Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2026:11885
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,038 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11885 text/xml public 2026-05-15T09:42:09 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-02 C/09/695262 / FA RK 25-8962 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11885 text/html public 2026-05-15T09:41:51 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11885 Rechtbank Den Haag , 02-04-2026 / C/09/695262 / FA RK 25-8962 Gezag Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-8962 Zaaknummer: C/09/695262 Datum beschikking: 2 april 2026 Gezag Beschikking op het op 26 november 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A. Schellekens te Bodegraven. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.M. van Essen te Woerden. Procedure Bij beschikking van 23 december 2025 is de moeder toestemming verleend – welke de toestemming van de vader vervangt – om [minderjarige 1] van 25 december 2025 tot en met 31 december 2025 met de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] te laten reizen naar [plaats] , [land 1] . Daarbij is de behandeling van het verzoek tot wijziging van het gezag en de proceskosten pro forma aangehouden. De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook: - het F9-bericht van de moeder van 15 december 2025, met bijlagen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Op 5 maart 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Beoordeling Gezag Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Inhoudelijke beoordeling De moeder verzoekt haar – met uitsluiting van de vader – met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna: de kinderen) te belasten en heeft daartoe het volgende naar voren gebracht. De vader heeft de kinderen in het verleden mishandeld, zowel fysiek als mentaal. Als gevolg daarvan is het contact tussen de vader en de kinderen ernstig verstoord geraakt. Op dit moment ontbreekt het contact zowel tussen de vader en de kinderen als tussen de ouders. Volgens de moeder willen de kinderen niet langer dat de vader gezagsbeslissingen over hen kan nemen. Bovendien houdt de vader gezagsbeslissingen tegen, zoals de vakantie van [minderjarige 1] naar [land 1] , hetgeen niet in het belang van de kinderen kan worden geacht. De vader betwist dat hij de kinderen heeft mishandeld. Hij stelt dat de kinderen de afgelopen jaren wisselend bij de ouders hebben gewoond. Ondanks dat zij op dit moment bij de moeder verblijven, valt dan ook niet uit te sluiten dat zij opnieuw bij de vader zullen intrekken. Volgens de vader heeft hij in de periodes dat de kinderen bij de moeder verbleven altijd contact gehouden met de kinderen. Echter, sinds de moeder onderhavige procedure is gestart, krijgt hij geen contact meer met hen. De vader heeft de wens het contact tussen hem en de kinderen weer te herstellen. Daarnaast is er volgens de vader vanaf 2011 al sprake van een lastige communicatie tussen de ouders. Desondanks zijn zij altijd tot een praktische oplossing gekomen. Gelet op het voorgaande bestaat er dan ook geen reden om het gezag van de vader te beëindigen. De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat het gezag over kinderen gezamenlijk door de ouders wordt uitgeoefend. Voor gezamenlijk gezag is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende grond bestaat om het ouderlijk gezag van de vader te beëindigen en overweegt daartoe als volgt. Sinds de relatie van de ouders is beëindigd (in 2011) is er al sprake van een gebrekkige communicatie tussen hen. Toch is het de ouders al die tijd, al dan niet met behulp van derden zoals de school van de kinderen en de huisarts, gelukt om uitvoering te geven aan het gezamenlijk gezag. Daarnaast is de rechtbank, anders dan de moeder betoogt, onvoldoende gebleken dat de vader gezagsbeslissingen in de weg staat. De vader heeft weliswaar geen toestemming willen geven voor de vakantie van [minderjarige 1] naar [land 1] , maar hij had hier zijn redenen voor. De vader heeft daarbij in het belang van [minderjarige 1] gedacht en vond de reis onder meer te vermoeiend voor haar. Het is zijn goed recht als gezaghebbende ouder om zijn eigen oordeel te hebben over zaken die de kinderen betreffen. Dat de vader