Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-03
ECLI:NL:RBDHA:2026:10899
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,189 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10899 text/xml public 2026-05-21T13:13:57 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-03 25/1643 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10899 text/html public 2026-05-21T13:06:34 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10899 Rechtbank Den Haag , 03-04-2026 / 25/1643 Vergunning verleend voor het vervangen van kozijnen. Beschermd stadsgezicht. Glas-in-lood terecht niet aangemerkt als onderdeel van de aanvraag. Geen strijd met redelijke eisen van welstand. Beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/1643 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen De Stichting Bescherming Architectuur Statenkwartier, uit Den Haag, eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college (gemachtigde: mr. M.C. Remeijer-Schmitz). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een vergunning voor het vervangen van houten kozijnen door kozijnen van kunststof aan de voorzijde van het pand aan [adres] in [plaats]. Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Eiseres is het niet eens met het verdwijnen van glas-in-lood in de vensters en vindt dat dit ten onrechte niet als onderdeel van de aanvraag is aangemerkt. Daarnaast betoogt eiseres dat het vergunde kozijn op meerdere andere punten in strijd is met redelijke eisen van welstand. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beslissing op bezwaar. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen . Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Op 5 juni 2024 heeft het college een vergunning verleend voor het vervangen van kozijnen aan de voorzijde van [adres] in [plaats]. Hiertegen is eiseres in bezwaar gegaan op 17 juli 2024. 2.1. Met het bestreden besluit van 20 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij zijn besluit gebleven. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] en [naam 2] namens eiseres en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit 3. De eigenaar van het pand op [adres] (vergunninghouder) heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor ‘het verrichten van een bouwactiviteit’ als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid onder a, van de Omgevingswet, in dit geval het vervangen van de houten raamkozijnen door kunststofkozijnen. 3.1. Op 1 mei 2024 heeft de Adviescommissie omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed (AOC) het volgende negatieve welstandsadvies gegeven: “ Het bouwplan is getoetst aan de Welstandsnota en beoordeeld in het kader van de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’. De commissie kan instemmen met het vervangen van de kozijnen van de begane grond verdieping. De voorgestelde kozijnen met een ten opzichte van elkaar versprongen onder- en bovenraam zijn akkoord. Dit dient echter in het aanzicht kloppend met de detaillering getekend te zijn. Niet akkoord is het ontbreken van de verticale roedes in het bovenraam en niet akkoord is het ontbreken van de weldorpel. Tot slot dienen in samenhang met de bestaande gevel de kozijnen in de kleur wit en de ramen in de kleur donkergroen uitgevoerd te worden. ” 3.2. Vergunninghouder heeft naar aanleiding van het negatieve advies van de AOC een gewijzigde tekening ingediend waarin verticale roedes in de bovenramen zijn toegevoegd. Het college heeft de vergunning op 5 juni 2024 verleend. 3.3. Volgens de Adviescommissie bezwaarschriften was sprake van een motiveringsgebrek omdat uit het advies van de AOC niet bleek waarom het vervangen van de houten kozijnen (dikte ca 50 mm) door dikkere kunststof kozijnen (dikte 80 mm) leidt tot behoud van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. Het college heeft hierover nader advies gevraagd aan de AOC. Dat advies luidt: “De cultuurhistorische waarde betreft hier het gaaf bewaard gebleven ensemble van de gehele woningrij. Het pand nummer 22 maakt daar deel van uit, maar is geen monument. Het klopt dat de kozijnstijlen grover worden. Dat is een verlies. Daartegenover staat dat de kozijnwijziging een verbetering oplevert ten opzichte van de bestaande situatie met voorzetramen, die ook grof zijn. Winst van de wijziging zijn de roedes in het bovenraam en de kleurstelling. De samenhang binnen het gevelbeeld van het individuele pand verbetert daardoor aanzienlijk. Alles wegende is nog opgemerkt dat het pand in de loop der tijd al aanpassingen heeft moeten ondergaan. Zie de gewijzigde toogvorm bij de entree.” In het bestreden besluit van 20 januari 2025 heeft het college, onder aanvulling van de motivering, het bezwaar ongegrond verklaard. Toetsingskader 4. Ingevolge artikel 5.1, tweede lid onder a, van de Omgevingswet (Ow) is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten. 4.1. Op 1 januari 2024 is de Ow in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. Op het perceel waar de vergunningsaanvraag op ziet, was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ van kracht. Dat bestemmingsplan maakt dus onderdeel uit van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van de gemeente Den Haag (omgevingsplan). 