Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2026:10844
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,043 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10844 text/xml public 2026-05-20T15:46:13 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-17 NL25.63902 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10844 text/html public 2026-05-20T15:45:53 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10844 Rechtbank Den Haag , 17-04-2026 / NL25.63902 asiel - beroep ongegrond - geen risico op ernstige schade vanwege problemen met vader - art. 8 EVRM - geen afzonderlijke belangenafweging want eiseres en partner hebben beide geen rechtmatig verblijf - niet toekennen verblijfsvergunning regulier levert geen schending van artikel 8 EVRM op - belangen van kinderen betrokken RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.63902 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres, mede namens haar minderjarige zoon: [minderjarige] , geboren [geboortedatum 1] 2022, (gemachtigde: mr. G. Ocak), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. C.R. Vink). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. 1.1. Eiseres heeft op 6 oktober 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 25 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, G. Ali als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiseres heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 2] 1994. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij problemen heeft ervaren met haar vader tijdens haar jeugd. Eiseres is op jonge leeftijd door haar vader uitgehuwelijkt. Zij is vervolgens van deze man gescheiden en in 2021 naar Turkije vertrokken. Zij is daar gehuwd met haar huidige Syrische man en daar bevallen van haar eerste kind. In 2023 is eiseres met haar man en hun zoon naar Europa vertrokken. Eiseres vreest bij terugkeer voor problemen met haar vader vanwege haar eerdere scheiding. De terugkeer naar Marokko zou een scheiding tussen haar en haar man veroorzaken. Zij kan ook niet naar Syrië vanwege de instabiele en onveilige situatie daar. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; en de problemen met haar vader. 3.1. Verweerder vindt het eerste asielmotief deels geloofwaardig. Verweerder vindt de identiteit niet geloofwaardig, de nationaliteit en herkomst vindt hij wel geloofwaardig. Eiseres heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van haar identiteit. Verweerder heeft getoetst of eiseres haar identiteit anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Eiseres heeft volgens verweerder ter onderbouwing van haar identiteit niet voldoende documenten overgelegd en heeft daar geen goede verklaring voor. Ook vindt verweerder dat eiseres niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Het tweede asielmotief vindt verweerder wel geloofwaardig. De geloofwaardig geachte asielmotieven zijn volgens verweerder onvoldoende om aan te nemen dat zij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij bij terugkeer naar Marokko een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond. Ook vindt verweerder dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor het krijgen van een reguliere verblijfsvergunning. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – in het kort - het volgende aan. Ten eerste verzoekt zij haar ingediende zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen nu verweerder onvoldoende inhoudelijk ingaat op wat zij in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Over de problemen met haar vader heeft verweerder volgens eiseres ten onrechte gesteld dat deze niet zwaarwegend genoeg zijn en vindt zij dat verweerder geen kenbare belangenafweging heeft gemaakt. Verder vindt eiseres dat verweerder artikel 8 van het EVRM onjuist heeft toegepast, nu verweerder miskent dat het recht op gezinsleven niet afhankelijk is van het hebben van een verblijfsvergunning in Nederland. Eiseres voert aan dat verweerder in strijd met jurisprudentie van het EHRM heeft gehandeld, nu hij heeft nagelaten de belangen van het minderjarige kind kenbaar en expliciet te betrekken bij de beoordeling van artikel 8 van het EVRM. Ten slotte voert eiseres aan dat artikel 8 van het EVRM wordt geschonden nu eiseres en haar echtgenoot uitstel van vertrek vanwege medische redenen hebben gekregen en hun minderjarig kind als enige een terugkeerbesluit opgelegd heeft gekregen. Hierdoor worden ouders en kind gescheiden van elkaar. Het bestreden besluit is om deze reden ook in strijd met artikel 24 van het Handvest. