Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-29
ECLI:NL:RBDHA:2026:10821
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,089 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10821 text/xml public 2026-05-20T11:44:01 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-29 NL25.30467 en NL25.35337 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening+bodemzaak NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10821 text/html public 2026-05-20T11:43:27 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10821 Rechtbank Den Haag , 29-04-2026 / NL25.30467 en NL25.35337 Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning vanwege mvv-vereiste, ongegrond, verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Familieleven en privéleven artikel 8 van het EVRM, hardheidsclausule. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.30467 en NL25.35337 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , V-nummer onbekend, eiseres/verzoekster (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. T.Y. Tsang), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D. Gigengack). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 7 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y. He als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1959 en heeft de Chinese nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘humanitair niet-tijdelijk’. Eiseres stelt door een hartafwijking niet in staat te zijn om te reizen, dat zij meer dan twintig jaar in Nederland heeft verbleven en hier een privéleven en een relatie heeft. 2.1. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft en niet is gebleken dat zij kan worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Eiseres kan namelijk niet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste op medische gronden, omdat eiseres geen medische stukken heeft overgelegd. Verder is uitzetting van eiseres niet in strijd met haar recht op familieleven , omdat niet is gebleken dat eiseres beschermingswaardig familieleven heeft nu zij haar stelling dat zij een partner in Nederland heeft niet heeft aangetoond. Ook is uitzetting van eiseres niet in strijd met haar recht op privéleven , omdat zij niet heeft onderbouwd waar dat privéleven uit bestaat. Voor zover er desondanks van uit moet worden gegaan dat eiseres enige mate van privéleven in Nederland heeft opgebouwd, wegen de belangen van de Nederlandse overheid zwaarder dan de belangen van eiseres. Daarnaast kan eiseres niet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule. Ten slotte komt eiseres niet in aanmerking voor ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning of uitstel van vertrek . Wat vindt eiseres in beroep? 3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Ten eerste is het bestreden besluit in strijd met haar recht op familieleven, omdat zij familieleven heeft met haar partner. Verweerder had in het kader van het familieleven een belangenafweging moeten maken. Ten tweede is het bestreden besluit in strijd met haar recht op privéleven, omdat zij sterke banden heeft met Nederland. Eiseres stelt dat zij al vanaf 1999 in Nederland woont, hier heeft gewerkt en een (sociaal) leven heeft opgebouwd. Ook stelt zij dat zij gebonden is aan Nederland voor medische zorg. Ten derde is het onredelijk hard voor eiseres om het mvv-vereiste aan haar tegen te werpen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 5. Verweerder kan een aanvraag om een verblijfsvergunning afwijzen als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv. Een vreemdeling kan onder meer worden vrijgesteld van het mvv-vereiste als uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van het EVRM of als toepassing van het mvv-vereiste onredelijk hard is. Niet in geschil is dat eiseres niet aan het mvv-vereiste voldoet. Naar het oordeel van de rechtbank geeft wat eiseres naar voren heeft gebracht geen grond voor het oordeel dat zij hiervan vrijgesteld had moeten worden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Had verweerder eiseres moeten vrijstellen van het mvv-vereiste op grond van artikel 8 van het EVRM? 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte geen vrijstelling van het mvv-vereiste heeft verleend aan eiseres op grond van artikel 8 van het EVRM. 6.1. De rechtbank is allereerst van oordeel dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om eiseres vrij te stellen van het mvv-vereiste op basis van haar familieleven. Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat geen familieleven wordt aangenomen tussen eiseres en haar gestelde partner, omdat eiseres de relatie niet (met stukken) heeft aangetoond. Eiseres heeft tijdens de zitting verklaard dat zij inmiddels wel is getrouwd. De gemachtigde van eiseres heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij de relatie niet met stukken kan aantonen en niet betwist dat niet is onderbouwd dat eiseres een relatie had ten tijde van de aanvraag. Gelet hierop heeft verweerder kunnen concluderen dat er geen sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM en heeft verweerder geen belangenafweging hoeven maken. 6.2. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder in het privéleven van eiseres geen aanleiding heeft hoeven zien voor een vrijstelling van het mvv-vereiste. Verweerder heeft mogen stellen dat geen sprake is van privéleven omdat eiseres niet heeft onderbouwd dat zij privéleven heeft in Nederland. Zo heeft eiseres niet heeft aangetoond dat zij sinds 1999 in Nederland verblijft en dat haar banden met Nederland sterker zijn dan die met China. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangevoerd dat het lastig is om documenten van instanties te overleggen om het privéleven te onderbouwen. Verweerder heeft op de zitting terecht tegengeworpen dat eiseres haar privéleven ook met andere stukken kan onderbouwen, maar dat zij dit niet heeft gedaan. Had verweerder eiseres de hardheidsclausule moeten toepassen? 7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen zetten dat niet is gebleken van omstandigheden die maken dat vasthouden aan het mvv-vereiste onevenredig hard is. Hierbij heeft verweerder mogen betrekken dat niet is gebleken dat het vanwege de medische klachten van eiseres onredelijk is om van haar te verlangen om naar China terug te keren om daar een mvv aan te vragen, omdat eiseres haar gestelde medische klachten niet (met stukken) heeft onderbouwd. Ook heeft verweerder de stelling van eiseres dat een mvv aanvraag mogelijk langer duurt dan drie maanden en de niet-onderbouwde stelling dat eiseres in China geen verblijfsplaats zal hebben, onvoldoende mogen vinden. De door eiseres in beroep aangevoerde stellingen dat zij bij uitzetting naar China geen zekerheid heeft dat zij op korte termijn kan worden herenigd met haar partner, aan haar lot wordt overgelaten en in een (medische) noodsituatie komt, heeft verweerder, omdat eiseres deze stellingen niet (met stukken) heeft onderbouwd, ook niet voldoende hoeven vinden. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit . 10. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10821 text/xml public 2026-05-20T11:44:01 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-29 NL25.30467 en NL25.35337 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening+bodemzaak NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10821 text/html public 2026-05-20T11:43:27 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10821 Rechtbank Den Haag , 29-04-2026 / NL25.30467 en NL25.35337 Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning vanwege mvv-vereiste, ongegrond, verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Familieleven en privéleven artikel 8 van het EVRM, hardheidsclausule. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.30467 en NL25.35337 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , V-nummer onbekend, eiseres/verzoekster (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. T.Y. Tsang), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D. Gigengack). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 7 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y. He als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1959 en heeft de Chinese nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘humanitair niet-tijdelijk’. Eiseres stelt door een hartafwijking niet in staat te zijn om te reizen, dat zij meer dan twintig jaar in Nederland heeft verbleven en hier een privéleven en een relatie heeft. 2.1. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft en niet is gebleken dat zij kan worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Eiseres kan namelijk niet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste op medische gronden, omdat eiseres geen medische stukken heeft overgelegd. Verder is uitzetting van eiseres niet in strijd met haar recht op familieleven , omdat niet is gebleken dat eiseres beschermingswaardig familieleven heeft nu zij haar stelling dat zij een partner in Nederland heeft niet heeft aangetoond. Ook is uitzetting van eiseres niet in strijd met haar recht op privéleven , omdat zij niet heeft onderbouwd waar dat privéleven uit bestaat. Voor zover er desondanks van uit moet worden gegaan dat eiseres enige mate van privéleven in Nederland heeft opgebouwd, wegen de belangen van de Nederlandse overheid zwaarder dan de belangen van eiseres. Daarnaast kan eiseres niet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule. Ten slotte komt eiseres niet in aanmerking voor ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning of uitstel van vertrek . Wat vindt eiseres in beroep? 