Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-29
ECLI:NL:RBDHA:2026:10828
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - meervoudig
28,015 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10828 text/xml public 2026-05-20T13:02:30 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-29 687002 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10828 text/html public 2026-05-20T12:59:52 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10828 Rechtbank Den Haag , 29-04-2026 / 687002 Opschorting in strijd met eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 BW). Coronabewijzen via CoronaCheck-app. De Staat heeft verstrekkende maatregelen genomen op basis van een vermoeden van fraude dat niet bleek te kloppen. Eigen schuld testaanbieder 40%. RECHTBANK Den Haag Team Handel Zaak-/rolnummer: C/09/687002 / HA ZA 25-538 Vonnis van 29 april 2026 in de zaak van 1 HEALTH TESTS & SUPPLIES B.V., te Amsterdam, 2. SPOEDTEST B.V., te Amsterdam, 3. [eisers sub 3] , te [woonplaats 1] , 4. [eisers sub 4] , te [woonplaats 2] , eisers, hierna samen te noemen: Spoedtest (enkelvoud), advocaten: mr. J.E. Stam en mr. E. van Meulen, tegen STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN VWS) , te Den Haag, gedaagde, hierna te noemen: de Staat, advocaten: mr. P.J. Tanja en mr. K.A. Groenendijk. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 6 juni 2025 met producties 1 t/m 30; - de conclusie van antwoord van de Staat van 17 september 2025 met producties 1 t/m 10; - het B8-formulier van Spoedtest van 7 maart 2026 met producties 31 t/m 35; - de door beide partijen overgelegde pleitnotities. 1.2. Op 17 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. 2 De feiten 2.1. Spoedtest was in 2021 aanbieder van coronatesten. Spoedtest B.V. en Health Tests & Supplies B.V. (hierna: HTS) hebben dezelfde eigenaren en bestuurders. 2.2. Spoedtest B.V. is opgericht om als ‘testaanbieder’ in te schrijven op het project ‘Testen voor vertrek’ en was ook testaanbieder voor het project ‘Testen voor Toegang’ (hierna ook: TvT). Daarnaast bood Spoedtest via de website www.spoedtest.nl commerciële coronatesten aan. 2.3. De feitelijke exploitatie van de teststraten was ondergebracht in HTS. In die verhouding fungeerde Spoedtest B.V. als opdrachtgever van HTS. HTS exploiteerde in november 2021 circa 100 teststraten, waar circa 2.000 werknemers in geheel Nederland circa 155.000 testen per week afnamen. 2.4. HTS was in 2021 als testaanbieder aangesloten op ‘CoronaCheck’, een in opdracht van de Nederlandse overheid ontwikkeld platform (hierna: de CoronaCheck-omgeving) met een app en een website. Via dit platform konden gebruikers een bewijs in de vorm van een QR-code aanmaken wanneer zij negatief getest of gevaccineerd waren. Met een bewijs kon de gebruiker toegang tot bepaalde locaties krijgen en voldoen aan de eisen voor internationaal reizen (het al genoemde project ‘Testen voor Toegang’). 2.5. Op 14 juni 2021 heeft Spoedtest B.V. de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck ondertekend. Op het tekenblad staat het volgende vermeld: Door ondertekening stemt ondergetekende in met de Aansluitvoorwaarden en daarbij behorende bijlagen, als gevolg waarvan een overeenkomst ontstaat tussen VWS en Aansluiter. 2.6. In de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck is onder meer het volgende opgenomen: Artikel 1. Definities (…) Aansluiter: de partij die testuitslagen ontsluit via CoronaCheck en in dit kader partij is bij de Aansluitvoorwaarden; (…) VWS: Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Artikel 2. Status van de Aansluitvoorwaarden Door aanvaarding van deze Aansluitvoorwaarden door Aansluiter ontstaat een overeenkomst tussen Aansluiter en VWS. (…) Artikel 14. Audit en stelselcontrole 14.1. VWS heeft het recht om bij een vermoeden van niet-naleven van deze Aansluitvoorwaarden door Aansluiter of indien anderszins sprake is van een incident een audit uit te voeren waarin VWS zal toetsen of Aansluiter de Aansluitvoorwaarden naleeft. (…) Artikel 15. Het (tijdelijk) beëindigen van CoronaCheck door VWS 15.2. Indien VWS vermoedt dat Aansluiter de Aansluitvoorwaarden niet naleeft, kan VWS Aansluiter (tijdelijk) de toegang tot CoronaCheck ontzeggen. 2.7. Het project Testen voor Toegang werd gefaciliteerd door de Stichting Open Nederland (SON). Zij beheerde een centraal afsprakenportaal op www.testenvoortoegang.nl en verzorgde de benodigde IT-faciliteiten. Op 1 oktober 2021 heeft Spoedtest B.V. met SON een ‘Overeenkomst testaanbieder’ gesloten, waarin onder meer het volgende is opgenomen: 2.4 De Stichting heeft het recht deze Overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk tussentijds op te zeggen, derhalve zonder inachtneming van een opzegtermijn en bovendien zonder tot enige vorm van compensatie, schadevergoeding en/of vergoeding van kosten en/of investeringen gehouden te zijn, in de volgende gevallen: (…) (vi) indien de Testaanbieder door de Staat is afgesloten van de CoronaCheck-app; 2.8. Naast de CoronaCheck-omgeving heeft de Staat ook – bij wijze van uitzonderingsroute – een portaal ontwikkeld met de naam 'Hulpverleners Kunnen Verklaringen Invoeren' (hierna: HKVI-portaal), via welk portaal bepaalde zorgverleners een coronabewijs konden aanmaken voor burgers zonder DigiD of zonder toegang tot digitale middelen. In de HKVI Gebuikersvoorwaarden staat het volgende vermeld: Inleidende overwegingen (…) ( e) Gebruiker is één van de partijen die in Nederland is belast met het toedienen van COVID-19 vaccinaties en/of het uitvoeren van coronatesten, of heeft deze uitgevoerd en is zodoende in staat een vaccinatiebewijs, negatieve coronatest en een verklaring van herstel te verstrekken. (...) Artikel 1 Definities (…) g. Gebruiker : de uitvoerder van de test, de toediener van het vaccin, de verklaarder van het herstel of de reizigerspoli van een Nederlandse GGD die Bewijzen genereert via de HKVI-portaal en deze verstrekt aan Burgers. (…) Artikel 4 Voorwaarden voor het gebruik van de HKVI-portaal (…) 4.3 Gebruiker mag de HKVI-portaal alleen gebruiken voor zover dat voor de in de overweging (e) bedoelde verplichting strikt noodzakelijk is. 2.9. In juli 2021 informeerde de Gemeente Rotterdam of Spoedtest het HKVI-portaal zou kunnen gaan gebruiken. Spoedtest reageerde daarop per e-mail van 31 juli 2021, onder meer met: Als Spoedtest zijnde hebben wij hier onderzoek naar gedaan maar leek het voor ons dat duidelijk [is] dat de HKVI [voor] artsen was die hun patiënten hersteld verklaarden. Als commerciële teststraat hebben wij geen inzicht in wanneer iemand weer positief is. En later die dag: Spoedtest zet geen vaccinaties, daarom lijkt het in mijn ogen niet mogelijk om met de HVKI te werken. Deze portaal is beschikbaar gesteld voor instanties die vaccinaties zetten. 2.10. In een e-mail van 1 augustus 2021 schreef [naam 1] , arts bron- en contactonderzoek bij GGD Rotterdam-Rijnmond, aan Spoedtest: Spoedtest.nl stuurt door jullie geteste mensen door naar ons, de GGD Rotterdam-Rijnmond, voor een herstelverklaring. Een herstelverklaring is niets anders dan een verklaring dat iemand positief is getest op SARS-CoV-2 op een bepaalde datum. Aangezien wij deze mensen niet hebben getest kunnen we geen herstelverklaring afgeven. Het heeft dus ook geen zin om deze mensen naar ons toe te sturen omdat wij hen niet kunnen helpen. HKV is door het ministerie VWS in het leven geroepen zodat onder andere teststraten zoals jullie deze herstelverklaringen kunnen afgeven. U kunt dit doen via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/06/29/handleiding-hkvi (…) De informatie op deze website is wat onduidelijk omdat er over vaccinatiebewijzen wordt gesproken maar bij HKVI kunnen wel degelijk ook herstelverklaringen (eigenlijk: “iemand is positief getest op datum X”-verklaring) worden afgegeven. Nota bene: u kunt ook simpelweg een verklaring op papier zetten met als boodschap dat uw klant (identificeerbaar middels bijv. BSN) op datum X positief is getest op het SARS-CoV-2 virus. Meer dan dat is het niet.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10828 text/xml public 2026-05-20T13:02:30 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-29 687002 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10828 text/html public 2026-05-20T12:59:52 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10828 Rechtbank Den Haag , 29-04-2026 / 687002 Opschorting in strijd met eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 BW). Coronabewijzen via CoronaCheck-app. De Staat heeft verstrekkende maatregelen genomen op basis van een vermoeden van fraude dat niet bleek te kloppen. Eigen schuld testaanbieder 40%. RECHTBANK Den Haag Team Handel Zaak-/rolnummer: C/09/687002 / HA ZA 25-538 Vonnis van 29 april 2026 in de zaak van 1 HEALTH TESTS & SUPPLIES B.V., te Amsterdam, 2. SPOEDTEST B.V., te Amsterdam, 3. [eisers sub 3] , te [woonplaats 1] , 4. [eisers sub 4] , te [woonplaats 2] , eisers, hierna samen te noemen: Spoedtest (enkelvoud), advocaten: mr. J.E. Stam en mr. E. van Meulen, tegen STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN VWS) , te Den Haag, gedaagde, hierna te noemen: de Staat, advocaten: mr. P.J. Tanja en mr. K.A. Groenendijk. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 6 juni 2025 met producties 1 t/m 30; - de conclusie van antwoord van de Staat van 17 september 2025 met producties 1 t/m 10; - het B8-formulier van Spoedtest van 7 maart 2026 met producties 31 t/m 35; - de door beide partijen overgelegde pleitnotities. 1.2. Op 17 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. 2 De feiten 2.1. Spoedtest was in 2021 aanbieder van coronatesten. Spoedtest B.V. en Health Tests & Supplies B.V. (hierna: HTS) hebben dezelfde eigenaren en bestuurders. 2.2. Spoedtest B.V. is opgericht om als ‘testaanbieder’ in te schrijven op het project ‘Testen voor vertrek’ en was ook testaanbieder voor het project ‘Testen voor Toegang’ (hierna ook: TvT). Daarnaast bood Spoedtest via de website www.spoedtest.nl commerciële coronatesten aan. 2.3. De feitelijke exploitatie van de teststraten was ondergebracht in HTS. In die verhouding fungeerde Spoedtest B.V. als opdrachtgever van HTS. HTS exploiteerde in november 2021 circa 100 teststraten, waar circa 2.000 werknemers in geheel Nederland circa 155.000 testen per week afnamen. 2.4. HTS was in 2021 als testaanbieder aangesloten op ‘CoronaCheck’, een in opdracht van de Nederlandse overheid ontwikkeld platform (hierna: de CoronaCheck-omgeving) met een app en een website. Via dit platform konden gebruikers een bewijs in de vorm van een QR-code aanmaken wanneer zij negatief getest of gevaccineerd waren. Met een bewijs kon de gebruiker toegang tot bepaalde locaties krijgen en voldoen aan de eisen voor internationaal reizen (het al genoemde project ‘Testen voor Toegang’). 2.5. Op 14 juni 2021 heeft Spoedtest B.V. de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck ondertekend. Op het tekenblad staat het volgende vermeld: Door ondertekening stemt ondergetekende in met de Aansluitvoorwaarden en daarbij behorende bijlagen, als gevolg waarvan een overeenkomst ontstaat tussen VWS en Aansluiter. 2.6. In de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck is onder meer het volgende opgenomen: Artikel 1. Definities (…) Aansluiter: de partij die testuitslagen ontsluit via CoronaCheck en in dit kader partij is bij de Aansluitvoorwaarden; (…) VWS: Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Artikel 2. Status van de Aansluitvoorwaarden Door aanvaarding van deze Aansluitvoorwaarden door Aansluiter ontstaat een overeenkomst tussen Aansluiter en VWS. (…) Artikel 14. Audit en stelselcontrole 14.1. VWS heeft het recht om bij een vermoeden van niet-naleven van deze Aansluitvoorwaarden door Aansluiter of indien anderszins sprake is van een incident een audit uit te voeren waarin VWS zal toetsen of Aansluiter de Aansluitvoorwaarden naleeft. (…) Artikel 15. Het (tijdelijk) beëindigen van CoronaCheck door VWS 15.2. Indien VWS vermoedt dat Aansluiter de Aansluitvoorwaarden niet naleeft, kan VWS Aansluiter (tijdelijk) de toegang tot CoronaCheck ontzeggen. 2.7. Het project Testen voor Toegang werd gefaciliteerd door de Stichting Open Nederland (SON). Zij beheerde een centraal afsprakenportaal op www.testenvoortoegang.nl en verzorgde de benodigde IT-faciliteiten. Op 1 oktober 2021 heeft Spoedtest B.V. met SON een ‘Overeenkomst testaanbieder’ gesloten, waarin onder meer het volgende is opgenomen: 2.4 De Stichting heeft het recht deze Overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk tussentijds op te zeggen, derhalve zonder inachtneming van een opzegtermijn en bovendien zonder tot enige vorm van compensatie, schadevergoeding en/of vergoeding van kosten en/of investeringen gehouden te zijn, in de volgende gevallen: (…) (vi) indien de Testaanbieder door de Staat is afgesloten van de CoronaCheck-app; 2.8. Naast de CoronaCheck-omgeving heeft de Staat ook – bij wijze van uitzonderingsroute – een portaal ontwikkeld met de naam 'Hulpverleners Kunnen Verklaringen Invoeren' (hierna: HKVI-portaal), via welk portaal bepaalde zorgverleners een coronabewijs konden aanmaken voor burgers zonder DigiD of zonder toegang tot digitale middelen. In de HKVI Gebuikersvoorwaarden staat het volgende vermeld: Inleidende overwegingen (…) ( e) Gebruiker is één van de partijen die in Nederland is belast met het toedienen van COVID-19 vaccinaties en/of het uitvoeren van coronatesten, of heeft deze uitgevoerd en is zodoende in staat een vaccinatiebewijs, negatieve coronatest en een verklaring van herstel te verstrekken. (...) Artikel 1 Definities (…) g. Gebruiker : de uitvoerder van de test, de toediener van het vaccin, de verklaarder van het herstel of de reizigerspoli van een Nederlandse GGD die Bewijzen genereert via de HKVI-portaal en deze verstrekt aan Burgers. (…) Artikel 4 Voorwaarden voor het gebruik van de HKVI-portaal (…) 4.3 Gebruiker mag de HKVI-portaal alleen gebruiken voor zover dat voor de in de overweging (e) bedoelde verplichting strikt noodzakelijk is. 2.9. In juli 2021 informeerde de Gemeente Rotterdam of Spoedtest het HKVI-portaal zou kunnen gaan gebruiken. Spoedtest reageerde daarop per e-mail van 31 juli 2021, onder meer met: Als Spoedtest zijnde hebben wij hier onderzoek naar gedaan maar leek het voor ons dat duidelijk [is] dat de HKVI [voor] artsen was die hun patiënten hersteld verklaarden. Als commerciële teststraat hebben wij geen inzicht in wanneer iemand weer positief is. En later die dag: Spoedtest zet geen vaccinaties, daarom lijkt het in mijn ogen niet mogelijk om met de HVKI te werken. Deze portaal is beschikbaar gesteld voor instanties die vaccinaties zetten. 2.10. In een e-mail van 1 augustus 2021 schreef [naam 1] , arts bron- en contactonderzoek bij GGD Rotterdam-Rijnmond, aan Spoedtest: Spoedtest.nl stuurt door jullie geteste mensen door naar ons, de GGD Rotterdam-Rijnmond, voor een herstelverklaring. Een herstelverklaring is niets anders dan een verklaring dat iemand positief is getest op SARS-CoV-2 op een bepaalde datum. Aangezien wij deze mensen niet hebben getest kunnen we geen herstelverklaring afgeven. Het heeft dus ook geen zin om deze mensen naar ons toe te sturen omdat wij hen niet kunnen helpen. HKV is door het ministerie VWS in het leven geroepen zodat onder andere teststraten zoals jullie deze herstelverklaringen kunnen afgeven. U kunt dit doen via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/06/29/handleiding-hkvi (…) De informatie op deze website is wat onduidelijk omdat er over vaccinatiebewijzen wordt gesproken maar bij HKVI kunnen wel degelijk ook herstelverklaringen (eigenlijk: “iemand is positief getest op datum X”-verklaring) worden afgegeven. Nota bene: u kunt ook simpelweg een verklaring op papier zetten met als boodschap dat uw klant (identificeerbaar middels bijv. BSN) op datum X positief is getest op het SARS-CoV-2 virus. Meer dan dat is het niet.
Volledig
Verder is er nog deze website van de overheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/coronabewijs/herstelbewijs Hier staat vermeld dat iemand voor een herstelverklaring bij de GGD getest moet zijn, dit is echter niet waar. Deze informatie is waarschijnlijk niet up-to-date. Graag verzoek ik u de informatie op https://hkvi.nlogin en daarbij in het bijzonder https://hkvi.nl/Technische.handleiding.HKV1.pdf door te nemen. Hierin staat beschreven hoe u te werk kunt gaan. Vanwege de conflicterende informatie die de overheid over dit onderwerp verspreid heb ik nu voor u uitgelegd wat u moet doen om uw klanten te helpen. Normaal gesproken is dit uw eigen verantwoordelijkheid als onderneming. (…) Hierbij dan ook het dringende verzoek om iedereen die bij u positief is getest op SARS-CoV-2 direct aan de GGD te melden en daarnaast om geen mensen naar de GGD te verwijzen voor een herstelbewijs indien zij niet bij de GGD zijn getest. 2.11. Vervolgens is Spoedtest gebruik gaan maken van het HKVI-portaal. 2.12. Op 6 november 2021 werd bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna ook: VWS) intern melding gemaakt dat Spoedtest herstelbewijzen uitgaf. In reactie daarop is de toegang van Spoedtest tot het HKVI-portaal afgesloten. In een interne e-mail van VWS van 8 november 2021 staat het volgende vermeld: 2.13. Op 10 november 2021 ontving Spoedtest de volgende e-mail van VWS: Beste testaanbieder, Zoals in de Aansluitvoorwaarden (Artikel 14.2) staat vermeld, heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS) het recht om te monitoren of u als testaanbieder de Aansluitvoorwaarden naleeft en of anderszins de veiligheid van CoronaCheck en de daarmee verbonden aansluitingen is gewaarborgd (stelselcontrole). Vanuit deze bevoegdheid verzoeken wij u om uiterlijk op vrijdag 12 november om 09:00 uur de volgende informatie bij ons aan te leveren. 1. Het BIG-registratie nummer van uw verantwoordelijk arts(en); 2. Een beschrijving van uw proces om tot het uitgeven van een herstelbewijs voor een bij uw organisatie positief geteste persoon te komen; 3. Of u de mogelijkheid heeft (ja/nee) om via een uitzonderingsroute test-/herstelbewijzen aan te maken; 4. Hoeveel positieve testuitslagen u heeft geconstateerd en gemeld bij GGD in de afgelopen 3 maanden, uitgesplitst per dag. Indien u meerdere aansluitingen hebt ook uitgesplitst per aansluiting. Indien wij geen reactie van u ontvangen behoudt VWS zich het recht voor om (tijdelijk) uw toegang tot CoronaCheck te ontzeggen (conform Aansluitvoorwaarden Artikel 15.3 en 15.2). 2.14. Spoedtest heeft op dit verzoek gereageerd per e-mail van 11 november 2021 met de volgende informatie: Zie hieronder antwoord op de gestelde vragen: 1. (…) 2. Via de website kunnen mensen hun herstelbewijs aanvragen doormiddel van het uploaden van hun positieve certificaat en het invullen van hun emailadres en ordernummer. Het certificaat wordt gecontroleerd doormiddel van de afspraak die de persoon heeft bij ons en met het ordernummer. Als deze overeenkomen en de aanvraag tussen 11 en 180 dagen is maken wij met het HKVI portaal een herstelbewijs aan en verzenden deze via beveiligde mail. 3. Test bewijzen kunnen handmatig aangemaakt worden door bevoegd en getraind personeel op het hoofdkantoor, dit gebeurt alleen in het uitzonderlijke geval dat ons systeem langere tijd niet meer werkt op locatie. Herstelbewijzen kunnen, indien de persoon na 13 oktober positief is getest, via https://vragen.coronatest.nl/herstelbewijs-elders/ aangevraagd worden. Wij hebben zelf geen uitzonderingsroute voor herstelbewijzen. 4. Zie bijlage. Mochten er nog vragen zijn, hoor ik het graag. 2.15. VWS heeft extern onderzoeksbureau NFIR laten onderzoeken welke bewijzen waren aangemaakt door Spoedtest via het HKVI-portaal. In een rapport van 12 november 2021 rapporteerde NFIR dat Spoedtest 123 testbewijzen, 630 herstelbewijzen en 108 vaccinatiebewijzen heeft aangemaakt in HKVI. Tegelijk wordt vermeld dat de gegevens van de GGD andere aantallen vermelden, maar dat dit ook een technische oorzaak kan hebben. In het rapport is verder opgenomen dat de gebruikte accounts zijn geïdentificeerd en zijn aangemaakt door de medisch directeur van Spoedtest, Camille Top. 2.16. In een brief van 15 november 2021 schreef VWS het volgende aan HTS: Health Tests & Supplies B.V. is als testaanbieder aangesloten op CoronaCheck. In dat kader is Health Tests & Supplies B.V. verplicht om aan de Aansluitvoorwaarden (versie 1.1, dd. 23 juni 2021) te voldoen. Vanuit de monitoring en stelselbewaking op CoronaCheck heeft het ministerie van VWS geconstateerd dat er stelselmatig handelingen door Health Tests & Supplies B.V. zijn verricht, die niet verenigbaar zijn met het primaire doel van een testaanbieder waarvoor de aansluiting op CoronaCheck door de testaanbieder is verkregen. Deze constatering heeft VWS doen besluiten de aansluiting van Health Tests & Supplies B.V. op CoronaCheck tijdelijk op te schorten en de toegang te ontzeggen per dinsdag 16 november 2021, 00:00 uur . In deze brief leest u aan welke verplichtingen Health Tests & Supplies B.V. moet voldoen behorend bij de opschorting en hoe de technische toegang ontzegging tot CoronaCheck wordt geëffectueerd. Reden tot tijdelijke opschorting Uit monitoring van het CoronaCheck stelsel is gebleken dat door Health Tests & Supplies B.V. onrechtmatig coronatoegangsbewijzen zijn uitgevaardigd via de VWS-applicatie HKVI. De daarmee gepaard gaande onrechtmatige handelingen zijn forensisch vastgesteld. (…) De geconstateerde handelingen van Health Tests & Supplies B.V. zijn niet verenigbaar met het primaire doel van een testaanbieder waarvoor de aansluiting op CoronaCheck door de Health Tests & Supplies B.V. is verkregen. Dit is van een dermate risicovolle aard voor het stelsel van CoronaCheck, dat VWS heeft besloten de toegang van Health Tests & Supplies B.V. tot CoronaCheck tijdelijk te ontzeggen per 16 november 2021, 00:00 uur . 2.17. Op 15 november 2021 heeft SON de overeenkomst met HTS voor Testen voor Toegang opgeschort, waardoor HTS geen toegang meer had tot het TvT-afsprakenportaal en burgers geen afspraken meer konden maken bij testlocaties van Spoedtest.nl. Reeds gemaakte testafspraken moesten worden geannuleerd en alle openstaande betalingen aan HTS werden opgeschort. 2.18. Op 15 november 2021 heeft VWS bij de politie aangifte gedaan van horizontale fraude door HTS, omdat HTS test-, herstel- en vaccinatiebewijzen zou hebben uitgegeven terwijl zij daar niet toe bevoegd was. 2.19. Op 16 november 2021 heeft de toenmalige Minister van VWS, [naam 2] , de Tweede Kamer door middel van een kamerbrief het volgende meegedeeld: Met deze brief informeer ik uw Kamer over discrepanties die zijn geconstateerd tijdens de voortdurende bewaking van het CoronaCheck-stelsel. Uit de monitoring van dit stelsel is het sterke vermoeden ontstaan dat door een testaanbieder stelselmatig handelingen zijn uitgevoerd die niet verenigbaar zijn met het primaire doel waarvoor de aansluiting op CoronaCheck is verkregen. Het gaat onder meer om het ten onrechte afgeven van vaccinatiebewijzen. Op basis van de gevonden onregelmatigheden is forensisch onderzoek uitgevoerd. Dit heeft aanleiding gegeven om de testaanbieder de toegang tot CoronaCheck met ingang van 16 november te ontzeggen. Hierbij is er voor gezorgd dat tot en met 15 november geteste personen niet worden gedupeerd, zij kunnen hun negatieve testbewijs nog ophalen in CoronaCheck. Er kunnen bij deze testaanbieder geen nieuwe afspraken meer worden gepland en bestaande afspraken komen te vervallen. De testaanbieder is verzocht om alle personen die nog een testafspraak hebben staan persoonlijk te informeren en door te verwijzen naar andere testaanbieders via het afsprakenportaal. Van de gevonden afwijkingen is op 15 november aangifte gedaan. Fraude met QR- codes is immers strafbaar; de straffen voor valsheid in geschrifte en misbruik van systemen kunnen oplopen tot 7 jaar. Ook heb ik contact gehad met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het afwijkende handelen van deze testaanbieder gemeld.
Volledig
Verder is er nog deze website van de overheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/coronabewijs/herstelbewijs Hier staat vermeld dat iemand voor een herstelverklaring bij de GGD getest moet zijn, dit is echter niet waar. Deze informatie is waarschijnlijk niet up-to-date. Graag verzoek ik u de informatie op https://hkvi.nlogin en daarbij in het bijzonder https://hkvi.nl/Technische.handleiding.HKV1.pdf door te nemen. Hierin staat beschreven hoe u te werk kunt gaan. Vanwege de conflicterende informatie die de overheid over dit onderwerp verspreid heb ik nu voor u uitgelegd wat u moet doen om uw klanten te helpen. Normaal gesproken is dit uw eigen verantwoordelijkheid als onderneming. (…) Hierbij dan ook het dringende verzoek om iedereen die bij u positief is getest op SARS-CoV-2 direct aan de GGD te melden en daarnaast om geen mensen naar de GGD te verwijzen voor een herstelbewijs indien zij niet bij de GGD zijn getest. 2.11. Vervolgens is Spoedtest gebruik gaan maken van het HKVI-portaal. 2.12. Op 6 november 2021 werd bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna ook: VWS) intern melding gemaakt dat Spoedtest herstelbewijzen uitgaf. In reactie daarop is de toegang van Spoedtest tot het HKVI-portaal afgesloten. In een interne e-mail van VWS van 8 november 2021 staat het volgende vermeld: 2.13. Op 10 november 2021 ontving Spoedtest de volgende e-mail van VWS: Beste testaanbieder, Zoals in de Aansluitvoorwaarden (Artikel 14.2) staat vermeld, heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS) het recht om te monitoren of u als testaanbieder de Aansluitvoorwaarden naleeft en of anderszins de veiligheid van CoronaCheck en de daarmee verbonden aansluitingen is gewaarborgd (stelselcontrole). Vanuit deze bevoegdheid verzoeken wij u om uiterlijk op vrijdag 12 november om 09:00 uur de volgende informatie bij ons aan te leveren. 1. Het BIG-registratie nummer van uw verantwoordelijk arts(en); 2. Een beschrijving van uw proces om tot het uitgeven van een herstelbewijs voor een bij uw organisatie positief geteste persoon te komen; 3. Of u de mogelijkheid heeft (ja/nee) om via een uitzonderingsroute test-/herstelbewijzen aan te maken; 4. Hoeveel positieve testuitslagen u heeft geconstateerd en gemeld bij GGD in de afgelopen 3 maanden, uitgesplitst per dag. Indien u meerdere aansluitingen hebt ook uitgesplitst per aansluiting. Indien wij geen reactie van u ontvangen behoudt VWS zich het recht voor om (tijdelijk) uw toegang tot CoronaCheck te ontzeggen (conform Aansluitvoorwaarden Artikel 15.3 en 15.2). 2.14. Spoedtest heeft op dit verzoek gereageerd per e-mail van 11 november 2021 met de volgende informatie: Zie hieronder antwoord op de gestelde vragen: 1. (…) 2. Via de website kunnen mensen hun herstelbewijs aanvragen doormiddel van het uploaden van hun positieve certificaat en het invullen van hun emailadres en ordernummer. Het certificaat wordt gecontroleerd doormiddel van de afspraak die de persoon heeft bij ons en met het ordernummer. Als deze overeenkomen en de aanvraag tussen 11 en 180 dagen is maken wij met het HKVI portaal een herstelbewijs aan en verzenden deze via beveiligde mail. 3. Test bewijzen kunnen handmatig aangemaakt worden door bevoegd en getraind personeel op het hoofdkantoor, dit gebeurt alleen in het uitzonderlijke geval dat ons systeem langere tijd niet meer werkt op locatie. Herstelbewijzen kunnen, indien de persoon na 13 oktober positief is getest, via https://vragen.coronatest.nl/herstelbewijs-elders/ aangevraagd worden. Wij hebben zelf geen uitzonderingsroute voor herstelbewijzen. 4. Zie bijlage. Mochten er nog vragen zijn, hoor ik het graag. 2.15. VWS heeft extern onderzoeksbureau NFIR laten onderzoeken welke bewijzen waren aangemaakt door Spoedtest via het HKVI-portaal. In een rapport van 12 november 2021 rapporteerde NFIR dat Spoedtest 123 testbewijzen, 630 herstelbewijzen en 108 vaccinatiebewijzen heeft aangemaakt in HKVI. Tegelijk wordt vermeld dat de gegevens van de GGD andere aantallen vermelden, maar dat dit ook een technische oorzaak kan hebben. In het rapport is verder opgenomen dat de gebruikte accounts zijn geïdentificeerd en zijn aangemaakt door de medisch directeur van Spoedtest, Camille Top. 2.16. In een brief van 15 november 2021 schreef VWS het volgende aan HTS: Health Tests & Supplies B.V. is als testaanbieder aangesloten op CoronaCheck. In dat kader is Health Tests & Supplies B.V. verplicht om aan de Aansluitvoorwaarden (versie 1.1, dd. 23 juni 2021) te voldoen. Vanuit de monitoring en stelselbewaking op CoronaCheck heeft het ministerie van VWS geconstateerd dat er stelselmatig handelingen door Health Tests & Supplies B.V. zijn verricht, die niet verenigbaar zijn met het primaire doel van een testaanbieder waarvoor de aansluiting op CoronaCheck door de testaanbieder is verkregen. Deze constatering heeft VWS doen besluiten de aansluiting van Health Tests & Supplies B.V. op CoronaCheck tijdelijk op te schorten en de toegang te ontzeggen per dinsdag 16 november 2021, 00:00 uur . In deze brief leest u aan welke verplichtingen Health Tests & Supplies B.V. moet voldoen behorend bij de opschorting en hoe de technische toegang ontzegging tot CoronaCheck wordt geëffectueerd. Reden tot tijdelijke opschorting Uit monitoring van het CoronaCheck stelsel is gebleken dat door Health Tests & Supplies B.V. onrechtmatig coronatoegangsbewijzen zijn uitgevaardigd via de VWS-applicatie HKVI. De daarmee gepaard gaande onrechtmatige handelingen zijn forensisch vastgesteld. (…) De geconstateerde handelingen van Health Tests & Supplies B.V. zijn niet verenigbaar met het primaire doel van een testaanbieder waarvoor de aansluiting op CoronaCheck door de Health Tests & Supplies B.V. is verkregen. Dit is van een dermate risicovolle aard voor het stelsel van CoronaCheck, dat VWS heeft besloten de toegang van Health Tests & Supplies B.V. tot CoronaCheck tijdelijk te ontzeggen per 16 november 2021, 00:00 uur . 2.17. Op 15 november 2021 heeft SON de overeenkomst met HTS voor Testen voor Toegang opgeschort, waardoor HTS geen toegang meer had tot het TvT-afsprakenportaal en burgers geen afspraken meer konden maken bij testlocaties van Spoedtest.nl. Reeds gemaakte testafspraken moesten worden geannuleerd en alle openstaande betalingen aan HTS werden opgeschort. 2.18. Op 15 november 2021 heeft VWS bij de politie aangifte gedaan van horizontale fraude door HTS, omdat HTS test-, herstel- en vaccinatiebewijzen zou hebben uitgegeven terwijl zij daar niet toe bevoegd was. 2.19. Op 16 november 2021 heeft de toenmalige Minister van VWS, [naam 2] , de Tweede Kamer door middel van een kamerbrief het volgende meegedeeld: Met deze brief informeer ik uw Kamer over discrepanties die zijn geconstateerd tijdens de voortdurende bewaking van het CoronaCheck-stelsel. Uit de monitoring van dit stelsel is het sterke vermoeden ontstaan dat door een testaanbieder stelselmatig handelingen zijn uitgevoerd die niet verenigbaar zijn met het primaire doel waarvoor de aansluiting op CoronaCheck is verkregen. Het gaat onder meer om het ten onrechte afgeven van vaccinatiebewijzen. Op basis van de gevonden onregelmatigheden is forensisch onderzoek uitgevoerd. Dit heeft aanleiding gegeven om de testaanbieder de toegang tot CoronaCheck met ingang van 16 november te ontzeggen. Hierbij is er voor gezorgd dat tot en met 15 november geteste personen niet worden gedupeerd, zij kunnen hun negatieve testbewijs nog ophalen in CoronaCheck. Er kunnen bij deze testaanbieder geen nieuwe afspraken meer worden gepland en bestaande afspraken komen te vervallen. De testaanbieder is verzocht om alle personen die nog een testafspraak hebben staan persoonlijk te informeren en door te verwijzen naar andere testaanbieders via het afsprakenportaal. Van de gevonden afwijkingen is op 15 november aangifte gedaan. Fraude met QR- codes is immers strafbaar; de straffen voor valsheid in geschrifte en misbruik van systemen kunnen oplopen tot 7 jaar. Ook heb ik contact gehad met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het afwijkende handelen van deze testaanbieder gemeld.
Volledig
De IGJ kan hier tuchtrechtelijk gevolg aan geven. 2.20. In de dagen na de opschorting heeft VWS aanvullende vragen gesteld aan Spoedtest. Door de antwoorden van Spoedtest kon het vermoeden van fraude worden weggenomen. Op 18 november 2021 werd Spoedtest weer (voorwaardelijk) aangesloten op de CoronaCheck-omgeving. Diezelfde dag heeft de minister opnieuw een kamerbrief gestuurd, waarin hij meedeelt dat de betrokken testaanbieder weliswaar in strijd met de Gebruiksvoorwaarden van HKVI herstelbewijzen heeft afgegeven, maar dat het vermoeden van opzettelijk frauduleus handelen is komen te vervallen. 2.21. Intussen had VWS nader onderzoek laten uitvoeren door NFIR. In het tweede rapport, van 2 december 2021, concludeerde NFIR dat met aan Spoedtest gelieerde accounts waarschijnlijk 1.329 herstelbewijzen en één testbewijs zijn aangemaakt in het HKVI-portaal. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat een vaccinatiebewijs is aangemaakt. 3. Het geschil 3.1. Spoedtest vordert – na wijziging van eis, en zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de Staat veroordeelt tot betaling aan Spoedtest van een bedrag van € 2.601.181,65 aan schadevergoeding, met wettelijke rente; II. de Staat veroordeelt tot betaling aan Spoedtest van een bedrag van € 81.583,15 (exclusief btw) aan advocaatkosten voor de periode 1 november 2023 t/m 31 januari 2026, met wettelijke rente, en de advocaatkosten tot de dag van het vonnis, nader op te maken bij staat, dan wel (subsidiair) tot vergoeding van de werkelijke advocaatkosten, nader op te maken bij staat; III. de Staat veroordeelt tot betaling aan [eisers sub 3] van een bedrag van € 50.000; IV. de Staat veroordeelt tot afgifte van een brief aan Spoedtest en tot plaatsing van een rectificatie in een landelijk verschijnend medium, beide met bewoordingen zoals opgenomen in de dagvaarding; V. met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten. 3.2. Spoedtest legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat de Staat, door Spoedtest de toegang te ontzeggen tot de CoronaCheck-omgeving, een brief te sturen naar de Tweede Kamer en aangifte te doen bij de politie, is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen dan wel onrechtmatig heeft gehandeld. Daarom moet de Staat de schade vergoeden die Spoedtest als gevolg daarvan heeft geleden. 3.3. De Staat voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Spoedtest in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente. 3.4. De Staat legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat van wanprestatie of onrechtmatige daad geen sprake is, omdat hij contractueel bevoegd was tot opschorting en gehandeld heeft in het maatschappelijk belang. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Ontvankelijkheid 4.1. Voordat de rechtbank toekomt aan inhoudelijke bespreking van de vorderingen, is eerst een formeel punt aan de orde. Spoedtest heeft in haar pleitnota meegedeeld dat eiseres HTS al haar vorderingen op de Staat heeft gecedeerd aan eiseres Spoedtest B.V. Deze cessie is door de Staat niet betwist, zodat de rechtbank ervan uit moet gaan dat HTS niet langer een vordering heeft op de Staat. Dat betekent voor deze procedure dat HTS geen zelfstandig belang meer heeft bij de ingestelde vorderingen. Spoedtest heeft ook niet gesteld dat HTS ná de cessie nog een dergelijk belang heeft. Daarom zal HTS niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen. Dat laat onverlet dat de rechtbank zal moeten beoordelen of en, zo ja, in hoeverre de Staat een verwijt kan worden gemaakt in zijn handelen jegens Spoedtest B.V. én HTS. De rechtsverhouding tussen Spoedtest en de Staat 4.2. Tussen partijen bestaat verschil van inzicht over de rechtsverhouding tussen HTS en Spoedtest B.V. enerzijds en de Staat anderzijds. Hoewel Spoedtest haar vorderingen aanvankelijk leek te baseren op de grondslag van onrechtmatige daad, blijkt uit de dagvaarding en de pleitnota – in onderlinge samenhang gelezen – dat het standpunt van Spoedtest zo moet worden begrepen dat zij de Staat primair wanprestatie verwijt en subsidiair onrechtmatige daad. Daarom zal de rechtbank eerst beoordelen of sprake is van een contractuele relatie. 4.3. De Staat heeft aangevoerd dat van een contractuele relatie met HTS geen sprake is, omdat de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck en de Overeenkomst Testaanbieder zijn ondertekend door Spoedtest B.V. Hoewel dit op zichzelf juist is, heeft Spoedtest naar het oordeel van de rechtbank terecht betoogd dat beide partijen als contractspartij van de Staat moeten worden aangemerkt. HTS heeft onweersproken gesteld dat de feitelijke en operationele uitvoering van alle testactiviteiten verliep via HTS. Bovendien blijkt uit de correspondentie dat de Staat ook HTS beschouwde als de gebruiker van de CoronaCheck-omgeving. Zo is de opschortingsbrief van 15 november 2021 gericht aan HTS, niet aan Spoedtest B.V. In die brief wordt HTS erop gewezen dat zij als testaanbieder verplicht is om te voldoen aan de Aansluitvoorwaarden. In artikel 2 van de Aansluitvoorwaarden staat: ‘ Door aanvaarding van deze Aansluitvoorwaarden door Aansluiter ontstaat een overeenkomst tussen Aansluiter en VWS. ’ 4.4. Dat de Staat HTS (en niet Spoedtest B.V.) als aangesloten testaanbieder beschouwde, blijkt ook uit het proces-verbaal van aangifte van 15 november 2021 tegen HTS: ‘ Health tests & Supplies handelt en is ook bekend onder de namen spoedtest.nl en spoedtest B.V. Dit bedrijf is een aanbieder van corona tests en is onder toezicht van VWS en aangesloten op het Corona check stelsel. ’ De Staat beschouwde beide vennootschappen kennelijk als een geheel. De Staat heeft er destijds geen punt van gemaakt dat de Aansluitvoorwaarden wel door Spoedtest B.V. maar niet door HTS waren ondertekend, maar achtte HTS gebonden aan de Aansluitvoorwaarden. 4.5. De rechtbank concludeert uit dit alles dat partijen zich jegens elkaar hebben gedagen als contractspartijen. Daarom zal bij de verdere beoordeling ervan worden uitgegaan dat Spoedtest B.V. en HTS beide gebonden waren aan de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck. De vraag of de Staat de toegang tot de CoronaCheck-omgeving mocht opschorten moet dus beantwoord worden in het kader van deze contractuele verhouding. Het gebruik van het HKVI-portaal 4.6. De Staat heeft de toegang van Spoedtest tot de CoronaCheck-omgeving opgeschort wegens een vermoeden van fraude via het HKVI-portaal. Tussen partijen bestaat geen discussie over het feit dat Spoedtest het HKVI-portaal is gaan gebruiken en dat de Staat Spoedtest de toegang tot dit portaal op 6 november 2021 heeft ontzegd. Ten aanzien van die beslissing heeft Spoedtest de Staat ook geen verwijt gemaakt. Wel verschillen partijen van mening over de vraag of het Spoedtest was toegestaan om gebruik te maken van het HKVI-portaal. Het antwoord op die vraag is van belang voor de beoordeling van het handelen van de Staat. 4.7. De Staat heeft zich op het standpunt gesteld dat het HKVI-portaal een strikte uitzonderingsroute was. Alleen als het echt niet mogelijk was om via de CoronaCheck-omgeving of de overige systemen een coronabewijs voor een burger aan te maken, kon gebruik worden gemaakt van het HKVI-portaal. Via dit portaal konden artsen en apothekers test-, herstel- en vaccinatiebewijzen aanmaken. HKVI was volgens de Staat niet bedoeld voor commerciële testaanbieders. 4.8. Daartegenover heeft Spoedtest aangevoerd dat uit de HKVI Gebruiksvoorwaarden blijkt dat het HKVI-portaal niet alleen gebruikt mocht worden door degenen die vaccinaties uitvoerden, maar ook door degenen die coronatesten uitvoerden. Dat is volgens Spoedtest ook in lijn met de achterliggende gedachte: alleen de uitvoerder van een vaccinatie of test kan bepalen of iemand daadwerkelijk is gevaccineerd of getest. Spoedtest is het portaal bovendien niet uit zichzelf gaan gebruiken, maar pas nadat GGD Rotterdam druk op haar uitoefende, omdat het portaal volgens GGD Rotterdam ook beschikbaar zou zijn voor commerciële testaanbieders.
Volledig
De IGJ kan hier tuchtrechtelijk gevolg aan geven. 2.20. In de dagen na de opschorting heeft VWS aanvullende vragen gesteld aan Spoedtest. Door de antwoorden van Spoedtest kon het vermoeden van fraude worden weggenomen. Op 18 november 2021 werd Spoedtest weer (voorwaardelijk) aangesloten op de CoronaCheck-omgeving. Diezelfde dag heeft de minister opnieuw een kamerbrief gestuurd, waarin hij meedeelt dat de betrokken testaanbieder weliswaar in strijd met de Gebruiksvoorwaarden van HKVI herstelbewijzen heeft afgegeven, maar dat het vermoeden van opzettelijk frauduleus handelen is komen te vervallen. 2.21. Intussen had VWS nader onderzoek laten uitvoeren door NFIR. In het tweede rapport, van 2 december 2021, concludeerde NFIR dat met aan Spoedtest gelieerde accounts waarschijnlijk 1.329 herstelbewijzen en één testbewijs zijn aangemaakt in het HKVI-portaal. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat een vaccinatiebewijs is aangemaakt. 3. Het geschil 3.1. Spoedtest vordert – na wijziging van eis, en zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de Staat veroordeelt tot betaling aan Spoedtest van een bedrag van € 2.601.181,65 aan schadevergoeding, met wettelijke rente; II. de Staat veroordeelt tot betaling aan Spoedtest van een bedrag van € 81.583,15 (exclusief btw) aan advocaatkosten voor de periode 1 november 2023 t/m 31 januari 2026, met wettelijke rente, en de advocaatkosten tot de dag van het vonnis, nader op te maken bij staat, dan wel (subsidiair) tot vergoeding van de werkelijke advocaatkosten, nader op te maken bij staat; III. de Staat veroordeelt tot betaling aan [eisers sub 3] van een bedrag van € 50.000; IV. de Staat veroordeelt tot afgifte van een brief aan Spoedtest en tot plaatsing van een rectificatie in een landelijk verschijnend medium, beide met bewoordingen zoals opgenomen in de dagvaarding; V. met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten. 3.2. Spoedtest legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat de Staat, door Spoedtest de toegang te ontzeggen tot de CoronaCheck-omgeving, een brief te sturen naar de Tweede Kamer en aangifte te doen bij de politie, is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen dan wel onrechtmatig heeft gehandeld. Daarom moet de Staat de schade vergoeden die Spoedtest als gevolg daarvan heeft geleden. 3.3. De Staat voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Spoedtest in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente. 3.4. De Staat legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat van wanprestatie of onrechtmatige daad geen sprake is, omdat hij contractueel bevoegd was tot opschorting en gehandeld heeft in het maatschappelijk belang. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Ontvankelijkheid 4.1. Voordat de rechtbank toekomt aan inhoudelijke bespreking van de vorderingen, is eerst een formeel punt aan de orde. Spoedtest heeft in haar pleitnota meegedeeld dat eiseres HTS al haar vorderingen op de Staat heeft gecedeerd aan eiseres Spoedtest B.V. Deze cessie is door de Staat niet betwist, zodat de rechtbank ervan uit moet gaan dat HTS niet langer een vordering heeft op de Staat. Dat betekent voor deze procedure dat HTS geen zelfstandig belang meer heeft bij de ingestelde vorderingen. Spoedtest heeft ook niet gesteld dat HTS ná de cessie nog een dergelijk belang heeft. Daarom zal HTS niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen. Dat laat onverlet dat de rechtbank zal moeten beoordelen of en, zo ja, in hoeverre de Staat een verwijt kan worden gemaakt in zijn handelen jegens Spoedtest B.V. én HTS. De rechtsverhouding tussen Spoedtest en de Staat 4.2. Tussen partijen bestaat verschil van inzicht over de rechtsverhouding tussen HTS en Spoedtest B.V. enerzijds en de Staat anderzijds. Hoewel Spoedtest haar vorderingen aanvankelijk leek te baseren op de grondslag van onrechtmatige daad, blijkt uit de dagvaarding en de pleitnota – in onderlinge samenhang gelezen – dat het standpunt van Spoedtest zo moet worden begrepen dat zij de Staat primair wanprestatie verwijt en subsidiair onrechtmatige daad. Daarom zal de rechtbank eerst beoordelen of sprake is van een contractuele relatie. 4.3. De Staat heeft aangevoerd dat van een contractuele relatie met HTS geen sprake is, omdat de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck en de Overeenkomst Testaanbieder zijn ondertekend door Spoedtest B.V. Hoewel dit op zichzelf juist is, heeft Spoedtest naar het oordeel van de rechtbank terecht betoogd dat beide partijen als contractspartij van de Staat moeten worden aangemerkt. HTS heeft onweersproken gesteld dat de feitelijke en operationele uitvoering van alle testactiviteiten verliep via HTS. Bovendien blijkt uit de correspondentie dat de Staat ook HTS beschouwde als de gebruiker van de CoronaCheck-omgeving. Zo is de opschortingsbrief van 15 november 2021 gericht aan HTS, niet aan Spoedtest B.V. In die brief wordt HTS erop gewezen dat zij als testaanbieder verplicht is om te voldoen aan de Aansluitvoorwaarden. In artikel 2 van de Aansluitvoorwaarden staat: ‘ Door aanvaarding van deze Aansluitvoorwaarden door Aansluiter ontstaat een overeenkomst tussen Aansluiter en VWS. ’ 4.4. Dat de Staat HTS (en niet Spoedtest B.V.) als aangesloten testaanbieder beschouwde, blijkt ook uit het proces-verbaal van aangifte van 15 november 2021 tegen HTS: ‘ Health tests & Supplies handelt en is ook bekend onder de namen spoedtest.nl en spoedtest B.V. Dit bedrijf is een aanbieder van corona tests en is onder toezicht van VWS en aangesloten op het Corona check stelsel. ’ De Staat beschouwde beide vennootschappen kennelijk als een geheel. De Staat heeft er destijds geen punt van gemaakt dat de Aansluitvoorwaarden wel door Spoedtest B.V. maar niet door HTS waren ondertekend, maar achtte HTS gebonden aan de Aansluitvoorwaarden. 4.5. De rechtbank concludeert uit dit alles dat partijen zich jegens elkaar hebben gedagen als contractspartijen. Daarom zal bij de verdere beoordeling ervan worden uitgegaan dat Spoedtest B.V. en HTS beide gebonden waren aan de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck. De vraag of de Staat de toegang tot de CoronaCheck-omgeving mocht opschorten moet dus beantwoord worden in het kader van deze contractuele verhouding. Het gebruik van het HKVI-portaal 4.6. De Staat heeft de toegang van Spoedtest tot de CoronaCheck-omgeving opgeschort wegens een vermoeden van fraude via het HKVI-portaal. Tussen partijen bestaat geen discussie over het feit dat Spoedtest het HKVI-portaal is gaan gebruiken en dat de Staat Spoedtest de toegang tot dit portaal op 6 november 2021 heeft ontzegd. Ten aanzien van die beslissing heeft Spoedtest de Staat ook geen verwijt gemaakt. Wel verschillen partijen van mening over de vraag of het Spoedtest was toegestaan om gebruik te maken van het HKVI-portaal. Het antwoord op die vraag is van belang voor de beoordeling van het handelen van de Staat. 4.7. De Staat heeft zich op het standpunt gesteld dat het HKVI-portaal een strikte uitzonderingsroute was. Alleen als het echt niet mogelijk was om via de CoronaCheck-omgeving of de overige systemen een coronabewijs voor een burger aan te maken, kon gebruik worden gemaakt van het HKVI-portaal. Via dit portaal konden artsen en apothekers test-, herstel- en vaccinatiebewijzen aanmaken. HKVI was volgens de Staat niet bedoeld voor commerciële testaanbieders. 4.8. Daartegenover heeft Spoedtest aangevoerd dat uit de HKVI Gebruiksvoorwaarden blijkt dat het HKVI-portaal niet alleen gebruikt mocht worden door degenen die vaccinaties uitvoerden, maar ook door degenen die coronatesten uitvoerden. Dat is volgens Spoedtest ook in lijn met de achterliggende gedachte: alleen de uitvoerder van een vaccinatie of test kan bepalen of iemand daadwerkelijk is gevaccineerd of getest. Spoedtest is het portaal bovendien niet uit zichzelf gaan gebruiken, maar pas nadat GGD Rotterdam druk op haar uitoefende, omdat het portaal volgens GGD Rotterdam ook beschikbaar zou zijn voor commerciële testaanbieders.
Volledig
Verder meent Spoedtest dat het gebruik van het portaal strikt noodzakelijk was (zoals artikel 4.3 van de Gebruiksvoorwaarden voorschrijft), omdat de GGD’s overbelast waren, de door Spoedtest geteste burgers niet bij de GGD terecht konden en het om een zeer beperkt percentage testen ging (0,17% van het totale testvolume van Spoedtest). 4.9. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat Spoedtest geen gebruik mocht maken van het HKVI-portaal. De HKVI Gebruiksvoorwaarden bevatten een definitie van ‘Gebruiker’ die zodanig ruim is dat daaronder ook commerciële testaanbieders kunnen vallen. De medisch directeur van Spoedtest, Camille Top, beschikte bovendien over een ‘uzi-pas’ die zij had aangevraagd bij VWS, zodat zij toegang kon krijgen tot het HKVI-portaal en gebruikersaccounts kon aanmaken. Uit het dossier blijkt ook niet dat Spoedtest op andere wijze in strijd handelde met de Gebruiksvoorwaarden. De Staat wist bovendien al ruim vóór de opschorting dat deze mogelijkheid open stond voor commerciële testaanbieders. In de e-mail van 8 november 2021 van een ambtenaar van VWS (zie onder 2.12) is te lezen dat er voor commerciële testaanbieders in de basis geen reden is om HKVI te gebruiken en dat dergelijk gebruik onwenselijk is, maar dat hen dit ‘op basis van de huidige gebruikersvoorwaarden van HKVI’ niet kan worden ontzegd. 4.10. Het voorgaande betekent dat het enkele feit dat Spoedtest het HKVI-portaal gebruikte geen vermoeden van fraude rechtvaardigde. Wel rechtvaardigde het nader onderzoek naar de aard en omvang van dit gebruik. Vermoeden van fraude; genomen maatregelen; gevolgen 4.11. Het vermoeden van fraude ligt aan de basis van de opschorting door de Staat. De bevindingen in de genoemde e-mail van 8 november 2021 ( ‘zeer veel activiteit (+/–1300)’ ) vormden het startpunt van het onderzoek door de Staat. Het daarbij voorgestelde actieplan was – samengevat – gericht op het verzamelen van feitelijke informatie over het gebruik van HKVI door Spoedtest, het opnieuw beoordelen van de HKVI Gebruikersvoorwaarden en het onderzoeken van dergelijk gebruik bij andere commerciële testaanbieders. 4.12. Op 10 november 2021 ontving Spoedtest een algemeen verzoek van de Staat om haar te informeren over – onder meer – de uitgifte van herstelbewijzen, het gebruik van een uitzonderingsroute om die bewijzen aan te maken en hoeveel positieve testuitslagen Spoedtest had geconstateerd en gemeld bij de GGD. Die informatie heeft Spoedtest al op 11 november 2021 aan VWS verstrekt. 4.13. De Staat had onderzoeksbureau NFIR intussen laten onderzoeken welke handelingen Spoedtest had verricht in HKVI die hebben geleid tot een test-, herstel- en vaccinatiebewijs. In het rapport van NFIR van 12 november 2021 wordt geconcludeerd dat Spoedtest 123 testbewijzen, 630 herstelbewijzen en 108 vaccinatiebewijzen heeft aangemaakt in HKVI. Tegelijk wordt vermeld dat de gegevens van de GGD andere aantallen vermelden, maar dat dit ook een technische oorzaak kan hebben. In het rapport is verder opgenomen dat de gebruikte accounts zijn geïdentificeerd en dat ze zijn aangemaakt door de medisch directeur van Spoedtest, Camille Top. 4.14. De Staat heeft daarna de volgende maatregelen genomen, zoals is weergegeven onder 2.17 tot en met 2.19 van dit vonnis: de aansluiting van Spoedtest op de CoronaCheck-omgeving werd tijdelijk opgeschort (op 15 november 2021, ingaande per 16 november 2021 om 00:00 uur); bij de politie werd aangifte gedaan van fraude (op 15 november 2021); SON schortte de overeenkomst met HTS voor Testen voor Toegang op, de toegang tot het TvT-afsprakenportaal werd afgesloten en alle openstaande betalingen aan HTS werden opgeschort (per 15 november 2021); de toenmalige Minister van VWS, [naam 2] , deelde de Tweede Kamer in een kamerbrief mee dat een sterk vermoeden was ontstaan dat door een testaanbieder stelselmatig handelingen waren uitgevoerd die niet verenigbaar waren met het primaire doel waarvoor de aansluiting op CoronaCheck was verkregen en lichtte toe welke maatregelen daartegen waren genomen (op 16 november 2021). 4.15. In de dagen na de opschorting heeft de Staat aanvullende vragen gesteld aan Spoedtest. Door de antwoorden van Spoedtest kon het vermoeden van fraude vrij snel worden weggenomen. Op 18 november 2021 omstreeks 12.00 uur werd Spoedtest weer (voorwaardelijk) aangesloten op de CoronaCheck-omgeving. Diezelfde dag is er opnieuw een kamerbrief gestuurd, waarin de minister aangeeft dat de betrokken testaanbieder weliswaar in strijd met de Gebruiksvoorwaarden van HKVI herstelbewijzen heeft afgegeven, maar dat het vermoeden van opzettelijk frauduleus handelen is komen te vervallen. 4.16. Intussen had de Staat nader onderzoek laten uitvoeren door NFIR. In het tweede rapport, van 2 december 2021, concludeerde NFIR dat met aan Spoedtest gelieerde accounts waarschijnlijk 1.329 herstelbewijzen en één testbewijs zijn aangemaakt in het HKVI-portaal. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat een vaccinatiebewijs is aangemaakt. Deze bevindingen wijken significant af van het eerste rapport van NFIR. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden waardoor dit verschil kan worden verklaard. 4.17. De genoemde maatregelen hebben grote gevolgen gehad voor Spoedtest, zo heeft Spoedtest onweersproken gesteld. Ze heeft haar medische staf op non-actief gezet in afwachting van haar eigen onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden. Ze moest de reeds ingeplande afspraken annuleren, terwijl de maand november 2021 één van de drukste maanden was. Per dag nam Spoedtest in de periode van 1 tot en met 14 november 2021 gemiddeld 17.472 coronatesten af. Op het moment van opschorting exploiteerde Spoedtest circa 100 teststraten in Nederland, waarin circa 2.000 werknemers werkzaam waren. Doordat SON de openstaande betalingen aan Spoedtest (een bedrag van € 15 miljoen) opschortte, raakte Spoedtest in liquiditeitsproblemen. Had de Staat anders moeten handelen? 4.18. De Aansluitvoorwaarden CoronaCheck bevatten in artikel 15.2 een contractuele opschortingsbevoegdheid voor de Staat als hij vermoedt dat een aangesloten aanbieder de voorwaarden niet naleeft. Deze bevoegdheid als zodanig staat tussen partijen ook niet ter discussie. De vraag die centraal staat is of de Staat op juiste wijze van die opschortingsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De Staat zal zich bij het uitoefenen van een dergelijke bevoegdheid immers jegens Spoedtest moeten gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). 4.19. Bij de beantwoording van die vraag betrekt de rechtbank allereerst de context waarin dit alles heeft plaatsgevonden. De Staat heeft er terecht op gewezen dat op hem ten tijde van de coronacrisis een grote verantwoordelijkheid rustte. Het doel van het CoronaCheck-stelsel was om burgers op verantwoorde wijze toegang te kunnen verlenen tot bepaalde locaties of vervoermiddelen. Het was van groot belang dat de samenleving, na enkele lockdowns, op zorgvuldige en gecontroleerde wijze kon worden heropend. Aan het belang van de volksgezondheid moet dus groot gewicht worden toegekend. Ook had de Staat belang bij het genereren en behouden van maatschappelijk en politiek vertrouwen in het CoronaCheck-stelsel. 4.20. De rechtbank constateert echter ook dat het ‘vermoeden van fraude’ wel heel snel is aangenomen. Zoals hierboven al werd overwogen, rechtvaardigde het enkele feit dat Spoedtest het HKVI-portaal gebruikte geen vermoeden van fraude aangezien Spoedtest het HKVI-portaal strikt genomen mocht gebruiken. Wel rechtvaardigde het gebruik nader onderzoek naar de aard en omvang van dit gebruik, aangezien commerciële testaanbieders het portaal in de praktijk niet gebruikten en dat gebruik door VWS ook niet als zodanig met commerciële testaanbieders was afgesproken. 4.21. Hierbij tekent de rechtbank aan dat de toegang tot het HKVI-portaal al op 6 november 2021 was afgesloten; zou via dat portaal inderdaad zijn gefraudeerd, dan was dat gevaar al geweken. 4.22. Het onderzoek van de Staat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zorgvuldig verricht.
Volledig
Verder meent Spoedtest dat het gebruik van het portaal strikt noodzakelijk was (zoals artikel 4.3 van de Gebruiksvoorwaarden voorschrijft), omdat de GGD’s overbelast waren, de door Spoedtest geteste burgers niet bij de GGD terecht konden en het om een zeer beperkt percentage testen ging (0,17% van het totale testvolume van Spoedtest). 4.9. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat Spoedtest geen gebruik mocht maken van het HKVI-portaal. De HKVI Gebruiksvoorwaarden bevatten een definitie van ‘Gebruiker’ die zodanig ruim is dat daaronder ook commerciële testaanbieders kunnen vallen. De medisch directeur van Spoedtest, Camille Top, beschikte bovendien over een ‘uzi-pas’ die zij had aangevraagd bij VWS, zodat zij toegang kon krijgen tot het HKVI-portaal en gebruikersaccounts kon aanmaken. Uit het dossier blijkt ook niet dat Spoedtest op andere wijze in strijd handelde met de Gebruiksvoorwaarden. De Staat wist bovendien al ruim vóór de opschorting dat deze mogelijkheid open stond voor commerciële testaanbieders. In de e-mail van 8 november 2021 van een ambtenaar van VWS (zie onder 2.12) is te lezen dat er voor commerciële testaanbieders in de basis geen reden is om HKVI te gebruiken en dat dergelijk gebruik onwenselijk is, maar dat hen dit ‘op basis van de huidige gebruikersvoorwaarden van HKVI’ niet kan worden ontzegd. 4.10. Het voorgaande betekent dat het enkele feit dat Spoedtest het HKVI-portaal gebruikte geen vermoeden van fraude rechtvaardigde. Wel rechtvaardigde het nader onderzoek naar de aard en omvang van dit gebruik. Vermoeden van fraude; genomen maatregelen; gevolgen 4.11. Het vermoeden van fraude ligt aan de basis van de opschorting door de Staat. De bevindingen in de genoemde e-mail van 8 november 2021 ( ‘zeer veel activiteit (+/–1300)’ ) vormden het startpunt van het onderzoek door de Staat. Het daarbij voorgestelde actieplan was – samengevat – gericht op het verzamelen van feitelijke informatie over het gebruik van HKVI door Spoedtest, het opnieuw beoordelen van de HKVI Gebruikersvoorwaarden en het onderzoeken van dergelijk gebruik bij andere commerciële testaanbieders. 4.12. Op 10 november 2021 ontving Spoedtest een algemeen verzoek van de Staat om haar te informeren over – onder meer – de uitgifte van herstelbewijzen, het gebruik van een uitzonderingsroute om die bewijzen aan te maken en hoeveel positieve testuitslagen Spoedtest had geconstateerd en gemeld bij de GGD. Die informatie heeft Spoedtest al op 11 november 2021 aan VWS verstrekt. 4.13. De Staat had onderzoeksbureau NFIR intussen laten onderzoeken welke handelingen Spoedtest had verricht in HKVI die hebben geleid tot een test-, herstel- en vaccinatiebewijs. In het rapport van NFIR van 12 november 2021 wordt geconcludeerd dat Spoedtest 123 testbewijzen, 630 herstelbewijzen en 108 vaccinatiebewijzen heeft aangemaakt in HKVI. Tegelijk wordt vermeld dat de gegevens van de GGD andere aantallen vermelden, maar dat dit ook een technische oorzaak kan hebben. In het rapport is verder opgenomen dat de gebruikte accounts zijn geïdentificeerd en dat ze zijn aangemaakt door de medisch directeur van Spoedtest, Camille Top. 4.14. De Staat heeft daarna de volgende maatregelen genomen, zoals is weergegeven onder 2.17 tot en met 2.19 van dit vonnis: de aansluiting van Spoedtest op de CoronaCheck-omgeving werd tijdelijk opgeschort (op 15 november 2021, ingaande per 16 november 2021 om 00:00 uur); bij de politie werd aangifte gedaan van fraude (op 15 november 2021); SON schortte de overeenkomst met HTS voor Testen voor Toegang op, de toegang tot het TvT-afsprakenportaal werd afgesloten en alle openstaande betalingen aan HTS werden opgeschort (per 15 november 2021); de toenmalige Minister van VWS, [naam 2] , deelde de Tweede Kamer in een kamerbrief mee dat een sterk vermoeden was ontstaan dat door een testaanbieder stelselmatig handelingen waren uitgevoerd die niet verenigbaar waren met het primaire doel waarvoor de aansluiting op CoronaCheck was verkregen en lichtte toe welke maatregelen daartegen waren genomen (op 16 november 2021). 4.15. In de dagen na de opschorting heeft de Staat aanvullende vragen gesteld aan Spoedtest. Door de antwoorden van Spoedtest kon het vermoeden van fraude vrij snel worden weggenomen. Op 18 november 2021 omstreeks 12.00 uur werd Spoedtest weer (voorwaardelijk) aangesloten op de CoronaCheck-omgeving. Diezelfde dag is er opnieuw een kamerbrief gestuurd, waarin de minister aangeeft dat de betrokken testaanbieder weliswaar in strijd met de Gebruiksvoorwaarden van HKVI herstelbewijzen heeft afgegeven, maar dat het vermoeden van opzettelijk frauduleus handelen is komen te vervallen. 4.16. Intussen had de Staat nader onderzoek laten uitvoeren door NFIR. In het tweede rapport, van 2 december 2021, concludeerde NFIR dat met aan Spoedtest gelieerde accounts waarschijnlijk 1.329 herstelbewijzen en één testbewijs zijn aangemaakt in het HKVI-portaal. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat een vaccinatiebewijs is aangemaakt. Deze bevindingen wijken significant af van het eerste rapport van NFIR. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden waardoor dit verschil kan worden verklaard. 4.17. De genoemde maatregelen hebben grote gevolgen gehad voor Spoedtest, zo heeft Spoedtest onweersproken gesteld. Ze heeft haar medische staf op non-actief gezet in afwachting van haar eigen onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden. Ze moest de reeds ingeplande afspraken annuleren, terwijl de maand november 2021 één van de drukste maanden was. Per dag nam Spoedtest in de periode van 1 tot en met 14 november 2021 gemiddeld 17.472 coronatesten af. Op het moment van opschorting exploiteerde Spoedtest circa 100 teststraten in Nederland, waarin circa 2.000 werknemers werkzaam waren. Doordat SON de openstaande betalingen aan Spoedtest (een bedrag van € 15 miljoen) opschortte, raakte Spoedtest in liquiditeitsproblemen. Had de Staat anders moeten handelen? 4.18. De Aansluitvoorwaarden CoronaCheck bevatten in artikel 15.2 een contractuele opschortingsbevoegdheid voor de Staat als hij vermoedt dat een aangesloten aanbieder de voorwaarden niet naleeft. Deze bevoegdheid als zodanig staat tussen partijen ook niet ter discussie. De vraag die centraal staat is of de Staat op juiste wijze van die opschortingsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De Staat zal zich bij het uitoefenen van een dergelijke bevoegdheid immers jegens Spoedtest moeten gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). 4.19. Bij de beantwoording van die vraag betrekt de rechtbank allereerst de context waarin dit alles heeft plaatsgevonden. De Staat heeft er terecht op gewezen dat op hem ten tijde van de coronacrisis een grote verantwoordelijkheid rustte. Het doel van het CoronaCheck-stelsel was om burgers op verantwoorde wijze toegang te kunnen verlenen tot bepaalde locaties of vervoermiddelen. Het was van groot belang dat de samenleving, na enkele lockdowns, op zorgvuldige en gecontroleerde wijze kon worden heropend. Aan het belang van de volksgezondheid moet dus groot gewicht worden toegekend. Ook had de Staat belang bij het genereren en behouden van maatschappelijk en politiek vertrouwen in het CoronaCheck-stelsel. 4.20. De rechtbank constateert echter ook dat het ‘vermoeden van fraude’ wel heel snel is aangenomen. Zoals hierboven al werd overwogen, rechtvaardigde het enkele feit dat Spoedtest het HKVI-portaal gebruikte geen vermoeden van fraude aangezien Spoedtest het HKVI-portaal strikt genomen mocht gebruiken. Wel rechtvaardigde het gebruik nader onderzoek naar de aard en omvang van dit gebruik, aangezien commerciële testaanbieders het portaal in de praktijk niet gebruikten en dat gebruik door VWS ook niet als zodanig met commerciële testaanbieders was afgesproken. 4.21. Hierbij tekent de rechtbank aan dat de toegang tot het HKVI-portaal al op 6 november 2021 was afgesloten; zou via dat portaal inderdaad zijn gefraudeerd, dan was dat gevaar al geweken. 4.22. Het onderzoek van de Staat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zorgvuldig verricht.
Volledig
De informatie die Spoedtest zelf – in reactie op een algemene e-mail van de Staat aan commerciële testaanbieders – al op 11 november 2021 had aangeleverd, was voldoende om het vermoeden van fraude binnen enkele dagen na de opschorting weg te nemen. Dat bleek echter pas ná de opschorting. De Staat lijkt in de tussentijd weinig te hebben gedaan met de informatie. Had hij deze informatie eerder onderzocht, dan had hij op basis daarvan kunnen constateren dat het vermoeden van fraude ongegrond was en was in ieder geval gebleken dat het NFIR-rapport van 12 november 2021 niet klopte met de informatie van Spoedtest. In dat geval had het NFIR-rapport welhaast zeker niet geleid tot opschorting van de toegang tot de CoronaCheck-omgeving. 4.23. Het vermoeden van fraude zag bovendien op het gebruik van het HKVI-portaal, niet op het gebruik van de CoronaCheck-omgeving. Aanwijzingen dat Spoedtest ook de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck overtrad, zijn door de Staat niet naar voren gebracht. De Staat heeft ook onvoldoende duidelijk gemaakt waarom een vermoeden van misbruik van het HKVI-portaal de opschorting van de toegang tot de veel omvangrijkere CoronaCheck-omgeving rechtvaardigde. De Staat heeft geen onderzoek gedaan naar fraude via de CoronaCheck-omgeving. Dat had wel in de rede gelegen als er inderdaad aanwijzingen waren dat ook via die omgeving zou zijn gefraudeerd. Maar dat die aanwijzingen er waren is gesteld noch gebleken. 4.24. Ondanks het feit dat het, zoals blijkt uit het NFIR-rapport, om relatief geringe aantallen ging en de toegang tot het HKVI-portaal al was gesloten, heeft de Staat ook de gehele toegang tot de CoronaCheck-omgeving opgeschort. Deze omgeving was op dat moment de levensader van Spoedtest: haar bestaansrecht lag in het afnemen van coronatesten en zonder toegang tot de CoronaCheck-omgeving konden burgers geen testbewijs meer verkrijgen in de CoronaCheck-app. Naast deze opschorting heeft de Staat op basis van hetzelfde vermoeden aangifte gedaan bij de politie en de Tweede Kamer geïnformeerd over de maatregelen die waren genomen. In de brief aan de Tweede Kamer werd weliswaar niet de naam van Spoedtest genoemd, maar dat het om Spoedtest ging was al snel te achterhalen via openbare bronnen en doordat alle gemaakte afspraken door Spoedtest moesten worden geannuleerd. Door naast de opschorting ook een kamerbrief te versturen en aangifte te doen bij de politie, heeft de Staat ervoor gekozen om de opschorting een maximale impact te geven, zonder af te wachten of uit haar eigen – meer gedegen – onderzoek zou blijken of het vermoeden van fraude gegrond was. 4.25. De Staat had de verstrekkende maatregel van opschorting van de toegang tot de CoronaCheck-omgeving achterwege kunnen laten. Hij had in het kader van het door de Staat uit te voeren onderzoek – wat erg voor de hand had gelegen en onder de gegeven omstandigheden ook van hem mocht worden verwacht – eenvoudigweg opheldering kunnen vragen bij Spoedtest; de informatie die Spoedtest al op 11 november 2021 had gegeven (maar waar de Staat tot en met 15 november 2021 weinig mee lijkt te hebben gedaan) bleek immers al snel na de opschorting afdoende om het vermoeden van fraude weg te nemen. De Staat had het dan kunnen laten bij de eerdere afsluiting van het HKVI-portaal. Verder had de Staat op basis van artikel 14 van de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck een audit kunnen uitvoeren bij Spoedtest om te zien of zij de voorwaarden naleefde. Zouden deze alternatieven niet tot het gewenste resultaat leiden of zouden intussen toch aanwijzingen naar voren komen van fraude via de CoronaCheck-omgeving, dan had de Staat alsnog de CoronaCheck-omgeving kunnen afsluiten. 4.26. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de door de Staat genomen maatregel van opschorting van de toegang tot de CoronaCheck-omgeving niet in verhouding stond tot het te snel aangenomen vermoeden van fraude dat enkel zag op het HKVI-portaal. Hoewel de belangen van volksgezondheid en maatschappelijk en politiek vertrouwen de Staat aanleiding gaven om de signalen van mogelijke fraude heel serieus te nemen, heeft hij in de keuze van de maatregelen onvoldoende rekening gehouden met de aanzienlijke belangen van Spoedtest als testaanbieder. Door de toegang tot de CoronaCheck-omgeving op te schorten, een kamerbrief te versturen en aangifte te doen bij de politie, heeft de Staat zich niet gedragen in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Dat betekent dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en aansprakelijk is voor de schade die Spoedtest als gevolg daarvan heeft geleden. 4.27. Voor zover de Staat in dit verband betoogt dat ook de bewijzen die via het HKVI-portaal waren gegenereerd in de CoronaCheck-omgeving konden worden gebruikt en om die reden ook een vermoeden van fraude bestond van de CoronaCheck-omgeving, slaagt dat verweer niet. Het gevaar van die fraude was immers afdoende geweken door het afsluiten van de toegang tot het HKVI-portaal op 6 november 2021. 4.28. De Staat heeft nog betoogd dat van een toerekenbare tekortkoming geen sprake is, omdat hij niet in verzuim is geraakt. Dat betoog treft geen doel. Door de genomen maatregelen heeft Spoedtest schade geleden die niet meer kan worden weggenomen door alsnog correct na te komen. Daardoor is nakoming blijvend onmogelijk geworden en is de verzuimregeling niet aan de orde. Eigen schuld van Spoedtest 4.29. Voor de omvang van de schade is naar het oordeel van de rechtbank van belang dat ook Spoedtest zelf tot op zekere hoogte een verwijt kan worden gemaakt van de ontstane situatie. Het vermoeden van fraude is ontstaan door het feit dat Spoedtest het HKVI-portaal is gaan gebruiken, terwijl de Staat (VWS) dit gebruik onwenselijk achtte en daarvan niet op de hoogte was. Hoewel het gebruik van het HKVI-portaal niet was verboden op grond van de HKVI Gebruiksvoorwaarden, bestond ook bij Spoedtest aanvankelijk de overtuiging dat het HKVI-portaal niet was bedoeld voor commerciële testaanbieders. Pas nadat GGD Rotterdam erop aandrong dat ook commerciële testaanbieders het portaal moesten gebruiken, heeft Spoedtest haar aarzeling laten varen en is zij het HKVI-portaal gaan gebruiken. Spoedtest heeft daarbij geen overleg gevoerd met de Staat (VWS) en geen vragen gesteld over de wenselijkheid van het gebruik door commerciële testaanbieders, terwijl zij – gelet op haar duidelijke eigen aarzelingen – daar wel voldoende reden toe had. Door geen opheldering te vragen en geen overleg te voeren, terwijl dat zeer eenvoudig was geweest, heeft zij het vermoeden van fraude door het gebruik van het HKVI-portaal in aanzienlijke mate aan zichzelf te danken. De rechtbank acht een eigen schuld-percentage van 40% billijk en zal dit percentage hanteren bij het vaststellen van de schadevergoedingsplicht van de Staat. De omvang van de schade 4.30. Spoedtest heeft de door haar gestelde schade onderbouwd door middel van een rapport dat is opgesteld door SMAN Business Value (hierna: het schaderapport). Het schaderapport is door de Staat in het algemeen maar ook per schadepost betwist. De rechtbank zal eerst het algemene verweer van de Staat bespreken en vervolgens de door Spoedtest gestelde schadeposten langsgaan. 4.31. De Staat heeft aangevoerd dat Spoedtest onvoldoende heeft toegelicht welke schade is geleden door HTS en welke schade door Spoedtest B.V. In het schaderapport is hierin inderdaad geen onderscheid gemaakt; beide vennootschappen worden samen Spoedtest genoemd. Uit de bijgevoegde documenten maakt de rechtbank op dat Spoedtest B.V. factureerde aan SON en daaruit dus inkomsten verkreeg, terwijl de facturen voor kosten (zoals de managementvergoedingen) werden ingediend bij HTS. Spoedtest heeft in de dagvaarding gesteld dat HTS verantwoordelijk was voor de exploitatie van de teststraten en dat Spoedtest B.V. contractspartij was van SON en opdrachtgever van HTS. Hoewel dit niet duidelijk maakt welke schade precies door welke vennootschap is geleden, acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat de hierna vast te stellen schade is geleden door één van beide vennootschappen.
Volledig
De informatie die Spoedtest zelf – in reactie op een algemene e-mail van de Staat aan commerciële testaanbieders – al op 11 november 2021 had aangeleverd, was voldoende om het vermoeden van fraude binnen enkele dagen na de opschorting weg te nemen. Dat bleek echter pas ná de opschorting. De Staat lijkt in de tussentijd weinig te hebben gedaan met de informatie. Had hij deze informatie eerder onderzocht, dan had hij op basis daarvan kunnen constateren dat het vermoeden van fraude ongegrond was en was in ieder geval gebleken dat het NFIR-rapport van 12 november 2021 niet klopte met de informatie van Spoedtest. In dat geval had het NFIR-rapport welhaast zeker niet geleid tot opschorting van de toegang tot de CoronaCheck-omgeving. 4.23. Het vermoeden van fraude zag bovendien op het gebruik van het HKVI-portaal, niet op het gebruik van de CoronaCheck-omgeving. Aanwijzingen dat Spoedtest ook de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck overtrad, zijn door de Staat niet naar voren gebracht. De Staat heeft ook onvoldoende duidelijk gemaakt waarom een vermoeden van misbruik van het HKVI-portaal de opschorting van de toegang tot de veel omvangrijkere CoronaCheck-omgeving rechtvaardigde. De Staat heeft geen onderzoek gedaan naar fraude via de CoronaCheck-omgeving. Dat had wel in de rede gelegen als er inderdaad aanwijzingen waren dat ook via die omgeving zou zijn gefraudeerd. Maar dat die aanwijzingen er waren is gesteld noch gebleken. 4.24. Ondanks het feit dat het, zoals blijkt uit het NFIR-rapport, om relatief geringe aantallen ging en de toegang tot het HKVI-portaal al was gesloten, heeft de Staat ook de gehele toegang tot de CoronaCheck-omgeving opgeschort. Deze omgeving was op dat moment de levensader van Spoedtest: haar bestaansrecht lag in het afnemen van coronatesten en zonder toegang tot de CoronaCheck-omgeving konden burgers geen testbewijs meer verkrijgen in de CoronaCheck-app. Naast deze opschorting heeft de Staat op basis van hetzelfde vermoeden aangifte gedaan bij de politie en de Tweede Kamer geïnformeerd over de maatregelen die waren genomen. In de brief aan de Tweede Kamer werd weliswaar niet de naam van Spoedtest genoemd, maar dat het om Spoedtest ging was al snel te achterhalen via openbare bronnen en doordat alle gemaakte afspraken door Spoedtest moesten worden geannuleerd. Door naast de opschorting ook een kamerbrief te versturen en aangifte te doen bij de politie, heeft de Staat ervoor gekozen om de opschorting een maximale impact te geven, zonder af te wachten of uit haar eigen – meer gedegen – onderzoek zou blijken of het vermoeden van fraude gegrond was. 4.25. De Staat had de verstrekkende maatregel van opschorting van de toegang tot de CoronaCheck-omgeving achterwege kunnen laten. Hij had in het kader van het door de Staat uit te voeren onderzoek – wat erg voor de hand had gelegen en onder de gegeven omstandigheden ook van hem mocht worden verwacht – eenvoudigweg opheldering kunnen vragen bij Spoedtest; de informatie die Spoedtest al op 11 november 2021 had gegeven (maar waar de Staat tot en met 15 november 2021 weinig mee lijkt te hebben gedaan) bleek immers al snel na de opschorting afdoende om het vermoeden van fraude weg te nemen. De Staat had het dan kunnen laten bij de eerdere afsluiting van het HKVI-portaal. Verder had de Staat op basis van artikel 14 van de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck een audit kunnen uitvoeren bij Spoedtest om te zien of zij de voorwaarden naleefde. Zouden deze alternatieven niet tot het gewenste resultaat leiden of zouden intussen toch aanwijzingen naar voren komen van fraude via de CoronaCheck-omgeving, dan had de Staat alsnog de CoronaCheck-omgeving kunnen afsluiten. 4.26. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de door de Staat genomen maatregel van opschorting van de toegang tot de CoronaCheck-omgeving niet in verhouding stond tot het te snel aangenomen vermoeden van fraude dat enkel zag op het HKVI-portaal. Hoewel de belangen van volksgezondheid en maatschappelijk en politiek vertrouwen de Staat aanleiding gaven om de signalen van mogelijke fraude heel serieus te nemen, heeft hij in de keuze van de maatregelen onvoldoende rekening gehouden met de aanzienlijke belangen van Spoedtest als testaanbieder. Door de toegang tot de CoronaCheck-omgeving op te schorten, een kamerbrief te versturen en aangifte te doen bij de politie, heeft de Staat zich niet gedragen in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Dat betekent dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en aansprakelijk is voor de schade die Spoedtest als gevolg daarvan heeft geleden. 4.27. Voor zover de Staat in dit verband betoogt dat ook de bewijzen die via het HKVI-portaal waren gegenereerd in de CoronaCheck-omgeving konden worden gebruikt en om die reden ook een vermoeden van fraude bestond van de CoronaCheck-omgeving, slaagt dat verweer niet. Het gevaar van die fraude was immers afdoende geweken door het afsluiten van de toegang tot het HKVI-portaal op 6 november 2021. 4.28. De Staat heeft nog betoogd dat van een toerekenbare tekortkoming geen sprake is, omdat hij niet in verzuim is geraakt. Dat betoog treft geen doel. Door de genomen maatregelen heeft Spoedtest schade geleden die niet meer kan worden weggenomen door alsnog correct na te komen. Daardoor is nakoming blijvend onmogelijk geworden en is de verzuimregeling niet aan de orde. Eigen schuld van Spoedtest 4.29. Voor de omvang van de schade is naar het oordeel van de rechtbank van belang dat ook Spoedtest zelf tot op zekere hoogte een verwijt kan worden gemaakt van de ontstane situatie. Het vermoeden van fraude is ontstaan door het feit dat Spoedtest het HKVI-portaal is gaan gebruiken, terwijl de Staat (VWS) dit gebruik onwenselijk achtte en daarvan niet op de hoogte was. Hoewel het gebruik van het HKVI-portaal niet was verboden op grond van de HKVI Gebruiksvoorwaarden, bestond ook bij Spoedtest aanvankelijk de overtuiging dat het HKVI-portaal niet was bedoeld voor commerciële testaanbieders. Pas nadat GGD Rotterdam erop aandrong dat ook commerciële testaanbieders het portaal moesten gebruiken, heeft Spoedtest haar aarzeling laten varen en is zij het HKVI-portaal gaan gebruiken. Spoedtest heeft daarbij geen overleg gevoerd met de Staat (VWS) en geen vragen gesteld over de wenselijkheid van het gebruik door commerciële testaanbieders, terwijl zij – gelet op haar duidelijke eigen aarzelingen – daar wel voldoende reden toe had. Door geen opheldering te vragen en geen overleg te voeren, terwijl dat zeer eenvoudig was geweest, heeft zij het vermoeden van fraude door het gebruik van het HKVI-portaal in aanzienlijke mate aan zichzelf te danken. De rechtbank acht een eigen schuld-percentage van 40% billijk en zal dit percentage hanteren bij het vaststellen van de schadevergoedingsplicht van de Staat. De omvang van de schade 4.30. Spoedtest heeft de door haar gestelde schade onderbouwd door middel van een rapport dat is opgesteld door SMAN Business Value (hierna: het schaderapport). Het schaderapport is door de Staat in het algemeen maar ook per schadepost betwist. De rechtbank zal eerst het algemene verweer van de Staat bespreken en vervolgens de door Spoedtest gestelde schadeposten langsgaan. 4.31. De Staat heeft aangevoerd dat Spoedtest onvoldoende heeft toegelicht welke schade is geleden door HTS en welke schade door Spoedtest B.V. In het schaderapport is hierin inderdaad geen onderscheid gemaakt; beide vennootschappen worden samen Spoedtest genoemd. Uit de bijgevoegde documenten maakt de rechtbank op dat Spoedtest B.V. factureerde aan SON en daaruit dus inkomsten verkreeg, terwijl de facturen voor kosten (zoals de managementvergoedingen) werden ingediend bij HTS. Spoedtest heeft in de dagvaarding gesteld dat HTS verantwoordelijk was voor de exploitatie van de teststraten en dat Spoedtest B.V. contractspartij was van SON en opdrachtgever van HTS. Hoewel dit niet duidelijk maakt welke schade precies door welke vennootschap is geleden, acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat de hierna vast te stellen schade is geleden door één van beide vennootschappen.
Volledig
Nu HTS haar vorderingen op de Staat heeft overgedragen aan Spoedtest B.V., kunnen voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten worden toegewezen aan Spoedtest B.V. en is het aan Spoedtest B.V. en HTS om de schadevergoeding onderling te verdelen. Winstderving 4.32. Spoedtest stelt dat zij voor € 667.474 aan schade heeft geleden wegens gederfde winst in het kader van de TvT-activiteiten, omdat door de opschorting van de CoronaCheck-omgeving (van 16 tot en met 18 november 2021 omstreeks 12.00 uur) haar omzet wegviel. Daarnaast heeft de opschorting een terugval van het marktaandeel van Spoedtest in het aantal TvT-testen in de periode na de afsluiting (van 18 november tot 13 december 2021, de datum waarop het marktaandeel weer op hetzelfde niveau was als voor de opschorting) tot gevolg gehad. Bovendien is het annuleringspercentage van commerciële testen via spoedtest.nl als gevolg van de opschorting in de periode van 16 november tot en met 22 november 2021 gestegen van 8,1% naar 15,1%. 4.33. De Staat heeft allereerst een beroep gedaan op artikel 2.4 van de overeenkomst tussen Spoedtest en SON, waarin de aansprakelijkheid van SON is uitgesloten. Dat beroep slaagt echter niet. De overeenkomst tussen SON en Spoedtest ziet op de voorwaarden waaronder Spoedtest testen mocht uitvoeren in het kader van Testen voor Toegang. Dat SON de overeenkomst mocht opschorten zodra Spoedtest de toegang tot de CoronaCheck-omgeving was ontzegd, staat tussen partijen niet ter discussie. De schadeplichtigheid van de Staat vloeit echter niet voort uit de opschorting door SON, maar uit de opschorting van de toegang tot de CoronaCheck-omgeving door de Staat. De voorwaarden voor die toegang zijn neergelegd in de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck. Daarin is geen exoneratiebeding opgenomen. 4.34. De schadeberekening is gebaseerd op het aantal weggevallen testen maal het tarief dat Spoedtest per test zou ontvangen. Hoewel deze wijze van berekenen voor de hand ligt, is de rechtbank met de Staat van oordeel dat op de toepassing ervan wat valt af te dingen. 4.35. Allereerst is het aantal weggevallen testen berekend op basis van het marktaandeel van Spoedtest in week 44 en 45 (1 tot en met 14 november 2021). Daarin bedroeg het aantal door Spoedtest uitgevoerde testen 20,49% van het totaal aantal in Nederland uitgevoerde testen. In de weken daarna, dus tijdens en na de opschorting door de Staat, daalde dat marktaandeel tot 17,47% en had Spoedtest pas op 13 december 2021 weer een marktaandeel van 20,81%. De berekening van Spoedtest gaat uit van het marktaandeel op het moment van opschorting (20,49%) en beschouwt het lagere marktaandeel in de weken erna als schade. Dit uitgangspunt miskent echter het feit dat de markt voortdurend in beweging was, niet alleen qua absolute aantallen testen maar ook qua marktaandeel. Zo volgt uit tabel 1 en tabel 2 van het schaderapport dat het gemiddelde marktaandeel in de weken 41 tot en met 43 van 2021 (11 tot en met 31 oktober 2021) ook lager lag, namelijk op circa 16/17%. Bovendien blijkt uit tabel 1 van het schaderapport dat het totaal aantal TvT-testen in Nederland vanaf 15 november 2021 hard is gedaald: in week 46 ging het nog om 534.00 testen, in week 51 slechts om 142.000 testen. Doordat de markt en het marktaandeel voortdurend in beweging waren, kan niet zonder meer worden aangenomen dat het marktaandeel stabiel was en dat het dalende marktaandeel van Spoedtest in zijn geheel het gevolg was van de opschorting door de Staat. 4.36. Verder is Spoedtest ervan uitgegaan dat in het geheel geen kosten zijn bespaard en dat de misgelopen omzet dus gelijk is aan de gederfde winst. Tegenover de betwisting van de Staat heeft Spoedtest niet concreet toegelicht waarom bijvoorbeeld niet op de personeelskosten kon worden bespaard. Van de circa 2.000 medewerkers zal niet iedereen in vaste dienst zijn geweest, omdat in coronatijd op grote schaal gebruik werd gemaakt van flexibele krachten. De werknemers met een oproepcontract zullen vermoedelijk niet of slechts voor een deel zijn doorbetaald. Spoedtest heeft daar in de berekening geen rekening mee gehouden en dit ook niet inzichtelijk gemaakt, terwijl dat wel van haar had mogen worden verwacht. 4.37. Anderzijds is alleszins aannemelijk dat Spoedtest daadwerkelijk schade heeft geleden doordat zij drie dagen was afgesloten van de CoronaCheck-omgeving en is voorstelbaar dat het enige tijd heeft geduurd voordat Spoedtest haar beschikbare testcapaciteit weer optimaal kon benutten. De rechtbank zal – rekening houdend met een voorzichtiger ingeschat marktaandeel en de voorstelbare besparingen op personeelskosten – de schade schattenderwijs vaststellen op een bedrag van € 500.000. 4.38. Verder heeft Spoedtest een bedrag van € 62.010 gevorderd als schadevergoeding voor de commerciële testen die via haar website spoedtest.nl waren geboekt en door de opschorting moesten worden geannuleerd. Deze schadepost is door de Staat onvoldoende gemotiveerd betwist. Uit figuur 2 in het schaderapport blijkt duidelijk dat het aantal annuleringen sterk opliep vanaf de datum dat de toegang tot de CoronaCheck-omgeving werd opgeschort. De berekening van de daardoor misgelopen inkomsten is naar het oordeel van de rechtbank inzichtelijk en redelijk. Het algemene verweer dat geen rekening is gehouden met eventuele kostenbesparingen is reeds verdisconteerd in het zojuist genoemde schadebedrag dat de rechtbank schattenderwijs heeft vastgesteld. Daarom kan het bedrag van € 62.010 geheel worden toegewezen. Juridische kosten en crisiscommunicatie 4.39. Spoedtest vordert vergoeding van de werkelijke kosten van rechtsbijstand, zowel voorafgaand als tijdens deze procedure. Het gaat – na eiswijziging – om een bedrag van [€ 43.736 + € 81.583,15 =] € 125.319,15, vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank zal deze post afwijzen. Van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen van de Staat is, anders dan Spoedtest heeft betoogd, geen sprake. Het enkele feit dat de Staat nog steeds van oordeel is dat de opschorting gerechtvaardigd was, betekent niet dat zij onrechtmatig handelt door in haar verweer dat standpunt in te nemen. Evenmin is sprake van schending van de waarheidsplicht van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zoals Spoedtest heeft betoogd. Daarom is de forfaitaire vergoedingsregeling van artikel 241 Rv het uitgangspunt. De rechtbank acht wel aannemelijk dat in de eerste dagen na de opschorting juridische bijstand nodig was, die niet valt onder procesvoorbereiding en daardoor als buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking komt. Het deel van de gevorderde kosten dat daarop ziet is echter niet uitgesplitst en de rechtbank kan daarom niet vaststellen om welk deel het gaat. De kosten van de strafrechtadvocaat zijn overigens in het geheel niet onderbouwd door een urenspecificatie. Daarom wordt de vordering afgewezen. Spoedtest heeft weliswaar ook verwijzing naar de schadestaat gevorderd, maar die vordering is verbonden aan de veroordeling tot vergoeding van ‘de daadwerkelijke advocaatkosten’ en dat wijst de rechtbank niet toe. 4.40. De vergoeding voor crisiscommunicatie heeft Spoedtest onvoldoende onderbouwd. Nog afgezien van het feit dat Spoedtest zelf ‘de vlucht naar voren’ heeft genomen en actief media heeft benaderd om haar reputatie te beschermen, heeft Spoedtest de hoogte van deze kostenpost en de omvang van die werkzaamheden niet onderbouwd met facturen en tijdspecificaties. Daarom zal deze post worden afgewezen. Salaris medisch directeur 4.41. Spoedtest heeft gesteld dat zij het salaris van haar medisch directeur heeft moeten verhogen om haar voor Spoedtest te behouden. Dat heeft Spoedtest – gelet op de gemotiveerde betwisting door de Staat – echter onvoldoende onderbouwd. Uit de stukken blijkt weliswaar dat de medisch directeur met aanvullende looneisen is gekomen, maar het daarvóór verdiende salaris is niet onderbouwd. De Staat heeft er bovendien terecht op gewezen dat al drie dagen na de opschorting opnieuw een kamerbrief is gestuurd en onduidelijk is waarom de loonsverhoging gedurende een heel jaar als schade moet worden beschouwd.
Volledig
Nu HTS haar vorderingen op de Staat heeft overgedragen aan Spoedtest B.V., kunnen voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten worden toegewezen aan Spoedtest B.V. en is het aan Spoedtest B.V. en HTS om de schadevergoeding onderling te verdelen. Winstderving 4.32. Spoedtest stelt dat zij voor € 667.474 aan schade heeft geleden wegens gederfde winst in het kader van de TvT-activiteiten, omdat door de opschorting van de CoronaCheck-omgeving (van 16 tot en met 18 november 2021 omstreeks 12.00 uur) haar omzet wegviel. Daarnaast heeft de opschorting een terugval van het marktaandeel van Spoedtest in het aantal TvT-testen in de periode na de afsluiting (van 18 november tot 13 december 2021, de datum waarop het marktaandeel weer op hetzelfde niveau was als voor de opschorting) tot gevolg gehad. Bovendien is het annuleringspercentage van commerciële testen via spoedtest.nl als gevolg van de opschorting in de periode van 16 november tot en met 22 november 2021 gestegen van 8,1% naar 15,1%. 4.33. De Staat heeft allereerst een beroep gedaan op artikel 2.4 van de overeenkomst tussen Spoedtest en SON, waarin de aansprakelijkheid van SON is uitgesloten. Dat beroep slaagt echter niet. De overeenkomst tussen SON en Spoedtest ziet op de voorwaarden waaronder Spoedtest testen mocht uitvoeren in het kader van Testen voor Toegang. Dat SON de overeenkomst mocht opschorten zodra Spoedtest de toegang tot de CoronaCheck-omgeving was ontzegd, staat tussen partijen niet ter discussie. De schadeplichtigheid van de Staat vloeit echter niet voort uit de opschorting door SON, maar uit de opschorting van de toegang tot de CoronaCheck-omgeving door de Staat. De voorwaarden voor die toegang zijn neergelegd in de Aansluitvoorwaarden CoronaCheck. Daarin is geen exoneratiebeding opgenomen. 4.34. De schadeberekening is gebaseerd op het aantal weggevallen testen maal het tarief dat Spoedtest per test zou ontvangen. Hoewel deze wijze van berekenen voor de hand ligt, is de rechtbank met de Staat van oordeel dat op de toepassing ervan wat valt af te dingen. 4.35. Allereerst is het aantal weggevallen testen berekend op basis van het marktaandeel van Spoedtest in week 44 en 45 (1 tot en met 14 november 2021). Daarin bedroeg het aantal door Spoedtest uitgevoerde testen 20,49% van het totaal aantal in Nederland uitgevoerde testen. In de weken daarna, dus tijdens en na de opschorting door de Staat, daalde dat marktaandeel tot 17,47% en had Spoedtest pas op 13 december 2021 weer een marktaandeel van 20,81%. De berekening van Spoedtest gaat uit van het marktaandeel op het moment van opschorting (20,49%) en beschouwt het lagere marktaandeel in de weken erna als schade. Dit uitgangspunt miskent echter het feit dat de markt voortdurend in beweging was, niet alleen qua absolute aantallen testen maar ook qua marktaandeel. Zo volgt uit tabel 1 en tabel 2 van het schaderapport dat het gemiddelde marktaandeel in de weken 41 tot en met 43 van 2021 (11 tot en met 31 oktober 2021) ook lager lag, namelijk op circa 16/17%. Bovendien blijkt uit tabel 1 van het schaderapport dat het totaal aantal TvT-testen in Nederland vanaf 15 november 2021 hard is gedaald: in week 46 ging het nog om 534.00 testen, in week 51 slechts om 142.000 testen. Doordat de markt en het marktaandeel voortdurend in beweging waren, kan niet zonder meer worden aangenomen dat het marktaandeel stabiel was en dat het dalende marktaandeel van Spoedtest in zijn geheel het gevolg was van de opschorting door de Staat. 4.36. Verder is Spoedtest ervan uitgegaan dat in het geheel geen kosten zijn bespaard en dat de misgelopen omzet dus gelijk is aan de gederfde winst. Tegenover de betwisting van de Staat heeft Spoedtest niet concreet toegelicht waarom bijvoorbeeld niet op de personeelskosten kon worden bespaard. Van de circa 2.000 medewerkers zal niet iedereen in vaste dienst zijn geweest, omdat in coronatijd op grote schaal gebruik werd gemaakt van flexibele krachten. De werknemers met een oproepcontract zullen vermoedelijk niet of slechts voor een deel zijn doorbetaald. Spoedtest heeft daar in de berekening geen rekening mee gehouden en dit ook niet inzichtelijk gemaakt, terwijl dat wel van haar had mogen worden verwacht. 4.37. Anderzijds is alleszins aannemelijk dat Spoedtest daadwerkelijk schade heeft geleden doordat zij drie dagen was afgesloten van de CoronaCheck-omgeving en is voorstelbaar dat het enige tijd heeft geduurd voordat Spoedtest haar beschikbare testcapaciteit weer optimaal kon benutten. De rechtbank zal – rekening houdend met een voorzichtiger ingeschat marktaandeel en de voorstelbare besparingen op personeelskosten – de schade schattenderwijs vaststellen op een bedrag van € 500.000. 4.38. Verder heeft Spoedtest een bedrag van € 62.010 gevorderd als schadevergoeding voor de commerciële testen die via haar website spoedtest.nl waren geboekt en door de opschorting moesten worden geannuleerd. Deze schadepost is door de Staat onvoldoende gemotiveerd betwist. Uit figuur 2 in het schaderapport blijkt duidelijk dat het aantal annuleringen sterk opliep vanaf de datum dat de toegang tot de CoronaCheck-omgeving werd opgeschort. De berekening van de daardoor misgelopen inkomsten is naar het oordeel van de rechtbank inzichtelijk en redelijk. Het algemene verweer dat geen rekening is gehouden met eventuele kostenbesparingen is reeds verdisconteerd in het zojuist genoemde schadebedrag dat de rechtbank schattenderwijs heeft vastgesteld. Daarom kan het bedrag van € 62.010 geheel worden toegewezen. Juridische kosten en crisiscommunicatie 4.39. Spoedtest vordert vergoeding van de werkelijke kosten van rechtsbijstand, zowel voorafgaand als tijdens deze procedure. Het gaat – na eiswijziging – om een bedrag van [€ 43.736 + € 81.583,15 =] € 125.319,15, vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank zal deze post afwijzen. Van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen van de Staat is, anders dan Spoedtest heeft betoogd, geen sprake. Het enkele feit dat de Staat nog steeds van oordeel is dat de opschorting gerechtvaardigd was, betekent niet dat zij onrechtmatig handelt door in haar verweer dat standpunt in te nemen. Evenmin is sprake van schending van de waarheidsplicht van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zoals Spoedtest heeft betoogd. Daarom is de forfaitaire vergoedingsregeling van artikel 241 Rv het uitgangspunt. De rechtbank acht wel aannemelijk dat in de eerste dagen na de opschorting juridische bijstand nodig was, die niet valt onder procesvoorbereiding en daardoor als buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking komt. Het deel van de gevorderde kosten dat daarop ziet is echter niet uitgesplitst en de rechtbank kan daarom niet vaststellen om welk deel het gaat. De kosten van de strafrechtadvocaat zijn overigens in het geheel niet onderbouwd door een urenspecificatie. Daarom wordt de vordering afgewezen. Spoedtest heeft weliswaar ook verwijzing naar de schadestaat gevorderd, maar die vordering is verbonden aan de veroordeling tot vergoeding van ‘de daadwerkelijke advocaatkosten’ en dat wijst de rechtbank niet toe. 4.40. De vergoeding voor crisiscommunicatie heeft Spoedtest onvoldoende onderbouwd. Nog afgezien van het feit dat Spoedtest zelf ‘de vlucht naar voren’ heeft genomen en actief media heeft benaderd om haar reputatie te beschermen, heeft Spoedtest de hoogte van deze kostenpost en de omvang van die werkzaamheden niet onderbouwd met facturen en tijdspecificaties. Daarom zal deze post worden afgewezen. Salaris medisch directeur 4.41. Spoedtest heeft gesteld dat zij het salaris van haar medisch directeur heeft moeten verhogen om haar voor Spoedtest te behouden. Dat heeft Spoedtest – gelet op de gemotiveerde betwisting door de Staat – echter onvoldoende onderbouwd. Uit de stukken blijkt weliswaar dat de medisch directeur met aanvullende looneisen is gekomen, maar het daarvóór verdiende salaris is niet onderbouwd. De Staat heeft er bovendien terecht op gewezen dat al drie dagen na de opschorting opnieuw een kamerbrief is gestuurd en onduidelijk is waarom de loonsverhoging gedurende een heel jaar als schade moet worden beschouwd.
Volledig
Daarom zal dit deel van de vordering worden afgewezen. Imagoschade bestuurders 4.42. Spoedtest vordert vergoeding van imagoschade, specifiek geleden door haar bestuurder [eisers sub 3] (gedaagde sub 3). Zij heeft echter onvoldoende toegelicht waarom [eisers sub 3] zelf in zijn eer en goede naam is aangetast. De gevolgen die Spoedtest heeft geschetst (onder meer de opzegging en opschorting van zakelijke relaties en potentiële contracten en moeilijkheden bij bancaire dienstverlening en verzekeringen) vormen geen aantasting van de eer en goede naam, maar zijn vermogensrechtelijke schadeposten. [eisers sub 3] heeft er bovendien zelf voor gekozen om de media te benaderen in het kader van crisiscommunicatie; de Staat heeft zijn naam niet genoemd. Gelet op dit alles heeft Spoedtest deze schadepost onvoldoende onderbouwd, zodat dit onderdeel wordt afgewezen. Directiekosten 4.43. Spoedtest heeft gesteld dat vier leden van het managementteam in de dagen rond de afsluiting van 15 tot en met 18 november 2021 dag en nacht bezig zijn geweest met het beperken van de schade voor Spoedtest. De rechtbank acht het aannemelijk dat het managementteam van Spoedtest als gevolg van de opschorting extra tijd heeft moeten besteden aan niet-reguliere werkzaamheden. Dergelijke uren komen voor vergoeding in aanmerking. De berekening van het gevorderde bedrag is voldoende inzichtelijk, en anders dan de Staat stelt zijn van de vier leden van het managementteam facturen overgelegd. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 15.696 toewijzen. Aanvullende marketingkosten 4.44. Spoedtest vordert verder een vergoeding van € 1.081.485 voor aanvullende marketingkosten. De vergoeding bestaat uit de kosten voor twee reclamecampagnes die al gepland stonden (een online campagne met [naam 3] en buitenreclame in de vorm van billboards) en de extra kosten voor Google-advertenties in de maand december 2021. 4.45. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat de twee geplande reclamecampagnes kosten zijn die Spoedtest sowieso had gemaakt, ook zonder de opschorting door de Staat, zodat het vereiste causale verband tussen deze kosten en de opschorting ontbreekt. Dergelijke kosten vormen geen schade, ook niet doordat de reclamecampagnes ‘een schadebeperkend karakter’ kregen, zoals Spoedtest heeft gesteld. Daarom zal dit onderdeel worden afgewezen. 4.46. De extra advertentiekosten zijn slechts deels toewijsbaar. De rechtbank acht het aannemelijk dat Spoedtest extra marketingkosten heeft moeten maken om haar testcapaciteit weer optimaal te kunnen benutten, zodat die kosten schadebeperkend waren. Uit het schaderapport blijkt tegelijkertijd dat ook commerciële afwegingen zijn gemaakt. Zo verwachtte Spoedtest een fors hoger zoekvolume als gevolg van de feestdagen: ‘Vanwege het relatief grote belang van de feestdagen heeft de directie besloten om middels hoge Google Ads uitgaven de impact van de negatieve berichtgeving te verminderen.’ Daarom is de rechtbank met de Staat van oordeel dat Spoedtest ook zonder de opschorting haar marketingkosten in december 2021 zou hebben verhoogd. Verder constateert de rechtbank dat de gevorderde vergoeding ziet op de gehele maand december 2021, terwijl Spoedtest ook stelt dat zij op 13 december 2021 weer terug was op haar ‘oude’ marktaandeel. Daardoor kunnen niet alle gevorderde advertentiekosten worden aangemerkt als schade, omdat een deel daarvan moet worden beschouwd als reguliere marketingkosten. De rechtbank zal het schadebeperkende deel van de advertentiekosten in de maand december 2021 schatten op een derde, zodat van de gevorderde vergoeding (€ 679.970) een bedrag van € 266.656,67 zal worden toegewezen. Kosten deskundigenrapport 4.47. Tot slot vordert Spoedtest vergoeding van de kosten van het schaderapport (€ 27.964). De Staat heeft deze kosten bestreden, omdat dit zou vallen onder de proceskostenregeling van artikel 241 Rv en niet het gehele rapport bruikbaar is. 4.48. Op grond van artikel 6:96 lid 2, aanhef en onder b, BW komen de kosten voor het vaststellen van de schade voor vergoeding in aanmerking, maar dan moet wel zijn voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets: zowel het maken van de kosten als de omvang van de gemaakte kosten moet redelijk zijn. Aan de eerste eis is naar het oordeel van de rechtbank voldaan: in de hiervoor beschreven omstandigheden was het redelijk dat Spoedtest de hulp van een deskundige inschakelde om haar schade te berekenen. Met de omvang van de kosten heeft de rechtbank echter moeite. Een deel van de door Spoedtest opgevoerde kosten wordt afgewezen omdat daarvoor geen grondslag is of omdat de schade onvoldoende is onderbouwd. Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet redelijk als de Staat de volledige kosten van het schaderapport zou moeten vergoeden. De rechtbank zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot een bedrag van € 10.000. Toe te wijzen schadevergoeding 4.49. Uit het voorgaande volgt dat toewijsbaar is: Winstderving Testen voor Toegang € 500.000,00 Winstderving spoedtest.nl € 62.010,00 Directiekosten € 15.696,00 Marketingkosten € 266.656,67 Deskundigenrapport € 10.000,00 Subtotaal € 854.362,67 Af: 40% eigen schuld -/- € 341.745,07 Totaal € 512.617,60 Rectificatie 4.50. De vordering om een rectificatie te plaatsen in een landelijk verschijnend medium en een brief aan Spoedtest te verstrekken, wordt afgewezen. De Staat heeft in de eerste kamerbrief geen namen genoemd en heeft in de tweede kamerbrief meegedeeld dat de eerdere verdenking niet is komen vast te staan. Spoedtest heeft onvoldoende onderbouwd dat haar reputatie zodanig is aangetast dat zij op dit moment, meer dan vier jaar na de opschorting, belang heeft bij publiek herstel. Hetzelfde geldt ten aanzien van haar bestuurders. Onder 4.42 is geoordeeld dat van een aantasting van de eer en goede naam van [eisers sub 3] geen sprake is; ten aanzien van de overige bestuurders heeft Spoedtest niets gesteld. Daarom wordt de vordering afgewezen. Proceskosten 4.51. De Staat is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Spoedtest worden, met inachtneming van het percentage eigen schuld, begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 7.446,00 (2 punten × € 3.723,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Subtotaal € 14.615,40 Af: 40% eigen schuld € 5.846,16 Totaal € 8.769,24 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verklaart Health Tests & Supplies B.V. niet-ontvankelijk in haar vorderingen; 5.2. veroordeelt de Staat tot betaling aan Spoedtest B.V. van een schadevergoeding van € 512.617,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 juni 2025 tot de dag van volledige betaling; 5.3. veroordeelt de Staat in de proceskosten van Spoedtest B.V. van € 8.769,24, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 58,80 plus de kosten van betekening als de Staat niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.4. verklaart de beslissingen onder 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad; 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten, mr. B.A. Sturm en mr. W.E. Povel en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026. Eerste rapport: 123 testbewijzen, 630 herstelbewijzen en 108 vaccinatiebewijzen, zie onder 4.13.
Volledig
Daarom zal dit deel van de vordering worden afgewezen. Imagoschade bestuurders 4.42. Spoedtest vordert vergoeding van imagoschade, specifiek geleden door haar bestuurder [eisers sub 3] (gedaagde sub 3). Zij heeft echter onvoldoende toegelicht waarom [eisers sub 3] zelf in zijn eer en goede naam is aangetast. De gevolgen die Spoedtest heeft geschetst (onder meer de opzegging en opschorting van zakelijke relaties en potentiële contracten en moeilijkheden bij bancaire dienstverlening en verzekeringen) vormen geen aantasting van de eer en goede naam, maar zijn vermogensrechtelijke schadeposten. [eisers sub 3] heeft er bovendien zelf voor gekozen om de media te benaderen in het kader van crisiscommunicatie; de Staat heeft zijn naam niet genoemd. Gelet op dit alles heeft Spoedtest deze schadepost onvoldoende onderbouwd, zodat dit onderdeel wordt afgewezen. Directiekosten 4.43. Spoedtest heeft gesteld dat vier leden van het managementteam in de dagen rond de afsluiting van 15 tot en met 18 november 2021 dag en nacht bezig zijn geweest met het beperken van de schade voor Spoedtest. De rechtbank acht het aannemelijk dat het managementteam van Spoedtest als gevolg van de opschorting extra tijd heeft moeten besteden aan niet-reguliere werkzaamheden. Dergelijke uren komen voor vergoeding in aanmerking. De berekening van het gevorderde bedrag is voldoende inzichtelijk, en anders dan de Staat stelt zijn van de vier leden van het managementteam facturen overgelegd. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 15.696 toewijzen. Aanvullende marketingkosten 4.44. Spoedtest vordert verder een vergoeding van € 1.081.485 voor aanvullende marketingkosten. De vergoeding bestaat uit de kosten voor twee reclamecampagnes die al gepland stonden (een online campagne met [naam 3] en buitenreclame in de vorm van billboards) en de extra kosten voor Google-advertenties in de maand december 2021. 4.45. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat de twee geplande reclamecampagnes kosten zijn die Spoedtest sowieso had gemaakt, ook zonder de opschorting door de Staat, zodat het vereiste causale verband tussen deze kosten en de opschorting ontbreekt. Dergelijke kosten vormen geen schade, ook niet doordat de reclamecampagnes ‘een schadebeperkend karakter’ kregen, zoals Spoedtest heeft gesteld. Daarom zal dit onderdeel worden afgewezen. 4.46. De extra advertentiekosten zijn slechts deels toewijsbaar. De rechtbank acht het aannemelijk dat Spoedtest extra marketingkosten heeft moeten maken om haar testcapaciteit weer optimaal te kunnen benutten, zodat die kosten schadebeperkend waren. Uit het schaderapport blijkt tegelijkertijd dat ook commerciële afwegingen zijn gemaakt. Zo verwachtte Spoedtest een fors hoger zoekvolume als gevolg van de feestdagen: ‘Vanwege het relatief grote belang van de feestdagen heeft de directie besloten om middels hoge Google Ads uitgaven de impact van de negatieve berichtgeving te verminderen.’ Daarom is de rechtbank met de Staat van oordeel dat Spoedtest ook zonder de opschorting haar marketingkosten in december 2021 zou hebben verhoogd. Verder constateert de rechtbank dat de gevorderde vergoeding ziet op de gehele maand december 2021, terwijl Spoedtest ook stelt dat zij op 13 december 2021 weer terug was op haar ‘oude’ marktaandeel. Daardoor kunnen niet alle gevorderde advertentiekosten worden aangemerkt als schade, omdat een deel daarvan moet worden beschouwd als reguliere marketingkosten. De rechtbank zal het schadebeperkende deel van de advertentiekosten in de maand december 2021 schatten op een derde, zodat van de gevorderde vergoeding (€ 679.970) een bedrag van € 266.656,67 zal worden toegewezen. Kosten deskundigenrapport 4.47. Tot slot vordert Spoedtest vergoeding van de kosten van het schaderapport (€ 27.964). De Staat heeft deze kosten bestreden, omdat dit zou vallen onder de proceskostenregeling van artikel 241 Rv en niet het gehele rapport bruikbaar is. 4.48. Op grond van artikel 6:96 lid 2, aanhef en onder b, BW komen de kosten voor het vaststellen van de schade voor vergoeding in aanmerking, maar dan moet wel zijn voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets: zowel het maken van de kosten als de omvang van de gemaakte kosten moet redelijk zijn. Aan de eerste eis is naar het oordeel van de rechtbank voldaan: in de hiervoor beschreven omstandigheden was het redelijk dat Spoedtest de hulp van een deskundige inschakelde om haar schade te berekenen. Met de omvang van de kosten heeft de rechtbank echter moeite. Een deel van de door Spoedtest opgevoerde kosten wordt afgewezen omdat daarvoor geen grondslag is of omdat de schade onvoldoende is onderbouwd. Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet redelijk als de Staat de volledige kosten van het schaderapport zou moeten vergoeden. De rechtbank zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot een bedrag van € 10.000. Toe te wijzen schadevergoeding 4.49. Uit het voorgaande volgt dat toewijsbaar is: Winstderving Testen voor Toegang € 500.000,00 Winstderving spoedtest.nl € 62.010,00 Directiekosten € 15.696,00 Marketingkosten € 266.656,67 Deskundigenrapport € 10.000,00 Subtotaal € 854.362,67 Af: 40% eigen schuld -/- € 341.745,07 Totaal € 512.617,60 Rectificatie 4.50. De vordering om een rectificatie te plaatsen in een landelijk verschijnend medium en een brief aan Spoedtest te verstrekken, wordt afgewezen. De Staat heeft in de eerste kamerbrief geen namen genoemd en heeft in de tweede kamerbrief meegedeeld dat de eerdere verdenking niet is komen vast te staan. Spoedtest heeft onvoldoende onderbouwd dat haar reputatie zodanig is aangetast dat zij op dit moment, meer dan vier jaar na de opschorting, belang heeft bij publiek herstel. Hetzelfde geldt ten aanzien van haar bestuurders. Onder 4.42 is geoordeeld dat van een aantasting van de eer en goede naam van [eisers sub 3] geen sprake is; ten aanzien van de overige bestuurders heeft Spoedtest niets gesteld. Daarom wordt de vordering afgewezen. Proceskosten 4.51. De Staat is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Spoedtest worden, met inachtneming van het percentage eigen schuld, begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 7.446,00 (2 punten × € 3.723,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Subtotaal € 14.615,40 Af: 40% eigen schuld € 5.846,16 Totaal € 8.769,24 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verklaart Health Tests & Supplies B.V. niet-ontvankelijk in haar vorderingen; 5.2. veroordeelt de Staat tot betaling aan Spoedtest B.V. van een schadevergoeding van € 512.617,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 juni 2025 tot de dag van volledige betaling; 5.3. veroordeelt de Staat in de proceskosten van Spoedtest B.V. van € 8.769,24, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 58,80 plus de kosten van betekening als de Staat niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.4. verklaart de beslissingen onder 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad; 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten, mr. B.A. Sturm en mr. W.E. Povel en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026. Eerste rapport: 123 testbewijzen, 630 herstelbewijzen en 108 vaccinatiebewijzen, zie onder 4.13.