagavond 19.00 uur; de helft van de vakanties, waarbij partijen in onderling overleg kunnen afwijken van deze regeling; * bepaalt dat de vrouw met ingang van Partij Man Zaak Man / Vrouw Berekening Behoefte Tarieven 2025-2 Datum uitdraai 18-06-2026 Box 1 Inkomen uit werk en woning Winst uit onderneming (65-75) 65 Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek) € 43.089 70 Winst uit onderneming € 43.089 Ondernemersaftrek MKB Winstvrijstelling - € 5.472 75 Belastbare winst uit onderneming € 37.617 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 37.617 - Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) € 13.474 95 Inkomensheffing box 1 € 13.474 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 43.089 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 13.474 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 8.083 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 5.391 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 37.698 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 2.485 jaar Arbeidskorting € 5.598 jaar 117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW Winst uit onderneming € 37.617 Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd € 37.617 Maximum bijdrage loon € 75.864 Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd € 75.864 Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd € 37.617 Percentage Zvw % 5,26 Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW € 1.979 Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW - € 1.979 120 Besteedbaar inkomen € 35.719 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 35.719 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 2.977 Partij Vrouw Zaak Man / Vrouw Berekening Behoefte Tarieven 2025-2 Datum uitdraai 18-06-2026 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon (41-50) 41 Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking € 11.076 44 Vakantietoeslag € 886 Bruto inkomsten € 11.962 Premies (51-59) Pensioenpremie 54 Loon voor de premies werknemersverzekeringen € 11.962 59 Inkomsten € 11.962 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 11.962 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 11.962 - Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) € 4.284 95 Inkomensheffing box 1 € 4.284 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 11.962 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 4.284 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 4.032 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 252 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 11.710 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 3.068 jaar Arbeidskorting € 964 jaar 120 Besteedbaar inkomen € 11.710 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 11.710 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 976 NBGI voor scheiding Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding NBI voor scheiding Man € 2.977 NBI voor scheiding Vrouw € 976 Bij: Kindgebonden budget voor scheiding € 347 Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding € 4.300 Eigen aandeel kosten kinderen Eigen aandeel kosten kinderen Ouders hebben in gezinsverband geleefd ja NBGI voor scheiding € 4.300 Tabel aantal kinderen 2 Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel € 982 # Indexeren ja Startjaar 2025 Eindjaar 2026 Eigen aandeel ouders geïndexeerd € 1.027 Behoefte obv 60% norm Netto Behoefte Netto gezinsinkomen € 4.300 Af: kosten van de kinderen - € 982 Saldo € 3.318 Netto behoefte obv 60% € 1.991 Netto behoefte € 1.991 # Indexeren nee Partij Man Zaak Man / Vrouw (C/09/683939) Berekening Draagkracht Tarieven 2026-1 Datum uitdraai 18-06-2026 Box 1 Inkomen uit werk en woning Winst uit onderneming (65-75) 65 Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek) € 43.089 70 Winst uit onderneming € 43.089 Ondernemersaftrek MKB Winstvrijstelling - € 5.472 75 Belastbare winst uit onderneming € 37.617 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 37.617 - Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123) € 13.448 95 Inkomensheffing box 1 € 13.448 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 43.089 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box