4.2. Ingevolge artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van het omgevingsplan wordt een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, en als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. De Welstandsnota Den Haag 2017 is in dit geval van toepassing (Welstandsnota). 4.3. Ter plaatse geldt onder het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ de bestemming “Wonen-1”. 4.4. Ter plaatse geldt “waarde – cultuurhistorie” en de aanduiding “beschermd stadsgebied” volgens artikel 25.1, aanhef en onder a van het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’. Is het verdwijnen van glas-in-lood onderdeel van de aanvraag van de vergunning? 5. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte de verwijdering van glas-in-lood niet als onderdeel van de vergunning heeft aanmerkt. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat het niet mogelijk is verticale roedes te plaatsen zonder het glas-in-lood te verwijderen, omdat een raam bestaande uit glas-in-lood één geheel is en niet opgesplitst kan worden. Het plaatsen van de verticale roedes betekent volgens eiseres dat het verdwijnen van het glas-in-lood onderdeel van de vergunning is geworden. Uit artikelen 1.2, 2.3, 2.3.1 en 3.2.1.3 van de toelichting van de planregels volgt bovendien dat glas-in-lood een te beschermen waarde is en dat het vervangen van glas-in-lood door gewoon glas daarmee in strijd is. Eiseres vindt daarom dat een motivering in het besluit over het verdwijnen van glas-in-lood ten onrechte ontbreekt. 5.1. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat het glas-in-lood geen onderdeel van de vergunning is, omdat de vergunning enkel de kozijnen van het pand betreft. Slechts het vervangen van houten door kunststof kozijnen is aangevraagd, niet het verwijderen of vervangen van het glas-in-lood. Het plaatsen van verticale roedes in de bovenramen is een wijziging van ondergeschikte aard. Volgens vaste jurisprudentie wordt een aanvraag beoordeeld zoals deze is ingediend. Onderdelen die niet zijn aangevraagd, vallen buiten het beoordelingskader, aldus het college. 5.2.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10899 text/xml public 2026-05-21T13:13:57 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-03 25/1643 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10899 text/html public 2026-05-21T13:06:34 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10899 Rechtbank Den Haag , 03-04-2026 / 25/1643 Vergunning verleend voor het vervangen van kozijnen. Beschermd stadsgezicht. Glas-in-lood terecht niet aangemerkt als onderdeel van de aanvraag. Geen strijd met redelijke eisen van welstand. Beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/1643 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen De Stichting Bescherming Architectuur Statenkwartier, uit Den Haag, eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college (gemachtigde: mr. M.C. Remeijer-Schmitz). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een vergunning voor het vervangen van houten kozijnen door kozijnen van kunststof aan de voorzijde van het pand aan [adres] in [plaats]. Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Eiseres is het niet eens met het verdwijnen van glas-in-lood in de vensters en vindt dat dit ten onrechte niet als onderdeel van de aanvraag is aangemerkt. Daarnaast betoogt eiseres dat het vergunde kozijn op meerdere andere punten in strijd is met redelijke eisen van welstand. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beslissing op bezwaar. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen . Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Op 5 juni 2024 heeft het college een vergunning verleend voor het vervangen van kozijnen aan de voorzijde van [adres] in [plaats]. Hiertegen is eiseres in bezwaar gegaan op 17 juli 2024. 2.1. Met het bestreden besluit van 20 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij zijn besluit gebleven. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] en [naam 2] namens eiseres en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit 3. De eigenaar van het pand op [adres] (vergunninghouder) heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor ‘het verrichten van een bouwactiviteit’ als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid onder a, van de Omgevingswet, in dit geval het vervangen van de houten raamkozijnen door kunststofkozijnen. 