Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-15
ECLI:NL:RBDHA:2026:12170
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,612 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12170 text/xml public 2026-06-01T15:14:08 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-15 24/3339 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12170 text/html public 2026-06-01T15:13:37 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12170 Rechtbank Den Haag , 15-05-2026 / 24/3339 Het college heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning die voorziet in een wijziging van de parkeeroplossing van een eerder verleende omgevingsvergunning mogen weigeren. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/3339 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats], eiseres (gemachtigde: mr. J. Geelhoed), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (gemachtigde: P. Yildrim). Als derde partijen nemen aan het geding deel: [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , uit [woonplaats] (belanghebbenden). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de weigering van het college om een omgevingsvergunning te verlenen die voorziet in een wijziging van de parkeeroplossing die ten grondslag ligt aan omgevingsvergunningen voor het realiseren van een extra bouwlaag op de woningen aan de [straatnaam 1] [huisnummers] en [straatnaam 2] [huisnummer]. Eiseres is het niet eens met deze weigering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van het college. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de gevraagde omgevingsvergunning heeft mogen weigeren. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 17 november 2022 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de parkeeroplossing die ten grondslag ligt aan eerder vergunde woningen aan de [straatnaam 1] [huisnummers] en [straatnaam 2] [huisnummer]. Het college heeft deze omgevingsvergunning geweigerd met het besluit van 20 februari 2023. Met het bestreden besluit van 18 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met verweerschriften van 17 maart 2025 en 25 oktober 2025. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens eiseres: ir. [naam], bijgestaan door de gemachtigde van eiseres. Verder hebben aan de zitting deelgenomen: de gemachtigde van het college en belanghebbenden. 2.3. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst en het college en belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een schriftelijke reactie in te dienen. Het college en belanghebbenden hebben van deze gelegenheid gebruikgemaakt. Ook eiseres heeft een schriftelijke reactie ingediend. 2.4. Op verzoek van eiseres heeft de rechtbank vervolgens op 6 mei 2026 een tweede zitting gehouden. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het college en beide belanghebbenden. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit 3. Het college heeft op 13 juli 2021 aan eiseres een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een extra woonlaag op de hiervoor genoemde adressen, ten behoeve van in totaal vijf woningen. Het college heeft naar aanleiding van daartoe strekkende aanvragen van eiseres twee omgevingsvergunningen verleend voor het gewijzigd uitvoeren van het eerdere vergunde bouwplan. De aanvraag van eiseres waar deze procedure over gaat is een derde aanvraag tot wijziging van de verleende omgevingsvergunningen. Deze aanvraag heeft geen betrekking op een wijziging van het bouwplan, maar omvat het verzoek aan het college om het al vergunde bouwplan te toetsen aan de Nota parkeernormen 2021, in plaats van aan de Nota parkeernormen 2011. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat al een parkeeroplossing is vergund in de eerdere omgevingsvergunningen. 3.1. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het afwijzende besluit. Volgens haar zou het bouwplan met toepassing van de Nota parkeernormen 2021 kunnen worden vrijgesteld van de verplichting om op eigen terrein parkeergelegenheid te realiseren. 3.2. Met het bestreden besluit van 18 maart 2024 is het college bij haar besluit gebleven. Het college acht daarin met name van belang dat uit de aanvraag blijkt dat er geen wijzigingen worden aangebracht in het pand en ook het gebruik niet wijzigt. Het is eiseres alleen te doen om de reeds verleende vergunningen in ongewijzigde vorm te toetsen aan de nieuwe Nota parkeernormen, aldus het college. Het college wil daaraan geen medewerking verlenen. Procesbelang 4. Het college heeft in het verweerschrift van 17 maart 2025 de vraag opgeworpen of eiseres nog wel procesbelang heeft bij het beroep. In dat verband wijst het college erop dat het niet duidelijk is of eiseres nog eigenaar is van de panden waarop de omgevingsvergunning ziet. 4.1. De rechtbank overweegt het volgende. Procesbelang is het belang dat een eiser heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de eiser voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de eiser van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft de eiser die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. 4.2. Eiseres heeft toegelicht dat de appartementen weliswaar zijn verkocht, maar dat de huurovereenkomsten van de parkeerplaatsen nog op haar naam staan. Het college heeft ter zitting desgevraagd niet uitgesloten dat eiseres aangemerkt zou kunnen worden als overtreder bij een handhavingsverzoek over de beschikbaarheid van parkeerplaatsen die zijn betrokken bij het verlenen van de eerdere omgevingsvergunningen, waarvan wijziging wordt gevraagd. Daarmee is het procesbelang naar het oordeel van de rechtbank gegeven. De rechtbank zal het beroep daarom inhoudelijk beoordelen. Overgangsrecht Omgevingswet 5. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 17 november 2022. Dat betekent dat in dit geval het recht, waaronder de Wabo, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Aanvraag gewijzigde parkeeroplossing 6. Eiseres betoogt dat het college de aanvraag had moeten toetsen aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021. Dat zou volgens eiseres tot gevolg hebben dat het bouwplan alsnog wordt vrijgesteld van de verplichting om parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein, en daarmee ook van de vergunde alternatieve parkeeroplossing (het huren van parkeerplaatsen in de directe omgeving). Volgens eiseres is het niet noodzakelijk om bouwkundige wijzigingen aan te brengen in de aanvraag om de aanvraag aan de nieuwe Nota parkeernormen te toetsen. Ook heeft het college ten onrechte geen gewicht toegekend aan het gegeven dat de eerdere omgevingsvergunningen nog niet onherroepelijk zijn. In dat verband verwijst eiseres naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 september 2022. 6.1. Het college stelt zich op het standpunt dat in de aanvraag van eiseres geen wijziging wordt aangevraagd, maar enkel wordt gevraagd om het eerder vergunde bouwplan te toetsen aan de nieuwe Nota Parkeernormen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12170 text/xml public 2026-06-01T15:14:08 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-15 24/3339 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12170 text/html public 2026-06-01T15:13:37 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12170 Rechtbank Den Haag , 15-05-2026 / 24/3339 Het college heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning die voorziet in een wijziging van de parkeeroplossing van een eerder verleende omgevingsvergunning mogen weigeren. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/3339 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats], eiseres (gemachtigde: mr. J. Geelhoed), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (gemachtigde: P. Yildrim). Als derde partijen nemen aan het geding deel: [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , uit [woonplaats] (belanghebbenden). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de weigering van het college om een omgevingsvergunning te verlenen die voorziet in een wijziging van de parkeeroplossing die ten grondslag ligt aan omgevingsvergunningen voor het realiseren van een extra bouwlaag op de woningen aan de [straatnaam 1] [huisnummers] en [straatnaam 2] [huisnummer]. Eiseres is het niet eens met deze weigering. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van het college. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de gevraagde omgevingsvergunning heeft mogen weigeren. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 17 november 2022 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de parkeeroplossing die ten grondslag ligt aan eerder vergunde woningen aan de [straatnaam 1] [huisnummers] en [straatnaam 2] [huisnummer]. Het college heeft deze omgevingsvergunning geweigerd met het besluit van 20 februari 2023. Met het bestreden besluit van 18 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met verweerschriften van 17 maart 2025 en 25 oktober 2025. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens eiseres: ir. [naam], bijgestaan door de gemachtigde van eiseres. Verder hebben aan de zitting deelgenomen: de gemachtigde van het college en belanghebbenden. 2.3. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst en het college en belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een schriftelijke reactie in te dienen. Het college en belanghebbenden hebben van deze gelegenheid gebruikgemaakt. Ook eiseres heeft een schriftelijke reactie ingediend. 2.4. Op verzoek van eiseres heeft de rechtbank vervolgens op 6 mei 2026 een tweede zitting gehouden. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het college en beide belanghebbenden. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit 3. Het college heeft op 13 juli 2021 aan eiseres een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een extra woonlaag op de hiervoor genoemde adressen, ten behoeve van in totaal vijf woningen. Het college heeft naar aanleiding van daartoe strekkende aanvragen van eiseres twee omgevingsvergunningen verleend voor het gewijzigd uitvoeren van het eerdere vergunde bouwplan. De aanvraag van eiseres waar deze procedure over gaat is een derde aanvraag tot wijziging van de verleende omgevingsvergunningen. Deze aanvraag heeft geen betrekking op een wijziging van het bouwplan, maar omvat het verzoek aan het college om het al vergunde bouwplan te toetsen aan de Nota parkeernormen 2021, in plaats van aan de Nota parkeernormen 2011. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat al een parkeeroplossing is vergund in de eerdere omgevingsvergunningen. 3.1. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het afwijzende besluit. Volgens haar zou het bouwplan met toepassing van de Nota parkeernormen 2021 kunnen worden vrijgesteld van de verplichting om op eigen terrein parkeergelegenheid te realiseren. 3.2. Met het bestreden besluit van 18 maart 2024 is het college bij haar besluit gebleven. Het college acht daarin met name van belang dat uit de aanvraag blijkt dat er geen wijzigingen worden aangebracht in het pand en ook het gebruik niet wijzigt. Het is eiseres alleen te doen om de reeds verleende vergunningen in ongewijzigde vorm te toetsen aan de nieuwe Nota parkeernormen, aldus het college. Het college wil daaraan geen medewerking verlenen. Procesbelang 4. Het college heeft in het verweerschrift van 17 maart 2025 de vraag opgeworpen of eiseres nog wel procesbelang heeft bij het beroep. In dat verband wijst het college erop dat het niet duidelijk is of eiseres nog eigenaar is van de panden waarop de omgevingsvergunning ziet. 4.1. De rechtbank overweegt het volgende. Procesbelang is het belang dat een eiser heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de eiser voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de eiser van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft de eiser die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. 