Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-23
ECLI:NL:RBDHA:2026:10546
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
32,470 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10546 text/xml public 2026-05-19T14:25:30 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-23 09-327100-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Den Haag Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10546 text/html public 2026-05-19T14:24:51 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10546 Rechtbank Den Haag , 23-04-2026 / 09-327100-24 Jeugdstrafrecht. Medeplegen van meerdere diefstallen door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel aan verdichtsels (bankhelpdeskfraudes) (artikel 311 Sr Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer jeugdstrafzaken Parketnummers: 09-327100-24, 09-113873-25, 09-183897-25 (ttz. gev.) Datum uitspraak: 23 april 2026 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaken tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres 2] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de besloten terechtzitting van 9 april 2026. De officier van justitie in deze zaak is mr. R.P. Tuinenburg en de raadsvrouw van de verdachte is mr. R. Shahbazi te ’s-Gravenhage. De verdachte is op de terechtzitting verschenen. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd wat is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht. De strafzaken tegen de verdachte zijn onderdeel van drie strafrechtelijke onderzoeken genaamd, ‘Boston’, ‘Heilbot25’ en ‘Kreuzau’. Deze onderzoeken richten zich op een specifieke vorm van gekwalificeerde diefstal dan wel oplichting, die ook wel wordt aangeduid met de term ‘bankhelpdeskfraude’. De verdenkingen komen er, kort gezegd, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan: Dagvaarding I - 09-327100-24 (onderzoek Boston): primair: het op 14 oktober 2024 te ‘s-Gravenhage medeplegen van diefstal door middel van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, subsidiair: het medeplegen van oplichting; het op 23 september 2024 te Gouda en/of ’s-Gravenhage en/of Delft medeplegen van diefstal met valse sleutel en/of door middel van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels. Dagvaarding II - 09-113873-25 (onderzoek Heilbot25): Op 11 februari 2025 en 9 april 2025: - Feit 1 en 2: primair: het medeplegen van diefstal door middel van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels te ‘s-Gravenhage, subsidiair: het medeplegen van oplichting. Dagvaarding III - 09-183897-25 (onderzoek Kreuzau): Op 20 februari 2025, 28 februari 2025, 7 maart 2025, 11 maart 2025 en 21 maart 2025: - Feit 1 tot en met 5: het medeplegen van diefstal met valse sleutel en/of door middel van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels te ’s-Gravenhage. 3 De bewijsbeslissing 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle aan de verdachte (primair) ten laste gelegde feiten. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich namens de verdachte gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Gebruikte bewijsmiddelen De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat de rechtbank de verdachte ten aanzien van feit 3 van dagvaarding III met parketnummer 09-183897-25 zal vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. Uit de verklaring die verdachte ter zitting heeft gegeven volgt dat hij dit feit alleen heeft gepleegd. Uit het dossier zijn geen aanknopingspunten naar voren gekomen waaruit afgeleid kan worden dat er bij dit feit sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen. De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten gerekwireerd tot bewezenverklaring. De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen: Dagvaarding I - 09-327100-24: Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer DH2R024081 (onderzoek Boston), van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-West, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 376). t.a.v. feit 1: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , opgemaakt op 14 oktober 2024 (p. 44-47); t.a.v. feit 2: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , opgemaakt op 23 september 2024 (p. 253-255); 3. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor [aangever 2] , opgemaakt op 3 oktober 2024 (p. 256-258); 4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 oktober 2024 (p. 259-260); Dagvaarding II - 09-113873-25: Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer DH1R025028 (onderzoek Heilbot25), van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-Centrum, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 360). t.a.v. feit 1: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , opgemaakt op 9 april 2024 (p. 18-24); t.a.v. feit 2: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , opgemaakt op 11 februari 2025 (p. 331-332); Dagvaarding III - 09-183897-25: Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer DH2R025037 (onderzoek Kreuzau), van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-West met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 375). t.a.v. feit 1: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , opgemaakt op 23 februari 2025 (p. 17-42); t.a.v. feit 2: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , opgemaakt op 1 maart 2025 (p. 121-132); t.a.v. feit 3: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , opgemaakt op 11 maart 2025 (164-168); t.a.v. feit 4: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , opgemaakt op 2 april 2025 (p. 195-198); t.a.v. feit 5: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , opgemaakt op 7 maart 2025 (p. 206-208).
