Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-16
ECLI:NL:RBDHA:2026:10640
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,037 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10640 text/xml public 2026-05-15T16:18:40 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-16 SGR 26/1915 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10640 text/html public 2026-05-15T16:17:56 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10640 Rechtbank Den Haag , 16-04-2026 / SGR 26/1915 Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 26/1915 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats], eiseres ( [gemachtigde] ), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv (gemachtigde: mr. R. van Rooijen - van Os). Inleiding 1. Eiseres ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Op 7 december 2025 heeft eiseres verzocht om een herbeoordeling van haar recht op deze WIA-uitkering. 1.1. De rechtbank heeft het beroepschrift wegens het uitblijven van een besluit op het verzoek om een herbeoordeling op 2 maart 2026 ontvangen. 1.2. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat de termijn om te beslissen op het herbeoordelingsverzoek is overschreden. Eiseres heeft het Uwv in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door het Uwv op 4 februari 2026 zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat het Uwv alsnog heeft beslist op het herbeoordelingsverzoek. Het beroep is daarom gegrond. 3. Omdat het Uwv nog geen besluit heeft genomen, zal de rechtbank bepalen dat het Uwv dit alsnog moet doen. 3.1. Eiseres heeft de rechtbank verzocht het Uwv op te dragen binnen twee weken na de uitspraak een besluit bekend te maken. 3.2. Het Uwv heeft in het verweerschrift toegelicht dat de beslistermijn is overschreden door een groot tekort aan verzekeringsartsen. 3.3. De rechtbank is van oordeel dat in dit soort zaken waarin het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. De rechtbank verwijst hierbij naar de overwegingen in haar uitspraak van 27 februari 2025. In het kort komt het erop neer dat de rechtbank bij haar oordeel dat sprake is van een bijzonder geval met name gewicht heeft toegekend aan de omstandigheden dat het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is en dat al geruime tijd sprake is van tekorten aan verzekeringsartsen bij het Uwv waardoor beslistermijnen structureel niet kunnen worden gehaald. 3.4. In twee uitspraken van 31 maart 2025 heeft de rechtbank bepaald dat in beroepen tegen het uitblijven van beslissingen van het Uwv waarin een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het Uwv in beginsel een termijn van zes weken na de datum van verzending van de uitspraak wordt gegeven om een medische beoordeling te verrichten, bijvoorbeeld een spreekuurcontact (al dan niet telefonisch), een hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of dossieronderzoek door een verzekeringsarts zonder spreekuurcontact. Vervolgens wordt het Uwv een termijn van drie weken na het moment van de medische beoordeling gegeven om een beslissing te nemen. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak. 3.5. Indien het Uwv blijkens de dossierstukken of het verweerschrift ten tijde van de uitspraak de medische beoordeling al op een spreekuurcontact, hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of voor dossieronderzoek heeft gepland op een bepaalde datum, dan geldt dat de termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak wordt bekort, waarbij rekening wordt gehouden met de al geplande datum voor het medisch onderzoek. Het Uwv krijgt in ieder geval de wettelijke termijn van minimaal twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om het besluit bekend te maken. Bijzondere feiten en omstandigheden in het individuele geval kunnen aanleiding zijn om van deze termijnen af te wijken. Het is dan aan de partijen om bijzondere feiten en omstandigheden met betrekking tot de individuele situatie aan te voeren, die zouden moeten leiden tot verkorting dan wel verlenging van deze termijnen. 4. Het Uwv verzoekt de rechtbank de termijn die de rechtbank Rotterdam stelt in haar uitspraken van 30 juli 2025 in overweging te nemen. Die rechtbank geeft het Uwv bij een beroep niet tijdig beslissen een termijn van 30 weken voor werknemersberoepen om alsnog een besluit bekend te maken, gerekend vanaf de datum waarop de rechtbank het beroepschrift heeft ontvangen. 4.1. Het Uwv heeft niet nader onderbouwd of toegelicht waarom de omstandigheden omtrent de werkdruk van dien aard zijn dat de rechtbank zou moeten afwijken van de beslistermijn die zij in haar uitspraken van 31 maart 2025 heeft bepaald. In die uitspraken woog de rechtbank immers ook de omstandigheid van het artsentekort mee. De rechtbank ziet dus geen aanleiding om af te wijken van de hierboven beschreven beslistermijnen. 5. Er wordt door het Uwv geen termijn gegeven waarbinnen op het verzoek om herbeoordeling kan worden beslist. Het is de rechtbank niet gebleken dat bekend is wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak. 6. De rechtbank zal, in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover, bepalen dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. 7. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. 8. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt het Uwv op om binnen negen weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat het Uwv aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ; bepaalt dat het Uwv het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden; veroordeelt het Uwv tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter, rechter, in aanwezigheid van V.R. Hijman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10640 text/xml public 2026-05-15T16:18:40 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-16 SGR 26/1915 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10640 text/html public 2026-05-15T16:17:56 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10640 Rechtbank Den Haag , 16-04-2026 / SGR 26/1915 Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 26/1915 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats], eiseres ( [gemachtigde] ), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv (gemachtigde: mr. R. van Rooijen - van Os). Inleiding 1. Eiseres ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Op 7 december 2025 heeft eiseres verzocht om een herbeoordeling van haar recht op deze WIA-uitkering. 1.1. De rechtbank heeft het beroepschrift wegens het uitblijven van een besluit op het verzoek om een herbeoordeling op 2 maart 2026 ontvangen. 1.2. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat de termijn om te beslissen op het herbeoordelingsverzoek is overschreden. Eiseres heeft het Uwv in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door het Uwv op 4 februari 2026 zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat het Uwv alsnog heeft beslist op het herbeoordelingsverzoek. Het beroep is daarom gegrond. 3. Omdat het Uwv nog geen besluit heeft genomen, zal de rechtbank bepalen dat het Uwv dit alsnog moet doen. 3.1. Eiseres heeft de rechtbank verzocht het Uwv op te dragen binnen twee weken na de uitspraak een besluit bekend te maken. 3.2. Het Uwv heeft in het verweerschrift toegelicht dat de beslistermijn is overschreden door een groot tekort aan verzekeringsartsen. 3.3. De rechtbank is van oordeel dat in dit soort zaken waarin het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. De rechtbank verwijst hierbij naar de overwegingen in haar uitspraak van 27 februari 2025. In het kort komt het erop neer dat de rechtbank bij haar oordeel dat sprake is van een bijzonder geval met name gewicht heeft toegekend aan de omstandigheden dat het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is en dat al geruime tijd sprake is van tekorten aan verzekeringsartsen bij het Uwv waardoor beslistermijnen structureel niet kunnen worden gehaald. 3.4. In twee uitspraken van 31 maart 2025 heeft de rechtbank bepaald dat in beroepen tegen het uitblijven van beslissingen van het Uwv waarin een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het Uwv in beginsel een termijn van zes weken na de datum van verzending van de uitspraak wordt gegeven om een medische beoordeling te verrichten, bijvoorbeeld een spreekuurcontact (al dan niet telefonisch), een hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of dossieronderzoek door een verzekeringsarts zonder spreekuurcontact. Vervolgens wordt het Uwv een termijn van drie weken na het moment van de medische beoordeling gegeven om een beslissing te nemen. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak. 3.5. Indien het Uwv blijkens de dossierstukken of het verweerschrift ten tijde van de uitspraak de medische beoordeling al op een spreekuurcontact, hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of voor dossieronderzoek heeft gepland op een bepaalde datum, dan geldt dat de termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak wordt bekort, waarbij rekening wordt gehouden met de al geplande datum voor het medisch onderzoek. Het Uwv krijgt in ieder geval de wettelijke termijn van minimaal twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om het besluit bekend te maken. Bijzondere feiten en omstandigheden in het individuele geval kunnen aanleiding zijn om van deze termijnen af te wijken. Het is dan aan de partijen om bijzondere feiten en omstandigheden met betrekking tot de individuele situatie aan te voeren, die zouden moeten leiden tot verkorting dan wel verlenging van deze termijnen. 4. Het Uwv verzoekt de rechtbank de termijn die de rechtbank Rotterdam stelt in haar uitspraken van 30 juli 2025 in overweging te nemen. Die rechtbank geeft het Uwv bij een beroep niet tijdig beslissen een termijn van 30 weken voor werknemersberoepen om alsnog een besluit bekend te maken, gerekend vanaf de datum waarop de rechtbank het beroepschrift heeft ontvangen. 4.1. Het Uwv heeft niet nader onderbouwd of toegelicht waarom de omstandigheden omtrent de werkdruk van dien aard zijn dat de rechtbank zou moeten afwijken van de beslistermijn die zij in haar uitspraken van 31 maart 2025 heeft bepaald. In die uitspraken woog de rechtbank immers ook de omstandigheid van het artsentekort mee. De rechtbank ziet dus geen aanleiding om af te wijken van de hierboven beschreven beslistermijnen. 5. Er wordt door het Uwv geen termijn gegeven waarbinnen op het verzoek om herbeoordeling kan worden beslist. Het is de rechtbank niet gebleken dat bekend is wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak. 6. De rechtbank zal, in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover, bepalen dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. 7. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. 8. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt het Uwv op om binnen negen weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat het Uwv aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ; bepaalt dat het Uwv het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden; veroordeelt het Uwv tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter, rechter, in aanwezigheid van V.R. Hijman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.