Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-06
ECLI:NL:RBDHA:2026:10660
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,011 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10660 text/xml public 2026-05-06T13:37:49 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-06 NL26.6143 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10660 text/html public 2026-05-06T13:36:58 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10660 Rechtbank Den Haag , 06-05-2026 / NL26.6143 Plakvovo RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL26.6143 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker, (gemachtigde: mr. A.M. Veld), en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld. 1.1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.6142, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2.1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nlDe uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10660 text/xml public 2026-05-06T13:37:49 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-06 NL26.6143 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10660 text/html public 2026-05-06T13:36:58 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10660 Rechtbank Den Haag , 06-05-2026 / NL26.6143 Plakvovo RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL26.6143 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker, (gemachtigde: mr. A.M. Veld), en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld. 1.1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.6142, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2.1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nlDe uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.