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen. Herhaald en ingelast 6. De beroepsgrond van eiseres dat verweerder onvoldoende inhoudelijk ingaat op wat zij in de zienswijze naar voren heeft gebracht, heeft zij op zitting laten vallen. Dit is dus verder niet in geschil. Risico op ernstige schade 7. Verweerder vindt geloofwaardig dat eiseres problemen heeft ervaren met haar vader. De rechtbank overweegt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hoewel hij eiseres volgt in het feit dat zij wegens haar strenge opvoeding een zekere vrees heeft voor haar vader en dat haar vader niet accepteert dat zij met een niet-Marokkaanse man is getrouwd, er buiten het uitschelden waarover zij heeft verklaard geen indicatie is dat eiseres om deze reden een risico loopt op ernstige schade. Eiseres heeft geen concrete bedreigingen naar voren gebracht om haar vrees bij terugkeer te onderbouwen. De rechtbank overweegt dat verweerder hiermee in zijn beoordeling wel degelijk – en kenbaar – een risico inschatting heeft gemaakt. Verblijfsvergunning regulier 8. Partijen zijn erover eens dat er sprake is van gezinsleven, maar zij zijn het niet eens over de vraag of het niet toekennen van een verblijfsvergunning regulier een schending van artikel 8 van het EVRM oplevert. 9. De rechtbank overweegt dat verweerder bij de toets aan artikel 8 van het EVRM in dit geval geen afzonderlijke belangenafweging heeft hoeven maken. Eiseres noch haar partner hebben rechtmatig verblijf op grond van een verblijfsvergunning, nu de asielaanvragen van alle gezinsleden worden afgewezen, zodat er geen sprake is van een inmenging. Aan de vraag of deze inmenging gerechtvaardigd is en waarbij een belangenafweging moet plaatsvinden, wordt daarom niet toegekomen. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat artikel 8 van het EVRM geen recht geeft op domiciliekeuze en niet zo kan worden geïnterpreteerd dat gezinsleven in Nederland moet worden gefaciliteerd bij het ontbreken van geldig verblijfsrecht. Verweerder heeft gelet op het voorgaande terecht het standpunt ingenomen dat het niet toekennen van een verblijfsvergunning regulier geen schending van artikel 8 van het EVRM oplevert. 10. Bovendien heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank ook niet nagelaten om de belangen van de minderjarige kinderen te betrekken bij de beoordeling onder artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat het gezin het gezinsleven gezamenlijk buiten Nederland kan voorzetten. Op zitting heeft verweerder verhelderd dat er aan alle gezinsleden terugkeerbesluiten zijn opgelegd. De drie terugkeerbesluiten zijn enkel tijdelijk opgeschort wegens uitstel van vertrek om medische redenen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10844 text/xml public 2026-05-20T15:46:13 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-17 NL25.63902 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10844 text/html public 2026-05-20T15:45:53 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10844 Rechtbank Den Haag , 17-04-2026 / NL25.63902 asiel - beroep ongegrond - geen risico op ernstige schade vanwege problemen met vader - art. 8 EVRM - geen afzonderlijke belangenafweging want eiseres en partner hebben beide geen rechtmatig verblijf - niet toekennen verblijfsvergunning regulier levert geen schending van artikel 8 EVRM op - belangen van kinderen betrokken RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.63902 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres, mede namens haar minderjarige zoon: [minderjarige] , geboren [geboortedatum 1] 2022, (gemachtigde: mr. G. Ocak), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. C.R. Vink). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. 1.1. Eiseres heeft op 6 oktober 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 25 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, G. Ali als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiseres heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 2] 1994. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij problemen heeft ervaren met haar vader tijdens haar jeugd. Eiseres is op jonge leeftijd door haar vader uitgehuwelijkt. Zij is vervolgens van deze man gescheiden en in 2021 naar Turkije vertrokken. Zij is daar gehuwd met haar huidige Syrische man en daar bevallen van haar eerste kind. In 2023 is eiseres met haar man en hun zoon naar Europa vertrokken. Eiseres vreest bij terugkeer voor problemen met haar vader vanwege haar eerdere scheiding. De terugkeer naar Marokko zou een scheiding tussen haar en haar man veroorzaken. Zij kan ook niet naar Syrië vanwege de instabiele en onveilige situatie daar. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; en de problemen met haar vader. 3.1. Verweerder vindt het eerste asielmotief deels geloofwaardig. Verweerder vindt de identiteit niet geloofwaardig, de nationaliteit en herkomst vindt hij wel geloofwaardig. Eiseres heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van haar identiteit. Verweerder heeft getoetst of eiseres haar identiteit anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Eiseres heeft volgens verweerder ter onderbouwing van haar identiteit niet voldoende documenten overgelegd en heeft daar geen goede verklaring voor. Ook vindt verweerder dat eiseres niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Het tweede asielmotief vindt verweerder wel geloofwaardig. De geloofwaardig geachte asielmotieven zijn volgens verweerder onvoldoende om aan te nemen dat zij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij bij terugkeer naar Marokko een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond. Ook vindt verweerder dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor het krijgen van een reguliere verblijfsvergunning. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – in het kort - het volgende aan. Ten eerste verzoekt zij haar ingediende zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen nu verweerder onvoldoende inhoudelijk ingaat op wat zij in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Over de problemen met haar vader heeft verweerder volgens eiseres ten onrechte gesteld dat deze niet zwaarwegend genoeg zijn en vindt zij dat verweerder geen kenbare belangenafweging heeft gemaakt. Verder vindt eiseres dat verweerder artikel 8 van het EVRM onjuist heeft toegepast, nu verweerder miskent dat het recht op gezinsleven niet afhankelijk is van het hebben van een verblijfsvergunning in Nederland. Eiseres voert aan dat verweerder in strijd met jurisprudentie van het EHRM heeft gehandeld, nu hij heeft nagelaten de belangen van het minderjarige kind kenbaar en expliciet te betrekken bij de beoordeling van artikel 8 van het EVRM. Ten slotte voert eiseres aan dat artikel 8 van het EVRM wordt geschonden nu eiseres en haar echtgenoot uitstel van vertrek vanwege medische redenen hebben gekregen en hun minderjarig kind als enige een terugkeerbesluit opgelegd heeft gekregen. Hierdoor worden ouders en kind gescheiden van elkaar. Het bestreden besluit is om deze reden ook in strijd met artikel 24 van het Handvest. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen. Herhaald en ingelast 6. De beroepsgrond van eiseres dat verweerder onvoldoende inhoudelijk ingaat op wat zij in de zienswijze naar voren heeft gebracht, heeft zij op zitting laten vallen. Dit is dus verder niet in geschil. Risico op ernstige schade 7. Verweerder vindt geloofwaardig dat eiseres problemen heeft ervaren met haar vader. De rechtbank overweegt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hoewel hij eiseres volgt in het feit dat zij wegens haar strenge opvoeding een zekere vrees heeft voor haar vader en dat haar vader niet accepteert dat zij met een niet-Marokkaanse man is getrouwd, er buiten het uitschelden waarover zij heeft verklaard geen indicatie is dat eiseres om deze reden een risico loopt op ernstige schade. Eiseres heeft geen concrete bedreigingen naar voren gebracht om haar vrees bij terugkeer te onderbouwen. De rechtbank overweegt dat verweerder hiermee in zijn beoordeling wel degelijk – en kenbaar – een risico inschatting heeft gemaakt. Verblijfsvergunning regulier 8. Partijen zijn erover eens dat er sprake is van gezinsleven, maar zij zijn het niet eens over de vraag of het niet toekennen van een verblijfsvergunning regulier een schending van artikel 8 van het EVRM oplevert. 9. De rechtbank overweegt dat verweerder bij de toets aan artikel 8 van het EVRM in dit geval geen afzonderlijke belangenafweging heeft hoeven maken. Eiseres noch haar partner hebben rechtmatig verblijf op grond van een verblijfsvergunning, nu de asielaanvragen van alle gezinsleden worden afgewezen, zodat er geen sprake is van een inmenging. Aan de vraag of deze inmenging gerechtvaardigd is en waarbij een belangenafweging moet plaatsvinden, wordt daarom niet toegekomen. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat artikel 8 van het EVRM geen recht geeft op domiciliekeuze en niet zo kan worden geïnterpreteerd dat gezinsleven in Nederland moet worden gefaciliteerd bij het ontbreken van geldig verblijfsrecht. Verweerder heeft gelet op het voorgaande terecht het standpunt ingenomen dat het niet toekennen van een verblijfsvergunning regulier geen schending van artikel 8 van het EVRM oplevert. 10. Bovendien heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank ook niet nagelaten om de belangen van de minderjarige kinderen te betrekken bij de beoordeling onder artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat het gezin het gezinsleven gezamenlijk buiten Nederland kan voorzetten. Op zitting heeft verweerder verhelderd dat er aan alle gezinsleden terugkeerbesluiten zijn opgelegd. De drie terugkeerbesluiten zijn enkel tijdelijk opgeschort wegens uitstel van vertrek om medische redenen.