3.1. Op 1 mei 2024 heeft de Adviescommissie omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed (AOC) het volgende negatieve welstandsadvies gegeven: “ Het bouwplan is getoetst aan de Welstandsnota en beoordeeld in het kader van de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’. De commissie kan instemmen met het vervangen van de kozijnen van de begane grond verdieping. De voorgestelde kozijnen met een ten opzichte van elkaar versprongen onder- en bovenraam zijn akkoord. Dit dient echter in het aanzicht kloppend met de detaillering getekend te zijn. Niet akkoord is het ontbreken van de verticale roedes in het bovenraam en niet akkoord is het ontbreken van de weldorpel. Tot slot dienen in samenhang met de bestaande gevel de kozijnen in de kleur wit en de ramen in de kleur donkergroen uitgevoerd te worden. ” 3.2. Vergunninghouder heeft naar aanleiding van het negatieve advies van de AOC een gewijzigde tekening ingediend waarin verticale roedes in de bovenramen zijn toegevoegd. Het college heeft de vergunning op 5 juni 2024 verleend. 3.3. Volgens de Adviescommissie bezwaarschriften was sprake van een motiveringsgebrek omdat uit het advies van de AOC niet bleek waarom het vervangen van de houten kozijnen (dikte ca 50 mm) door dikkere kunststof kozijnen (dikte 80 mm) leidt tot behoud van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. Het college heeft hierover nader advies gevraagd aan de AOC. Dat advies luidt: “De cultuurhistorische waarde betreft hier het gaaf bewaard gebleven ensemble van de gehele woningrij. Het pand nummer 22 maakt daar deel van uit, maar is geen monument. Het klopt dat de kozijnstijlen grover worden. Dat is een verlies. Daartegenover staat dat de kozijnwijziging een verbetering oplevert ten opzichte van de bestaande situatie met voorzetramen, die ook grof zijn. Winst van de wijziging zijn de roedes in het bovenraam en de kleurstelling. De samenhang binnen het gevelbeeld van het individuele pand verbetert daardoor aanzienlijk. Alles wegende is nog opgemerkt dat het pand in de loop der tijd al aanpassingen heeft moeten ondergaan. Zie de gewijzigde toogvorm bij de entree.” In het bestreden besluit van 20 januari 2025 heeft het college, onder aanvulling van de motivering, het bezwaar ongegrond verklaard. Toetsingskader 4. Ingevolge artikel 5.1, tweede lid onder a, van de Omgevingswet (Ow) is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten. 4.1. Op 1 januari 2024 is de Ow in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. Op het perceel waar de vergunningsaanvraag op ziet, was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ van kracht. Dat bestemmingsplan maakt dus onderdeel uit van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van de gemeente Den Haag (omgevingsplan). 4.2. Ingevolge artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van het omgevingsplan wordt een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, en als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. De Welstandsnota Den Haag 2017 is in dit geval van toepassing (Welstandsnota). 4.3. Ter plaatse geldt onder het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ de bestemming “Wonen-1”. 4.4. Ter plaatse geldt “waarde – cultuurhistorie” en de aanduiding “beschermd stadsgebied” volgens artikel 25.1, aanhef en onder a van het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’. Is het verdwijnen van glas-in-lood onderdeel van de aanvraag van de vergunning? 5. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte de verwijdering van glas-in-lood niet als onderdeel van de vergunning heeft aanmerkt. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat het niet mogelijk is verticale roedes te plaatsen zonder het glas-in-lood te verwijderen, omdat een raam bestaande uit glas-in-lood één geheel is en niet opgesplitst kan worden. Het plaatsen van de verticale roedes betekent volgens eiseres dat het verdwijnen van het glas-in-lood onderdeel van de vergunning is geworden. Uit artikelen 1.2, 2.3, 2.3.1 en 3.2.1.3 van de toelichting van de planregels volgt bovendien dat glas-in-lood een te beschermen waarde is en dat het vervangen van glas-in-lood door gewoon glas daarmee in strijd is. Eiseres vindt daarom dat een motivering in het besluit over het verdwijnen van glas-in-lood ten onrechte ontbreekt. 5.1. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat het glas-in-lood geen onderdeel van de vergunning is, omdat de vergunning enkel de kozijnen van het pand betreft. Slechts het vervangen van houten door kunststof kozijnen is aangevraagd, niet het verwijderen of vervangen van het glas-in-lood. Het plaatsen van verticale roedes in de bovenramen is een wijziging van ondergeschikte aard. Volgens vaste jurisprudentie wordt een aanvraag beoordeeld zoals deze is ingediend. Onderdelen die niet zijn aangevraagd, vallen buiten het beoordelingskader, aldus het college. 5.2.