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10546 text/xml public 2026-05-19T14:25:30 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-23 09-327100-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Den Haag Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10546 text/html public 2026-05-19T14:24:51 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10546 Rechtbank Den Haag , 23-04-2026 / 09-327100-24 Jeugdstrafrecht. Medeplegen van meerdere diefstallen door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel aan verdichtsels (bankhelpdeskfraudes) (artikel 311 Sr Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer jeugdstrafzaken Parketnummers: 09-327100-24, 09-113873-25, 09-183897-25 (ttz. gev.) Datum uitspraak: 23 april 2026 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaken tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres 2] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de besloten terechtzitting van 9 april 2026. De officier van justitie in deze zaak is mr. R.P. Tuinenburg en de raadsvrouw van de verdachte is mr. R. Shahbazi te ’s-Gravenhage. De verdachte is op de terechtzitting verschenen. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd wat is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht. De strafzaken tegen de verdachte zijn onderdeel van drie strafrechtelijke onderzoeken genaamd, ‘Boston’, ‘Heilbot25’ en ‘Kreuzau’. Deze onderzoeken richten zich op een specifieke vorm van gekwalificeerde diefstal dan wel oplichting, die ook wel wordt aangeduid met de term ‘bankhelpdeskfraude’. De verdenkingen komen er, kort gezegd, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan: Dagvaarding I - 09-327100-24 (onderzoek Boston): primair: het op 14 oktober 2024 te ‘s-Gravenhage medeplegen van diefstal door middel van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, subsidiair: het medeplegen van oplichting; het op 23 september 2024 te Gouda en/of ’s-Gravenhage en/of Delft medeplegen van diefstal met valse sleutel en/of door middel van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels. Dagvaarding II - 09-113873-25 (onderzoek Heilbot25): Op 11 februari 2025 en 9 april 2025: - Feit 1 en 2: primair: het medeplegen van diefstal door middel van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels te ‘s-Gravenhage, subsidiair: het medeplegen van oplichting. Dagvaarding III - 09-183897-25 (onderzoek Kreuzau): Op 20 februari 2025, 28 februari 2025, 7 maart 2025, 11 maart 2025 en 21 maart 2025: - Feit 1 tot en met 5: het medeplegen van diefstal met valse sleutel en/of door middel van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels te ’s-Gravenhage. 3 De bewijsbeslissing 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle aan de verdachte (primair) ten laste gelegde feiten. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich namens de verdachte gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Gebruikte bewijsmiddelen De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat de rechtbank de verdachte ten aanzien van feit 3 van dagvaarding III met parketnummer 09-183897-25 zal vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. Uit de verklaring die verdachte ter zitting heeft gegeven volgt dat hij dit feit alleen heeft gepleegd. Uit het dossier zijn geen aanknopingspunten naar voren gekomen waaruit afgeleid kan worden dat er bij dit feit sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen. De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten gerekwireerd tot bewezenverklaring. De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen: Dagvaarding I - 09-327100-24: Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer DH2R024081 (onderzoek Boston), van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-West, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 376). t.a.v. feit 1: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , opgemaakt op 14 oktober 2024 (p. 44-47); t.a.v. feit 2: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , opgemaakt op 23 september 2024 (p. 253-255); 3. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor [aangever 2] , opgemaakt op 3 oktober 2024 (p. 256-258); 4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 oktober 2024 (p. 259-260); Dagvaarding II - 09-113873-25: Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer DH1R025028 (onderzoek Heilbot25), van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-Centrum, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 360). t.a.v. feit 1: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , opgemaakt op 9 april 2024 (p. 18-24); t.a.v. feit 2: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , opgemaakt op 11 februari 2025 (p. 331-332); Dagvaarding III - 09-183897-25: Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer DH2R025037 (onderzoek Kreuzau), van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-West met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 375). t.a.v. feit 1: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , opgemaakt op 23 februari 2025 (p. 17-42); t.a.v. feit 2: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , opgemaakt op 1 maart 2025 (p. 121-132); t.a.v. feit 3: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , opgemaakt op 11 maart 2025 (164-168); t.a.v. feit 4: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , opgemaakt op 2 april 2025 (p. 195-198); t.a.v. feit 5: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 april 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , opgemaakt op 7 maart 2025 (p. 206-208).
