Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-07
ECLI:NL:RBDHA:2026:11346
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,297 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11346 text/xml public 2026-05-11T09:08:16 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 AWB 25/586 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11346 text/html public 2026-05-11T09:07:40 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11346 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / AWB 25/586 niet-ontvankelijk, verzoek om een voorlopige voorziening, niet connex. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 25/586 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] , en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop 1. Bij besluit van 31 december 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. 2. Verzoeker heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 3. Op 12 augustus 2025 heeft verweerder op het bezwaar beslist. 4. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is. 6. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Evenmin is er beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar, terwijl de termijn daarvoor, bedragende vier weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar, inmiddels is verlopen. Er kan geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb (het aanmerken van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep). 7. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11346 text/xml public 2026-05-11T09:08:16 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 AWB 25/586 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11346 text/html public 2026-05-11T09:07:40 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11346 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / AWB 25/586 niet-ontvankelijk, verzoek om een voorlopige voorziening, niet connex. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 25/586 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] , en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop 1. Bij besluit van 31 december 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. 2. Verzoeker heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 3. Op 12 augustus 2025 heeft verweerder op het bezwaar beslist. 4. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is. 6. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Evenmin is er beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar, terwijl de termijn daarvoor, bedragende vier weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar, inmiddels is verlopen. Er kan geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb (het aanmerken van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep). 7. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.