Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-07
ECLI:NL:RBDHA:2026:10990
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,127 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10990 text/xml public 2026-05-11T17:00:19 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 NL24.33106+07 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10990 text/html public 2026-05-08T10:20:44 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10990 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / NL24.33106+07 Asiel Libië - bedreigingen door gewapende groeperingen - risico op ernstige schade bij terugkeer - artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn - beroepen ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: NL24.33106 en NL24.33107 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaken tussen [eiser 1], v-nummer: [nummer 1], eiser 1 [eiser 2] , v-nummer: [nummer 2], eiser 2 hierna samen: eisers, (gemachtigden: mr. G. van Reemst en mr. N. Kok), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. A. Bondarev). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 26 juli 2024 deze aanvragen afgewezen als ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten. De minister heeft verweerschriften ingediend. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigden van eisers, en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eisers hebben de Libische nationaliteit. Zij zijn broers van elkaar. Zij leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eiser 1 is al enige tijd professioneel voetballer. Hij stelt vanwege zijn werk als voetballer in februari of maart van 2021 te zijn klem gereden door een gewapende groepering. Hij is vervolgens door hen bedreigd, waarbij hij later de helft van zijn salaris, wat 40.000 dinar betreft, af heeft moeten staan. Later is hij door een onbekende beller telefonisch bedreigd met de vraag om 100.000 dinar af te staan. Hij is hierna meermaals telefonisch bedreigd. Bij terugkeer naar Libië vreest eiser 1 voor deze onbekende groeperingen en vreest op ieder willekeurig moment te kunnen worden blootgesteld aan beschietingen. Mocht dat niet zo zijn, dan vreest hij dood te zullen gaan aan psychische druk. 3.1. Eiser 2 is in 2021 professioneel voetballer geworden voor de [naam voetbalclub] voetbalclub. Twee maanden na het begin van zijn contract, werd zijn vader gebeld en werden er door een militie bedreigingen jegens eiser 2 geuit. Een aantal maanden later is door de militie geschoten op de auto waar eiser 2 in zat. Eiser 2 ging schuilen in een hotel en werd de volgende dag opgehaald door zijn vader. Hij werd echter heel ziek en het bleek dat hij suikerziekte had. Na vier dagen in het ziekenhuis en twee dagen thuis, is eiser 2 naar Tunesië gegaan. Hij heeft ongeveer een jaar op en neer gereisd tussen Libië en Tunesië tot hij uiteindelijk naar Malta vertrok toen hij een visum had geregeld. Op 28 december 2022 is eiser 2 uit Libië vertrokken. Bij terugkeer naar Libië vreest eiser 2 door de milities te worden ontvoerd en gemarteld. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser 1 bevat volgens de minister de volgende asielmotieven : 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Bedreigingen door een gewapende groepering. 4.1. Het asielrelaas van eiser 2 bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Bedreigingen en schietincident door een gewapende groepering. 4.2. De minister is van oordeel dat alle asielmotieven geloofwaardig zijn. De minister stelt zich echter op het standpunt dat eisers niet kunnen worden aangemerkt als vluchtelingen in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Eisers hebben volgens de minister geen gegronde vrees bij terugkeer. Ook hebben zij niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Libië een reëel risico lopen op ernstige schade. Daarbij heeft de minister zich in zijn verweerschriften van 13 oktober 2025 en 5 februari 2026 op het standpunt gesteld dat er in Tripoli sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in de laagste gradatie. Er is volgens de minister sprake van een relatief laag niveau van willekeurig geweld en eisers hebben niet met individuele omstandigheden aannemelijk gemaakt dat zij een reëel risico lopen om slachtoffer te worden van de lage mate van willekeurig geweld in Tripoli. De minister heeft de asielaanvragen van eisers afgewezen als ongegrond. Lopen eisers een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Libië vanwege gericht geweld? 5. Eisers voeren aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een reëel risico lopen bij terugkeer naar Libië nu zij doelwit zijn geworden van geweld. Zij voeren ten eerste aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij willekeurig zijn bedreigd. Eisers voeren aan dat zij in de negatieve belangstelling staan van milities en gewapende groeperingen omdat zij bekende profvoetballers waren en daarmee ook bekend is dat zij een aanzienlijk inkomen/vermogen hebben. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de situatie dat eisers niet precies weten door welke groeperingen zij zijn bedreigd, maakt dat afbreuk wordt gedaan aan de zwaarwegendheid. Verder heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat eisers zonder problemen Libië zijn in- en uitgereisd. Uit het algemeen ambtsbericht over Libië van februari 2023 blijkt dat gewapende groeperingen steekproefsgewijs controles uitvoeren op luchthavens. Ook voeren eisers aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet aannemelijk is dat de familieleden van eisers ook lastiggevallen zouden worden. 5.1. Ten aanzien van eiser 2 voeren eisers aan dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat eiser 2 in de periode september 2021 en het uiteindelijke vertrek uit Libië op 28 december 2022 heeft kunnen doorgaan met zijn dagelijkse bezigheden. Verder zijn eisers na het incident nooit lange periodes in Libië geweest. Eiser 2 heeft verklaard dat hij een paar dagen in Libië thuis bij familieleden bleef en dan terugkeerde naar Tunesië. Eiser 1 is, anders dan de minister stelt, na de incidenten niet meer terug gaan voetballen bij dezelfde voetbalclub. Ook voeren eisers aan dat van hen niet kan worden verlangd dat zij documenten overleggen, nu de milities en gewapende groeperingen niet werken met (officiële) documenten. Daar komt bij dat de bewijslast is omgekeerd en de minister aannemelijk moet maken dat de ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. 5.2. Verder voeren eisers aan dat zij nog steeds worden bedreigd op sociale media. Eisers hebben een uitdraai van de Tiktokpagina en Instagrampagina van eiser 2 overgelegd en een vertaling van de video’s waarop te lezen is dat eisers worden bedreigd met de dood als zij terugkeren naar Libië. Tot slot voeren eisers aan dat zij bij terugkeer te vrezen hebben, omdat zij al die jaren in het buitenland hebben verbleven en in Nederland een asielaanvraag hebben ingediend. Eisers verwijzen hierbij naar het algemeen ambtsbericht van Libië van juli 2025 , waaruit blijkt dat eisers bij terugkeer naar Libië te maken kunnen krijgen met langdurige ondervraging en daarbij een risico lopen op arrestatie, detentie, een oneerlijk proces, marteling of buitengerechtelijke executie. 6. Het betoog van eisers slaagt niet.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10990 text/xml public 2026-05-11T17:00:19 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 NL24.33106+07 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10990 text/html public 2026-05-08T10:20:44 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10990 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / NL24.33106+07 Asiel Libië - bedreigingen door gewapende groeperingen - risico op ernstige schade bij terugkeer - artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn - beroepen ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: NL24.33106 en NL24.33107 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaken tussen [eiser 1], v-nummer: [nummer 1], eiser 1 [eiser 2] , v-nummer: [nummer 2], eiser 2 hierna samen: eisers, (gemachtigden: mr. G. van Reemst en mr. N. Kok), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. A. Bondarev). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 26 juli 2024 deze aanvragen afgewezen als ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten. De minister heeft verweerschriften ingediend. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigden van eisers, en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eisers hebben de Libische nationaliteit. Zij zijn broers van elkaar. Zij leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eiser 1 is al enige tijd professioneel voetballer. Hij stelt vanwege zijn werk als voetballer in februari of maart van 2021 te zijn klem gereden door een gewapende groepering. Hij is vervolgens door hen bedreigd, waarbij hij later de helft van zijn salaris, wat 40.000 dinar betreft, af heeft moeten staan. Later is hij door een onbekende beller telefonisch bedreigd met de vraag om 100.000 dinar af te staan. Hij is hierna meermaals telefonisch bedreigd. Bij terugkeer naar Libië vreest eiser 1 voor deze onbekende groeperingen en vreest op ieder willekeurig moment te kunnen worden blootgesteld aan beschietingen. Mocht dat niet zo zijn, dan vreest hij dood te zullen gaan aan psychische druk. 3.1. Eiser 2 is in 2021 professioneel voetballer geworden voor de [naam voetbalclub] voetbalclub. Twee maanden na het begin van zijn contract, werd zijn vader gebeld en werden er door een militie bedreigingen jegens eiser 2 geuit. Een aantal maanden later is door de militie geschoten op de auto waar eiser 2 in zat. Eiser 2 ging schuilen in een hotel en werd de volgende dag opgehaald door zijn vader. Hij werd echter heel ziek en het bleek dat hij suikerziekte had. Na vier dagen in het ziekenhuis en twee dagen thuis, is eiser 2 naar Tunesië gegaan. Hij heeft ongeveer een jaar op en neer gereisd tussen Libië en Tunesië tot hij uiteindelijk naar Malta vertrok toen hij een visum had geregeld. Op 28 december 2022 is eiser 2 uit Libië vertrokken. Bij terugkeer naar Libië vreest eiser 2 door de milities te worden ontvoerd en gemarteld. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser 1 bevat volgens de minister de volgende asielmotieven : 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Bedreigingen door een gewapende groepering. 4.1. Het asielrelaas van eiser 2 bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Bedreigingen en schietincident door een gewapende groepering. 4.2. De minister is van oordeel dat alle asielmotieven geloofwaardig zijn. De minister stelt zich echter op het standpunt dat eisers niet kunnen worden aangemerkt als vluchtelingen in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Eisers hebben volgens de minister geen gegronde vrees bij terugkeer. Ook hebben zij niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Libië een reëel risico lopen op ernstige schade. Daarbij heeft de minister zich in zijn verweerschriften van 13 oktober 2025 en 5 februari 2026 op het standpunt gesteld dat er in Tripoli sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in de laagste gradatie. Er is volgens de minister sprake van een relatief laag niveau van willekeurig geweld en eisers hebben niet met individuele omstandigheden aannemelijk gemaakt dat zij een reëel risico lopen om slachtoffer te worden van de lage mate van willekeurig geweld in Tripoli. De minister heeft de asielaanvragen van eisers afgewezen als ongegrond. Lopen eisers een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Libië vanwege gericht geweld? 5. Eisers voeren aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een reëel risico lopen bij terugkeer naar Libië nu zij doelwit zijn geworden van geweld. Zij voeren ten eerste aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij willekeurig zijn bedreigd. Eisers voeren aan dat zij in de negatieve belangstelling staan van milities en gewapende groeperingen omdat zij bekende profvoetballers waren en daarmee ook bekend is dat zij een aanzienlijk inkomen/vermogen hebben. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de situatie dat eisers niet precies weten door welke groeperingen zij zijn bedreigd, maakt dat afbreuk wordt gedaan aan de zwaarwegendheid. Verder heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat eisers zonder problemen Libië zijn in- en uitgereisd. Uit het algemeen ambtsbericht over Libië van februari 2023 blijkt dat gewapende groeperingen steekproefsgewijs controles uitvoeren op luchthavens. Ook voeren eisers aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet aannemelijk is dat de familieleden van eisers ook lastiggevallen zouden worden. 5.1. Ten aanzien van eiser 2 voeren eisers aan dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat eiser 2 in de periode september 2021 en het uiteindelijke vertrek uit Libië op 28 december 2022 heeft kunnen doorgaan met zijn dagelijkse bezigheden. Verder zijn eisers na het incident nooit lange periodes in Libië geweest. Eiser 2 heeft verklaard dat hij een paar dagen in Libië thuis bij familieleden bleef en dan terugkeerde naar Tunesië. Eiser 1 is, anders dan de minister stelt, na de incidenten niet meer terug gaan voetballen bij dezelfde voetbalclub. Ook voeren eisers aan dat van hen niet kan worden verlangd dat zij documenten overleggen, nu de milities en gewapende groeperingen niet werken met (officiële) documenten. Daar komt bij dat de bewijslast is omgekeerd en de minister aannemelijk moet maken dat de ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. 5.2. Verder voeren eisers aan dat zij nog steeds worden bedreigd op sociale media. Eisers hebben een uitdraai van de Tiktokpagina en Instagrampagina van eiser 2 overgelegd en een vertaling van de video’s waarop te lezen is dat eisers worden bedreigd met de dood als zij terugkeren naar Libië. Tot slot voeren eisers aan dat zij bij terugkeer te vrezen hebben, omdat zij al die jaren in het buitenland hebben verbleven en in Nederland een asielaanvraag hebben ingediend. Eisers verwijzen hierbij naar het algemeen ambtsbericht van Libië van juli 2025 , waaruit blijkt dat eisers bij terugkeer naar Libië te maken kunnen krijgen met langdurige ondervraging en daarbij een risico lopen op arrestatie, detentie, een oneerlijk proces, marteling of buitengerechtelijke executie. 6. Het betoog van eisers slaagt niet.