Volledig
De rechtbank overweegt dat het college de aanvraag terecht niet heeft opgevat als een aanvraag waarmee ook de verwijdering van het glas-in-lood werd aangevraagd. In de aanvraag staat dat een vergunning wordt gevraagd voor het vervangen van twee kozijnen in de voorgevel door kunststof houtlook kozijnen. Onder het kopje “vink alle werkzaamheden aan die u wilt aanvragen” is aangevinkt: “Nieuw kozijn plaatsen of bestaand kozijn of gevelpaneel veranderen”. In de aanvraag wordt niet vermeld dat het glas-in-lood wordt verwijderd of vervangen en dit is ook niet af te leiden uit de bouwtekeningen. Op de oorspronkelijke tekening staat de aanduiding “vzv GIL zoals bestaand”. Het enkele feit dat die aanduiding op de gewijzigde tekening, waar de verticale roedes zijn ingetekend, niet meer staat is onvoldoende om aan te nemen dat de aanvraag ook ziet op het verwijderen of vervangen van het glas-in-lood. Nu de wijziging alleen het opnemen van de verticale roedes betreft volgt de rechtbank het standpunt van het college dat sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard. Voor zover eiseres betoogt dat het verwijderen van het glas-in-lood is aangevraagd, omdat de verticale roedes het behoud van glas-in-lood onmogelijk maakt, overweegt de rechtbank dat eiseres dit niet voldoende heeft onderbouwd. Zo zijn er in hetzelfde bouwblok meerdere voorbeelden te vinden van ramen die zowel verticale roedes als glas-in-lood bevatten. 5.3. Het voorgaande betekent dat het verwijderen van het glas-in-lood geen onderdeel uitnaakt van de verleende omgevingsvergunning zodat de beroepsgronden van eiseres die daar op zien in dit geding niet aan de orde kunnen komen. Is sprake van strijd met redelijke eisen van welstand? 6. Eiseres betoogt dat het bouwplan op twee punten in strijd is met redelijke eisen van welstand. Ten eerste gaat het college er aan voorbij dat de verticale roedes in de bovenramen niet passen bij de architectonische eenheid in de straat. Ten onrechte wordt de hele straat als eenheid gezien. Er moet alleen gekeken worden naar de panden op nummers 19 tot en met 22, die als een afzonderlijke architectonische eenheid moeten worden gezien. Ondanks dat de gevelwanden als geheel een grote variatie aan architectonische elementen bevatten, zijn die elementen per eenheid consequent toegepast. Voor de eenheid waar de woning onderdeel van is geldt voor wat betreft de vensters op de begane grond dat geen sprake is van verticale roedeverdeling maar van glas-in-lood. De AOC heeft ten onrechte van belang geacht dat de ramen op de eerste en tweede verdieping van de woning bepalend zijn voor het vaststellen of de ramen op de begane grond verticale roedes moeten bevatten. De AOC had in plaats daarvan moeten kijken naar de architectonische eenheid bestaande uit genoemde panden, aldus eiseres. Ten tweede blijft eiseres erbij dat de kozijnwijziging, gelet op de toegenomen dikte van de nieuwe kozijnen, in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het college heeft ten aanzien van de kunststofkozijnen de aanvraag vergeleken met de situatie van nu, met grove voorzetramen. Deze voorzetramen zijn echter niet vergund. Eiseres betoogt dat voor een correcte welstandstoets gekeken moet worden naar de laatst vergunde situatie, in dit geval zonder voorzetramen. Op deze wijze houdt het bouwplan wel degelijk een vergroving van het gevelbeeld in, omdat de kozijnwijziging een verdikking van 30 mm betekent. Het bovenstaande klemt te meer nu het college in andere gevallen wel een punt maakt van verdikking van kozijnen. 