Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-01-28
ECLI:NL:RBDHA:2026:1398
Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/126026-21 Datum uitspraak: 28 januari 2026 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [de verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), op dit moment zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 1 oktober 2021, 20 december 2021, 18 maart 2022 en 14 januari 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. van Dongen en van hetgeen namens de verdachte door de raadsman mr. Sytema naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 20 december 2021 - ten laste gelegd dat: 1 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2021 tot en met 30 juni 2021, te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van een of meerdere voorwerp(en) en/of meerdere geldbedrag(en), te weten (onder meer): - In de periode van 11 februari 2021 tot en met 22 april 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €3.185.375,- contant gestort op de rekening t.n.v ‘ [bedrijfsnaam 1] ’ met rekeningnummer [rekeningnummer 1] en/of - In de periode van 23 maart 2021 tot en met 29 maart 2021 een geldbedrag van ongeveer €27.830,- door [bedrijfsnaam 2] overgemaakt op de rekening van [bedrijfsnaam 1] en/of - In de periode van 16 februari 2021 tot en met 17 maart 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €159.210,- contant gestort op de rekening t.n.v [de verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of - In de periode van 1 februari 2021 tot en met 25 april 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €1.376.905,- contant gestort op de rekeningen t.n.v. [naam 1] ( [rekeningnummer 3] ) en/of [bedrijfsnaam 3] BV ( [rekeningnummer 4] ) en/of [bedrijfsnaam 4] BV ( [rekeningnummer 5] ) en/of [bedrijfsnaam 5] BV ( [rekeningnummer 6] ) en/of [bedrijfsnaam 6] BV ( [rekeningnummer 7] ) en/of [bedrijfsnaam 7] ( [rekeningnummer 8] ) en/of - Op of omstreeks 6 mei 2021 een geldbedrag van € 14.900,- contant gestort op de rekening t.n.v. ‘ [naam 2] ’ met rekeningnummer [rekeningnummer 9] en/of - Op of omstreeks 25 april 2021 een geldbedrag van ongeveer €33.000,- (aangetroffen bij de aanhouding verdachte op 25 april 2021; - Op of omstreeks 28 juni 2021 een geldbedrag van ongeveer € 3.470,- (aangetroffen bij de aanhouding van verdachte op 28 juni 2021); de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing, heeft verborgen of verhuld, dan wel heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op voornoemde geldbedragen was/waren of het voorhanden had/hadden, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf, en/of heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van een of meerdere voorwerp(en), te weten (één of meer van) de navolgende geldbedragen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of althans gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf (onder meer): - In de periode van 11 februari 2021 tot en met 22 april 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €3.185.375,- contant gestort op de rekening t.n.v ‘ [bedrijfsnaam 1] 252; Het proces-verbaal van bevindingen van, opgemaakt op 21 juli 20021, p. 1033-1042; Het proces-verbaal van aangifte van Diab Abu Mahmoud, opgemaakt op 2 mei 2021, p. 189-192; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 6 juni 2021, p. 254; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 11 juni 2021, p. 256 -258; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 juli 2021, p. 276; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 augustus 2021, p. 1282; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 juli 2021, p. 780-860. De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen voor feit 2: De bekennende verklaring van de verdachte: het proces-verbaal van verhoor van verdachte Baroudi, opgemaakt op 24 september 2021, p. 1349-1358; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens Haan Meppelweg, opgemaakt op 26 februari 2021, p. 92-94; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] namens Shell Lozerlaan, opgemaakt op 4 maart 2021, p. 97-99; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] namens BP Binckhorstlaan, opgemaakt op 3 maart 2021, p. 102-104; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens Esso Zevenbergschenhoek, opgemaakt op 11 maart 202, p. 106-108; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] namens BP Binckhorstlaan, opgemaakt op 1 maart 2021, p. 113-115; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] namens Shell Lozerlaan, opgemaakt op 2 maart 2021, p. 117-119; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP Ypenburg, opgemaakt op 24 maart 2021, p. 123-125; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP Zoomseweg, opgemaakt op 25 maart 2021, p. 128-130; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP Zoomseweg, opgemaakt op 14 april 2021, p. 135-137; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP de Zweth, opgemaakt op 19 mei 2021, p. 141-143; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens Shell Hazeldonk West, opgemaakt op 11 juni 2021, p. 146-148; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP Zoomseweg, opgemaakt op 12 mei 2021, p. 151-153; Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP de Zweth, opgemaakt op 1 juni 2021, p. 157-159; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 10 juni 2021, p. 177-178; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 juli 2021, p. 1233-1234; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 juli 2021, p. 1235-1241; Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 juli 2021, p. 1242-1246. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: 1 hij op meer tijdstippen in de periode van 1 februari 2021 tot en met 30 juni 2021, te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander , althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader van meerdere geldbedragen, te weten: - In de periode van 11 februari 2021 tot en met 22 april 2021 meer geldbedragen van in totaal €3.185.375,- contant gestort op de rekening t.n.v. ‘ [bedrijfsnaam 1] ’ met rekeningnummer [rekeningnummer 1] en - In de periode van 23 maart 2021 tot en met 29 maart 2021 een geldbedrag van €27.830,- door [bedrijfsnaam 2] overgemaakt op de rekening van [bedrijfsnaam 1] en - In de periode van 16 februari 2021 tot en met 17 maart 2021 meer geldbedragen van in totaal €159.210,- contant gestort op de rekening t.n.v. [de verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] en - In de periode van 1 februari 2021 tot en met 25 april 2021 meer geldbedragen contant gestort op de rekeningen t.n.v. [naam 1] ( [rekeningnummer 3] ) en/of [bedrijfsnaam 3] BV ( [rekeningnummer 4] ) en/of [bedrijfsnaam 4] BV ( [rekeningnummer 5] ) en/of [bedrijfsnaam 5] BV ( [rekeningnummer 6] ) en/of [bedrijfsnaam 6] BV ( [rekeningnummer 7] ) en/of [bedrijfsnaam 7] ( [rekeningnummer 8] ) en - Op of omstreeks 6 mei 2021 een geldbedrag van € 14.900,- contant gestort op de rekening t.n.v. ‘ [naam 2] ’ met rekeningnummer [rekeningnummer 9] de werkelijke aard en de herkomst heeft verhuld, dan wel Dit benadelingsbedrag geldt niet zonder meer ook voor witwaszaken, te minder in deze zaak omdat de verdachte louter een faciliterende rol bij het witwassen van de gelden heeft gehad. Tot slot dient de proceshouding van de verdachte in zijn voordeel mee te wegen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich gedurende een relatief korte periode bezig gehouden met het, deels in vereniging, witwassen van zeer grote geldbedragen. Daarnaast heeft de verdachte over een langere periode meerdere keren (grote) hoeveelheden brandstof getankt bij een tankstation zonder hiervoor te betalen. Witwassen zorgt voor ontwrichting van het economische en financiële verkeer, doordat de criminele herkomst van de gelden wordt verhuld. De vermenging van illegale- en legale geldstromen brengt ernstige schade toe aan de economie. Verdachte heeft met zijn handelen in belangrijke mate bijgedragen aan deze vermenging van boven- en onderwereld, louter voor zijn eigen financiële gewin. Daarnaast heeft de verdachte bij het tanken misbruik gemaakt van het vertrouwen van medewerkers van tankstations door zijn betalingsverplichting niet na te komen. De rechtbank rekent hem dit aan. Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 2 december 2025. De rechtbank constateert dat de verdachte niet eerder voor vergelijkbare feiten is veroordeeld en weegt dit noch in het voordeel, noch in het nadeel van de verdachte mee. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte d.d. 1 april 2022, waaruit volgt dat sprake is van problematiek op alle leefgebieden en van een gemiddeld recidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem op te leggen een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden: meldplicht, ambulante behandeling, schuldhulpverlening en een inspanningsverplichting om werk te vinden en te behouden. Strafmodaliteit en strafmaat De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt vermeld dat bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000 en hoger een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vierentwintig maanden op zijn plaats is. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van de verdediging, dat de oriëntatiepunten niet zonder meer ook voor witwaszaken gelden. In dit geval weegt de rechtbank echter wel in strafverlagende zin mee dat de verdachte kennelijk slechts een faciliterende rol heeft gehad bij het witwassen van de contante gelden. De verdachte heeft samen met een medeverdachte grote contante geldbedragen gestort op rekeningen van bedrijven en katvangers en/of hun eigen bedrijf of rekening en dit geld vervolgens – direct of indirect – overgemaakt naar rekeningen in het buitenland. De verdachten hebben daar kennelijk zelf telkens ‘slechts’ een percentage aan overgehouden. De overschrijding van de redelijke termijn De verdachte is voor het eerst aangehouden en in verzekering gesteld op 25 april 2021 en dit vonnis is gewezen op 28 januari 2026. De redelijke termijn is dus met twee jaar en negen maanden overschreden, terwijl aan deze overschrijding geen bijzondere omstandigheden ten grondslag liggen. De rechtbank brengt dit in het voordeel van de verdachte tot uitdrukking in de op te leggen straf. Strafoplegging Gelet op al hetgeen wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. Hoewel de reclassering een (deels)