Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-01
ECLI:NL:RBDHA:2026:10577
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,067 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10577 text/xml public 2026-05-06T09:08:08 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-01 NL25.43573 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10577 text/html public 2026-05-06T09:07:38 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10577 Rechtbank Den Haag , 01-05-2026 / NL25.43573 Beroep – asiel - ongegrond – Georgië - geen PKV. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.43573 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. Y.E.C. Thole). Procesverloop Bij besluit van 2 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1984 en de Georgische nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 23 april 2025 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij in Georgië geld heeft geleend om een bedrijf op te starten, maar dit geld niet tijdig heeft terugbetaald. Hierdoor zijn in 2012 problemen ontstaan met zijn zakenpartner, tevens één van de schuldeisers, [schuldeiser] . Hij heeft eiser met een mes aangevallen, waarna eiser hem met een ijzeren staaf op het hoofd heeft geslagen. [schuldeiser] is hierna invalide geworden. Eiser is na dit incident ondergedoken uit vrees voor vergelding. Eisers huis is één keer beschoten en hij is vier keer indirect bedreigd alvorens zijn vertrek uit Georgië in december 2016. In april 2017 is eiser teruggekeerd naar Georgië, waar hij tot augustus 2017 heeft verbleven. Daarna heeft eiser in diverse landen geprobeerd asiel aan te vragen, is hij door Tsjechië in 2020 uitgezet naar Georgië maar is eiser opnieuw vertrokken uit Georgië, dit keer naar Frankrijk. Uiteindelijk heeft eiser in Nederland asiel aangevraagd. Via-via heeft hij vernomen dat [schuldeiser] en zijn familie hem nog steeds zoeken. Zo is naar hem geïnformeerd tijdens de begrafenis van zijn vader op 8 februari 2025. Eiser heeft geen hulp van de politie ingeschakeld, omdat hij denkt dat zij hem niet kunnen helpen en hij vreest bij terugkeer naar Georgië voor [schuldeiser] en zijn familie. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst worden geloofwaardig geacht. Eisers problemen met [schuldeiser] en zijn familieleden worden niet op geloofwaardigheid beoordeeld. Eiser heeft geen gegronde vrees voor vervolging, omdat zijn gestelde problemen niet zijn te herleiden tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Bovendien heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer het risico loopt op ernstige schade. Na terugkeer in 2017 heeft eiser enkel via via gehoord dat hij wordt bedreigd en dat is alweer bijna tien jaar geleden. Ook zijn er geen concrete aanknopingspunten dat Georgië op enig moment niet veilig was voor eiser of dat hij daar nog steeds wordt gezocht. Niet is gebleken dat het voor eiser niet mogelijk is om bescherming van de autoriteiten in te roepen. Aan eiser wordt een terugkeerbesluit opgelegd naar Georgië met een vertrektermijn van 4 weken. 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Er heeft geen zorgvuldige besluitvorming plaatsgevonden. De in eisers zaak gevolgde procedure met de korte termijnen en plaatsing in AC [plaats] lijken op een verkapt veilig land van herkomst-procedure, terwijl Georgië niet meer als veilig land van herkomst wordt aangemerkt. Eiser betwist dat de ‘overlegstructuren qua planning’ zoals bedoeld in paragraaf C1/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) daarop zijn aangepast. Dat de huidige planning van eisers asielprocedure mogelijk is, betekent nog niet dat deze vanuit de menselijke maat en evenredigheid ook gevolgd moet worden. Ondanks dat er geen standpunt is ingenomen over de geloofwaardigheid van eisers asielmotieven, had het kenbaar betrekken hiervan kunnen bijdragen aan het gewicht van de verklaringen en de zwaarte van de door eiser aangedragen elementen. Verweerder stelt ten onrechte dat niet is gebleken dat de familie van [schuldeiser] nog steeds naar eiser op zoek is. Eiser heeft met zijn verklaringen geprobeerd duidelijk te maken dat de familie van [schuldeiser] niets te zoeken had op de begrafenis van zijn vader. Verweerder heeft in dit kader onvoldoende gemotiveerd welke objectieve verifieerbare bronnen eiser had moeten aanvoeren om zijn verklaringen te ondersteunen. Verweerder heeft ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat hij geen bescherming van de Georgische autoriteiten heeft ingeroepen. Eisers verklaring dat hij op advies van derden geen aangifte heeft gedaan wegens de invloedrijke familie van [schuldeiser] in de onderwereld past binnen de context van de in de zienswijze aangehaalde rapportage van 24 februari 2022. Eiser loopt bij terugkeer naar Georgië een reëel risico op behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De rechtbank oordeelt als volgt. 4. De rechtbank volgt eisers standpunt, zoals nader toegelicht ter zitting, dat zijn recht op adequate en effectieve rechtsbijstand ten opzichte van andere vreemdelingen in spoor 4 is ontnomen vanwege zijn verblijf in het AC in [plaats] en de planning van zijn asielprocedure, niet. Eisers asielaanvraag is behandeld in spoor 4, de Algemene Asielprocedure. Niet is gebleken dat de door verweerder gehanteerde termijnen in eisers asielprocedure onzorgvuldig zijn, dan wel dat deze hebben geleid tot een onzorgvuldige asielprocedure. Eiser heeft zijn stelling dat hij in zijn belangen is geschaad niet nader onderbouwd. 5. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte de geloofwaardigheidsbeoordeling van zijn asielmotieven in het midden heeft gelaten, heeft verweerder hiervoor kunnen verwijzen naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , waarin is geoordeeld dat deze werkwijze in algemene zin niet leidt tot onzorgvuldige besluitvorming. 6. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat eiser zijn gestelde vrees voor [schuldeiser] en zijn familie niet aannemelijk heeft gemaakt. In dit kader heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eisers verklaringen het uitgangspunt vormen voor de beoordeling van verweerder en dat de enkele aanwezigheid van [schuldeiser] en zijn familie op de begrafenis van eisers vader onvoldoende is om de gestelde dreiging aannemelijk te achten. Verweerder heeft hierbij kunnen meewegen dat eiser heeft verklaard via-via te hebben vernomen dat hij nog steeds wordt bedreigd en dat niet is gebleken dat deze bedreigingen hem in persoon hebben bereikt. Ook heeft verweerder kunnen meewegen dat het incident met [schuldeiser] meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden, er geen concrete aanknopingspunten zijn dat eiser nog wordt gezocht door [schuldeiser] en zijn familie noch gebleken is dat hij gedurende zijn verblijf in Georgië in 2017 niet veilig was. 7. Verder heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat eiser geen bescherming kan inroepen van de Georgische autoriteiten. Hiertoe heeft verweerder terecht overwogen dat van eiser mag worden verwacht dat hij eerst zelf pogingen onderneemt om de bescherming in te roepen alvorens hij zich op het standpunt stelt dat deze bescherming niet aanwezig is. Eiser heeft niet nader onderbouwd dat [persoon] – als familielid van [schuldeiser] –in de onderwereld zit, dan wel dat hij een invloedrijk persoon zou zijn waardoor het bij voorbaat zinloos is om hulp van de Georgische autoriteiten in te schakelen. Ook heeft verweerder hierbij terecht betrokken dat uit landeninformatie niet blijkt dat het inschakelen van bescherming van de autoriteiten bij voorbaat zinloos is.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10577 text/xml public 2026-05-06T09:08:08 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-01 NL25.43573 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10577 text/html public 2026-05-06T09:07:38 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10577 Rechtbank Den Haag , 01-05-2026 / NL25.43573 Beroep – asiel - ongegrond – Georgië - geen PKV. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.43573 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. Y.E.C. Thole). Procesverloop Bij besluit van 2 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1984 en de Georgische nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 23 april 2025 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij in Georgië geld heeft geleend om een bedrijf op te starten, maar dit geld niet tijdig heeft terugbetaald. Hierdoor zijn in 2012 problemen ontstaan met zijn zakenpartner, tevens één van de schuldeisers, [schuldeiser] . Hij heeft eiser met een mes aangevallen, waarna eiser hem met een ijzeren staaf op het hoofd heeft geslagen. [schuldeiser] is hierna invalide geworden. Eiser is na dit incident ondergedoken uit vrees voor vergelding. Eisers huis is één keer beschoten en hij is vier keer indirect bedreigd alvorens zijn vertrek uit Georgië in december 2016. In april 2017 is eiser teruggekeerd naar Georgië, waar hij tot augustus 2017 heeft verbleven. Daarna heeft eiser in diverse landen geprobeerd asiel aan te vragen, is hij door Tsjechië in 2020 uitgezet naar Georgië maar is eiser opnieuw vertrokken uit Georgië, dit keer naar Frankrijk. Uiteindelijk heeft eiser in Nederland asiel aangevraagd. Via-via heeft hij vernomen dat [schuldeiser] en zijn familie hem nog steeds zoeken. Zo is naar hem geïnformeerd tijdens de begrafenis van zijn vader op 8 februari 2025. Eiser heeft geen hulp van de politie ingeschakeld, omdat hij denkt dat zij hem niet kunnen helpen en hij vreest bij terugkeer naar Georgië voor [schuldeiser] en zijn familie. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst worden geloofwaardig geacht. Eisers problemen met [schuldeiser] en zijn familieleden worden niet op geloofwaardigheid beoordeeld. Eiser heeft geen gegronde vrees voor vervolging, omdat zijn gestelde problemen niet zijn te herleiden tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Bovendien heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer het risico loopt op ernstige schade. Na terugkeer in 2017 heeft eiser enkel via via gehoord dat hij wordt bedreigd en dat is alweer bijna tien jaar geleden. Ook zijn er geen concrete aanknopingspunten dat Georgië op enig moment niet veilig was voor eiser of dat hij daar nog steeds wordt gezocht. Niet is gebleken dat het voor eiser niet mogelijk is om bescherming van de autoriteiten in te roepen. Aan eiser wordt een terugkeerbesluit opgelegd naar Georgië met een vertrektermijn van 4 weken. 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Er heeft geen zorgvuldige besluitvorming plaatsgevonden. De in eisers zaak gevolgde procedure met de korte termijnen en plaatsing in AC [plaats] lijken op een verkapt veilig land van herkomst-procedure, terwijl Georgië niet meer als veilig land van herkomst wordt aangemerkt. Eiser betwist dat de ‘overlegstructuren qua planning’ zoals bedoeld in paragraaf C1/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) daarop zijn aangepast. Dat de huidige planning van eisers asielprocedure mogelijk is, betekent nog niet dat deze vanuit de menselijke maat en evenredigheid ook gevolgd moet worden. Ondanks dat er geen standpunt is ingenomen over de geloofwaardigheid van eisers asielmotieven, had het kenbaar betrekken hiervan kunnen bijdragen aan het gewicht van de verklaringen en de zwaarte van de door eiser aangedragen elementen. Verweerder stelt ten onrechte dat niet is gebleken dat de familie van [schuldeiser] nog steeds naar eiser op zoek is. Eiser heeft met zijn verklaringen geprobeerd duidelijk te maken dat de familie van [schuldeiser] niets te zoeken had op de begrafenis van zijn vader. Verweerder heeft in dit kader onvoldoende gemotiveerd welke objectieve verifieerbare bronnen eiser had moeten aanvoeren om zijn verklaringen te ondersteunen. Verweerder heeft ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat hij geen bescherming van de Georgische autoriteiten heeft ingeroepen. Eisers verklaring dat hij op advies van derden geen aangifte heeft gedaan wegens de invloedrijke familie van [schuldeiser] in de onderwereld past binnen de context van de in de zienswijze aangehaalde rapportage van 24 februari 2022. Eiser loopt bij terugkeer naar Georgië een reëel risico op behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De rechtbank oordeelt als volgt. 4. De rechtbank volgt eisers standpunt, zoals nader toegelicht ter zitting, dat zijn recht op adequate en effectieve rechtsbijstand ten opzichte van andere vreemdelingen in spoor 4 is ontnomen vanwege zijn verblijf in het AC in [plaats] en de planning van zijn asielprocedure, niet. Eisers asielaanvraag is behandeld in spoor 4, de Algemene Asielprocedure. Niet is gebleken dat de door verweerder gehanteerde termijnen in eisers asielprocedure onzorgvuldig zijn, dan wel dat deze hebben geleid tot een onzorgvuldige asielprocedure. Eiser heeft zijn stelling dat hij in zijn belangen is geschaad niet nader onderbouwd. 5. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte de geloofwaardigheidsbeoordeling van zijn asielmotieven in het midden heeft gelaten, heeft verweerder hiervoor kunnen verwijzen naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , waarin is geoordeeld dat deze werkwijze in algemene zin niet leidt tot onzorgvuldige besluitvorming. 6. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat eiser zijn gestelde vrees voor [schuldeiser] en zijn familie niet aannemelijk heeft gemaakt. In dit kader heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eisers verklaringen het uitgangspunt vormen voor de beoordeling van verweerder en dat de enkele aanwezigheid van [schuldeiser] en zijn familie op de begrafenis van eisers vader onvoldoende is om de gestelde dreiging aannemelijk te achten. Verweerder heeft hierbij kunnen meewegen dat eiser heeft verklaard via-via te hebben vernomen dat hij nog steeds wordt bedreigd en dat niet is gebleken dat deze bedreigingen hem in persoon hebben bereikt. Ook heeft verweerder kunnen meewegen dat het incident met [schuldeiser] meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden, er geen concrete aanknopingspunten zijn dat eiser nog wordt gezocht door [schuldeiser] en zijn familie noch gebleken is dat hij gedurende zijn verblijf in Georgië in 2017 niet veilig was. 7. Verder heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat eiser geen bescherming kan inroepen van de Georgische autoriteiten. Hiertoe heeft verweerder terecht overwogen dat van eiser mag worden verwacht dat hij eerst zelf pogingen onderneemt om de bescherming in te roepen alvorens hij zich op het standpunt stelt dat deze bescherming niet aanwezig is. Eiser heeft niet nader onderbouwd dat [persoon] – als familielid van [schuldeiser] –in de onderwereld zit, dan wel dat hij een invloedrijk persoon zou zijn waardoor het bij voorbaat zinloos is om hulp van de Georgische autoriteiten in te schakelen. Ook heeft verweerder hierbij terecht betrokken dat uit landeninformatie niet blijkt dat het inschakelen van bescherming van de autoriteiten bij voorbaat zinloos is.