Volledig
3.4 De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: Dagvaarding I - 09-327100-24: 1 hij op 14 oktober 2024 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een ING-bankpas en scanner, die aan [aangever 1] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bankpas en scanner onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, door - zich voor te doen als [valse naam 1] , [valse naam 2] en/of [valse naam 3] en, - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van de ING-bank, recherche en/of koerier en - die [aangever 1] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd, er een politieonderzoek gaande was en een koerier bij de woning van die [aangever 1] zou langskomen die een code (238577) zou noemen en die de bankpas en reader voor onderzoek naar de politie in Rotterdam zou brengen; 2 hij op 23 september 2024 te Gouda, ’s-Gravenhage en Delft, tezamen en in vereniging met anderen, twee bankpas sen en geldbedrag en , die aan [aangever 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, door - zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 4] en - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van een bank, politie en/of koerier en - die [aangever 2] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd en een koerier bij de woning van die [aangever 2] zou langskomen die een code zou noemen en - met de pinpas sen en pincode, tot welk gebruik hij, verdachte en zijn mededaders niet gerechtigd waren, meerdere geldbedragen te pinnen. Dagvaarding II - 09-113873-25: 1 hij op 9 april 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, sieraden, een horloge, een zilveren aansteker en (vuur)wapens, die aan [aangever 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangever 3] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank en politiemedewerker en - tegen die [aangever 3] te zeggen dat er fraude met zijn bankrekening was gepleegd en te vragen de pincode van zijn bankpas in te toetsen en - te vragen of er waar de volle spullen in huis waren en te zeggen dat de politie die waardevolle spullen en (vuur)wapens veilig zou stellen en een politiemed e werker die waardevolle spullen en (vuur)wapens zou ophalen en (daarbij) een code zou noemen en naar de woning van die [aangever 3] te gaan en die code te noemen; 2 hij op 11 februari 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen geldbedragen die aan [aangever 4] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze geldbedragen zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders deze weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangever 4] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank, en - tegen die [aangever 4] te zeggen dat er fraude met haar bankrekening of bankpas was gepleegd en dat er geld van haar bankrekening en/of bankpas was gehaald, en - die [aangever 4] te vragen naar een inventarisatie van de spullen in haar huis, en - naar de woning van die [aangever 4] te gaan en haar bankpas op te halen en te vragen naar haar pincode en te zeggen dat de politie in Rotterdam zou bevestigen met een telefoontje dat dit klopt; Dagvaarding III - 09-183897-25: 1 Zaak 2.1, aangifte pagina 17 PV bevindingen, pagina 66, 73, 75 en 81 hij op 20 februari 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en geldbedragen die geheel aan [aangever 5] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als bankmedewerker en koerier en - die [aangever 5] te bellen en te zeggen dat haar bankpas zou zijn verlopen, die [aangever 5] de pincode van haar bankpas moest doorgeven en een koerier bij de woning van die [aangever 5] zou langskomen om die bankpas op te halen, welke koerier een verificatienummer zou noemen, en - naar de woning van die [aangever 5] te gaan, dat verificatienummer te noemen, en die bankpas en pincode mee te nemen en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, niet gerechtigd waren, meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen; 2 Zaak 2.2, aangifte pagina 121 PV bevindingen, pagina 160 en 161 hij op 28 februari 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en geldbedragen die aan [aangever 6] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als [valse naam 5] en [valse naam 6] en [valse naam 7] en - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van een bank en koerier en - die [aangever 6] te bellen en te zeggen dat er iets mis was met zijn bankpas, en een koerier bij de woning van die [aangever 6] zou langskomen om die bankpas op te halen