Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-27
ECLI:NL:RBDHA:2026:10795
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,036 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10795 text/xml public 2026-05-07T10:01:47 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-27 C/09/675829 / FA RK 24-8263 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10795 text/html public 2026-05-07T10:00:22 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10795 Rechtbank Den Haag , 27-03-2026 / C/09/675829 / FA RK 24-8263 Volgt Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-8263 Zaaknummer: C/09/675829 Datum beschikking: 27 maart 2026 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 15 november 2024 ingekomen verzoek ten aanzien van de echtscheiding, de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en het huurrecht: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts in ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.W. Stok in Delft. verzoek ten aanzien van de kinderalimentatie, de partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschap: [bewindvoerder] , h.o.d.n. [handelsnaam] , gevestigd te [vestigingsplaats] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts in ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [bewindvoerder] , h.o.d.n. [handelsnaam] , gevestigd te [vestigingsplaats] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.W. Stok in Delft. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het bericht met bijlage van 21 november 2024 van de vrouw; het verweerschrift tevens zelfstandige verzoek van de man; het verweer van de vrouw tegen het zelfstandige verzoek van de man; het bericht met bijlage van 26 november 2025 van de vrouw; het bericht met bijlagen van 3 december 2025 van de vrouw; de berichten van 4 december 2025 van de vrouw; het bericht met bijlagen van 28 januari 2026 van de vrouw. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt. De advocaat van de vrouw heeft op 4 december 2025 laten weten dat partijen overeenstemming hebben bereikt ten aanzien van de kinderen en dat zij de overeengekomen afspraken hebben neergelegd in een ouderschapsplan. Deze overeenstemming is door de advocaat van de man op dezelfde dag bevestigd. Gelet op de door partijen bereikte overeenstemming heeft de op 4 december 2025 geplande mondelinge behandeling geen doorgang gevonden. Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2011 in [plaats] . Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen. Deze rechtbank heeft op 23 december 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat: de vrouw per 1 februari 2025 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats] en dat de man die woning moet verlaten en niet verder mag betreden, de minderjarigen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd; de man voorlopig gerechtigd is om [minderjarige 1] bij zich te hebben: om het weekend van zaterdagochtend 10:00 uur tot zondagavond 20:00 uur; de man aan de vrouw met ingang van 1 februari 2025 of zoveel eerder als partijen niet meer samenwonen, voorlopig een kinderalimentatie zal betalen ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 25,- per kind per maand; de man aan de vrouw met ingang van 1 februari 2025 of zoveel eerder als partijen niet meer samenwonen, voorlopig een partneralimentatie van € 25,- per maand zal betalen. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot: - aanhechting van het door de vrouw en de man ondertekende ouderschapsplan; vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 25,- per maand, met ingang van de datum van het verzoekschrift; toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning; vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man heeft zich gerefereerd aan de verzoeken tot echtscheiding, partneralimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap. Daarnaast verzoekt hij zelfstandig om de echtscheiding tussen de ouders uit te spreken. Beoordeling Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Echtscheiding De vrouw en de man hebben beiden gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen Opname ouderschapsplan Partijen zijn in loop van de procedure tot overeenstemming gekomen ten aanzien van de kinderen en hebben beiden verzocht om het ouderschapsplan in de beschikking op te nemen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. Partneralimentatie De vrouw verzoekt een partneralimentatie van € 25,- per maand. De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en een partneralimentatie vaststellen van € 25,- per maand. Op grond van artikel 1:157 lid 6 BW zal als ingangsdatum de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking worden gehanteerd. Huurrecht echtelijke woning De vrouw verzoekt het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te kennen. Zij vindt het belangrijk dat de kinderen in de woning kunnen blijven wonen. De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, en het verzoek van de vrouw toewijzen. Verdeling van de huwelijksgemeenschap Partijen zijn getrouwd op [datum] 2011 in [plaats] . Nu partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke algehele gemeenschap van goederen bestaat. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de ontbonden huwelijksgemeenschap bij helfte wordt verdeeld, nu het huwelijk is gesloten voor 1 januari 2018 (artikel 1:100 BW). Peildatum Voor het vaststellen van de omvang van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank, te weten 15 november 2024. Als peildatum voor de waardering van de te verdelen goederen geldt de datum van verdeling, tenzij de vader en de moeder anders zijn overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan moet worden afgeweken. Omvang De vrouw stelt dat de huwelijksgemeenschap slechts de inboedel, persoonlijke bezittingen en schulden bevat. Zij verzoekt daarom te bepalen dat de persoonlijke bezittingen van de ouders aan henzelf worden toegewezen en dat de spullen van de kinderen bij de vrouw blijven, alsmede de inboedel van de echtelijke woning en de spullen van opa (mz). Aan de man zal zijn computer worden toegedeeld. De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal de inboedel toedelen aan de vrouw, de computer aan de man en aan ieder zijn/haar persoonlijke spullen. De persoonlijke spullen van de kinderen en opa (mz) vallen niet in de huwelijksgemeenschap en lenen zich daarom niet voor opname in het dictum. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich aan de hierover bereikte overeenstemming zullen houden. Schulden Volgens de vrouw zijn er diverse huwelijkse schulden – zoals volgt uit de overgelegde productie 7 – die de ouders, onder andere voor de kinderen, samen hebben gemaakt. De vrouw verzoekt daarom om te bepalen dat de ouders in hun interne verhouding voor de helft draagplichtig zijn. De man kan zich verenigen met het verzoek van de vrouw.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10795 text/xml public 2026-05-07T10:01:47 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-27 C/09/675829 / FA RK 24-8263 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10795 text/html public 2026-05-07T10:00:22 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10795 Rechtbank Den Haag , 27-03-2026 / C/09/675829 / FA RK 24-8263 Volgt Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-8263 Zaaknummer: C/09/675829 Datum beschikking: 27 maart 2026 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 15 november 2024 ingekomen verzoek ten aanzien van de echtscheiding, de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en het huurrecht: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts in ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.W. Stok in Delft. verzoek ten aanzien van de kinderalimentatie, de partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschap: [bewindvoerder] , h.o.d.n. [handelsnaam] , gevestigd te [vestigingsplaats] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts in ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [bewindvoerder] , h.o.d.n. [handelsnaam] , gevestigd te [vestigingsplaats] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.W. Stok in Delft. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het bericht met bijlage van 21 november 2024 van de vrouw; het verweerschrift tevens zelfstandige verzoek van de man; het verweer van de vrouw tegen het zelfstandige verzoek van de man; het bericht met bijlage van 26 november 2025 van de vrouw; het bericht met bijlagen van 3 december 2025 van de vrouw; de berichten van 4 december 2025 van de vrouw; het bericht met bijlagen van 28 januari 2026 van de vrouw. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt. De advocaat van de vrouw heeft op 4 december 2025 laten weten dat partijen overeenstemming hebben bereikt ten aanzien van de kinderen en dat zij de overeengekomen afspraken hebben neergelegd in een ouderschapsplan. Deze overeenstemming is door de advocaat van de man op dezelfde dag bevestigd. Gelet op de door partijen bereikte overeenstemming heeft de op 4 december 2025 geplande mondelinge behandeling geen doorgang gevonden. Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2011 in [plaats] . Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen. Deze rechtbank heeft op 23 december 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat: de vrouw per 1 februari 2025 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats] en dat de man die woning moet verlaten en niet verder mag betreden, de minderjarigen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd; de man voorlopig gerechtigd is om [minderjarige 1] bij zich te hebben: om het weekend van zaterdagochtend 10:00 uur tot zondagavond 20:00 uur; de man aan de vrouw met ingang van 1 februari 2025 of zoveel eerder als partijen niet meer samenwonen, voorlopig een kinderalimentatie zal betalen ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 25,- per kind per maand; de man aan de vrouw met ingang van 1 februari 2025 of zoveel eerder als partijen niet meer samenwonen, voorlopig een partneralimentatie van € 25,- per maand zal betalen. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot: - aanhechting van het door de vrouw en de man ondertekende ouderschapsplan; vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 25,- per maand, met ingang van de datum van het verzoekschrift; toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning; vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man heeft zich gerefereerd aan de verzoeken tot echtscheiding, partneralimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap. Daarnaast verzoekt hij zelfstandig om de echtscheiding tussen de ouders uit te spreken. Beoordeling Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Echtscheiding De vrouw en de man hebben beiden gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen Opname ouderschapsplan Partijen zijn in loop van de procedure tot overeenstemming gekomen ten aanzien van de kinderen en hebben beiden verzocht om het ouderschapsplan in de beschikking op te nemen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. Partneralimentatie De vrouw verzoekt een partneralimentatie van € 25,- per maand. De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en een partneralimentatie vaststellen van € 25,- per maand. Op grond van artikel 1:157 lid 6 BW zal als ingangsdatum de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking worden gehanteerd. Huurrecht echtelijke woning De vrouw verzoekt het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te kennen. Zij vindt het belangrijk dat de kinderen in de woning kunnen blijven wonen. De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, en het verzoek van de vrouw toewijzen. Verdeling van de huwelijksgemeenschap Partijen zijn getrouwd op [datum] 2011 in [plaats] . Nu partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke algehele gemeenschap van goederen bestaat. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de ontbonden huwelijksgemeenschap bij helfte wordt verdeeld, nu het huwelijk is gesloten voor 1 januari 2018 (artikel 1:100 BW). Peildatum Voor het vaststellen van de omvang van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank, te weten 15 november 2024. Als peildatum voor de waardering van de te verdelen goederen geldt de datum van verdeling, tenzij de vader en de moeder anders zijn overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan moet worden afgeweken. Omvang De vrouw stelt dat de huwelijksgemeenschap slechts de inboedel, persoonlijke bezittingen en schulden bevat. Zij verzoekt daarom te bepalen dat de persoonlijke bezittingen van de ouders aan henzelf worden toegewezen en dat de spullen van de kinderen bij de vrouw blijven, alsmede de inboedel van de echtelijke woning en de spullen van opa (mz). Aan de man zal zijn computer worden toegedeeld. De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw. De rechtbank zal de inboedel toedelen aan de vrouw, de computer aan de man en aan ieder zijn/haar persoonlijke spullen. De persoonlijke spullen van de kinderen en opa (mz) vallen niet in de huwelijksgemeenschap en lenen zich daarom niet voor opname in het dictum. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich aan de hierover bereikte overeenstemming zullen houden. Schulden Volgens de vrouw zijn er diverse huwelijkse schulden – zoals volgt uit de overgelegde productie 7 – die de ouders, onder andere voor de kinderen, samen hebben gemaakt. De vrouw verzoekt daarom om te bepalen dat de ouders in hun interne verhouding voor de helft draagplichtig zijn. De man kan zich verenigen met het verzoek van de vrouw.