Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-04
ECLI:NL:RBDHA:2026:10555
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,581 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10555 text/xml public 2026-05-04T17:44:25 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-04 NL25.44140 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10555 text/html public 2026-05-04T17:44:01 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10555 Rechtbank Den Haag , 04-05-2026 / NL25.44140 Derdelander Oekraïne – dubbel beroep – beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44140 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. K. Kanters). Procesverloop Bij besluit van 14 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiseres na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn Tijdelijke Bescherming , en dat zij binnen vier weken na die datum moet terugkeren naar haar land van herkomst. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld, dit op verzoek van eiseres en haar gemachtigde. Zij zijn vervolgens niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. De rechtbank stelt vast dat eiseres reeds op 1 april 2024 beroep heeft ingesteld tegen het terugkeerbesluit van 21 februari 2024. Vervolgens heeft verweerder op 14 augustus 2025 een vervangend terugkeerbesluit genomen waartegen eiseres afzonderlijk beroep heeft ingesteld. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft het beroep met zaaknummer NL24.13997 echter van rechtswege mede betrekking op dit besluit. Bij uitspraak van 29 april 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats dat beroep ongegrond verklaard en verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres. 2. Nu eiseres twee keer een beroep heeft ingediend tegen het vervangend terugkeerbesluit van 14 augustus 2025 en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan, is het onderhavige beroep kennelijk niet-ontvankelijk. 3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is op 4 mei 2026 gedaan door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Richtlijn 2001/55/EG, RTB. Met zaaknummer NL24.13997. Algemene wet bestuursrecht. ECLI:NL:RBDHA:2026:10288.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10555 text/xml public 2026-05-04T17:44:25 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-04 NL25.44140 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10555 text/html public 2026-05-04T17:44:01 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10555 Rechtbank Den Haag , 04-05-2026 / NL25.44140 Derdelander Oekraïne – dubbel beroep – beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44140 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. K. Kanters). Procesverloop Bij besluit van 14 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiseres na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn Tijdelijke Bescherming , en dat zij binnen vier weken na die datum moet terugkeren naar haar land van herkomst. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld, dit op verzoek van eiseres en haar gemachtigde. Zij zijn vervolgens niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. De rechtbank stelt vast dat eiseres reeds op 1 april 2024 beroep heeft ingesteld tegen het terugkeerbesluit van 21 februari 2024. Vervolgens heeft verweerder op 14 augustus 2025 een vervangend terugkeerbesluit genomen waartegen eiseres afzonderlijk beroep heeft ingesteld. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft het beroep met zaaknummer NL24.13997 echter van rechtswege mede betrekking op dit besluit. Bij uitspraak van 29 april 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats dat beroep ongegrond verklaard en verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres. 2. Nu eiseres twee keer een beroep heeft ingediend tegen het vervangend terugkeerbesluit van 14 augustus 2025 en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan, is het onderhavige beroep kennelijk niet-ontvankelijk. 3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is op 4 mei 2026 gedaan door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Richtlijn 2001/55/EG, RTB. Met zaaknummer NL24.13997. Algemene wet bestuursrecht. ECLI:NL:RBDHA:2026:10288.