Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-07-03
ECLI:NL:RBDHA:2026:18476
Verzoek om een voorlopige voorziening. Ontheffing van het verbod om geluidhinder te veroorzaken, artikel 4:6 APV. Repetities van een drum- en showband in de buitenlucht. Verzoeker ervaart ernstig en structureel overlast. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 26/4523 uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juli 2026 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker en Omgevingsdienst West-Holland (gemachtigdes: mr. J. Samsor, J. Kars en I. Woei). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [plaats] (gemachtigde: [gemachtigde] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van verweerder om een ontheffing van het verbod om geluidhinder te veroorzaken te verlenen aan de derde partij. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af maar ziet wel aanleiding om wat aanwijzingen aan verweerder en de derde partij mee te geven . Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. De derde partij heeft een aanvraag ingediend voor een ontheffing geluidhinder. Bij besluit van 3 juni 2026 heeft verweerder deze aanvraag toegewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. De derde partij heeft ook schriftelijk gereageerd. 2.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigden van verweerder. De derde partij is niet op zitting verschenen. 2.3. Ter zitting is afgesproken dat verweerder zou onderzoeken of er alternatieve locaties aan te wijzen zijn voor de repetities. De derde partij heeft de rechtbank hierover bericht. Verweerder en verzoeker hebben hierop gereageerd. Tot slot heeft de derde partij nog een reactie gegeven. Beoordeling door de voorzieningenrechter Waar gaat deze zaak over? 3. De derde partij heeft een aanvraag ingediend voor een ontheffing ‘overige geluidshinder’ zoals bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene plaatselijke verordening Teylingen. Zij wil oefenen voor haar deelname aan het Wereld Muziek Concours (WMC). Vanwege de aard en omvang van het optreden is het nodig om in de buitenlucht te oefenen. Verweerder heeft de gevraagde ontheffing op 3 juni 2026 onder een aantal voorwaarden verleend met ingang van 12 april 2026, eindigend op 15 juli 2026. Wat vindt verzoeker? 4. Verzoeker heeft op 8 juni 2026 bezwaar gemaakt tegen de verleende ontheffing omdat hij ernstig en structureel overlast ervaart van het oefenen meerdere keren per week tot ongeveer 22:00 uur en voor langere periodes op zondag. De geluidsmetingen laten pieken zien van ongeveer 86 dB, wat het normaal gebruik van verzoekers woning en tuin feitelijk onmogelijk maakt. Volgens verzoeker ontbreken in het besluit concrete beperkingen zoals geluidsnormen, tijden en frequentie. Tot slot zijn de activiteiten al gestart voor (de publicatie van) het besluit. Wat vindt de derde partij? 5. De derde partij benadrukt haar belang bij het oefenen van het optreden. Het WMC is een belangrijk evenement dat belangrijk is voor het boeken van nieuwe optredens. Derde partij behoort tot de absolute top van Nederland en komt uit in de hoogste divisie. Bij het oefenen worden al maatregelen getroffen om de “geluidsoverlast” zo veel mogelijk te beperkten door ook op andere locaties gedeelten van het optreden in te studeren en door zoveel mogelijk te oefenen zonder geluid. Het blijft echter nodig om de combinatie van muziek maken en figuren lopen te oefenen en daarvoor is veel ruimte nodig. Volgens de derde partij is het van belang dat het om een tijdelijke situatie gaat en dat zij haar best gedaan heeft om alle omwonenden te informeren. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn bezwaren eerst met de derde partij te bespreken. Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter? 6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het verlenen van een ontheffing geluidshinder een discretionaire bevoegdheid betreft van verweerder, die door de rechtbank terughoudend moet worden getoetst. Getoetst dient te worden of verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. In beginsel kan verweerder van deze ontheffingsmogelijkheid gebruik maken op voorwaarde dat zij daarbij een goede belangenafweging maakt en voorschriften aan de ontheffing verbindt die geluidsoverlast zoveel mogelijk beperken. 7. Uit het besluit van 3 juni 2026 blijkt dat een dergelijke belangenafweging is gemaakt en dat aan de ontheffing voorschriften zijn verbonden. Verweerder stelt in het besluit dat gelet op de voorschriften, de afstanden van de dichtstbijzijnde woningen van derden tot het oefenterrein, het tijdelijk karakter van het oefenen en de aangegeven oefentijden de betrokken belangen voldoende zijn afgewogen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het besluit in principe dan ook zorgvuldig tot stand is gekomen maar dat ter zitting voor een ieder wel duidelijk is geworden dat verzoeker de overlast ervaart als onaanvaardbaar en daarmee een zeer zware aantasting in zijn woongenot. Zo heeft verzoeker op zitting ter illustratie toegelicht dat het tijdens de repetities niet mogelijk is om een gesprek te voeren in de tuin of binnen in huis het journaal te kijken op tv. Dit veroorzaakt bij verzoeker en zijn gezin irritatie en stress. Daarbij heeft verzoeker aangegeven dat dit ook voor een aantal buren zo is. De voorzieningenrechter ziet echter gelet op de terughoudende toets en de zorgvuldige totstandkoming van het besluit geen aanleiding om het bestreden besluit te schorsen zoals verzoeker dat gevraagd heeft. 8. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een aantal aanwijzingen aan verweerder en de derde partij te geven. De voorzieningenrechter draagt verweerder op zich ten uiterste in te spannen om samen met de gemeente Teylingen zorg te dragen voor de alternatieve oefenlocatie op de ijsbaan in Voorhout, nabij Forehole. Daarnaast draagt de voorzieningenrechter de derde partij op om, waar mogelijk, onderdelen van de repetitie zonder live muziek te oefenen, dan wel te vervangen door muziek op tape/geluidinstallatie zoals door de derde belanghebbende aangeboden, zodat essentiële mars- en showonderdelen worden voorbereid, terwijl de geluidsbelasting wordt verminderd. Tot slot draagt de voorzieningenrechter op dat de derde partij en verzoeker in contact treden om te overleggen op welke wijze de overlast kan worden gecompenseerd. Conclusie en gevolgen 9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om een aantal aanwijzingen aan partijen mee te geven voor de rest van de repetities, zoals hiervoor benoemd. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026. (Het dictum is per e-mail aan partijen doorgegeven op 3 juli 2026) griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.