Volledig
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade lopen. De minister heeft daarbij kunnen betrekken dat het van belang is dat eisers kunnen benoemen welke milities hen hebben beschoten. Eisers hebben immers zelf verklaard dat zij verbanden zien tussen de twee incidenten die zich hebben voorgedaan alsmede de bedreigingen. Eisers hebben echter ook verklaard dat het voor hen nog altijd niet duidelijk is om welke militie het gaat. Eisers hebben dus, zoals de minister terecht concludeert, niet helder kunnen schetsen voor wie zij nu daadwerkelijk vrezen en ook niet aannemelijk gemaakt dat gewapende groeperingen specifiek naar hen op zoek zijn. De minister heeft kunnen stellen dat dat afbreuk doet aan de gestelde vrees. Dat eisers hebben verklaard dat zij bekende voetballers zijn en een aanzienlijk inkomen hebben maakt dat niet anders. 6.1. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het gegeven dat eisers na de incidenten vele malen Libië in- en uit zijn gereisd omdat zij een goedbetaalde baan hadden in Libië, afbreuk doet aan de gestelde vrees. Daarbij heeft de minister ook van belang mogen achten dat eisers telkens zonder problemen hebben kunnen in- en uitreizen. Dat uit het ambtsbericht van februari 2023 blijkt dat slechts steekproefsgewijs controles werden uitgevoerd, zoals eisers stellen, doet daar niet aan af, nu eisers zeven of acht keer op en neer zijn gereisd tussen Libië en Tunesië zonder problemen. Verder heeft de minister terecht gesteld dat het afbreuk doet aan de gestelde vrees dat (de familie van) eisers sinds 2021 geen bedreiging meer hebben ontvangen. Dat eiser 2 heeft verklaard dat zijn familie voorzichtig is geweest en zoveel mogelijk binnen bleef laat onverlet dat eisers ondanks de belemmerende maatregelen zijn doorgegaan met hun dagelijkse bezigheden en daarna niets hebben vernomen van de milities. De rechtbank oordeelt verder dat de verklaring van eisers dat hun moeder of zussen niet te vrezen hebben wegens culturele redenen niet strookt met de verklaring van eisers dat hun moeder en zussen uit voorzorg zouden zijn ondergedoken bij andere familieleden. Daar komt bij dat de moeder en zussen van eisers bij familieleden hebben ondergedoken, niet ver van moeders huis vandaan. Niet valt in te zien dat de moeder en zussen van eisers daarmee onvindbaar zouden zijn, nu eisers hebben verklaard dat zij naamsbekendheid hebben. De minister heeft ook hierover kunnen concluderen dat dat afbreuk doet aan de zwaarwegendheid. 6.2. Verder is de rechtbank van oordeel dat eisers’ beroep op artikel 31, vijfde lid, van de Vw 2000 en artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn eisers niet kan baten. Het gegeven dat de minister de incidenten geloofwaardig heeft geacht betekent immers niet dat daarmee vaststaat dat eisers eerder zijn blootgesteld aan vervolging of ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, of hiermee zijn bedreigd. Daar komt bij dat de minister de gegrondheid van de vrees voor vervolging en het risico op ernstige schade wel degelijk heeft beoordeeld tegen de achtergrond van de geloofwaardigheid van de asielmotieven en vervolgens heeft uitgelegd waarom het bestaan van die vrees en dat risico niet aannemelijk is, ondanks de geloofwaardig geachte incidenten. De minister heeft zich verder slechts op het standpunt gesteld dat documenten waaruit blijkt dat eisers nog steeds op de radar staan van de milities, het asielrelaas hadden kunnen ondersteunen. Voor zover eisers hebben willen betogen dat dit niet het geval is, slaagt dat betoog niet. Met betrekking tot de stelling van eisers dat eiser 1 na de bedreigingen niet meer bij dezelfde voetbalclub heeft gevoetbald heeft de minister in aanmerking mogen nemen dat hij in de maand december en januari bij die voetbalclub heeft gevoetbald. Dat heeft eiser, anders dan hij in zijn gronden heeft aangevoerd, in zijn nader gehoor verklaard. De minister heeft daarom terecht gesteld dit afbreuk doet aan de gestelde vrees. 