Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-07
ECLI:NL:RBDHA:2026:10864
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,465 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10864 text/xml public 2026-05-07T15:47:45 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 NL26.24487 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10864 text/html public 2026-05-07T15:46:51 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10864 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / NL26.24487 Vervolgberoep – bewaring – artikel 59, lid 1, onder a, Vw. – belangenafweging – ongegrond – geen proceskostenveroordeling – een schadevergoeding. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.24487 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.C. de Jong), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. H. Toonders). Procesverloop Verweerder heeft op 19 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Verweerder heeft desgevraagd een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 7 mei 2026. Overwegingen Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1980 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 30 maart 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 25 maart 2026, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds 25 maart 2026. 4. Eiser voert aan dat uit de voortgangsrapportage niet blijkt dat verweerder een continue belangenafweging heeft gemaakt. Verweerder handelt daarmee onzorgvuldig ten aanzien van eisers belangen. Eiser heeft verklaard mee te willen werken aan een presentatie, ondanks zijn verklaringen in de vertrekgesprekken dat hij niet wil terugkeren naar Gambia. Eiser heeft gezinsleven en een vast adres waar hij kan verblijven totdat een aanvraag kan worden ingediend voor een verblijfsvergunning om bij zijn vriendin te mogen verblijven. Gelet op deze belangen dient eiser in vrijheid te worden gesteld tot meer bekend is over de presentatie aan de Gambiaanse autoriteiten, dan wel tot aan eiser een LP is verstrekt. 5. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om een lichter middel toe te passen. De rechtbank stelt voorop dat het eerder in de maatregel van bewaring aangenomen risico op onttrekking nog onverkort aanwezig is. Uit de enkele stelling van eiser dat hij wil meewerken aan een presentatie aan de Gambiaanse autoriteiten, maar tegelijkertijd aangeeft niet te willen terugkeren naar Gambia, kan niet worden afgeleid dat met een lichter middel kan worden volstaan. Over wat eiser in het kader van de belangenafweging aanvoert oordeelt de rechtbank dat er geen feiten of omstandigheden zijn die, gelet op de duur van deze bewaring, voor de verweerder aanleiding hadden moeten zijn de bewaring bij een afweging van de belangen op te heffen. Uit het dossier volgt dat de belangen van eiser regelmatig worden afgewogen. Zo wordt na elk vertrekgesprek beoordeeld of eiser omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat de bewaringsmaatregel niet langer zou kunnen voortduren. Dat deze belangenafweging niet in de M120 staat, maakt dit niet anders. 6. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. 7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Vreemdelingenwet 2000. ECLI:NL:RBDHA:2026:7156. Laissez-passer.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10864 text/xml public 2026-05-07T15:47:45 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-07 NL26.24487 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10864 text/html public 2026-05-07T15:46:51 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10864 Rechtbank Den Haag , 07-05-2026 / NL26.24487 Vervolgberoep – bewaring – artikel 59, lid 1, onder a, Vw. – belangenafweging – ongegrond – geen proceskostenveroordeling – een schadevergoeding. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.24487 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.C. de Jong), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. H. Toonders). Procesverloop Verweerder heeft op 19 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Verweerder heeft desgevraagd een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 7 mei 2026. Overwegingen Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1980 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 30 maart 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 25 maart 2026, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds 25 maart 2026. 4. Eiser voert aan dat uit de voortgangsrapportage niet blijkt dat verweerder een continue belangenafweging heeft gemaakt. Verweerder handelt daarmee onzorgvuldig ten aanzien van eisers belangen. Eiser heeft verklaard mee te willen werken aan een presentatie, ondanks zijn verklaringen in de vertrekgesprekken dat hij niet wil terugkeren naar Gambia. Eiser heeft gezinsleven en een vast adres waar hij kan verblijven totdat een aanvraag kan worden ingediend voor een verblijfsvergunning om bij zijn vriendin te mogen verblijven. Gelet op deze belangen dient eiser in vrijheid te worden gesteld tot meer bekend is over de presentatie aan de Gambiaanse autoriteiten, dan wel tot aan eiser een LP is verstrekt. 5. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om een lichter middel toe te passen. De rechtbank stelt voorop dat het eerder in de maatregel van bewaring aangenomen risico op onttrekking nog onverkort aanwezig is. Uit de enkele stelling van eiser dat hij wil meewerken aan een presentatie aan de Gambiaanse autoriteiten, maar tegelijkertijd aangeeft niet te willen terugkeren naar Gambia, kan niet worden afgeleid dat met een lichter middel kan worden volstaan. Over wat eiser in het kader van de belangenafweging aanvoert oordeelt de rechtbank dat er geen feiten of omstandigheden zijn die, gelet op de duur van deze bewaring, voor de verweerder aanleiding hadden moeten zijn de bewaring bij een afweging van de belangen op te heffen. Uit het dossier volgt dat de belangen van eiser regelmatig worden afgewogen. Zo wordt na elk vertrekgesprek beoordeeld of eiser omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat de bewaringsmaatregel niet langer zou kunnen voortduren. Dat deze belangenafweging niet in de M120 staat, maakt dit niet anders. 6. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. 7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Vreemdelingenwet 2000. ECLI:NL:RBDHA:2026:7156. Laissez-passer.