gezag heeft betekent immers niet dat hij altijd moet instemmen met voorstellen van de moeder. Verder heeft de moeder op de zitting aangegeven dat [minderjarige 1] stiekem, zonder de toestemming van de vader, naar [land 2] is gereisd. Volgens de vader heeft [minderjarige 1] de reis naar [land 2] wel degelijk met hem overlegd. Wat daar ook van zij, [minderjarige 1] is naar [land 2] gegaan en daarmee is niet gebleken dat de vader een dergelijke gezagsbeslissing onnodig in de weg heeft gestaan. Tot slot is tijdens de kindgesprekken naar voren gekomen dat de kinderen zich zorgen maken dat bepaalde medische beslissingen over hen niet (op tijd) kunnen worden genomen en dat zij in hun aanstaande zomervakantie zullen worden belemmerd door de vader. De moeder heeft op de zitting uitdrukkelijk aangegeven dat er tot op heden geen medische behandelingen zijn vertraagd doordat de vader zijn toestemming niet heeft willen geven. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat de strijd tussen de ouders ervoor zorgt dat er op medische vlak problemen voor de kinderen ontstaan. Ten aanzien van de zomervakantie heeft de vader aangegeven open te staan voor een gesprek daarover. Het is aan de moeder, al dan niet samen met de kinderen, om daarover in overleg te treden met de vader. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wetgever en zij zal het verzoek van de moeder afwijzen. Voorts merkt de rechtbank op dat het aan de vader is om zich benaderbaar op te stellen tegenover de kinderen en initiatief te nemen in het contactherstel met hen. Zo wordt het voor de kinderen ook laagdrempeliger om contact met hem op te nemen als zij daar klaar voor zijn. Als er weer contact ontstaat tussen de kinderen en de vader, zal ook het onderlinge overleg makkelijker aan te gaan zijn.. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] Tegelijk met deze beschikking stuurt de rechtbank een brief aan de kinderen waarin zij de beslissing uitlegt. De inhoud van de brief luidt als volgt: Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , Op 4 maart hebben wij elkaar gesproken. Jullie hebben mij uitgelegd waarom jullie graag willen dat jullie moeder alleen het gezag over jullie heeft.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11885 text/xml public 2026-05-15T09:42:09 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-02 C/09/695262 / FA RK 25-8962 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11885 text/html public 2026-05-15T09:41:51 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11885 Rechtbank Den Haag , 02-04-2026 / C/09/695262 / FA RK 25-8962 Gezag Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-8962 Zaaknummer: C/09/695262 Datum beschikking: 2 april 2026 Gezag Beschikking op het op 26 november 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A. Schellekens te Bodegraven. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.M. van Essen te Woerden. Procedure Bij beschikking van 23 december 2025 is de moeder toestemming verleend – welke de toestemming van de vader vervangt – om [minderjarige 1] van 25 december 2025 tot en met 31 december 2025 met de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] te laten reizen naar [plaats] , [land 1] . Daarbij is de behandeling van het verzoek tot wijziging van het gezag en de proceskosten pro forma aangehouden. De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook: - het F9-bericht van de moeder van 15 december 2025, met bijlagen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Op 5 maart 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Beoordeling Gezag Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Inhoudelijke beoordeling De moeder verzoekt haar – met uitsluiting van de vader – met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna: de kinderen) te belasten en heeft daartoe het volgende naar voren gebracht. De vader heeft de kinderen in het verleden mishandeld, zowel fysiek als mentaal. Als gevolg daarvan is het contact tussen de vader en de kinderen ernstig verstoord geraakt. Op dit moment ontbreekt het contact zowel tussen de vader en de kinderen als tussen de ouders. Volgens de moeder willen de kinderen niet langer dat de vader gezagsbeslissingen over hen kan nemen. Bovendien houdt de vader gezagsbeslissingen