en - naar de woning van die [aangever 6] te gaan en die bankpas mee te nemen en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en mededaders, niet gerechtigd waren, een of meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen; 3 Zaak 2.3, aangifte pagina 164 PV bevindingen, pagina 173, 179, 183, 186 en 191 hij op 11 maart 2025 te ’s-Gravenhage een bankpas en geldbedragen die aan [aangever 7] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als meneer [valse naam 5] en een medewerker van een bank en koerier en - die [aangever 7] te bellen en te zeggen dat er vreemde personen in het bezit waren van haar gegevens, en een koerier bij de woning van die [aangever 7] zou langskomen om die bankpas op te halen welke koerier een overdrachtscode zou noemen en - naar de woning van die [aangever 7] te gaan, die overdrachtscode te noemen en die bankpas mee te nemen en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte, niet gerechtigd was, meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen; 4 Zaak 2.4, aangifte pagina 195 PV bevindingen, pagina 199, 202 en 290 hij op 21 maart 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en geldbedragen, die geheel aan [aangever 8] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid
Volledig
3.4 De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: Dagvaarding I - 09-327100-24: 1 hij op 14 oktober 2024 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een ING-bankpas en scanner, die aan [aangever 1] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bankpas en scanner onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, door - zich voor te doen als [valse naam 1] , [valse naam 2] en/of [valse naam 3] en, - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van de ING-bank, recherche en/of koerier en - die [aangever 1] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd, er een politieonderzoek gaande was en een koerier bij de woning van die [aangever 1] zou langskomen die een code (238577) zou noemen en die de bankpas en reader voor onderzoek naar de politie in Rotterdam zou brengen; 2 hij op 23 september 2024 te Gouda, ’s-Gravenhage en Delft, tezamen en in vereniging met anderen, twee bankpas sen en geldbedrag en , die aan [aangever 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, door - zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 4] en - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van een bank, politie en/of koerier en - die [aangever 2] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd en een koerier bij de woning van die [aangever 2] zou langskomen die een code zou noemen en - met de pinpas sen en pincode, tot welk gebruik hij, verdachte en zijn mededaders niet gerechtigd waren, meerdere geldbedragen te pinnen. Dagvaarding II - 09-113873-25: 1 hij op 9 april 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, sieraden, een horloge, een zilveren aansteker en (vuur)wapens, die aan [aangever 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangever 3] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank en politiemedewerker en - tegen die [aangever 3] te zeggen dat er fraude met zijn bankrekening was gepleegd en te vragen de pincode van zijn bankpas in te toetsen en - te vragen of er waar de volle spullen in huis waren en te zeggen dat de politie die waardevolle spullen en (vuur)wapens veilig zou stellen en een politiemed e werker die waardevolle spullen en (vuur)wapens zou ophalen en (daarbij) een code zou noemen en naar de woning van die [aangever 3] te gaan en die code te noemen; 2 hij op 11 februari 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen geldbedragen die aan [aangever 4] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze geldbedragen zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders deze weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangever 4] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank, en - tegen die [aangever 4] te zeggen dat er fraude met haar bankrekening of bankpas was gepleegd en dat er geld van haar bankrekening en/of bankpas was gehaald, en - die [aangever 4] te vragen naar een inventarisatie van de spullen in haar huis, en - naar de woning van die [aangever 4] te gaan en haar bankpas op te halen en te vragen naar haar pincode en te zeggen dat de politie in Rotterdam zou bevestigen met een telefoontje dat dit klopt; Dagvaarding III - 09-183897-25: 1 Zaak 2.1, aangifte pagina 17 PV bevindingen, pagina 66, 73, 75 en 81 hij op 20 februari 