Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-08
ECLI:NL:RBDHA:2026:11084
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
2,178 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11084 text/xml public 2026-05-08T15:10:28 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-08 NL26.19376 Uitspraak Vereenvoudigde behandeling NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11084 text/html public 2026-05-08T15:09:52 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11084 Rechtbank Den Haag , 08-05-2026 / NL26.19376 BNT asiel RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.19376 en NL26.19364 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer] gezamenlijk: eisers, (gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvragen van 25 maart 2024. 1.1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvragen te beslissen is verstreken. Eisers hebben de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eisers hebben vervolgens beroep ingesteld. 3. De beroepen zijn ontvankelijk en kennelijk gegrond. 4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvragen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van zestien weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak. 5. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op. 6. De rechtbank bepaalt in deze zaken dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvragen neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Conclusie en gevolgen 7. De beroepen zijn kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister zestien weken de tijd krijgt om alsnog op de aanvragen te beslissen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd. 8. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Omdat er sprake is van samenhang stelt de rechtbank deze kosten vast op € 467,-. Beslissing De rechtbank: verklaart de beroepen gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt de minister op om binnen zestien weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog besluiten op de aanvragen bekend te maken; bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. ECLI:NL:RVS:2020:1560. ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353. Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11084 text/xml public 2026-05-08T15:10:28 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-08 NL26.19376 Uitspraak Vereenvoudigde behandeling NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11084 text/html public 2026-05-08T15:09:52 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11084 Rechtbank Den Haag , 08-05-2026 / NL26.19376 BNT asiel RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.19376 en NL26.19364 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer] gezamenlijk: eisers, (gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvragen van 25 maart 2024. 1.1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvragen te beslissen is verstreken. Eisers hebben de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eisers hebben vervolgens beroep ingesteld. 3. De beroepen zijn ontvankelijk en kennelijk gegrond. 4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvragen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van zestien weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak. 5. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op. 6. De rechtbank bepaalt in deze zaken dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvragen neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Conclusie en gevolgen 7. De beroepen zijn kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister zestien weken de tijd krijgt om alsnog op de aanvragen te beslissen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd. 8. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Omdat er sprake is van samenhang stelt de rechtbank deze kosten vast op € 467,-. Beslissing De rechtbank: verklaart de beroepen gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt de minister op om binnen zestien weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog besluiten op de aanvragen bekend te maken; bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb. Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. ECLI:NL:RVS:2020:1560. ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353. Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.