tegen, zoals de vakantie van [minderjarige 1] naar [land 1] , hetgeen niet in het belang van de kinderen kan worden geacht. De vader betwist dat hij de kinderen heeft mishandeld. Hij stelt dat de kinderen de afgelopen jaren wisselend bij de ouders hebben gewoond. Ondanks dat zij op dit moment bij de moeder verblijven, valt dan ook niet uit te sluiten dat zij opnieuw bij de vader zullen intrekken. Volgens de vader heeft hij in de periodes dat de kinderen bij de moeder verbleven altijd contact gehouden met de kinderen. Echter, sinds de moeder onderhavige procedure is gestart, krijgt hij geen contact meer met hen. De vader heeft de wens het contact tussen hem en de kinderen weer te herstellen. Daarnaast is er volgens de vader vanaf 2011 al sprake van een lastige communicatie tussen de ouders. Desondanks zijn zij altijd tot een praktische oplossing gekomen. Gelet op het voorgaande bestaat er dan ook geen reden om het gezag van de vader te beëindigen. De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat het gezag over kinderen gezamenlijk door de ouders wordt uitgeoefend. Voor gezamenlijk gezag is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende grond bestaat om het ouderlijk gezag van de vader te beëindigen en overweegt daartoe als volgt. Sinds de relatie van de ouders is beëindigd (in 2011) is er al sprake van een gebrekkige communicatie tussen hen. Toch is het de ouders al die tijd, al dan niet met behulp van derden zoals de school van de kinderen en de huisarts, gelukt om uitvoering te geven aan het gezamenlijk gezag. Daarnaast is de rechtbank, anders dan de moeder betoogt, onvoldoende gebleken dat de vader gezagsbeslissingen in de weg staat. De vader heeft weliswaar geen toestemming willen geven voor de vakantie van [minderjarige 1] naar [land 1] , maar hij had hier zijn redenen voor. De vader heeft daarbij in het belang van [minderjarige 1] gedacht en vond de reis onder meer te vermoeiend voor haar. Het is zijn goed recht als gezaghebbende ouder om zijn eigen oordeel te hebben over zaken die de kinderen betreffen. Dat de vader gezag heeft betekent immers niet dat hij altijd moet instemmen met voorstellen van de moeder. Verder heeft de moeder op de zitting aangegeven dat [minderjarige 1] stiekem, zonder de toestemming van de vader, naar [land 2] is gereisd. Volgens de vader heeft [minderjarige 1] de reis naar [land 2] wel degelijk met hem overlegd. Wat daar ook van zij, [minderjarige 1] is naar [land 2] gegaan en daarmee is niet gebleken dat de vader een dergelijke gezagsbeslissing onnodig in de weg heeft gestaan. Tot slot is tijdens de kindgesprekken naar voren gekomen dat de kinderen zich zorgen maken dat bepaalde medische beslissingen over hen niet (op tijd) kunnen worden genomen en dat zij in hun aanstaande zomervakantie zullen worden belemmerd door de vader. De moeder heeft op de zitting uitdrukkelijk aangegeven dat er tot op heden geen medische behandelingen zijn vertraagd doordat de vader zijn toestemming niet heeft willen geven. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat de strijd tussen de ouders ervoor zorgt dat er op medische vlak problemen voor de kinderen ontstaan. Ten aanzien van de zomervakantie heeft de vader aangegeven open te staan voor een gesprek daarover. Het is aan de moeder, al dan niet samen met de kinderen, om daarover in overleg te treden met de vader. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wetgever en zij zal het verzoek van de moeder afwijzen. Voorts merkt de rechtbank op dat het aan de vader is om zich benaderbaar op te stellen tegenover de kinderen en initiatief te nemen in het contactherstel met hen. Zo wordt het voor de kinderen ook laagdrempeliger om contact met hem op te nemen als zij daar klaar voor zijn. Als er weer contact ontstaat tussen de kinderen en de vader, zal ook het onderlinge overleg makkelijker aan te gaan zijn.. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] Tegelijk met deze beschikking stuurt de rechtbank een brief aan de kinderen waarin zij de beslissing uitlegt. De inhoud van de brief luidt als volgt: Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , Op 4 maart hebben wij elkaar gesproken. Jullie hebben mij uitgelegd waarom jullie graag willen dat jullie moeder alleen het gezag over jullie heeft.