6.1. De rechtbank stelt voorop dat het college volgens vaste rechtspraak aan een welstandsadvies in beginsel doorslaggevende betekenis mag toekennen. Dit is anders indien het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat het college het niet, of niet zonder meer, aan zijn oordeel over de welstand ten grondslag heeft mogen leggen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel dan ook geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht. 6.2. De rechtbank is van oordeel dat het college zich op basis van de adviezen van de AOC op het standpunt mocht stellen dat het bouwplan in overeenstemming is met redelijke eisen van welstand. Volgens de objectgerichte criteria in de Welstandsnota vertoont een venster samenhang met de architectuur van de gevel. Het uiterlijk en de plaatsing en inpassing van een nieuw of vervangend venster moet passen in de architectuur en de architectuurstijl van het gebouw waarin het wordt geplaatst. Daarnaast geldt ook een aanvullend algemeen welstandscriterium als, zoals in dit geval, sprake is van een beschermd stadsgezicht: het bouwwerk leidt tot behoud of versterking van de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. 6.3. In het welstandsadvies is de vervanging van de kozijnen aan beide criteria getoetst en akkoord bevonden. Daarbij is van belang geacht dat de indeling met verticale roeden aansluit bij de ramen op de bovenverdiepingen, waardoor, tezamen met de kleurstelling, de samenhang binnen het gevelbeeld aanzienlijk verbetert. Dat de AOC die vergelijkingen met de bovenverdiepingen niet had mogen maken maar had moeten kijken naar de panden op nummers 19 tot en met 22 kan de rechtbank niet volgen. De samenhang met de architectuur van de gevel is immers een criterium waaraan getoetst moet worden. Daarnaast is ook gekeken naar de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht, waarbij is aangesloten bij het gaaf bewaard gebleven ensemble van de gehele woningrij. Eiseres betwist niet dat diverse gevels in dezelfde woningrij, waaronder het buurpand, zich kenmerken door verticale roedes in de bovenramen. De stelling dat alleen vergeleken moet worden met de panden op nummers 19 tot en met 22, omdat die volgens eiseres een afzonderlijke architectonische eenheid vormen, berust naar het oordeel van de rechtbank vooral op een eigen waardering van eiseres en heeft zij verder niet concreet onderbouwd. De rechtbank stelt verder vast dat de AOC afdoende navolgbaar heeft gemotiveerd waarom de aangevraagde vervanging van de kozijnen, ondanks dat de toegenomen dikte als een verlies wordt gezien, toch in overeenstemming met de redelijke eisen van welstand is. De stelling dat in andere gevallen de verdikking van kozijnen door het college wordt afgewezen, heeft eiseres niet onderbouwd. Voor zover eiseres betoogt dat de kozijnwijziging vergeleken moet worden met de laatst vergunde situatie van het pand, overweegt de rechtbank dat zij niet inziet waarom bij de welstandstoets geen betekenis mag worden gehecht aan een vergelijking met de feitelijke situatie met voorzetramen. De rechtbank vindt bovendien dat de AOC een navolgbare afweging heeft gemaakt, waarbij aan de ‘winst’ van de verticale roeden en de kleurstelling binnen het gevelbeeld doorslaggevende betekenis is gehecht. 6.4. De rechtbank concludeert derhalve dat de beroepsgronden van eiseres geen concrete aanknopingspunten oplevert om te oordelen dat het advies van de AOC naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat het college het niet, of niet zonder meer, aan zijn oordeel over de welstand ten grondslag heeft mogen leggen. Daarnaast heeft eiseres geen advies van een andere deskundige overgelegd. Dat eiseres tot een waardering komt dan de AOC is geen reden om te oordelen dat het college het advies van de AOC niet zou mogen volgen 6.5. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr.
