Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-03-23
ECLI:NL:RBDHA:2026:16438
Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 23/8059 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2026 in de zaak tussen V.O.F. [eiseres], gevestigd te [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. S.M. Bothof), en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder, en de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat. Procesverloop Verweerder heeft aan eiseres een naheffingsaanslag belasting van personenauto's en motorrijwielen (Bpm) opgelegd. Daarbij is € 40 aan belastingrente in rekening gebracht (de rentebeschikking). Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 oktober 2023 de naheffingsaanslag en de rentebeschikking gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2026. Namens eiseres is [naam] en mr. M.U. Sahin, kantoorgenoot van gemachtigde, verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [medewerker belastingdienst 1] en mr. [medewerker belastingdienst 2]. Overwegingen Feiten 1. Eiseres heeft op 22 maart 2022 op aangifte een bedrag van € 3.281 aan Bpm voldaan ter zake van de inschrijving in het kentekenregister van een Jaguar F-Pace AWD 2.0 Prestige (de auto). De datum van eerste toelating van de auto is 10 december 2019. 2. In de aangifte is de te betalen belasting voor de auto berekend op basis van een taxatierapport van [taxateur] B.V. (het taxatierapport). De taxatie van de auto heeft op 18 februari 2022 plaatsgevonden en het taxatierapport is op 18 maart 2022 opgesteld. In het taxatierapport is de historische nieuwprijs van de auto vastgesteld op € 82.850 en de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 28.744 (gemiddelde vraagprijzen referentievoertuigen -/- marge). De taxateur heeft een bedrag van € 15.669 (72% van de gecalculeerde reparatiekosten van € 21.757,83 (inclusief € 8.314,38 ex-wok schade)) als schade aangemerkt en de handelsinkoopwaarde na schade op € 13.075 vastgesteld. 3. De auto is op 7 april 2022 door de RDW goedgekeurd. De RDW heeft toen geen schadefoto’s van de auto gemaakt. 4. Verweerder heeft met dagtekening 5 mei 2023 een bedrag van € 7.081 (€ 10.362 verschuldigde Bpm -/- € 3.281 voldane Bpm) nageheven. De naheffingsaanslag is vastgesteld aan de hand van de forfaitaire afschrijvingstabel. Eiseres is voorafgaand aan het opleggen van de naheffingsaanslag in de gelegenheid gesteld om een koerslijst te overleggen. Eiseres heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Geschil 5. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en tot een juist bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil: - of de verschuldigde Bpm kan worden bepaald aan de hand van de herrekende bruto Bpm van eerder ingevoerde gelijksoortige auto’s (de herleidingsmethode); - of het taxatierapport van eiseres terecht van bewijs is uitgesloten; - of indien het taxatierapport niet bruikbaar is, gebruik kan worden gemaakt van de koerslijst in het taxatierapport; - of eiseres in aanmerking komt voor een vergoeding van immateriële schade. Beoordeling van het geschil Herleidingsmethode 6. De beroepsgronden van eiseres met betrekking tot de zogenoemde herleidingsmethode slagen niet, omdat de herleidingsmethode niet aansluit bij het wettelijk systeem voor de berekening van de waardevermindering van de Bpm voor gebruikte auto’s. Taxatierapport 7. De bewijslast dat de waardevermindering door schade, in de omvang als door eiseres gesteld, in mindering komt bij de waardebepaling van de auto, rust op eiseres. Zij heeft daartoe verwezen naar het taxatierapport dat ten grondslag is gelegd aan de aangifte. 8. Voor de keuze om de afschrijving met een taxatierapport te berekenen, gelden de voorwaarden zoals gesteld in artikel 8 van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (de Uitvoeringsregeling). Zo is onder meer met ingang van 1 januari 2022 in artikel 8, vierde lid, onderdeel b, van d Dit betekent dat eiseres vanwege het gebrekkige taxatierapport de afschrijving ook om die reden niet mocht bepalen aan de hand van de taxatiemethode. 14. Ook het enkele feit dat verweerder in dit geval geen hertaxatie door DRZ heeft laten uitvoeren, brengt niet mee dat verweerder in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld. Verweerder heeft er in dit geval om hem moverende reden voor gekozen om af te zien van een hertaxatie door DRZ. Naar het oordeel van de rechtbank moet deze handelwijze geplaatst worden in de sleutel van de bewijslast en komt die op zichzelf beschouwd niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur of het Unierecht. Koerslijst 15. Eiseres stelt zich subsidiair op het standpunt dat in dit geval van de bij de aangifte gevoegde koerslijst van X-ray, dient te worden uitgegaan. In die koerslijst staat een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 28.744 opgenomen. 16. Verweerder heeft dit gemotiveerd weersproken. Volgens verweerder heeft eiseres de opties uit de koerslijst Autotelex overgenomen en als totaalbedrag onder “overige opties” in de koerslijst van X-ray opgenomen. Door het niet op de juiste wijze opnemen van de opties, kan de koerslijst niet op een juiste wijze rekenen met de aanwezige opties en de afschrijving daarvan. 17. De rechtbank acht aannemelijk dat het aldus invullen van de koerslijst leidt tot een onjuiste uitkomst voor de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat. De koerslijst zoals deze door de taxateur van eiseres is ingevuld, kan daarom niet dienen ter bepaling van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat. De rechtbank gaat dan ook aan de door eiseres aangedragen uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 juli 2023 voorbij. Bovendien blijkt uit het voertuigbeeld van de RDW dat de auto een ander model, namelijk een E-Pace, betreft dan het model van de referentieauto, een F-Pace. Het beroep van eiseres op de koerslijst slaagt dus niet. 18. Gelet op het vorenstaande heeft verweerder dan ook terecht de verschuldigde Bpm aan de hand van de forfaitaire afschrijvingstabel berekend. 19. Voor zover eiseres heeft bedoeld te stellen dat zij door financiële problemen niet in staat is om de aanslag te betalen, kan dit niet tot vernietiging of verdere vermindering van de naheffingsaanslag leiden, aangezien dit een invorderingskwestie is die in deze procedure niet aan de orde kan komen. Voor een betalingsregeling dan wel een verzoek om kwijtschelding dient eiseres zich te wenden tot de ontvanger van de Belastingdienst. Belastingrente 20. Eiseres heeft geen afzonderlijke beroepsgronden tegen de rentebeschikking aangevoerd. Dat in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht belastingrente in rekening is gebracht, is gesteld noch gebleken. Conclusie 21. Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Immateriële schade 22. Eiseres heeft in haar beroepschrift van 27 november 2023 verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Een vergoeding van immateriële schade wordt op verzoek toegekend als een procedure over een belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een periode van twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk als redelijk wordt beschouwd. De termijn hiervoor vangt aan op het moment waarop verweerder het bezwaarschrift ontvangt. Verweerder heeft het bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag op 24 mei 2023 ontvangen. De rechtbank doet op 12 maart 2026 uitspraak. De redelijke termijn is derhalve overschreden met bijna tien maanden. Aangezien verweerder op 30 oktober 2023 uitspraak op bezwaar heeft gedaan, komt de overschrijding geheel voor rekening van de Staat. 23. Voor de bepaling van de hoogte van de toe te kennen vergoeding van immateriële schade is de mate waarin belanghebbende daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ondervonden in beginsel niet van belang, behoudens bijzondere omstandigheden. Van der