Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-01-08
ECLI:NL:RBDHA:2026:1209
Rechtbank den haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/694256 / KG ZA 25-1099 Vonnis in kort geding van 8 januari 2026 in de zaak van FARO BENELUX B.V. te Eindhoven, eiseres, advocaten mrs. M.G.A.M. Custers, M. Jongejans en T.Z.A. Hogenboom te Amsterdam, tegen: DE POLITIE te Den Haag, gedaagde, advocaten mrs. V. Jasarevic en S. Schut te Zwolle, waarin is tussengekomen: LEICA GEOSYSTEMS B.V. te Wateringen, advocaat mrs. S.H. Janssen en F.B. Toet te Amsterdam. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Faro’, ‘de Politie’ en ‘Leica’. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 10 november 2025, met producties 1 tot en met 11; - de incidentele conclusie van Leica tot tussenkomst; - de schriftelijke reactie op de dagvaarding van de Politie, met producties a tot en met e; - de op 11 december 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op uiterlijk 14 januari 2026. 2 Het incident tot tussenkomst 2.1. Leica heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Faro en de Politie. Ter zitting hebben Faro en de Politie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Leica is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen. 3 De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 3.1. De Staat heeft een aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering en het beheer van 3D laserscanapparatuur, inclusief accessoires en bijbehorend onderhoud (hierna: ‘de Opdracht’). 3.2. Uit paragraaf 1.1 van de ten behoeve van deze aanbesteding opgestelde Inschrijvingsleidraad van 12 mei 2025 volgt dat de Politie voornemens is met de winnende inschrijver een raamovereenkomst te sluiten met een initiële looptijd van twee jaar, zulks met de mogelijkheid om deze overeenkomst vijf keer met maximaal twaalf maanden te verlengen. In paragraaf 1.1 van de Inschrijvingsleidraad valt verder te lezen dat de Politie verwacht gedurende de looptijd van de raamovereenkomst circa vijf laserscanapparaten per jaar af te nemen en voorts dat een inschrijver zich met het indienen van een inschrijving akkoord verklaart met al het gestelde in de aanbestedingsstukken. 3.3. In paragraaf 2.3 van de Inschrijvingsleidraad valt te lezen dat de Opdracht wordt gegund op basis van het gunningscriterium beste prijs-kwaliteitsverhouding. Uit paragraaf 2.1 van de Inschrijvingsleidraad volgt dat in dat verband een evaluatieprijs wordt gehanteerd. Daarbij gaat het om een Total Cost of Ownership (TCO), die wordt berekend op basis van geprognosticeerde aantallen. Daarbij geldt een prijsplafond van € 3.500.000,--, exclusief BTW. Inschrijvers die een evaluatieprijs aanbieden boven dit prijsplafond worden uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Ook de maximale opdrachtwaarde in deze aanbesteding bedraagt € 3.500.000,--, exclusief BTW. 3.4. In paragraaf 4 van de Inschrijvingsleidraad is een aantal voorschriften opgenomen waaraan inschrijvers op straffe van uitsluiting van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure moeten voldoen. Ten aanzien van de prijsstelling gelden onder meer de volgende voorschriften: de aangeboden prijzen moeten marktconform zijn; de aangeboden prijzen moeten gelijk zijn aan de geldende catalogusprijs/landelijke prijslijst en dit moet bij inschrijving worden aangetoond door het uploaden van een prijslijst via het aanbestedingsplatform; voor de onderdelen A, B en C van het prijzenblad (zie hierna onder 3.10) moeten kortingspercentages gelijk aan of hoger dan 0% worden aangeboden en deze kortingspercentages gelden voor de gehele looptijd van de raam Faro heeft de Politie op 5 november 2025 onder meer als volgt bericht: “Wij hebben geconstateerd dat de RCT60 niet voldoet aan de gestelde temperatuureisen van -10 tot +45 graden Celsius (…) Volgens de officiële technische documentatie van Leica is het werkbereik van de RCT360 beperkt tot een temperatuurbereik van -5º tot +40ºC. Voor zover bij ons bekend, biedt Leica geen accessoire aan waarmee dit bereik kan worden uitgebreid tot de vereisten van de politie. In onze offerte hebben wij daarom een thermal cover opgenomen, zodat de FARO Focus aan deze eis kan voldoen. Wij vroegen ons af of dit punt ook door de politie is opgemerkt.” 