Volledig
De rechtbank overweegt dat het college de aanvraag terecht niet heeft opgevat als een aanvraag waarmee ook de verwijdering van het glas-in-lood werd aangevraagd. In de aanvraag staat dat een vergunning wordt gevraagd voor het vervangen van twee kozijnen in de voorgevel door kunststof houtlook kozijnen. Onder het kopje “vink alle werkzaamheden aan die u wilt aanvragen” is aangevinkt: “Nieuw kozijn plaatsen of bestaand kozijn of gevelpaneel veranderen”. In de aanvraag wordt niet vermeld dat het glas-in-lood wordt verwijderd of vervangen en dit is ook niet af te leiden uit de bouwtekeningen. Op de oorspronkelijke tekening staat de aanduiding “vzv GIL zoals bestaand”. Het enkele feit dat die aanduiding op de gewijzigde tekening, waar de verticale roedes zijn ingetekend, niet meer staat is onvoldoende om aan te nemen dat de aanvraag ook ziet op het verwijderen of vervangen van het glas-in-lood. Nu de wijziging alleen het opnemen van de verticale roedes betreft volgt de rechtbank het standpunt van het college dat sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard. Voor zover eiseres betoogt dat het verwijderen van het glas-in-lood is aangevraagd, omdat de verticale roedes het behoud van glas-in-lood onmogelijk maakt, overweegt de rechtbank dat eiseres dit niet voldoende heeft onderbouwd. Zo zijn er in hetzelfde bouwblok meerdere voorbeelden te vinden van ramen die zowel verticale roedes als glas-in-lood bevatten. 5.3. Het voorgaande betekent dat het verwijderen van het glas-in-lood geen onderdeel uitnaakt van de verleende omgevingsvergunning zodat de beroepsgronden van eiseres die daar op zien in dit geding niet aan de orde kunnen komen. Is sprake van strijd met redelijke eisen van welstand? 6. Eiseres betoogt dat het bouwplan op twee punten in strijd is met redelijke eisen van welstand. Ten eerste gaat het college er aan voorbij dat de verticale roedes in de bovenramen niet passen bij de architectonische eenheid in de straat. Ten onrechte wordt de hele straat als eenheid gezien. Er moet alleen gekeken worden naar de panden op nummers 19 tot en met 22, die als een afzonderlijke architectonische eenheid moeten worden gezien. Ondanks dat de gevelwanden als geheel een grote variatie aan architectonische elementen bevatten, zijn die elementen per eenheid consequent toegepast. Voor de eenheid waar de woning onderdeel van is geldt voor wat betreft de vensters op de begane grond dat geen sprake is van verticale roedeverdeling maar van glas-in-lood. De AOC heeft ten onrechte van belang geacht dat de ramen op de eerste en tweede verdieping van de woning bepalend zijn voor het vaststellen of de ramen op de begane grond verticale roedes moeten bevatten. De AOC had in plaats daarvan moeten kijken naar de architectonische eenheid bestaande uit genoemde panden, aldus eiseres. Ten tweede blijft eiseres erbij dat de kozijnwijziging, gelet op de toegenomen dikte van de nieuwe kozijnen, in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het college heeft ten aanzien van de kunststofkozijnen de aanvraag vergeleken met de situatie van nu, met grove voorzetramen. Deze voorzetramen zijn echter niet vergund. Eiseres betoogt dat voor een correcte welstandstoets gekeken moet worden naar de laatst vergunde situatie, in dit geval zonder voorzetramen. Op deze wijze houdt het bouwplan wel degelijk een vergroving van het gevelbeeld in, omdat de kozijnwijziging een verdikking van 30 mm betekent. Het bovenstaande klemt te meer nu het college in andere gevallen wel een punt maakt van verdikking van kozijnen. 