Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-27
ECLI:NL:RBDHA:2026:10750
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,049 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10750 text/xml public 2026-05-07T15:27:49 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-27 C/09/697949 / FA RK 26-503 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10750 text/html public 2026-05-07T15:27:38 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10750 Rechtbank Den Haag , 27-03-2026 / C/09/697949 / FA RK 26-503 Gezagsuitoefening, niet-ontvankelijheid en proceskostenveroordeling Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 26-503 Zaaknummer: C/09/697949 Datum beschikking: 27 maart 2026 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 16 januari 2026 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.P. van Stralen te Utrecht. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.Y.M. Renken te Zoeterwoude. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 27 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage; het F9-formulier van 28 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen; het F9-formulier van 27 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage; het F9-formulier van 16 februari 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen; het F9-formulier van 16 februari 2026 van de zijde van de vader, met bijlage. De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek. Op 27 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat; de moeder met haar advocaat. Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2013 tot [datum 2] 2024. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] , - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2] , De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Volgens de Basisregistratie Personen (BRP) heeft de man de Nederlandse nationaliteit en de vrouw de Tsjechische nationaliteit. - Bij beschikking van 15 augustus 2024 heeft deze rechtbank beslissingen genomen over de echtscheiding, de voorlopige zorgregeling, de kinder- en partneralimentatie, de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank heeft verder aan de moeder vervangende toestemming verleend om a) ID-kaarten voor de kinderen aan te vragen, b) de kinderen in te schrijven op de [BSO] dan wel een andere BSO in de regio Leiden, op de momenten dat de kinderen bij de vrouw verblijven en zij aan het werk is, c) de kinderen in gesprek te laten gaan met een psycholoog, waarbij de vrouw iemand mag uitzoeken, mits het een psycholoog is die gespecialiseerd is in hulpverlening aan kinderen in echtscheidingssituaties. De rechtbank heeft ten aanzien van de zorgregeling bepaald dat voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig een zorgregeling zal gelden inhoudende dat de kinderen in de ene week van maandag uit school tot de maandagochtend naar school bij de vrouw en in de andere week van maandag uit school tot de maandag erop naar school bij de man zullen verblijven. De rechtbank heeft verder de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) verzocht om een onderzoek in te stellen, daarover te rapporteren en de rechtbank van advies te voorzien bij de volgende vragen: - Welke gezagssituatie is in het belang van de kinderen? - Welke hoofdverblijfplaats is in het belang van de kinderen? - Welke zorgregeling is in het belang van de kinderen? - Is verdere hulpverlening voor de ouders en/of de kinderen noodzakelijk en zo ja, welke hulpverlening? Iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de proceskosten is aangehouden in afwachting van het rapport van de RvdK. - Bij beschikking van deze rechtbank van 22 april 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald: - dat de minderjarigen de hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en op haar adres ingeschreven zullen staan; - dat de kinderen in de oneven weken bij de moeder zijn van maandag uit school/BSO tot de maandag erop naar school/BSO, en in de even weken bij de vader van maandag uit school tot de maandag erop naar school, waarbij geldt dat de vader de kinderen in de oneven weken niet uit school of van de BSO mag ophalen; - een verdeling van de vakanties en feestdagen. - Het gerechtshof Den Haag heeft de beschikking van 22 april 2025 op 18 juni 2025 vernietigd ten aanzien van de kinderalimentatie en voor het overige bekrachtigd. Verzoek en verweer De vader verzoekt te bepalen: - dat de moeder gehouden is de minderjarigen in haar zorgweken daadwerkelijk in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan alle reguliere trainingen, wedstrijden en teamactiviteiten van hun sportverenigingen, conform de geldende clubroosters; subsidiair: indien de moeder zelf op een specifiek moment niet in staat zou zijn, de vader in staat stellen de kinderen te faciliteren volgens beproefde ‘contactloze’ methode; dat de moeder verboden is iedere handeling te verrichten of na te laten dat de sportdeelname belemmert, waaronder begrepen het kind zonder kind-gerelateerde rechtvaardiging niet brengen of niet toestaan van deelname; dat de moeder tijdig, volledig