3.16. Op 8 december 2025 heeft de Politie Faro in reactie op het bericht van 5 november 2025 onder meer als volgt bericht: 4 Het geschil 4.1. Faro vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: - de Politie op straffe van een dwangsom te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, Leica uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure en – voor zover zij nog tot gunning wenst over te gaan – de Opdracht te gunnen aan Faro; subsidiair: - de Politie op straffe van een dwangsom te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, de aanbesteding te staken en een nieuwe aanbesteding uit te schrijven; meer subsidiair: - in goede justitie een voorziening te treffen, zowel primair, subsidiair als meer subsidiair met veroordeling van de Politie in de proceskosten. 4.2. Daartoe voert Faro – samengevat – het volgende aan. Leica heeft volgens Faro bij inschrijving niet althans niet op de voorgeschreven wijze, dat wil zeggen aan de hand van datasheets en/of interne dan wel externe keuringsrapporten, aangetoond dat haar laserscanner voldoet aan het in de Producteisen gestelde temperatuurvereiste. Meer in het bijzonder heeft Leica volgens Faro niet aangetoond dat haar scanner ook deugdelijk functioneert bij temperaturen tussen +40 en +45 graden Celsius. De inschrijving van Leica dient vanwege het niet voldoen aan deze producteis te worden uitgesloten. Daarnaast stelt Faro dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat Leica een irreële inschrijving heeft gedaan althans heeft ingeschreven met niet-marktconforme prijs. Daarbij wijst Faro erop dat de evaluatieprijs van Leica respectievelijk 42,78% en 63,49% lager ligt dan de evaluatieprijzen van de door haar aangeboden laserscanners. De evaluatieprijs van Leica komt neer op een prijs van ongeveer € 41.515,58 per scanner. Dit is volgens Faro een abnormaal lage prijs, aangezien – rekening houdend met een inflatiecorrectie – diezelfde laserscanner een prijs moet hebben van € 63.283,99. Dit grote prijsverschil laat zich volgens Faro niet rationeel verklaren. Voor zover wordt geoordeeld dat geen sprake is van een irreële inschrijving, stelt Faro dat Leica niet met een marktconforme prijs heeft ingeschreven. Daarbij sluit Faro aan bij de volgens haar in het normale taalgebruik gangbare betekenis van het begrip marktconforme prijs, zijnde een prijs die vergelijkbaar moet zijn met de prijzen die andere aanbieders van soortgelijke producten of diensten rekenen en die vanuit kostenperspectief realistisch en verdedigbaar is. Ter zitting heeft Faro in lijn met haar bericht van 23 oktober 2025 voorts nog betoogd dat Leica een niet-bestaand onderhoudspakket heeft aangeboden, terwijl zij daartoe op grond van het bepaalde in paragraaf 4 van de Inschrijvingsleidraad wel gehouden was, en dat de Politie dus niet de marktconformiteit van een bestaand onderhoudspakket heeft getoetst. Volgens Faro voldoet uitsluitend het onderhoudspakket ‘Gold’ van Leica aan de gestelde eisen, omdat alleen in dit pakket tijdens onderhoud vervangende apparatuur wordt aangeboden. Om die reden had de Politie de marktconformiteit van dit pakket moeten toetsen. 4.3. De Politie handelt naar de mening van Faro in strijd met het gelijkheidsbeginsel door Leica op grond van het voorgaande niet uit te sluiten van verdere deel In de eveneens door Leica bij haar inschrijving overgelegde toelichting/verklaring valt onder meer het volgende te lezen: Met de Politie constateert de voorzieningenrechter dat uit deze toelichting/verklaring volgt dat Leica de door haar aangeboden laserscanner meermaals in een klimaatkamer heeft getest en dat deze testen hebben uitgewezen dat deze laserscanner eveneens deugdelijk functioneert bij temperaturen tussen +40 en +45 graden Celsius. De Politie stelt terecht dat zij in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de inschrijving van Leica en dus eveneens van de juistheid van de inhoud van de toelichting/verklaring van Leica, die van die inschrijving deel uitmaakt. Uit de productiespecificatie bezien in samenhang met deze toelichting/verklaring, heeft de Politie in redelijkheid kunnen en mogen concluderen dat dat de door Leica aangeboden laserscanner aan het gestelde temperatuurvereiste voldoet. Daar komt bij dat de Politie naar aanleiding van de door Faro uitgebrachte dagvaarding (onverplicht) nog een aantal verduidelijkingsvragen aan Leica heeft gesteld. Leica heeft in het kader van de beantwoording van die verduidelijkingsvragen nogmaals bevestigd dat haar laserscanner aan het gestelde temperatuurvereiste voldoet. Een en ander betekent dat de Politie niet gehouden was om Leica vanwege het niet voldoen aan het temperatuurvereiste van verdere deelname aan deze aanbesteding uit te sluiten en evenmin om ter zake verdergaand onderzoek te verrichten. Irreële inschrijving/niet-marktconforme prijzen 5.4. Vervolgens komt de voorzieningenrechter toe aan het betoog van Faro dat Leica een irreële inschrijving heeft gedaan dan wel heeft ingeschreven met niet-marktconforme prijzen en dat zij om die reden van verdere deelname aan de aanbesteding moet worden uitgesloten. Aan beide stellingen legt Faro – kort gezegd – ten grondslag dat Leica met abnormaal lage prijzen heeft ingeschreven. Faro vergelijkt daarbij de evaluatieprijs van de inschrijving van Leica met de evaluatieprijzen van haar eigen inschrijvingen en verwijst naar een prijslijst van Leica uit 2023. 5.5. De voorzieningenrechter volgt Leica in dit betoog evenmin. In paragraaf 4 van de Inschrijvingsleidraad is bepaald dat de door een inschrijver op het prijzenblad ingevulde prijzen gelijk dienen te zijn aan de prijzen die de desbetreffende inschrijver in zijn catalogus/prijslijst hanteert. Ten bewijze hiervan dient een inschrijver bij zijn inschrijving een prijslijst te uploaden. Leica stelt dat zij op het prijzenblad prijzen heeft ingevuld die overeenstemmen met de thans door haar gehanteerde catalogusprijzen. De Politie heeft bevestigd dat zij dit aan de hand van de door Leica bij haar inschrijving verstrekte prijslijst heeft geverifieerd. Er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de Politie die verificatie niet of niet juist heeft uitgevoerd. Faro heeft daartoe volstrekt onvoldoende gesteld. Faro heeft in dat verband aangevoerd dat Leica niet met een bestaand onderhoudspakket heeft ingeschreven. Faro miskent daarmee dat de aanbestedingsstukken inschrijvers daartoe ook niet verplichten. De Politie heeft hierin immers het verlangde onderhoud functioneel uitgevraagd en daarmee stond het inschrijvers vrij om dit onderhoud naar eigen inzicht vorm te geven. Leica heeft toegelicht dat zij een onderhoudspakket ‘op maat’ heeft aangeboden, dat volledig aansluit op de functionele uitvraag. Daarbij gaat het volgens Leica om een standaard onderhoudspakket, waaraan zij verschillende losse elementen heeft toegevoegd, waaronder een vervangende laserscanner tijdens onderhoud. Elk toegevoegd element heeft volgens Leica een vooraf vastgestelde prijs, die terug te vinden is op de door haar bij inschrijving geüploade prijslijst, hetgeen de Politie heeft bevestigd. Dat – zoals Faro stelt – Leica een onderhoudsplan met een (te) beperkte dekking heeft aangeboden, is in het licht van het voorgaande door Faro ook onvoldoende aannemelijk gemaakt. 5.6. De Politie heeft daarnaast toeg