Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-26
ECLI:NL:RBDHA:2026:10744
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,963 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10744 text/xml public 2026-05-07T08:50:45 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-26 C/09/700876 / FA RK 26-2254 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10744 text/html public 2026-05-07T08:48:55 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10744 Rechtbank Den Haag , 26-03-2026 / C/09/700876 / FA RK 26-2254 Wvggz. Zorgmachtiging. De advocaat heeft verzocht om ‘insluiten’ telkens te beperken tot veertien dagen en ‘opname’ telkens te beperken tot maximaal vier maanden. De rechtbank wijst het verzoek af. RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/700876 / FA RK 26-2254 Datum beschikking: 26 maart 2026 Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. A.S. Kamphuis te Alkmaar. Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een op 4 maart 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een blanco zorgkaart; - een zorgplan van 23 januari 2026; - de bevindingen van de geneesheer-directeur van 6 maart 2026; - een uittreksel uit de justitiële documentatie; - een afschrift van de politiemutaties; - een eigen plan van aanpak van 25 februari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: - de advocaat van betrokkene; - namens Parnassia, de behandelaar, [naam 2] . Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Om betrokkene in de gelegenheid te stellen te worden gehoord over dit verzoek, heeft de rechtbank hem aangetekend opgeroepen voor de zitting. De advocaat heeft voorafgaand aan de zitting contract opgenomen met betrokkene. Betrokkene is volgens de advocaat op de hoogte van de zitting, maar kiest ervoor niet bij de zitting aanwezig te zijn. Hij is niet bereid gehoord te worden. Zijn advocaat is gemachtigd om namens hem het woord te voeren. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de betrokkene op de hoogte is van de zitting en dat hij niet bereid is zich te doen horen. Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting De advocaat heeft namens betrokkene naar voren gebracht dat betrokkene zich niet herkent in hetgeen beschreven is in de medische verklaring. Betrokkene kan zich evenmin vinden in de gestelde diagnose. Er bestaat een verschil in inzicht ten aanzien van het depot en betrokkene accepteert dit alleen om opname in de kliniek te voorkomen. In de toekomst zal er aandacht moeten zijn voor de noodzaak van de medicatie. Op dit moment verzet betrokkene zich niet tegen de behandeling. De advocaat heeft primair verzocht om afwijzing van het verzoek wegens de mogelijkheid van het voortzetten van de zorg in vrijwillig kader. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot zes maanden. Betrokkene staat open voor de samenwerking en heeft een eigen plan van aanpak opgesteld. Ten aanzien van de vormen van zorg heeft de advocaat verzocht om ‘insluiten’ telkens te beperken tot veertien dagen. Wat betreft een opname heeft de advocaat verzocht dit telkens te beperken tot maximaal vier maanden. De behandelaar heeft naar voren gebracht dat betrokkene op dit moment in goeden doen is. Hij wordt behandeld met depotmedicatie, maar er is geen vertrouwen dat betrokkene de medicatie blijvend zal accepteren zonder zorgmachtiging. Daarbij geeft betrokkene aan dat hij de medicatie niet wenst in te nemen. Op verzoek van betrokkene vinden de contactmomenten eens in de vier weken plaats. Naast schizofrenie is betrokkene bekend met een stoornis in het gebruik van cannabis. Betrokkene heeft geen ziektebesef of -inzicht en maakt de keuze om te blijven blowen. Indien de toediening van antipsychotica niet wordt voortgezet, neemt het risico op ernstig nadeel toe. In de afgelopen periode hebben zich incidenten voortgedaan in de woning van betrokkene. Hierbij kan het zijn dat betrokkene onverstandige keuzes maakt met betrekking tot welke personen hij toegang geeft tot zijn woning. De familie van betrokkene heeft het beste met hem voor. Zij zijn van mening dat de depotmedicatie moet worden gecontinueerd om decompensatie te voorkomen. Wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alle verzochte vormen nodig. Het is niet wenselijk om dit in duur te beperken. Beoordeling Op 16 september 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 16 maart 2026. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen. Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene is in behandeling in verband met schizofrenie, waarbij er meerdere psychotische episoden zijn geweest. In het verleden is betrokkene onder meer veroordeeld voor doodslag op zijn vader (in 2006) en andere geweldsdelicten. Tijdens de laatste opname(s) was betrokkene ook verbaal agressief en bedreigde hij mensen met de dood. Ook uitte hij bedreigingen richting zijn familie. Betrokkene is tijdens een psychose niet in staat zijn gedrag te reguleren. Zo werd hij de laatste keer opgenomen wegens onvoorspelbaar gedrag in het centrum van Den Haag, waarbij het voor betrokkene niet meer mogelijk was adequaat contact te maken en instructies op te volgen. Daarnaast was betrokkene tijdens eerdere psychoses vermagerd, met slechte zelfzorg en hygiëne. Hij heeft ook gezworven. Verder is het contact met anderen, zoals zijn familie, ernstig verstoord geraakt. Het ernstig nadeel is dus onverminderd aanwezig. Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene zou het liefst stoppen met de medicatie en de behandeling. Hij vindt niet dat hij psychotisch is geweest. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - andere medische handelingen en therapeutische maatregelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10744 text/xml public 2026-05-07T08:50:45 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-26 C/09/700876 / FA RK 26-2254 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10744 text/html public 2026-05-07T08:48:55 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10744 Rechtbank Den Haag , 26-03-2026 / C/09/700876 / FA RK 26-2254 Wvggz. Zorgmachtiging. De advocaat heeft verzocht om ‘insluiten’ telkens te beperken tot veertien dagen en ‘opname’ telkens te beperken tot maximaal vier maanden. De rechtbank wijst het verzoek af. RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/700876 / FA RK 26-2254 Datum beschikking: 26 maart 2026 Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. A.S. Kamphuis te Alkmaar. Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een op 4 maart 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een blanco zorgkaart; - een zorgplan van 23 januari 2026; - de bevindingen van de geneesheer-directeur van 6 maart 2026; - een uittreksel uit de justitiële documentatie; - een afschrift van de politiemutaties; - een eigen plan van aanpak van 25 februari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: - de advocaat van betrokkene; - namens Parnassia, de behandelaar, [naam 2] . Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Om betrokkene in de gelegenheid te stellen te worden gehoord over dit verzoek, heeft de rechtbank hem aangetekend opgeroepen voor de zitting. De advocaat heeft voorafgaand aan de zitting contract opgenomen met betrokkene. Betrokkene is volgens de advocaat op de hoogte van de zitting, maar kiest ervoor niet bij de zitting aanwezig te zijn. Hij is niet bereid gehoord te worden. Zijn advocaat is gemachtigd om namens hem het woord te voeren. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de betrokkene op de hoogte is van de zitting en dat hij niet bereid is zich te doen horen. Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting De advocaat heeft namens betrokkene naar voren gebracht dat betrokkene zich niet herkent in hetgeen beschreven is in de medische verklaring. Betrokkene kan zich evenmin vinden in de gestelde diagnose. Er bestaat een verschil in inzicht ten aanzien van het depot en betrokkene accepteert dit alleen om opname in de kliniek te voorkomen. In de toekomst zal er aandacht moeten zijn voor de noodzaak van de medicatie. Op dit moment verzet betrokkene zich niet tegen de behandeling. De advocaat heeft primair verzocht om afwijzing van het verzoek wegens de mogelijkheid van het voortzetten van de zorg in vrijwillig kader. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot zes maanden. Betrokkene staat open voor de samenwerking en heeft een eigen plan van aanpak opgesteld. Ten aanzien van de vormen van zorg heeft de advocaat verzocht om ‘insluiten’ telkens te beperken tot veertien dagen. Wat betreft een opname heeft de advocaat verzocht dit telkens te beperken tot maximaal vier maanden. De behandelaar heeft naar voren gebracht dat betrokkene op dit moment in goeden doen is. Hij wordt behandeld met depotmedicatie, maar er is geen vertrouwen dat betrokkene de medicatie blijvend zal accepteren zonder zorgmachtiging. Daarbij geeft betrokkene aan dat hij de medicatie niet wenst in te nemen. Op verzoek van betrokkene vinden de contactmomenten eens in de vier weken plaats. Naast schizofrenie is betrokkene bekend met een stoornis in het gebruik van cannabis. Betrokkene heeft geen ziektebesef of -inzicht en maakt de keuze om te blijven blowen. Indien de toediening van antipsychotica niet wordt voortgezet, neemt het risico op ernstig nadeel toe. In de afgelopen periode hebben zich incidenten voortgedaan in de woning van betrokkene. Hierbij kan het zijn dat betrokkene onverstandige keuzes maakt met betrekking tot welke personen hij toegang geeft tot zijn woning. De familie van betrokkene heeft het beste met hem voor. Zij zijn van mening dat de depotmedicatie moet worden gecontinueerd om decompensatie te voorkomen. Wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alle verzochte vormen nodig. Het is niet wenselijk om dit in duur te beperken. Beoordeling Op 16 september 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 16 maart 2026. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen. Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene is in behandeling in verband met schizofrenie, waarbij er meerdere psychotische episoden zijn geweest. In het verleden is betrokkene onder meer veroordeeld voor doodslag op zijn vader (in 2006) en andere geweldsdelicten. Tijdens de laatste opname(s) was betrokkene ook verbaal agressief en bedreigde hij mensen met de dood. Ook uitte hij bedreigingen richting zijn familie. Betrokkene is tijdens een psychose niet in staat zijn gedrag te reguleren. Zo werd hij de laatste keer opgenomen wegens onvoorspelbaar gedrag in het centrum van Den Haag, waarbij het voor betrokkene niet meer mogelijk was adequaat contact te maken en instructies op te volgen. Daarnaast was betrokkene tijdens eerdere psychoses vermagerd, met slechte zelfzorg en hygiëne. Hij heeft ook gezworven. Verder is het contact met anderen, zoals zijn familie, ernstig verstoord geraakt. Het ernstig nadeel is dus onverminderd aanwezig. Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene zou het liefst stoppen met de medicatie en de behandeling. Hij vindt niet dat hij psychotisch is geweest. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - andere medische handelingen en therapeutische maatregelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.