Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-05
ECLI:NL:RBDHA:2026:1985
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,108 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:1985 text/xml public 2026-02-06T09:48:26 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-05 NL25.31681 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1985 text/html public 2026-02-06T09:47:33 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:1985 Rechtbank Den Haag , 05-02-2026 / NL25.31681 Bezwaarschrift niet ingediend binnen de bezwaartermijn – bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard – het beroep is ongegrond – stelling dat het bezwaarschrift eerder is ingediend is niet onderbouwd met stukken – het verzuim is niet verschoonbaar – eisers worden bijgestaan door een professionele gemachtigde – schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn – de overschrijding is geheel aan de rechtbank toe te rekenen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.31681 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. W. Hoebba). en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Bij besluit van 26 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat het bezwaarschrift van eiseres tegen de afwijzing van de verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging ongegrond wordt verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Dat zijn de punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit. 2. Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden. 3. Het beroepschrift van eiseres bevat geen gronden. Daarom heeft de rechtbank op 16 juli 2025 aan eiseres gevraagd om binnen vier weken na de dag van verzending van het bericht alsnog gronden in te dienen. Hierbij is meegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien de gronden niet binnen die termijn alsnog worden ingediend. 4. Eiseres heeft binnen de door de rechtbank gestelde termijn geen gronden ingediend. Bij bericht van 27 augustus 2025 heeft de rechtbank eiseres in de gelegenheid gesteld om binnen één week na verzending kenbaar te maken waarom geen beroepsgronden zijn ingediend en of het verzuim verschoonbaar is. De gemachtigde van eiseres heeft vervolgens op 28 augustus 2025 meegedeeld dat eiseres wordt bijgestaan door een andere gemachtigde. De naam van de nieuwe gemachtigde was echter niet bekend. Bij aangetekende brief van 3 oktober 2025 heeft de rechtbank aan eiseres verzocht om kenbaar te maken wie haar nieuwe gemachtigde is. Eiseres heeft niet op deze brief gereageerd. Bij bericht van 19 januari 2026 heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld dat eiseres weer door hem wenst te worden bijgestaan. 5. Nu niet tijdig beroepsgronden zijn ingediend en niet is gebleken dat het verzuim verschoonbaar is, zal het beroep kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard. In het door de gemachtigde verstuurde bericht van 19 januari 2026 ziet de rechtbank geen aanleiding om eiseres alsnog in de gelegenheid te stellen gronden in te dienen. 6. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.