4.2. Eiseres heeft toegelicht dat de appartementen weliswaar zijn verkocht, maar dat de huurovereenkomsten van de parkeerplaatsen nog op haar naam staan. Het college heeft ter zitting desgevraagd niet uitgesloten dat eiseres aangemerkt zou kunnen worden als overtreder bij een handhavingsverzoek over de beschikbaarheid van parkeerplaatsen die zijn betrokken bij het verlenen van de eerdere omgevingsvergunningen, waarvan wijziging wordt gevraagd. Daarmee is het procesbelang naar het oordeel van de rechtbank gegeven. De rechtbank zal het beroep daarom inhoudelijk beoordelen. Overgangsrecht Omgevingswet 5. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 17 november 2022. Dat betekent dat in dit geval het recht, waaronder de Wabo, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Aanvraag gewijzigde parkeeroplossing 6. Eiseres betoogt dat het college de aanvraag had moeten toetsen aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021. Dat zou volgens eiseres tot gevolg hebben dat het bouwplan alsnog wordt vrijgesteld van de verplichting om parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein, en daarmee ook van de vergunde alternatieve parkeeroplossing (het huren van parkeerplaatsen in de directe omgeving). Volgens eiseres is het niet noodzakelijk om bouwkundige wijzigingen aan te brengen in de aanvraag om de aanvraag aan de nieuwe Nota parkeernormen te toetsen. Ook heeft het college ten onrechte geen gewicht toegekend aan het gegeven dat de eerdere omgevingsvergunningen nog niet onherroepelijk zijn. In dat verband verwijst eiseres naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 september 2022. 6.1. Het college stelt zich op het standpunt dat in de aanvraag van eiseres geen wijziging wordt aangevraagd, maar enkel wordt gevraagd om het eerder vergunde bouwplan te toetsen aan de nieuwe Nota Parkeernormen.
Volledig
Omdat er voor dit bouwplan al een omgevingsvergunning is verleend, ziet het college geen reden om van de daarmee vergunde parkeeroplossing af te wijken. Verder geldt volgens het college dat ook inhoudelijk gezien niet wordt voldaan aan de gestelde eisen in de nieuwe Nota Parkeernormen, omdat geen sprake is van een verbouwplan of transformatieproject. 6.2. De rechtbank overweegt het volgende. In het aanvraagformulier is de activiteit “handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” aangevraagd. Eiseres heeft in de projectomschrijving toegelicht dat het gaat om “het wijzigen van de parkeeroplossing voor de eerder vergunde woningen”. Bij de eerder verleende omgevingsvergunningen is ten behoeve van het parkeren in afwijking van artikel 5.1, onder a, van het bestemmingsplan “Parapluherziening (fiets)parkeren” en met toepassing van artikel 6 onder a, sub 1, van datzelfde bestemmingsplan een aantal parkeerplaatsen niet op eigen terrein vergund. In plaats daarvan is gekozen voor deelmobiliteit en de huur van parkeerplaatsen in de directe omgeving. Eiseres heeft de aanvraag ingediend als zelfstandige nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning die voorziet in het handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening, waarbij toepassing wordt gegeven aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021. 6.3. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. 6.4. De rechtbank is van oordeel dat het college heeft mogen weigeren om ten behoeve van het al gerealiseerde bouwplan opnieuw vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan “Parapluherziening (fiets)parkeren”. Daartoe overweegt de rechtbank dat de aanvraag niet voorziet in enige wijziging van het inmiddels al gerealiseerde bouwplan. Het bouwplan omvat dus ook geen wijziging die relevant kan zijn voor de parkeerbehoefte van de vergunde vijf woningen. De rechtbank kan het college daarmee volgen in het standpunt dat het enkele feit dat de Nota parkeernormen is gewijzigd onvoldoende is om medewerking te verlenen om het gevraagde afwijkende gebruik te vergunnen. Daarbij heeft het college in aanmerking kunnen nemen dat er al omgevingsvergunningen zijn verleend, die voorzien in een parkeeroplossing in afwijking van het bestemmingsplan “Parapluherziening (fiets)parkeren”. 6.5. De door eiseres aangehaalde rechtspraak geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. De door haar aangehaalde uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 februari 2025 heeft betrekking op een gewijzigd bouwplan. De wijziging voorziet in toevoeging van woningen met gevolgen voor de parkeereis. De voorliggende situatie is ook niet vergelijkbaar met de door eiseres aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 25 september 2025 , omdat daar een wijziging van een bouwplan aan de orde was, waarbij voorziene parkeerplaatsen werden verplaatst. De door eiseres aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 7 september 2022 is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant, omdat die betrekking heeft op de mogelijkheid van een ondergeschikte wijziging van een bouwplan, zonder dat een nieuwe aanvraag is vereist. In de voorliggende zaak is een nieuwe aanvraag gedaan. 6.6. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. ECLI:NL:RVS:2022:2631. Als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2411). ECLI:NL:RBROT:2025:2182. ECLI:NL:RVS:2025:2853. ECLI:NL:RVS:2022:2631.
Volledig
Omdat er voor dit bouwplan al een omgevingsvergunning is verleend, ziet het college geen reden om van de daarmee vergunde parkeeroplossing af te wijken. Verder geldt volgens het college dat ook inhoudelijk gezien niet wordt voldaan aan de gestelde eisen in de nieuwe Nota Parkeernormen, omdat geen sprake is van een verbouwplan of transformatieproject. 6.2. De rechtbank overweegt het volgende. In het aanvraagformulier is de activiteit “handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” aangevraagd. Eiseres heeft in de projectomschrijving toegelicht dat het gaat om “het wijzigen van de parkeeroplossing voor de eerder vergunde woningen”. Bij de eerder verleende omgevingsvergunningen is ten behoeve van het parkeren in afwijking van artikel 5.1, onder a, van het bestemmingsplan “Parapluherziening (fiets)parkeren” en met toepassing van artikel 6 onder a, sub 1, van datzelfde bestemmingsplan een aantal parkeerplaatsen niet op eigen terrein vergund. In plaats daarvan is gekozen voor deelmobiliteit en de huur van parkeerplaatsen in de directe omgeving. Eiseres heeft de aanvraag ingediend als zelfstandige nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning die voorziet in het handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening, waarbij toepassing wordt gegeven aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021. 6.3. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. 6.4. De rechtbank is van oordeel dat het college heeft mogen weigeren om ten behoeve van het al gerealiseerde bouwplan opnieuw vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan “Parapluherziening (fiets)parkeren”. Daartoe overweegt de rechtbank dat de aanvraag niet voorziet in enige wijziging van het inmiddels al gerealiseerde bouwplan. Het bouwplan omvat dus ook geen wijziging die relevant kan zijn voor de parkeerbehoefte van de vergunde vijf woningen. De rechtbank kan het college daarmee volgen in het standpunt dat het enkele feit dat de Nota parkeernormen is gewijzigd onvoldoende is om medewerking te verlenen om het gevraagde afwijkende gebruik te vergunnen. Daarbij heeft het college in aanmerking kunnen nemen dat er al omgevingsvergunningen zijn verleend, die voorzien in een parkeeroplossing in afwijking van het bestemmingsplan “Parapluherziening (fiets)parkeren”. 6.5. De door eiseres aangehaalde rechtspraak geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. De door haar aangehaalde uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 februari 2025 heeft betrekking op een gewijzigd bouwplan. De wijziging voorziet in toevoeging van woningen met gevolgen voor de parkeereis. De voorliggende situatie is ook niet vergelijkbaar met de door eiseres aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 25 september 2025 , omdat daar een wijziging van een bouwplan aan de orde was, waarbij voorziene parkeerplaatsen werden verplaatst. De door eiseres aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 7 september 2022 is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant, omdat die betrekking heeft op de mogelijkheid van een ondergeschikte wijziging van een bouwplan, zonder dat een nieuwe aanvraag is vereist. In de voorliggende zaak is een nieuwe aanvraag gedaan. 6.6. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. ECLI:NL:RVS:2022:2631. Als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2411). ECLI:NL:RBROT:2025:2182. ECLI:NL:RVS:2025:2853. ECLI:NL:RVS:2022:2631.