Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-07
ECLI:NL:RBDHA:2026:10985
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,033 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10985 text/xml public 2026-05-08T15:01:58 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 NL26.16419 en NL26.16420 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10985 text/html public 2026-05-08T08:43:37 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10985 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / NL26.16419 en NL26.16420 Asiel België. Herhaalde aanvraag alleenstaande vrouw. De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat, voor de algehele groep van alleenstaande vrouwen die een herhaalde asielaanvraag in België doen, of voor eiseres haar individuele geval, niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het beroep is ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL26.16419 (beroep) NL26.16420 (voorlopige voorziening) V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres], eiseres en verzoekster, hierna eiseres (gemachtigde: mr. J.C.E. Hoftijzer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna de minister (gemachtigde: mr. J.P. Arts). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna de rechtbank) het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag en haar verzoek om een voorlopige voorziening die ertoe strekt niet te worden overgedragen aan België totdat op haar beroep is beslist. De minister heeft de aanvraag van eiseres met het bestreden besluit van 23 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de aanvraag. 1.1. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y. Gababe als tolk in de taal Somali en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Achtergrond 4. Eiseres heeft op 26 april 2023 een eerste asielaanvraag ingediend in België. Haar asielaanvraag is afgewezen en eiseres is toen naar Frankrijk vertrokken om daar een asielaanvraag in te dienen. Frankrijk heeft eiseres overgedragen aan België en daar is haar herhaalde asielaanvraag behandeld en op 12 december 2025 afgewezen. Eiseres is toen naar Nederland gereisd en heeft hier een asielaanvraag ingediend. Totstandkoming van het besluit 5. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij België een verzoek om terugname gedaan. België heeft dit verzoek aanvaard. Het beroep Het interstatelijk vertrouwensbeginsel 6. Eiseres voert aan dat zij geen toegang heeft tot opvang in België bij een herhaalde asielaanvraag en hier ook niet over kan klagen bij de autoriteiten. Hiertoe verwijst eiseres naar de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 . Eiseres is als alleenstaande vrouw die een herhaalde aanvraag moet doen extra kwetsbaar. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft eiseres verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem . Bij haar herhaalde aanvraag heeft eiseres geen opvang gekregen en zij zal nu ook weer terechtkomen in een situatie die in strijd is met de drempel genoemd in het [naam]-arrest . Eiseres wijst ook nog op een recente uitspraak van het EHRM , waaruit blijkt dat het zinloos is om te klagen bij de Belgische autoriteiten, omdat deze geen of onvoldoende gehoor geven aan de uitspraken van de rechtbank. 6.1. De minister stelt zich op het standpunt dat nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België uit kan worden gegaan. Uit de geldende verdragen blijkt niet dat iedere asielzoeker die een herhaalde asielaanvraag indient recht heeft op opvang. Als eiseres geen opvang krijgt, is dat dus niet zonder meer in strijd met wet- en regelgeving. Eiseres heeft geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij zich gemeld heeft en evenmin is gebleken dat zij geen opvang zou krijgen. Verder blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 dat voornamelijk alleenstaande mannen geen opvang krijgen en die uitspraak is dus niet op eiseres van toepassing. De minister heeft ter zitting gewezen op het informatiebericht waaruit blijkt dat ook alleenstaande mannen weer worden overgedragen aan België en dat de opvangomstandigheden verbeterd zijn. 6.2. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat voor de algehele groep alleenstaande vrouwen die een herhaalde asielaanvraag doen, niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België. In beginsel kunnen lidstaten op grond van de Opvangrichtlijn opvang weigeren bij een herhaalde asielaanvraag, mits deze beperking berust op een objectieve en individuele beslissing. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen stukken overgelegd of anderszins informatie heeft overgelegd waaruit blijkt dat alleenstaande vrouwen die een herhaalde aanvraag doen (structureel) geen opvang krijgen in België. Eiseres heeft gewezen op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem. In die uitspraak is verwezen naar een mailwisseling tussen de gemachtigde in die zaak en Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Uit die mailwisseling zou zijn gebleken dat er bijna altijd wordt volstaan met een algemene beslissing om opvang te weigeren bij een herhaalde aanvraag. De rechtbank kent de inhoud van die mailwisseling niet. Eiseres heeft verder ook geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat die groep geen toegang krijgt tot opvangvoorzieningen. De rechtbank ziet verder geen aanknopingspunten voor dit standpunt in de bij de rechtbank ambtshalve bekende landeninformatie. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat, voor de algehele groep van alleenstaande vrouwen die een herhaalde asielaanvraag in België doen, niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. 6.3. Met betrekking tot eiseres haar individuele situatie heeft zij verklaard dat zij tijdens haar eerste asielprocedure opvang heeft verkregen. Tijdens haar herhaalde aanvraag heeft eiseres verklaard geen opvang te hebben gehad. Niet is gebleken dat eiseres zich gemeld heeft bij de opvang en dat deze haar geweigerd is. Ter zitting kon eiseres niet verklaren op welke wijze haar de opvang geweigerd zou zijn. Daarom is niet gebleken dat zij geen individuele beslissing heeft ontvangen of een beperking die niet berust op een objectieve en individuele beslissing. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij ten onrechte geen toegang heeft gekregen tot de opvangvoorzieningen tijdens de herhaalde aanvraag en dat het aannemelijk is dat zij bij haar tweede herhaalde aanvraag ten onrechte geen gebruik kan maken van de opvangvoorzieningen. Eiseres heeft dat in haar individuele geval niet aannemelijk gemaakt. De beroepsgrond slaagt dan ook niet. 6.4. Aan de vraag of eiseres al dan niet kan klagen bij de autoriteiten indien aan haar opvang wordt geweigerd, komt de rechtbank niet toe nu het eiseres het vorenstaande niet aannemelijk heeft gemaakt. Artikel 17 van de Dublinverordening 7. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende heeft onderzocht of het overdragen van eiseres aan België niet van onevenredige hardheid getuigt. De minister heeft niet doorgevraagd naar eiseres haar ervaringen in België in het gehoor.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10985 text/xml public 2026-05-08T15:01:58 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 NL26.16419 en NL26.16420 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10985 text/html public 2026-05-08T08:43:37 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10985 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / NL26.16419 en NL26.16420 Asiel België. Herhaalde aanvraag alleenstaande vrouw. De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat, voor de algehele groep van alleenstaande vrouwen die een herhaalde asielaanvraag in België doen, of voor eiseres haar individuele geval, niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het beroep is ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL26.16419 (beroep) NL26.16420 (voorlopige voorziening) V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres], eiseres en verzoekster, hierna eiseres (gemachtigde: mr. J.C.E. Hoftijzer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna de minister (gemachtigde: mr. J.P. Arts). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna de rechtbank) het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag en haar verzoek om een voorlopige voorziening die ertoe strekt niet te worden overgedragen aan België totdat op haar beroep is beslist. De minister heeft de aanvraag van eiseres met het bestreden besluit van 23 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de aanvraag. 1.1. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y. Gababe als tolk in de taal Somali en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Achtergrond 4. Eiseres heeft op 26 april 2023 een eerste asielaanvraag ingediend in België. Haar asielaanvraag is afgewezen en eiseres is toen naar Frankrijk vertrokken om daar een asielaanvraag in te dienen. Frankrijk heeft eiseres overgedragen aan België en daar is haar herhaalde asielaanvraag behandeld en op 12 december 2025 afgewezen. Eiseres is toen naar Nederland gereisd en heeft hier een asielaanvraag ingediend. Totstandkoming van het besluit 5. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij België een verzoek om terugname gedaan. België heeft dit verzoek aanvaard. Het beroep Het interstatelijk vertrouwensbeginsel 6. Eiseres voert aan dat zij geen toegang heeft tot opvang in België bij een herhaalde asielaanvraag en hier ook niet over kan klagen bij de autoriteiten. Hiertoe verwijst eiseres naar de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 . Eiseres is als alleenstaande vrouw die een herhaalde aanvraag moet doen extra kwetsbaar. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft eiseres verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem . Bij haar herhaalde aanvraag heeft eiseres geen opvang gekregen en zij zal nu ook weer terechtkomen in een situatie die in strijd is met de drempel genoemd in het [naam]-arrest . Eiseres wijst ook nog op een recente uitspraak van het EHRM , waaruit blijkt dat het zinloos is om te klagen bij de Belgische autoriteiten, omdat deze geen of onvoldoende gehoor geven aan de uitspraken van de rechtbank. 6.1. De minister stelt zich op het standpunt dat nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België uit kan worden gegaan. Uit de geldende verdragen blijkt niet dat iedere asielzoeker die een herhaalde asielaanvraag indient recht heeft op opvang. Als eiseres geen opvang krijgt, is dat dus niet zonder meer in strijd met wet- en regelgeving. Eiseres heeft geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij zich gemeld heeft en evenmin is gebleken dat zij geen opvang zou krijgen. Verder blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 dat voornamelijk alleenstaande mannen geen opvang krijgen en die uitspraak is dus niet op eiseres van toepassing. De minister heeft ter zitting gewezen op het informatiebericht waaruit blijkt dat ook alleenstaande mannen weer worden overgedragen aan België en dat de opvangomstandigheden verbeterd zijn. 6.2. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat voor de algehele groep alleenstaande vrouwen die een herhaalde asielaanvraag doen, niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België. In beginsel kunnen lidstaten op grond van de Opvangrichtlijn opvang weigeren bij een herhaalde asielaanvraag, mits deze beperking berust op een objectieve en individuele beslissing. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen stukken overgelegd of anderszins informatie heeft overgelegd waaruit blijkt dat alleenstaande vrouwen die een herhaalde aanvraag doen (structureel) geen opvang krijgen in België. Eiseres heeft gewezen op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem. In die uitspraak is verwezen naar een mailwisseling tussen de gemachtigde in die zaak en Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Uit die mailwisseling zou zijn gebleken dat er bijna altijd wordt volstaan met een algemene beslissing om opvang te weigeren bij een herhaalde aanvraag. De rechtbank kent de inhoud van die mailwisseling niet. Eiseres heeft verder ook geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat die groep geen toegang krijgt tot opvangvoorzieningen. De rechtbank ziet verder geen aanknopingspunten voor dit standpunt in de bij de rechtbank ambtshalve bekende landeninformatie. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat, voor de algehele groep van alleenstaande vrouwen die een herhaalde asielaanvraag in België doen, niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. 6.3. Met betrekking tot eiseres haar individuele situatie heeft zij verklaard dat zij tijdens haar eerste asielprocedure opvang heeft verkregen. Tijdens haar herhaalde aanvraag heeft eiseres verklaard geen opvang te hebben gehad. Niet is gebleken dat eiseres zich gemeld heeft bij de opvang en dat deze haar geweigerd is. Ter zitting kon eiseres niet verklaren op welke wijze haar de opvang geweigerd zou zijn. Daarom is niet gebleken dat zij geen individuele beslissing heeft ontvangen of een beperking die niet berust op een objectieve en individuele beslissing. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij ten onrechte geen toegang heeft gekregen tot de opvangvoorzieningen tijdens de herhaalde aanvraag en dat het aannemelijk is dat zij bij haar tweede herhaalde aanvraag ten onrechte geen gebruik kan maken van de opvangvoorzieningen. Eiseres heeft dat in haar individuele geval niet aannemelijk gemaakt. De beroepsgrond slaagt dan ook niet. 6.4. Aan de vraag of eiseres al dan niet kan klagen bij de autoriteiten indien aan haar opvang wordt geweigerd, komt de rechtbank niet toe nu het eiseres het vorenstaande niet aannemelijk heeft gemaakt. Artikel 17 van de Dublinverordening 7. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende heeft onderzocht of het overdragen van eiseres aan België niet van onevenredige hardheid getuigt. De minister heeft niet doorgevraagd naar eiseres haar ervaringen in België in het gehoor.