Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-07
ECLI:NL:RBDHA:2026:11365
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,226 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11365 text/xml public 2026-05-11T09:56:44 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 NL24.19761 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11365 text/html public 2026-05-11T09:55:50 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11365 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / NL24.19761 plakvovo – uitspraak gedaan op het beroep – verzoek afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL24.19761 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. P.R. van de Water) en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop In het besluit van 21 februari 2024 heeft verweerder bepaald dat verzoeker na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke Bescherming), en dat hij binnen vier weken na die datum moet terugkeren naar zijn land van herkomst. Verzoeker heeft op 5 maart 2024 tegen dit besluit beroep ingesteld. Op 28 maart 2024 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Met het besluit van 22 juli 2025 heeft verweerder een vervangend terugkeerbesluit genomen. Het verzoek om een voorlopige verzoening heeft van rechtswege mede betrekking op dit vervangende besluit. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.9191, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op grond van artikel 8:81, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11365 text/xml public 2026-05-11T09:56:44 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 NL24.19761 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11365 text/html public 2026-05-11T09:55:50 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11365 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / NL24.19761 plakvovo – uitspraak gedaan op het beroep – verzoek afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL24.19761 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. P.R. van de Water) en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop In het besluit van 21 februari 2024 heeft verweerder bepaald dat verzoeker na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke Bescherming), en dat hij binnen vier weken na die datum moet terugkeren naar zijn land van herkomst. Verzoeker heeft op 5 maart 2024 tegen dit besluit beroep ingesteld. Op 28 maart 2024 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Met het besluit van 22 juli 2025 heeft verweerder een vervangend terugkeerbesluit genomen. Het verzoek om een voorlopige verzoening heeft van rechtswege mede betrekking op dit vervangende besluit. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.9191, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op grond van artikel 8:81, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb.