Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-05-13
ECLI:NL:RBDHA:2026:15975
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-440 Zaaknummer: C/09/678953 Datum beschikking: 13 mei 2026 Beschikking op het op 8 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van: [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , de verzoekers/wensouders dan wel [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , wonende op een voor de rechtbank bekend adres, advocaat mr. V.W.J.M. Kuit te Amsterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand, zetelend te ’s-Gravenhage, hierna: de ambtenaar. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van 8 januari 2025, met bijlagen, van verzoekers; de brief van 7 februari 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming; de brief van 13 februari 2025, met bijlage, van verzoekers; de brief van 26 februari 2025 van de ambtenaar; de brief van 1 mei 2025 van de ambtenaar; de brief van 3 juni 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), met als bijlage het raadsrapport met kenmerk KZ-1-653D785; de brief van 16 juni 2025 van verzoekers; de brief van 17 juli 2025 van de ambtenaar; het F9 formulier van 29 juli 2025 van verzoekers; het bericht van 30 april 2026 van de ambtenaar waarin deze aangeeft niet ter zitting te zullen verschijnen; het bericht van verzoekers van 6 mei 2026 waarin wordt aangegeven akkoord te gaan met het afzien van het recht op een mondelinge behandeling en enkelvoudige afdoening. Feiten De wensouders zijn op [datum 1] 2023 te [plaats 1] met elkaar gehuwd. Verzoekers kunnen hun kinderwens niet op eigen kracht realiseren. Zij hebben voor hoogtechnologisch draagmoederschap gekozen. De draagmoeder is [draagmoeder] , ongehuwd en woonachtig in de Verenigde Staten. De wensouders hebben een draagmoederschapsovereenkomst met haar gesloten, die is getekend op 31 oktober 2023 en 5 november 2023. Verzoekers hebben [eiceldonatrice] bereid gevonden om als eiceldonatrice op te treden. Met haar is een donorovereenkomst gesloten, getekend op 22 maart 2023. In het laboratorium van Western Fertility Institute te Encino, California, Verenigde Staten, zijn embryo’s gemaakt met het semen van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] en de eicel van de eiceldonatrice. De draagmoeder is na een ivf-behandeling door voornoemde kliniek in verwachting geraakt. Er is daarbij één van deze embryo’s bij de draagmoeder geplaatst. Dit blijkt uit de verklaring van [naam 1] , M.D. van 23 december 2024. De draagmoeder heeft op 31 oktober 2023 een ‘affidavit and consent of gestational carrier’ getekend ten overstaan van [naam 2] , Notary Public, State of Oklahoma, waarin zij de afspraken zoals gemaakt in de draagmoederschapsovereenkomst herbevestigt. Bij beslissing van 14 november 2023 van de District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma, Verenigde Staten, voorzien van een apostille, is onder meer het volgende bepaald: (…) IT IS HEREBY ORDERED, ADJUDGED AND DECREED AS FOLLOWS: A. The Gestational Agreement filed herein between [verzoeker 1] , [verzoeker 2] , and [draagmoeder] is hereby validated pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(1); B. [verzoeker 1] and [verzoeker 2] shall be the sole Parents of any child(ren) born as a result of the Gestational Agreement; C. [verzoeker 1] and [verzoeker 2] shall be listed as the Parents on the birth certificate to be filed with the state registrar of vital statistics as provided by Oklahoma law with regard to any child(ren) born as a result of the Agreement and that neither the Gestational Carrier be listed on such birth certificate pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(2); D. Any hospital, birthing facility or any other medical facility where such child is born shall recognize [verzoeker 1] and [verzoeker 2] as the legal Parents of such child(ren) for all purposes immediately upon the birth of such child pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(3); and E. Any hospital, birthing facility or any other medical facility where such child(ren) is born shall, upon being provided with actual notice of this order, grant Verzoek Verzoekers verzoeken de rechtbank – voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad –: primair voor recht te verklaren dat de Amerikaanse geboorteakte van [minderjarige] , met state file nummer [nummer] , waarop beide verzoekers als ouders worden vermeld, van rechtswege in Nederland wordt erkend en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag; subsidiair, voor zover nodig, de geboortegegevens van [minderjarige] nader vast te stellen; voor recht te verklaren dat de beslissingen van de ‘District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma’, getekend op 14 november 2023 en 28 augustus 2024, waarbij rechtens is vastgesteld dat de heren [verzoeker 1] en [verzoeker 2] de enige juridische ouders zijn van [minderjarige] met alle rechten, taken en verplichtingen ten aanzien van het ouderschap en dat [draagmoeder] geen rechten, taken en verplichtingen heeft ten aanzien van het kind, van rechtswege in Nederland worden erkend en naar hun aard vatbaar zijn voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand; e ongewijzigde inschrijving in het register van geboorten van de gemeente Den Haag te gelasten