6.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich ook terecht op het standpunt gesteld dat aan de screenshots van TikTok-filmpjes die eisers hebben overgelegd, niet de waarde kan worden toegekend die eisers willen zien. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat die screenshots niet te onderzoeken zijn op echtheid. Het is immers onduidelijk van wie de uitingen op social media afkomstig zijn, terwijl ook geen verdere aanknopingspunten voor onderzoek bestaan ten aanzien van de inhoud van de screenshots. Eisers hebben hierover verder geen duidelijkheid geboden. Heeft de minister terecht geconcludeerd dat eisers geen reëel risico lopen op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld? 7. Eisers voeren aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat zij bij terugkeer geen verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. De minister heeft de eerdere bedreigingen ten onrechte niet beoordeeld in het kader van de vrees van eisers bij terugkeer voor willekeurig geweld. 7.1. Van een situatie zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn is sprake als er een uitzonderlijke situatie is, waarin de mate van willekeurig geweld in een gewapend conflict dermate hoog is dat ieder, enkel door zijn aanwezigheid aldaar, een reëel risico loopt op behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Dit geweld kan volgens het beleid van de minister onderverdeeld worden in drie gradaties: een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, een relatief hoger niveau van willekeurig geweld en een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Als er sprake is van een relatief hoger of lager niveau van willekeurig geweld is het aan de vreemdeling om aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk te maken dat de omstandigheden leiden tot een verhoogd risico om slachtoffer te worden van willekeurig geweld en dat juist de vreemdeling specifiek vanwege deze omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. 7.3. De rechtbank overweegt als volgt. Eisers komen uit Tripoli. De minister heeft zich in zijn verweerschriften, gezien de beleidswijziging ten aanzien van het niveau van willekeurig geweld in Tripoli, aanvullend op het standpunt gesteld dat ten aanzien van Tripoli sprake is van een lage intensiteit van willekeurig geweld en dat daarom moet worden gekeken of sprake is van risico verhogende individuele omstandigheden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich in dat kader terecht op het standpunt gesteld dat de situatie dat eisers voetballers zijn onvoldoende is om te spreken van een risico verhogende omstandigheid. Uit de ambtsberichten van februari 2023 en juli 2025 blijkt namelijk niet dat voetballers een gericht doelwit zijn van gewapende groeperingen. Daarnaast kan de situatie dat eisers eerder slachtoffer zijn geworden van bedreigingen en een schietincident door een gewapende groepering ook niet worden aangemerkt als risico verhogende omstandigheid op willekeurig geweld bij terugkeer. Verder is de gestelde vrees bij terugkeer – gelet op hetgeen overwogen in punt 6 tot en met 6.1 – niet aannemelijk geacht. De minister heeft daarbij, zoals eerder overwogen, terecht van belang geacht dat eisers een jaar na de incidenten meermaals naar Libië zijn teruggekeerd en daar hebben verbleven. Verder heeft eiser 1 zijn werk als voetballer kunnen blijven uitvoeren, zonder nogmaals slachtoffer te worden van bedreigingen dan wel schietincidenten. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister terecht heeft gesteld dat de stelling van eisers dat zij een verhoogd risico lopen op willekeurig geweld vanwege de controles die milities uitvoeren op vliegvelden, geen aanleiding is om te concluderen dat sprake is van een risico verhogende omstandigheid.