en betrouwbaar communiceert richting trainers, teammanagers en verenigingen over de aanwezigheid van de minderjarigen, uiterlijk drie dagen vóór een training of wedstrijd (via de reguliere kanalen, clubapps en appgroepen), tenzij sprake is van een plotselinge medische noodsituatie; een dwangsom voor iedere keer dat de moeder de door de rechtbank opgelegde verplichting niet nakomt; dat de moeder wordt veroordeeld in de proceskosten; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De moeder voert verweer en verzoekt zelfstandig de vader te veroordelen in de proceskosten. Beoordeling Verplichtingen moeder en dwangsom De vader verzoekt meerdere gedragsmaatregelen waaraan de moeder zich moet houden. Reden hiervoor is dat hij het belangrijk vindt dat de moeder [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in de gelegenheid stelt om ook in haar zorgweken aan álle sportmomenten deel te nemen. Volgens de vader is dat nu niet het geval. Dit is niet in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Er zijn geen objectieve belemmeringen die maken dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] niet op alle sportmomenten aanwezig kunnen zijn. De vader vindt daarom dat de moeder verplicht moet worden om deze sportactiviteiten te faciliteren. Een dwangsom is nodig om te zorgen dat het voorgaande wordt nagekomen. De moeder voert verweer tegen de verzoeken van de vader. Uitgangspunt is dat tussen de ouders parallel solo ouderschap geldt, maar de vader probeert zich alsnog te bemoeien met de zorgmomenten van de moeder. Overigens is de wettelijke grondslag van de verzoeken onduidelijk. In ieder geval is feitelijk onjuist dat de moeder de sport voor de kinderen niet faciliteert. Er is dus geen wijziging van omstandigheden die maakt dat opnieuw een uitspraak over dit onderwerp nodig is. De vader is om al deze redenen niet-ontvankelijk. De moeder benadrukt dat zij niet langer wil procederen over de sport van de kinderen. De rechtbank en het Hof hebben een beschikking gewezen. De moeder houdt zich aan de beschikkingen en zij vindt dat de vader dat ook moet doen. De vader moet zich niet langer met haar zorgweken bemoeien. De rechtbank oordeelt dat op dit moment, zoals door de moeder is aangevoerd, geen sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden die maakt dat de rechtbank opnieuw over hetzelfde onderwerp moet beslissen. De rechtbank overweegt in dat verband dat wat de vader in dat kader heeft gesteld, namelijk dat hij inmiddels niet meer de coach of trainer van de kinderen is, niet relevant is. Ongewijzigd is dat de communicatie tussen partijen slecht is.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10750 text/xml public 2026-05-07T15:27:49 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-27 C/09/697949 / FA RK 26-503 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10750 text/html public 2026-05-07T15:27:38 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10750 Rechtbank Den Haag , 27-03-2026 / C/09/697949 / FA RK 26-503 Gezagsuitoefening, niet-ontvankelijheid en proceskostenveroordeling Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 26-503 Zaaknummer: C/09/697949 Datum beschikking: 27 maart 2026 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 16 januari 2026 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.P. van Stralen te Utrecht. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.Y.M. Renken te Zoeterwoude. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 27 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage; het F9-formulier van 28 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen; het F9-formulier van 27 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage; het F9-formulier van 16 februari 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen; het F9-formulier van 16 februari 2026 van de zijde van de vader, met bijlage. De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek. Op 27 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat; de moeder met haar advocaat. Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2013 tot [datum 2] 2024. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] , - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2] , De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Volgens de Basisregistratie Personen (BRP) heeft de man de Nederlandse nationaliteit en de vrouw de Tsjechische nationaliteit. - Bij beschikking van 15 augustus 2024 heeft deze rechtbank beslissingen genomen over de echtscheiding, de voorlopige zorgregeling, de kinder- en partneralimentatie, de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank heeft verder aan de moeder vervangende toestemming verleend om a) ID-kaarten voor de kinderen aan te vragen, b) de kinderen in te schrijven op de [BSO] dan wel een andere BSO in de regio Leiden, op de momenten dat de kinderen bij de vrouw verblijven en zij aan het werk is, c) de kinderen in gesprek te laten gaan met een psycholoog, waarbij de vrouw iemand mag uitzoeken, mits het een psycholoog is die gespecialiseerd is in hulpverlening aan kinderen in echtscheidingssituaties. De rechtbank heeft ten aanzien van de zorgregeling bepaald dat voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig een zorgregeling zal gelden inhoudende dat de kinderen in de ene week van maandag uit school tot de maandagochtend naar school bij de vrouw en in de andere week van maandag uit school tot de maandag erop naar school bij de man zullen verblijven. De rechtbank heeft verder de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) verzocht om een onderzoek in te stellen, daarover te rapporteren en de rechtbank van advies te voorzien bij de volgende vragen: - Welke gezagssituatie is in het belang van de kinderen? - Welke hoofdverblijfplaats is in het belang van de kinderen? - Welke zorgregeling is in het belang van de kinderen? - Is verdere hulpverlening voor de ouders en/of de kinderen noodzakelijk en zo ja, welke hulpverlening? Iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de proceskosten is aangehouden in afwachting van het rapport van de RvdK. - Bij beschikking van deze rechtbank van 22 april 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald: - dat de minderjarigen de hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en op haar adres ingeschreven zullen staan; - dat de kinderen in de oneven weken bij de moeder zijn van maandag uit school/BSO tot de maandag erop naar school/BSO, en in de even weken bij de vader van maandag uit school tot de maandag erop naar school, waarbij geldt dat de vader de kinderen in de oneven weken niet uit school of van de BSO mag ophalen; - een verdeling van de vakanties en feestdagen. - Het gerechtshof Den Haag heeft de beschikking van 22 april 2025 op 18 juni 2025 vernietigd ten aanzien van de kinderalimentatie en voor het overige bekrachtigd. Verzoek en verweer De vader verzoekt te bepalen: - dat de moeder gehouden is de minderjarigen in haar zorgweken daadwerkelijk in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan alle reguliere trainingen, wedstrijden en teamactiviteiten van hun sportverenigingen, conform de geldende clubroosters; subsidiair: indien de moeder zelf op een specifiek moment niet in staat zou zijn, de vader in staat stellen de kinderen te faciliteren volgens beproefde ‘contactloze’ methode; dat de moeder verboden is iedere handeling te verrichten of na te laten dat de sportdeelname belemmert, waaronder begrepen het kind zonder kind-gerelateerde rechtvaardiging niet brengen of niet toestaan van deelname; dat de moeder tijdig, volledig en betrouwbaar communiceert richting trainers, teammanagers en verenigingen over de aanwezigheid van de minderjarigen, uiterlijk drie dagen vóór een training of wedstrijd (via de reguliere kanalen, clubapps en appgroepen), tenzij sprake is van een plotselinge medische noodsituatie; een dwangsom voor iedere keer dat de moeder de door de rechtbank opgelegde verplichting niet nakomt; dat de moeder wordt veroordeeld in de proceskosten; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De moeder voert verweer en verzoekt zelfstandig de vader te veroordelen in de proceskosten. Beoordeling Verplichtingen moeder en dwangsom De vader verzoekt meerdere gedragsmaatregelen waaraan de moeder zich moet houden. Reden hiervoor is dat hij het belangrijk vindt dat de moeder [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in de gelegenheid stelt om ook in haar zorgweken aan álle sportmomenten deel te nemen. Volgens de vader is dat nu niet het geval. Dit is niet in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Er zijn geen objectieve belemmeringen die maken dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] niet op alle sportmomenten aanwezig kunnen zijn. De vader vindt daarom dat de moeder verplicht moet worden om deze sportactiviteiten te faciliteren. Een dwangsom is nodig om te zorgen dat het voorgaande wordt nagekomen. De moeder voert verweer tegen de verzoeken van de vader. Uitgangspunt is dat tussen de ouders parallel solo ouderschap geldt, maar de vader probeert zich alsnog te bemoeien met de zorgmomenten van de moeder. Overigens is de wettelijke grondslag van de verzoeken onduidelijk. In ieder geval is feitelijk onjuist dat de moeder de sport voor de kinderen niet faciliteert. Er is dus geen wijziging van omstandigheden die maakt dat opnieuw een uitspraak over dit onderwerp nodig is. De vader is om al deze redenen niet-ontvankelijk. De moeder benadrukt dat zij niet langer wil procederen over de sport van de kinderen. De rechtbank en het Hof hebben een beschikking gewezen. De moeder houdt zich aan de beschikkingen en zij vindt dat de vader dat ook moet doen. De vader moet zich niet langer met haar zorgweken bemoeien. De rechtbank oordeelt dat op dit moment, zoals door de moeder is aangevoerd, geen sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden die maakt dat de rechtbank opnieuw over hetzelfde onderwerp moet beslissen. De rechtbank overweegt in dat verband dat wat de vader in dat kader heeft gesteld, namelijk dat hij inmiddels niet meer de coach of trainer van de kinderen is, niet relevant is. Ongewijzigd is dat de communicatie tussen partijen slecht is.