Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-03
ECLI:NL:RBDHA:2026:12187
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,065 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12187 text/xml public 2026-05-18T09:41:48 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-03 C/09/698042 / FA RK 26-549 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12187 text/html public 2026-05-18T09:41:28 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12187 Rechtbank Den Haag , 03-04-2026 / C/09/698042 / FA RK 26-549 voorlopige voorzieningen, toevertrouwing kinderen, uitsluitend gebruik echtelijke woning en voorlopige zorgregeling Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-549 Zaaknummer: C/09/698042 Datum beschikking: 3 april 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 10 februari 2026 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R. Shahbazi te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J. Todorov te Maasdijk. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek; - het verweer tegen zelfstandig verzoek; - het bericht van 22 januari 2026 van de vrouw; - het bericht van 23 februari 2026 van de vrouw. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer over de verzoeken uitgelaten. Op 20 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met mr. E.H. van de Gein – waarneemster van mr. R. Shahbazi –, de man met zijn advocaat en E. Garcia namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten - Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum 1] 2023 te [plaats 1] . - Partijen zijn eerder ook al met elkaar gehuwd geweest van [datum 2] 2012 tot [datum 3] 2018. - Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] , - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] . - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. - De vader heeft uit een andere relatie nog een minderjarig kind, namelijk [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2] . - Beide partijen hebben de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt er, na aanvulling, toe dat: - de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] , met inbegrip van de inboedel; - de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd; - een voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen bij de man zullen zijn: - een keer per twee weken, te weten in de even weken, van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend; - iedere maandagmiddag tot dinsdagmiddag; - vervangende toestemming aan de vrouw wordt verleend, welke de toestemming van de man vervangt, om emotietherapie op te starten voor de kinderen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert – onder referte voor de toevertrouwing van de kinderen – verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de man zelfstandig te bepalen: - de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] , met inbegrip van de inboedel; - een voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld, inhoudende dat de kinderen bij de man zullen zijn: - iedere maandagmiddag tot woensdagmiddag; - een keer per twee weken, te weten in de even weken, van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Toevertrouwing kinderen De vrouw verzoekt de kinderen aan haar toe te vertrouwen. De man heeft hiermee ingestemd. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom als niet weersproken, in het belang van de kinderen en op de wet gegrond toewijzen. Uitsluitend gebruik echtelijke woning Volgens de vrouw heeft de man in november 2025 aan haar kenbaar gemaakt te willen scheiden. Partijen verbleven hierna tijdelijk samen in de echtelijke woning. Eind december 2025 heeft de vrouw de echtelijke woning na een hevige ruzie verlaten en is zij tijdelijk bij de ouders van de man ingetrokken. Begin januari 2026 is de vrouw op verzoek van de kinderen naar de echtelijke woning teruggekeerd. Hierna is de situatie opnieuw geëscaleerd, waarna de vrouw de echtelijke woning – ditmaal met de kinderen – opnieuw heeft verlaten om later wederom met de kinderen daar terug te keren. De vrouw acht het echter van belang dat de kinderen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. Nu de man instemt met het verzoek van de vrouw om de kinderen aan haar toe te vertrouwen, verzoekt de vrouw om – in het belang van de kinderen – het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen. De man voert verweer tegen het verzoek van de vrouw en voert het volgende aan. De man is werkzaam als politieagent bij de hondenbrigade. In dat licht beschikt de man over een diensthond, waarbij de verzorging, de huisvesting en het vervoer van de diensthond voor rekening van de man komen. Voor de huisvesting van een diensthond gelden strenge regels, waardoor het voor de man noodzakelijk is dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem wordt toegekend. Het is immers voor de man vrijwel onmogelijk om op korte termijn een woonruimte te vinden die voldoet aan de strikte eisen voor het huisvesten