6.1. De rechtbank stelt voorop dat het college volgens vaste rechtspraak aan een welstandsadvies in beginsel doorslaggevende betekenis mag toekennen. Dit is anders indien het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat het college het niet, of niet zonder meer, aan zijn oordeel over de welstand ten grondslag heeft mogen leggen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel dan ook geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht. 6.2. De rechtbank is van oordeel dat het college zich op basis van de adviezen van de AOC op het standpunt mocht stellen dat het bouwplan in overeenstemming is met redelijke eisen van welstand. Volgens de objectgerichte criteria in de Welstandsnota vertoont een venster samenhang met de architectuur van de gevel. Het uiterlijk en de plaatsing en inpassing van een nieuw of vervangend venster moet passen in de architectuur en de architectuurstijl van het gebouw waarin het wordt geplaatst. Daarnaast geldt ook een aanvullend algemeen welstandscriterium als, zoals in dit geval, sprake is van een beschermd stadsgezicht: het bouwwerk leidt tot behoud of versterking van de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. 6.3. In het welstandsadvies is de vervanging van de kozijnen aan beide criteria getoetst en akkoord bevonden. Daarbij is van belang geacht dat de indeling met verticale roeden aansluit bij de ramen op de bovenverdiepingen, waardoor, tezamen met de kleurstelling, de samenhang binnen het gevelbeeld aanzienlijk verbetert. Dat de AOC die vergelijkingen met de bovenverdiepingen niet had mogen maken maar had moeten kijken naar de panden op nummers 19 tot en met 22 kan de rechtbank niet volgen. De samenhang met de architectuur van de gevel is immers een criterium waaraan getoetst moet worden. Daarnaast is ook gekeken naar de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht, waarbij is aangesloten bij het gaaf bewaard gebleven ensemble van de gehele woningrij. Eiseres betwist niet dat diverse gevels in dezelfde woningrij, waaronder het buurpand, zich kenmerken door verticale roedes in de bovenramen. De stelling dat alleen vergeleken moet worden met de panden op nummers 19 tot en met 22, omdat die volgens eiseres een afzonderlijke architectonische eenheid vormen, berust naar het oordeel van de rechtbank vooral op een eigen waardering van eiseres en heeft zij verder niet concreet onderbouwd. De rechtbank stelt verder vast dat de AOC afdoende navolgbaar heeft gemotiveerd waarom de aangevraagde vervanging van de kozijnen, ondanks dat de toegenomen dikte als een verlies wordt gezien, toch in overeenstemming met de redelijke eisen van welstand is. De stelling dat in andere gevallen de verdikking van kozijnen door het college wordt afgewezen, heeft eiseres niet onderbouwd. Voor zover eiseres betoogt dat de kozijnwijziging vergeleken moet worden met de laatst vergunde situatie van het pand, overweegt de rechtbank dat zij niet inziet waarom bij de welstandstoets geen betekenis mag worden gehecht aan een vergelijking met de feitelijke situatie met voorzetramen. De rechtbank vindt bovendien dat de AOC een navolgbare afweging heeft gemaakt, waarbij aan de ‘winst’ van de verticale roeden en de kleurstelling binnen het gevelbeeld doorslaggevende betekenis is gehecht. 6.4. De rechtbank concludeert derhalve dat de beroepsgronden van eiseres geen concrete aanknopingspunten oplevert om te oordelen dat het advies van de AOC naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat het college het niet, of niet zonder meer, aan zijn oordeel over de welstand ten grondslag heeft mogen leggen. Daarnaast heeft eiseres geen advies van een andere deskundige overgelegd. Dat eiseres tot een waardering komt dan de AOC is geen reden om te oordelen dat het college het advies van de AOC niet zou mogen volgen 6.5. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr.