Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-14
ECLI:NL:RBDHA:2026:10827
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,037 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10827 text/xml public 2026-05-20T12:09:00 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-14 NL25.40769 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10827 text/html public 2026-05-20T12:06:12 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10827 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL25.40769 Beroep tegen afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), beroep ongegrond. Bijkomende elementen van afhankelijkheid, belangenafweging, hoorplicht. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.40769 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. H.H.R. Bruggeman), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D. Gigengack). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 20 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 30 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (referent), de gemachtigde van eiseres, A. Yasin als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1953 en heeft de Syrische nationaliteit. Referent is de meerderjarige zoon van eiseres en heeft namens eiseres een aanvraag ingediend voor een mvv om bij hem te verblijven. Eiseres wil bij referent verblijven, omdat zij medische klachten heeft en stelt van referent afhankelijk te zijn. 2.1. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat er geen sprake is van familie- of gezinsleven tussen eiseres en referent nu er tussen hen geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Eiseres en referent wonen al sinds 2014 niet meer samen en eiseres heeft niet aangetoond dat zij financieel, medisch, praktisch of emotioneel afhankelijk is van referent. Ook heeft eiseres sterke banden met Syrië. Verweerder heeft dan ook geen belangenafweging gemaakt in het kader van familie- of gezinsleven. Volgens verweerder was het niet nodig om referent en/of eiseres te horen. Wat vindt eiseres in beroep? 3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst voert eiseres aan dat er wel sprake is van familie- en gezinsleven omdat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent. Eiseres is namelijk praktisch, emotioneel, financieel en medische afhankelijk van referent. Verweerder had deze factoren meer in onderlinge samenhang moeten betrekken. Ten tweede had verweerder gezien het bestaan van familie- en gezinsleven een belangenafweging moeten maken. Ten slotte had verweerder referent moeten horen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Heeft verweerder op goede gronden geconcludeerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid? 5. Ouders en hun meerderjarige kinderen kunnen alleen een beroep doen op artikel 8 van het EVRM als er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Uit vaste rechtspraak van het EHRM volgt dat de vraag of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid een vraag is van feitelijke aard en dat de beantwoording daarvan afhankelijk is van de vraag of er sprake is van een afhankelijkheid tussen volwassen familieleden, die uitstijgt boven het gebruikelijke. Bij de beoordeling van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, moet verweerder alle individuele omstandigheden van het geval betrekken. Zo kan van belang zijn de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de medische omstandigheden, de banden met het land van herkomst en of de gezinsleden in het land van herkomst behoorden tot hetzelfde gezin en hebben samengewoond. Het is aan de betrokken vreemdeling om te stellen en zoveel mogelijk te onderbouwen uit welke feiten en omstandigheden de bijkomende elementen van afhankelijkheid zouden kunnen blijken. Het is vervolgens aan verweerder om te beoordelen of er daadwerkelijk bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. De bestuursrechter moet het onderzoek van verweerder naar de relevante feiten en omstandigheden en de door verweerder gegeven motivering voor het antwoord op de vraag of er familieleven bestaat in de zin van artikel 8 van het EVRM, als dit wordt betwist, volledig toetsen. Bij de weging van de elementen heeft verweerder beoordelingsruimte. De uitkomst van de beoordeling of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, toetst de bestuursrechter daarom enigszins terughoudend. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent en er daarom geen sprake is van familieleven . Zoals tijdens de zitting is gebleken, is niet in geschil dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in het bestreden besluit heeft betrokken, maar gaat het om de manier waarop verweerder deze heeft gewogen. Verweerder heeft mogen betrekken dat de omstandigheid dat eiseres en referent hebben samengewoond geen bijkomend element van afhankelijkheid oplevert omdat zij sinds 2014 al niet meer samenwonen. Verder heeft verweerder mogen tegenwerpen dat referent geen stukken heeft overgelegd om de gestelde financiële steun aan eiseres te onderbouwen. Hoewel het wellicht lastig is voor referent om dit te onderbouwen, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat het wel aan referent is om stukken te overleggen. Verweerder heeft tijdens de zitting toegelicht dat referent bijvoorbeeld bankafschriften van contante opnames of verklaringen had kunnen overleggen. Daarnaast heeft verweerder kunnen betrekken dat niet is gebleken dat eiseres concrete medische zorg nodig heeft en hiervoor bovendien afhankelijk is van referent. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat uit de verklaring van de arts volgt dat specifieke medische zorg nodig is. Verweerder heeft er tijdens de zitting terecht gewezen op dat in de verklaring staat dat eiseres voortdurende verzorging nodig heeft maar dat dit niet gelijk staat aan concrete medische zorg. Verweerder heeft ook kunnen stellen dat eiseres niet met medische stukken heeft onderbouwd dat haar gezondheidstoestand achteruitgaat. Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat niet referent, maar de buren van eiseres praktische hulp geven aan eiseres en dat eiseres zich al acht jaar lang zonder de praktische hulp van referent redt. Hierbij is van belang dat niet is aangevoerd of aangetoond dat de buren zullen stoppen met het helpen van eiseres of dat eiseres iets is overkomen zonder dat er direct hulp was. Verder heeft verweerder mogen stellen dat niet is gebleken dat referent de enige is die eiseres emotionele hulp biedt en dat eiseres en referent zich op emotioneel vlak niet zonder elkaar kunnen redden. Verweerder heeft hierbij van belang mogen vinden dat eiseres niet met stukken heeft aangetoond dat haar drie andere kinderen haar niet kunnen ondersteunen. Ten slotte heeft verweerder kunnen betrekken dat eiseres sterke banden heeft met Syrië. Had verweerder een belangenafweging moeten maken in het kader van familieleven? 6. Gelet op het voorgaande heeft verweerder kunnen concluderen dat er geen sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM en heeft verweerder geen belangenafweging hoeven maken. Heeft verweerder mogen afzien van horen? 7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder referent niet had hoeven horen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10827 text/xml public 2026-05-20T12:09:00 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-14 NL25.40769 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10827 text/html public 2026-05-20T12:06:12 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10827 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL25.40769 Beroep tegen afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), beroep ongegrond. Bijkomende elementen van afhankelijkheid, belangenafweging, hoorplicht. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.40769 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. H.H.R. Bruggeman), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D. Gigengack). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 20 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 30 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (referent), de gemachtigde van eiseres, A. Yasin als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1953 en heeft de Syrische nationaliteit. Referent is de meerderjarige zoon van eiseres en heeft namens eiseres een aanvraag ingediend voor een mvv om bij hem te verblijven. Eiseres wil bij referent verblijven, omdat zij medische klachten heeft en stelt van referent afhankelijk te zijn. 2.1. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat er geen sprake is van familie- of gezinsleven tussen eiseres en referent nu er tussen hen geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Eiseres en referent wonen al sinds 2014 niet meer samen en eiseres heeft niet aangetoond dat zij financieel, medisch, praktisch of emotioneel afhankelijk is van referent. Ook heeft eiseres sterke banden met Syrië. Verweerder heeft dan ook geen belangenafweging gemaakt in het kader van familie- of gezinsleven. Volgens verweerder was het niet nodig om referent en/of eiseres te horen. Wat vindt eiseres in beroep? 3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst voert eiseres aan dat er wel sprake is van familie- en gezinsleven omdat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent. Eiseres is namelijk praktisch, emotioneel, financieel en medische afhankelijk van referent. Verweerder had deze factoren meer in onderlinge samenhang moeten betrekken. Ten tweede had verweerder gezien het bestaan van familie- en gezinsleven een belangenafweging moeten maken. Ten slotte had verweerder referent moeten horen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Heeft verweerder op goede gronden geconcludeerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid? 5. Ouders en hun meerderjarige kinderen kunnen alleen een beroep doen op artikel 8 van het EVRM als er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Uit vaste rechtspraak van het EHRM volgt dat de vraag of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid een vraag is van feitelijke aard en dat de beantwoording daarvan afhankelijk is van de vraag of er sprake is van een afhankelijkheid tussen volwassen familieleden, die uitstijgt boven het gebruikelijke. Bij de beoordeling van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, moet verweerder alle individuele omstandigheden van het geval betrekken. Zo kan van belang zijn de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de medische omstandigheden, de banden met het land van herkomst en of de gezinsleden in het land van herkomst behoorden tot hetzelfde gezin en hebben samengewoond. Het is aan de betrokken vreemdeling om te stellen en zoveel mogelijk te onderbouwen uit welke feiten en omstandigheden de bijkomende elementen van afhankelijkheid zouden kunnen blijken. Het is vervolgens aan verweerder om te beoordelen of er daadwerkelijk bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. De bestuursrechter moet het onderzoek van verweerder naar de relevante feiten en omstandigheden en de door verweerder gegeven motivering voor het antwoord op de vraag of er familieleven bestaat in de zin van artikel 8 van het EVRM, als dit wordt betwist, volledig toetsen. Bij de weging van de elementen heeft verweerder beoordelingsruimte. De uitkomst van de beoordeling of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, toetst de bestuursrechter daarom enigszins terughoudend. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent en er daarom geen sprake is van familieleven . Zoals tijdens de zitting is gebleken, is niet in geschil dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in het bestreden besluit heeft betrokken, maar gaat het om de manier waarop verweerder deze heeft gewogen. Verweerder heeft mogen betrekken dat de omstandigheid dat eiseres en referent hebben samengewoond geen bijkomend element van afhankelijkheid oplevert omdat zij sinds 2014 al niet meer samenwonen. Verder heeft verweerder mogen tegenwerpen dat referent geen stukken heeft overgelegd om de gestelde financiële steun aan eiseres te onderbouwen. Hoewel het wellicht lastig is voor referent om dit te onderbouwen, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat het wel aan referent is om stukken te overleggen. Verweerder heeft tijdens de zitting toegelicht dat referent bijvoorbeeld bankafschriften van contante opnames of verklaringen had kunnen overleggen. Daarnaast heeft verweerder kunnen betrekken dat niet is gebleken dat eiseres concrete medische zorg nodig heeft en hiervoor bovendien afhankelijk is van referent. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat uit de verklaring van de arts volgt dat specifieke medische zorg nodig is. Verweerder heeft er tijdens de zitting terecht gewezen op dat in de verklaring staat dat eiseres voortdurende verzorging nodig heeft maar dat dit niet gelijk staat aan concrete medische zorg. Verweerder heeft ook kunnen stellen dat eiseres niet met medische stukken heeft onderbouwd dat haar gezondheidstoestand achteruitgaat. Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat niet referent, maar de buren van eiseres praktische hulp geven aan eiseres en dat eiseres zich al acht jaar lang zonder de praktische hulp van referent redt. Hierbij is van belang dat niet is aangevoerd of aangetoond dat de buren zullen stoppen met het helpen van eiseres of dat eiseres iets is overkomen zonder dat er direct hulp was. Verder heeft verweerder mogen stellen dat niet is gebleken dat referent de enige is die eiseres emotionele hulp biedt en dat eiseres en referent zich op emotioneel vlak niet zonder elkaar kunnen redden. Verweerder heeft hierbij van belang mogen vinden dat eiseres niet met stukken heeft aangetoond dat haar drie andere kinderen haar niet kunnen ondersteunen. Ten slotte heeft verweerder kunnen betrekken dat eiseres sterke banden heeft met Syrië. Had verweerder een belangenafweging moeten maken in het kader van familieleven? 6. Gelet op het voorgaande heeft verweerder kunnen concluderen dat er geen sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM en heeft verweerder geen belangenafweging hoeven maken. Heeft verweerder mogen afzien van horen? 7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder referent niet had hoeven horen.