Volledig
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade lopen. De minister heeft daarbij kunnen betrekken dat het van belang is dat eisers kunnen benoemen welke milities hen hebben beschoten. Eisers hebben immers zelf verklaard dat zij verbanden zien tussen de twee incidenten die zich hebben voorgedaan alsmede de bedreigingen. Eisers hebben echter ook verklaard dat het voor hen nog altijd niet duidelijk is om welke militie het gaat. Eisers hebben dus, zoals de minister terecht concludeert, niet helder kunnen schetsen voor wie zij nu daadwerkelijk vrezen en ook niet aannemelijk gemaakt dat gewapende groeperingen specifiek naar hen op zoek zijn. De minister heeft kunnen stellen dat dat afbreuk doet aan de gestelde vrees. Dat eisers hebben verklaard dat zij bekende voetballers zijn en een aanzienlijk inkomen hebben maakt dat niet anders. 6.1. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het gegeven dat eisers na de incidenten vele malen Libië in- en uit zijn gereisd omdat zij een goedbetaalde baan hadden in Libië, afbreuk doet aan de gestelde vrees. Daarbij heeft de minister ook van belang mogen achten dat eisers telkens zonder problemen hebben kunnen in- en uitreizen. Dat uit het ambtsbericht van februari 2023 blijkt dat slechts steekproefsgewijs controles werden uitgevoerd, zoals eisers stellen, doet daar niet aan af, nu eisers zeven of acht keer op en neer zijn gereisd tussen Libië en Tunesië zonder problemen. Verder heeft de minister terecht gesteld dat het afbreuk doet aan de gestelde vrees dat (de familie van) eisers sinds 2021 geen bedreiging meer hebben ontvangen. Dat eiser 2 heeft verklaard dat zijn familie voorzichtig is geweest en zoveel mogelijk binnen bleef laat onverlet dat eisers ondanks de belemmerende maatregelen zijn doorgegaan met hun dagelijkse bezigheden en daarna niets hebben vernomen van de milities. De rechtbank oordeelt verder dat de verklaring van eisers dat hun moeder of zussen niet te vrezen hebben wegens culturele redenen niet strookt met de verklaring van eisers dat hun moeder en zussen uit voorzorg zouden zijn ondergedoken bij andere familieleden. Daar komt bij dat de moeder en zussen van eisers bij familieleden hebben ondergedoken, niet ver van moeders huis vandaan. Niet valt in te zien dat de moeder en zussen van eisers daarmee onvindbaar zouden zijn, nu eisers hebben verklaard dat zij naamsbekendheid hebben. De minister heeft ook hierover kunnen concluderen dat dat afbreuk doet aan de zwaarwegendheid. 6.2. Verder is de rechtbank van oordeel dat eisers’ beroep op artikel 31, vijfde lid, van de Vw 2000 en artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn eisers niet kan baten. Het gegeven dat de minister de incidenten geloofwaardig heeft geacht betekent immers niet dat daarmee vaststaat dat eisers eerder zijn blootgesteld aan vervolging of ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, of hiermee zijn bedreigd. Daar komt bij dat de minister de gegrondheid van de vrees voor vervolging en het risico op ernstige schade wel degelijk heeft beoordeeld tegen de achtergrond van de geloofwaardigheid van de asielmotieven en vervolgens heeft uitgelegd waarom het bestaan van die vrees en dat risico niet aannemelijk is, ondanks de geloofwaardig geachte incidenten. De minister heeft zich verder slechts op het standpunt gesteld dat documenten waaruit blijkt dat eisers nog steeds op de radar staan van de milities, het asielrelaas hadden kunnen ondersteunen. Voor zover eisers hebben willen betogen dat dit niet het geval is, slaagt dat betoog niet. Met betrekking tot de stelling van eisers dat eiser 1 na de bedreigingen niet meer bij dezelfde voetbalclub heeft gevoetbald heeft de minister in aanmerking mogen nemen dat hij in de maand december en januari bij die voetbalclub heeft gevoetbald. Dat heeft eiser, anders dan hij in zijn gronden heeft aangevoerd, in zijn nader gehoor verklaard. De minister heeft daarom terecht gesteld dit afbreuk doet aan de gestelde vrees. 