3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Ten eerste is het bestreden besluit in strijd met haar recht op familieleven, omdat zij familieleven heeft met haar partner. Verweerder had in het kader van het familieleven een belangenafweging moeten maken. Ten tweede is het bestreden besluit in strijd met haar recht op privéleven, omdat zij sterke banden heeft met Nederland. Eiseres stelt dat zij al vanaf 1999 in Nederland woont, hier heeft gewerkt en een (sociaal) leven heeft opgebouwd. Ook stelt zij dat zij gebonden is aan Nederland voor medische zorg. Ten derde is het onredelijk hard voor eiseres om het mvv-vereiste aan haar tegen te werpen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 5. Verweerder kan een aanvraag om een verblijfsvergunning afwijzen als de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv. Een vreemdeling kan onder meer worden vrijgesteld van het mvv-vereiste als uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van het EVRM of als toepassing van het mvv-vereiste onredelijk hard is. Niet in geschil is dat eiseres niet aan het mvv-vereiste voldoet. Naar het oordeel van de rechtbank geeft wat eiseres naar voren heeft gebracht geen grond voor het oordeel dat zij hiervan vrijgesteld had moeten worden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Had verweerder eiseres moeten vrijstellen van het mvv-vereiste op grond van artikel 8 van het EVRM? 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte geen vrijstelling van het mvv-vereiste heeft verleend aan eiseres op grond van artikel 8 van het EVRM. 6.1. De rechtbank is allereerst van oordeel dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om eiseres vrij te stellen van het mvv-vereiste op basis van haar familieleven. Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat geen familieleven wordt aangenomen tussen eiseres en haar gestelde partner, omdat eiseres de relatie niet (met stukken) heeft aangetoond. Eiseres heeft tijdens de zitting verklaard dat zij inmiddels wel is getrouwd. De gemachtigde van eiseres heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij de relatie niet met stukken kan aantonen en niet betwist dat niet is onderbouwd dat eiseres een relatie had ten tijde van de aanvraag. Gelet hierop heeft verweerder kunnen concluderen dat er geen sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM en heeft verweerder geen belangenafweging hoeven maken. 6.2. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder in het privéleven van eiseres geen aanleiding heeft hoeven zien voor een vrijstelling van het mvv-vereiste. Verweerder heeft mogen stellen dat geen sprake is van privéleven omdat eiseres niet heeft onderbouwd dat zij privéleven heeft in Nederland. Zo heeft eiseres niet heeft aangetoond dat zij sinds 1999 in Nederland verblijft en dat haar banden met Nederland sterker zijn dan die met China. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangevoerd dat het lastig is om documenten van instanties te overleggen om het privéleven te onderbouwen. Verweerder heeft op de zitting terecht tegengeworpen dat eiseres haar privéleven ook met andere stukken kan onderbouwen, maar dat zij dit niet heeft gedaan. Had verweerder eiseres de hardheidsclausule moeten toepassen? 7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen zetten dat niet is gebleken van omstandigheden die maken dat vasthouden aan het mvv-vereiste onevenredig hard is. Hierbij heeft verweerder mogen betrekken dat niet is gebleken dat het vanwege de medische klachten van eiseres onredelijk is om van haar te verlangen om naar China terug te keren om daar een mvv aan te vragen, omdat eiseres haar gestelde medische klachten niet (met stukken) heeft onderbouwd. Ook heeft verweerder de stelling van eiseres dat een mvv aanvraag mogelijk langer duurt dan drie maanden en de niet-onderbouwde stelling dat eiseres in China geen verblijfsplaats zal hebben, onvoldoende mogen vinden. De door eiseres in beroep aangevoerde stellingen dat zij bij uitzetting naar China geen zekerheid heeft dat zij op korte termijn kan worden herenigd met haar partner, aan haar lot wordt overgelaten en in een (medische) noodsituatie komt, heeft verweerder, omdat eiseres deze stellingen niet (met stukken) heeft onderbouwd, ook niet voldoende hoeven vinden. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit . 10. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.