van een diensthond. Volgens de man heeft de vrouw daarentegen wel de mogelijkheid om op korte termijn elders te verblijven. Zo kan zij – zoals zij reeds eerder heeft gedaan – met de kinderen bij zijn ouders verblijven. De rechtbank overweegt als volgt. Gezien de huidige situatie en spanningen is het niet in het belang van de kinderen als partijen nog langer gezamenlijk in de echtelijke woning verblijven. Omdat de kinderen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd, zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toekennen. De rechtbank acht het namelijk van belang dat de kinderen in de voor hen bekende woning en omgeving kunnen blijven. Dit belang dient naar oordeel van de rechtbank zwaarder te wegen dan het belang van de man en de huisvesting van de diensthond. Wel zal de rechtbank de man nog één maand (na de datum van de zitting) de gelegenheid geven om de echtelijke woning te verlaten. Dit betekent dat de man de echtelijke woning uiterlijk op 17 april 2026 moet hebben verlaten, ook als hij dan nog geen andere woning heeft. Voorlopige zorgregeling Partijen verzoeken beiden een voorlopige zorgregeling tussen de man en de kinderen vast te stellen. Tussen partijen is niet in geschil dat de kinderen een keer per twee weken, te weten in de even weken, van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school bij de man zullen zijn. Wel is tussen partijen in geschil op welke doordeweekse dagen de kinderen iedere week bij de man zullen verblijven. De vrouw verzoekt te bepalen dat de kinderen iedere week van maandagmiddag tot dinsdagmiddag bij de man zullen verblijven, terwijl de man verzoekt te bepalen dat de kinderen iedere week van maandagmiddag tot woensdagmiddag bij hem zullen verblijven. Op de zitting is besproken dat de man hiermee bedoelt dat de kinderen woensdag na school weer bij de vrouw zullen verblijven. Omdat partijen hierover geen overeenstemming hebben kunnen bereiken, zal de rechtbank de knoop doorhakken en bepalen dat de kinderen iedere week van maandagmiddag na school tot woensdagochtend naar school bij de man zullen verblijven. Hiertoe overweegt de rechtbank dat zij het van belang acht dat de kinderen voldoende tijd bij beide ouders kunnen doorbrengen. Niet is gebleken dat de man niet in staat is om voor de kinderen te zorgen. Bovendien is de vrouw op deze manier alsnog in staat om – zoals zij wenst – de woensdagmiddag met de kinderen door te brengen. Vervangende toestemming emotietherapie Gebleken is dat de man inmiddels toestemming heeft verleend voor de emotietherapie.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12187 text/xml public 2026-05-18T09:41:48 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-03 C/09/698042 / FA RK 26-549 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12187 text/html public 2026-05-18T09:41:28 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12187 Rechtbank Den Haag , 03-04-2026 / C/09/698042 / FA RK 26-549 voorlopige voorzieningen, toevertrouwing kinderen, uitsluitend gebruik echtelijke woning en voorlopige zorgregeling Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-549 Zaaknummer: C/09/698042 Datum beschikking: 3 april 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 10 februari 2026 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R. Shahbazi te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J. Todorov te Maasdijk. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek; - het verweer tegen zelfstandig verzoek; - het bericht van 22 januari 2026 van de vrouw; - het bericht van 23 februari 2026 van de vrouw. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer over de verzoeken uitgelaten. Op 20 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met mr. E.H. van de Gein – waarneemster van mr. R. Shahbazi –, de man met zijn advocaat en E. Garcia namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten - Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum 1] 2023 te [plaats 1] . - Partijen zijn eerder ook al met elkaar gehuwd geweest van [datum 2] 2012 tot [datum 3] 2018. - Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] , - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] . - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. - De vader heeft uit een andere relatie nog een minderjarig kind, namelijk [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2] . - Beide partijen hebben de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt er, na aanvulling, toe dat: - de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] , met inbegrip van de inboedel; - de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd; - een voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen bij de man zullen zijn: - een keer per twee weken, te weten in de even weken, van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend; - iedere maandagmiddag tot dinsdagmiddag; - vervangende toestemming aan de vrouw wordt verleend, welke de toestemming van de man vervangt, om emotietherapie op te starten voor de kinderen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert – onder referte voor de toevertrouwing van de kinderen – verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de man zelfstandig te bepalen: - de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] , met inbegrip van de inboedel; - een voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld, inhoudende dat de kinderen bij de man zullen zijn: - iedere maandagmiddag tot woensdagmiddag; - een keer per twee weken, te weten in de even weken, van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Toevertrouwing kinderen De vrouw verzoekt de kinderen aan haar toe te vertrouwen. De man heeft hiermee ingestemd. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom als niet weersproken, in het belang van de kinderen en op de wet gegrond toewijzen. Uitsluitend gebruik echtelijke woning Volgens de vrouw heeft de man in november 2025 aan haar kenbaar gemaakt te willen scheiden. Partijen verbleven hierna tijdelijk samen in de echtelijke woning. Eind december 2025 heeft de vrouw de echtelijke woning na een hevige ruzie verlaten en is zij tijdelijk bij de ouders van de man ingetrokken. Begin januari 2026 is de vrouw op verzoek van de kinderen naar de echtelijke woning teruggekeerd. Hierna is de situatie opnieuw geëscaleerd, waarna de vrouw de echtelijke woning – ditmaal met de kinderen – opnieuw heeft verlaten om later wederom met de kinderen daar terug te keren. De vrouw acht het echter van belang dat de kinderen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. Nu de man instemt met het verzoek van de vrouw om de kinderen aan haar toe te vertrouwen, verzoekt de vrouw om – in het belang van de kinderen – het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen. De man voert verweer tegen het verzoek van de vrouw en voert het volgende aan. De man is werkzaam als politieagent bij de hondenbrigade. In dat licht beschikt de man over een diensthond, waarbij de verzorging, de huisvesting en het vervoer van de diensthond voor rekening van de man komen. Voor de huisvesting van een diensthond gelden strenge regels, waardoor het voor de man noodzakelijk is dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem wordt toegekend. Het is immers voor de man vrijwel onmogelijk om op korte termijn een woonruimte te vinden die voldoet aan de strikte eisen voor het huisvesten van een diensthond. Volgens de man heeft de vrouw daarentegen wel de mogelijkheid om op korte termijn elders te verblijven. Zo kan zij – zoals zij reeds eerder heeft gedaan – met de kinderen bij zijn ouders verblijven. De rechtbank overweegt als volgt. Gezien de huidige situatie en spanningen is het niet in het belang van de kinderen als partijen nog langer gezamenlijk in de echtelijke woning verblijven. Omdat de kinderen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd, zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toekennen. De rechtbank acht het namelijk van belang dat de kinderen in de voor hen bekende woning en omgeving kunnen blijven. Dit belang dient naar oordeel van de rechtbank zwaarder te wegen dan het belang van de man en de huisvesting van de diensthond. Wel zal de rechtbank de man nog één maand (na de datum van de zitting) de gelegenheid geven om de echtelijke woning te verlaten. Dit betekent dat de man de echtelijke woning uiterlijk op 17 april 2026 moet hebben verlaten, ook als hij dan nog geen andere woning heeft. Voorlopige zorgregeling Partijen verzoeken beiden een voorlopige zorgregeling tussen de man en de kinderen vast te stellen. Tussen partijen is niet in geschil dat de kinderen een keer per twee weken, te weten in de even weken, van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school bij de man zullen zijn. Wel is tussen partijen in geschil op welke doordeweekse dagen de kinderen iedere week bij de man zullen verblijven. De vrouw verzoekt te bepalen dat de kinderen iedere week van maandagmiddag tot dinsdagmiddag bij de man zullen verblijven, terwijl de man verzoekt te bepalen dat de kinderen iedere week van maandagmiddag tot woensdagmiddag bij hem zullen verblijven. Op de zitting is besproken dat de man hiermee bedoelt dat de kinderen woensdag na school weer bij de vrouw zullen verblijven. Omdat partijen hierover geen overeenstemming hebben kunnen bereiken, zal de rechtbank de knoop doorhakken en bepalen dat de kinderen iedere week van maandagmiddag na school tot woensdagochtend naar school bij de man zullen verblijven. Hiertoe overweegt de rechtbank dat zij het van belang acht dat de kinderen voldoende tijd bij beide ouders kunnen doorbrengen. Niet is gebleken dat de man niet in staat is om voor de kinderen te zorgen. Bovendien is de vrouw op deze manier alsnog in staat om – zoals zij wenst – de woensdagmiddag met de kinderen door te brengen. Vervangende toestemming emotietherapie Gebleken is dat de man inmiddels toestemming heeft verleend voor de emotietherapie.