6.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich ook terecht op het standpunt gesteld dat aan de screenshots van TikTok-filmpjes die eisers hebben overgelegd, niet de waarde kan worden toegekend die eisers willen zien. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat die screenshots niet te onderzoeken zijn op echtheid. Het is immers onduidelijk van wie de uitingen op social media afkomstig zijn, terwijl ook geen verdere aanknopingspunten voor onderzoek bestaan ten aanzien van de inhoud van de screenshots. Eisers hebben hierover verder geen duidelijkheid geboden. Heeft de minister terecht geconcludeerd dat eisers geen reëel risico lopen op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld? 7. Eisers voeren aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat zij bij terugkeer geen verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. De minister heeft de eerdere bedreigingen ten onrechte niet beoordeeld in het kader van de vrees van eisers bij terugkeer voor willekeurig geweld. 7.1. Van een situatie zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn is sprake als er een uitzonderlijke situatie is, waarin de mate van willekeurig geweld in een gewapend conflict dermate hoog is dat ieder, enkel door zijn aanwezigheid aldaar, een reëel risico loopt op behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Dit geweld kan volgens het beleid van de minister onderverdeeld worden in drie gradaties: een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, een relatief hoger niveau van willekeurig geweld en een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Als er sprake is van een relatief hoger of lager niveau van willekeurig geweld is het aan de vreemdeling om aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk te maken dat de omstandigheden leiden tot een verhoogd risico om slachtoffer te worden van willekeurig geweld en dat juist de vreemdeling specifiek vanwege deze omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. 7.3. De rechtbank overweegt als volgt. Eisers komen uit Tripoli. De minister heeft zich in zijn verweerschriften, gezien de beleidswijziging ten aanzien van het niveau van willekeurig geweld in Tripoli, aanvullend op het standpunt gesteld dat ten aanzien van Tripoli sprake is van een lage intensiteit van willekeurig geweld en dat daarom moet worden gekeken of sprake is van risico verhogende individuele omstandigheden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich in dat kader terecht op het standpunt gesteld dat de situatie dat eisers voetballers zijn onvoldoende is om te spreken van een risico verhogende omstandigheid. Uit de ambtsberichten van februari 2023 en juli 2025 blijkt namelijk niet dat voetballers een gericht doelwit zijn van gewapende groeperingen. Daarnaast kan de situatie dat eisers eerder slachtoffer zijn geworden van bedreigingen en een schietincident door een gewapende groepering ook niet worden aangemerkt als risico verhogende omstandigheid op willekeurig geweld bij terugkeer. Verder is de gestelde vrees bij terugkeer – gelet op hetgeen overwogen in punt 6 tot en met 6.1 – niet aannemelijk geacht. De minister heeft daarbij, zoals eerder overwogen, terecht van belang geacht dat eisers een jaar na de incidenten meermaals naar Libië zijn teruggekeerd en daar hebben verbleven. Verder heeft eiser 1 zijn werk als voetballer kunnen blijven uitvoeren, zonder nogmaals slachtoffer te worden van bedreigingen dan wel schietincidenten. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister terecht heeft gesteld dat de stelling van eisers dat zij een verhoogd risico lopen op willekeurig geweld vanwege de controles die milities uitvoeren op vliegvelden, geen aanleiding is om te concluderen dat sprake is van een risico verhogende omstandigheid.