van de Amerikaanse geboorteakte en de door de bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften in Oklahoma, Verenigde Staten van Amerika, opgemaakte geboorteakte van: [minderjarige] , geboren op [datum 2] 2024 te [plaats 2] , VS, state file nummer [nummer] , gedagtekend op 12 augustus 2024 met vermelding van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] als de juridische ouders; te verklaren voor recht dat de minderjarige (ook) uit hoofde van de prenatale erkenning vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit; te bepalen dat de ambtenaar op deze geboorteakte een (latere) vermelding plaatst van voornoemde Amerikaanse beslissingen, welke de verklaring voor recht behelst dat de draagmoeder niet de juridische ouder is van de minderjarige en dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] de juridische ouders zijn van de minderjarige; primair vast te stellen, althans te overwegen dat uit de beslissingen van District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma getekend d.d. 14 november 2023 en 28 augustus 2024, voortvloeit dat verzoekers het gezamenlijk gezag uitoefenen, subsidiair om verzoekers te belasten met het gezamenlijk gezag over de minderjarige; de griffier opdracht te geven aantekening te doen in het gezagsregister dat verzoekers het gezamenlijk ouderlijk gezag uitoefenen. De ambtenaar heeft schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt. Beoordeling Rechtsmacht Nu verzoekers met [minderjarige] in Nederland woonachtig zijn, acht deze rechtbank zich op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd om van de voorliggende verzoeken kennis te nemen. Relatieve bevoegdheid Verzoekers zijn woonachtig binnen het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, zodat de rechtbank Noord-Holland bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. Verzoekers hebben hun verzoek ingediend bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank leidt hieruit af dat zij overeenkomstig artikel 270 Rv een forumkeuze voor de bevoegdheid van de rechtbank Den Haag hebben gedaan en geen verwijzing wensen naar de rechtbank Noord-Holland, omdat verzoekers willen dat de rechtbank Den Haag het verzoek in behandeling neemt. De rechtbank acht zich daarom bevoegd van het verzoek kennis te nemen. De positie van de draagmoeder De draagmoeder kan in beginsel als belanghebbende als bedoeld in artikel 798 Rv worden aangemerkt. De rechtbank zal de draagmoeder echter niet als belanghebbende aanmerken. Dit gelet op de hierboven vastgestelde feiten, waaronder de afgelegde verklaring van de draagmoeder waarin zij samengevat heeft verklaard dat zij verzoekers erkent als de juridische ouders, dat verzoekers het gezag over [minderjarige] hebben en dat zij geen juridisch ouder van [minderjarige] wenst te zijn. De rechtbank zal daarom geen afschrift van de uitspraak aan de draagmoeder toe 45) geformuleerde waarborgen om het traject zorgvuldig en transparant te laten verlopen en zoveel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan de draagmoeder, de wensouders en het kind. Hieruit volgt dat het voor kinderen van groot belang is om te (kunnen) achterhalen uit wie zij zijn geboren, van wie zij genetisch afstammen en onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan en geboren. Het recht van het kind om zijn of haar afstamming te kennen is een mensenrecht dat is opgenomen in artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Op grond van de overgelegde stukken komt de rechtbank tot het oordeel dat het draagmoederschapstraject dat de wensouders in de VS hebben doorlopen, zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank onder meer dat de naam van zowel de eiceldonatrice als de draagmoeder en hun contactgegevens bekend zijn. De eiceldonatrice, de draagmoeder en de wensouders hebben bovendien onafhankelijk juridisch advies ontvangen en voor de draagmoeder was medische zorg en psychologische bijstand geregeld. Verzoekers hebben ook de eiceldonatrice ontmoet en twee keer online gezien en zij hebben haar via het bemiddelingsbureau op de hoogte gebracht van de geboorte van [minderjarige] . De enige omstandigheid dat op dit moment bij de wensouders en bij [minderjarige] niet bekend is wie van de wensouders de biologische vader is, maakt niet dat sprake is van een onzorgvuldig traject. Bij de rechtbank is dit wel bekend. Het DNA-rapport is beschikbaar, net als de verklaring van de IVF-arts waaruit blijkt welk embryo bij de draagmoeder is geplaatst. Uit het voorgaande blijkt dat [minderjarige] haar ontstaansgeschiedenis kan achterhalen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Amerikaanse beslissing van 14 november 2023 waarbij de familierechtelijke betrekking tussen de wensouders en [minderjarige] is vastgesteld, in Nederland kan worden erkend. Erkenning van de Amerikaanse geboorteakte Voor de vraag of de Amerikaanse geboorteakte van [minderjarige] erkend kan worden, zal de rechtbank de in boek 10:101 BW geplaatste erkenningsregeling naar analogie toepassen. In artikel 10:101 lid 1 BW is, voor zover hier van belang, de in artikel 10:100 leden 1, onder b en c, 2 en 3 BW opgenomen erkenningsregeling van overeenkomstige toepassing verklaard op buitenslands tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen, waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte. Ook hiervoor geldt dus dat deze erkend kan worden, tenzij deze niet door een bevoegde instantie is opgemaakt of: - aan de beslissing geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of - de erkenning van de rechtshandeling onverenigbaar is met de openbare orde. De rechtbank stelt vast dat voor [minderjarige] een Amerikaanse geboorteakte is opgemaakt, waarin de wensouders – overeenkomstig de Amerikaanse beslissing van 14 november 2023 die in Nederland wordt erkend – als ouders zijn opgenomen. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om te oordelen dat deze akte niet door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt of dat aan deze rechtshandelingen geen behoorlijk onderzoek is voorafgegaan. Ook ten aanzien van de Amerikaanse geboorteakte gaat het daarom om de vraag of erkenning van de uit de Amerikaanse geboorteakte voortvloeiende afstammingsrelatie kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. Openbare orde exceptie: geboorteakte zonder geboortemoeder? De rechtbank stelt het volgende voorop. De uitzondering dat er sprake is van kennelijke onverenigbaarheid met de openbare orde, zoals opgenomen in artikel 10:100 lid 1 sub c BW mag niet snel worden aangenomen. De exceptie van de Nederlandse openbare orde – waaronder kunnen worden verstaan de beginselen van waarden van juridische, sociale of morele aard, die in de eigen rechtsorde fundament Wel moet de identiteit van de geboortemoeder op termijn voor het betrokken kind te achterhalen zijn. Dit geldt ook voor de overige gegevens betreffende de genetische afstamming, zoals die van de eiceldonatrice. Uit het voorgaande blijkt dat ook in Nederland de opvattingen over wie als ouder op een geboorteakte moet worden vermeld zijn veranderd en dat wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt dat – net zoals op de geboorteakte van [minderjarige] – op de geboorteakte geen geboortemoeder staat, maar in haar plaats een wensouder. Dat alleen al is naar het oordeel van de rechtbank voldoende om te oordelen dat een dergelijke geboorteakte niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde. Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de geboorteakte van [minderjarige] , met de daarin vastgelegde familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming, van rechtswege in Nederland kan worden erkend. Amerikaanse geboorteakte vatbaar voor opname in de registers van de burgerlijke stand? Verzoekers vragen om voor recht te verklaren dat de geboorteakte waarop zij als wensouders staan geregistreerd, vatbaar is voor opname in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. De ambtenaar heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van 29 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:6851). Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat bij inschrijving van een buitenlandse geboorteakte de stappen die zijn gezet binnen het draagmoederschapstraject ook tot uitdrukking komen in de Nederlandse registers, zodat deze stappen voor de kinderen op latere leeftijd kenbaar zijn. Zo wordt melding gemaakt van de buitenlandse beslissingen, maar ook van de onderhavige beslissing van de Nederlandse rechtbank. Deze uitspraken worden ook bewaard door de rechtbank, waarbij de zaken uiteindelijk worden opgenomen in het Nationaal Archief, zodat een kind inzage in de Nederlandse uitspraak kan vragen en zijn afstamming kan achterhalen. Hieruit volgt dat het ontbreken van de geboortemoeder op de akte niet in de weg staat aan inschrijving van de Amerikaanse geboorteakte van [minderjarige] in het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. Deze akte is naar het oordeel van de rechtbank dan ook vatbaar voor opneming in dit register. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank aan het verzoek zo nodig de geboortegegevens van [minderjarige] vast te stellen, niet toe. De rechtbank is van oordeel dat de prenatale erkenning bij de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in [plaats 1] , gelet op het voorgaande, geen zelfstandig effect meer heeft. Deze zal daarom ook geen plek behoeven op de akte van inschrijving van de Amerikaanse geboorteakte. Verzoeken onder d. en f.: het gelasten van de ambtenaar De Amerikaanse geboorteakte Zoals hiervoor overwogen is de rechtbank van oordeel dat de Amerikaanse geboorteakte vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente’s-Gravenhage. De rechtbank zal dan ook de ambtenaar op grond van artikel 1:26b BW in samenhang met artikel 1:25 BW gelasten deze geboorteakte van [minderjarige] in te schrijven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. De Amerikaanse beslissing Voor wat betreft de inschrijving van de Amerikaanse beslissing van 14 november 2023 bepaalt artikel 1:20b BW – voor zover hier van belang – dat op verzoek van een belanghebbende dan wel ambtshalve van akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt of gedaan en een overeenkomstige uitwerking hebben als de akten en rechterlijke uitspraken, bedoeld in artikel 1:20 BW, door de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding wordt toegevoegd aan de desbetreffende in de registers van de burgerlijke stand hier te lande voorkomende geboorteakte, tenzij de Nederlandse openbare orde zich hiertegen verzet. De in de Verenigde Staten ge