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en geldbedragen die geheel aan [aangever 5] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als bankmedewerker en koerier en - die [aangever 5] te bellen en te zeggen dat haar bankpas zou zijn verlopen, die [aangever 5] de pincode van haar bankpas moest doorgeven en een koerier bij de woning van die [aangever 5] zou langskomen om die bankpas op te halen, welke koerier een verificatienummer zou noemen, en - naar de woning van die [aangever 5] te gaan, dat verificatienummer te noemen, en die bankpas en pincode mee te nemen en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, niet gerechtigd waren, meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen; 2 Zaak 2.2, aangifte pagina 121 PV bevindingen, pagina 160 en 161 hij op 28 februari 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en geldbedragen die aan [aangever 6] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als [valse naam 5] en [valse naam 6] en [valse naam 7] en - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van een bank en koerier en - die [aangever 6] te bellen en te zeggen dat er iets mis was met zijn bankpas, en een koerier bij de woning van die [aangever 6] zou langskomen om die bankpas op te halen en - naar de woning van die [aangever 6] te gaan en die bankpas mee te nemen en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en mededaders, niet gerechtigd waren, een of meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen; 3 Zaak 2.3, aangifte pagina 164 PV bevindingen, pagina 173, 179, 183, 186 en 191 hij op 11 maart 2025 te ’s-Gravenhage een bankpas en geldbedragen die aan [aangever 7] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als meneer [valse naam 5] en een medewerker van een bank en koerier en - die [aangever 7] te bellen en te zeggen dat er vreemde personen in het bezit waren van haar gegevens, en een koerier bij de woning van die [aangever 7] zou langskomen om die bankpas op te halen welke koerier een overdrachtscode zou noemen en - naar de woning van die [aangever 7] te gaan, die overdrachtscode te noemen en die bankpas mee te nemen en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte, niet gerechtigd was, meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen; 4 Zaak 2.4, aangifte pagina 195 PV bevindingen, pagina 199, 202 en 290 hij op 21 maart 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en geldbedragen, die geheel aan [aangever 8] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid
Volledig
, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als [valse naam 5] en - die [aangever 8] te bellen en te zeggen dat er een vreemde transactie had plaatsgevonden en dat er fraude met haar rekening was gepleegd, die [aangever 8] de pincode van haar bankpas moest inspreken en een politieagent bij de woning van die [aangever 8] zou langskomen om die bankpas op te halen en - naar de woning van die [aangever 8] te gaan en die bankpas mee te nemen en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, niet gerechtigd waren, meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen; 5 Zaak 2.5, aangifte pagina 206 PV bevindingen, pagina 209, 213 en 292 hij op 7 maart 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en een of meer geldbedragen die geheel of ten dele aan [aangever 9] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte of zijn mededaders die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als een medewerker van een bank en koerier en - die [aangever 9] te bellen en te zeggen dat haar bankrekening gehackt zou zijn, die [aangever 9] de pincode van haar bankpas moest inspreken en een koerier bij de woning van die [aangever 9] zou langskomen om die bankpas op te halen en - naar de woning van die [aangever 9] te gaan en die bankpas mee te nemen, en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, niet gerechtigd waren, een of meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of typefouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad. 4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De op te leggen straffen 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 130 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd een gedeelte van 65 dagen voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie en de leerstraf SoCool Regulier van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie gevorderd. 6.2 Het standpunt van de verdediging Door de verdediging is verzocht om bij de strafoplegging aan te sluiten bij het advies van de Raad. Het advies van de Raad ziet op minder feiten dan die zijn ten laste gelegd. Ter zitting is door de Raad goed toegelicht dat hij geen aanleiding ziet het advies te wijzigen, omdat het voor de verdachte belangrijk is dat hij leert waarom dit is gebeurd en dat dit niet nog eens mag gebeuren. Een voorwaardelijk strafdeel is daarom het meest in het belang van de verdachte. Het feit dat de ouders zeer betrokken zijn bij de verdachte is ook een reden waarom het advies van de Raad afdoende is. Zo hebben de ouders de verdachte uit zijn omgeving gehaald door te verhuizen en controleren zij het telefoongebruik van de verdachte. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het rapport en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich al dan niet samen met anderen tussen 23 september 2024 en 9 april 2025 schuldig gemaakt aan het plegen van bankhelpdeskfraude, waarbij (voor zover bekend) in totaal negen personen slachtoffer zijn geworden. Door zich (telefonisch) voor te doen als medewerkers van de bank en de politie/recherche, hebben de verdachte en zijn mededaders het vertrouwen van de slachtoffers gewonnen. Zij hebben de slachtoffers willens en wetens bang gemaakt met leugens dat er (grote) bedragen van hun bankrekening waren gehaald. De verdachte en zijn mededaders zijn vervolgens naar de woning van de slachtoffers gegaan en hebben hen daar bankpassen en andere waardevolle spullen afhandig gemaakt. Vervolgens is er met de bankpassen geld van de rekeningen van de slachtoffers opgenomen of werden er verschillende spullen mee gekocht. Alle slachtoffers zijn mensen op (hoge) leeftijd. De verdachte en de mededaders hebben juist deze oudere mensen doelbewust tot slachtoffer gemaakt, vanwege hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Het gevoel van veiligheid dat zij in en rond hun eigen huis zouden moeten hebben is ernstig geschaad nu de bankhelpdeskfraude bij de slachtoffers thuis heeft plaatsgevonden. Naast financiële schade die de verdachte en zijn mededaders aan de slachtoffers hebben toegebracht, hebben zij ook het vertrouwen van de slachtoffers ernstig geschaad. De verdachte is bij een deel van de bewezen feiten de leidende/sturende persoon in de helpdeskfraude geweest. Door zijn handelen heeft de verdachte laten zien alleen oog te hebben voor zijn eigen belang, zonder oog te hebben voor de gevolgen van zijn gedrag op anderen. Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 5 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in 2023 en 2024 verschillende boetes in de vorm van strafbeschikkingen en een werkstraf opgelegd heeft gekregen. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit heeft verder geen invloed op de op te leggen straf. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de Raad van 15 december 2025 en de mondelinge toelichting die daarop door de deskundige ter zitting is gegeven. Hoewel het rapport ziet op twee feiten en er in totaal negen feiten ten laste zijn gelegd, heeft de Raad ter zitting toegelicht dat dit geen aanleiding is om het strafadvies te wijzigen. Voor het strafadvies wordt voornamelijk gekeken naar hoe het op dit moment gaat met de verdachte. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De verdachte is meerdere keren met justitie in aanraking gekomen en is binnen een jaar gerecidiveerd met betrekking tot oplichting, ondanks de betrokkenheid van de jeugdreclassering. Op dit moment gaat de verdachte vijf dagen per week naar dagbesteding. Hij vindt dit echter niet leuk en wil graag betaald werk doen. Dit is tot op heden nog niet geregeld. De verdachte heeft geen werk en eigen inkomen en zoekt steeds naar andere (makkelijke) manieren om snel aan geld te komen. Er zijn zorgen over de beïnvloedbaarheid van de verdachte en zijn sociale contacten. Gezien wordt dat de verdachte begeleiding kan gebruiken bij het verbeteren van zijn probleemoplossend vermogen. Gelet daarop adviseert de Raad onder andere de leerstraf SoCool Regulier. Daarnaast wordt een voorwaardelijke werkstraf geadviseerd. De Raad vindt het daarbij belangrijk dat de verdachte dagbesteding heeft (in welke vorm dan ook), begeleiding krijgt van een coach en behandeling volgt bij Fivoor en dat hiervoor een strak kader geldt. De begeleiding vanuit de jeugdreclassering moet worden voortgezet, zodat de verdachte wordt ondersteund bij het positief invullen van zijn dag- en vrijetijdsbesteding en bij het vergroten van zijn weerbaarheid tegen negatieve invloeden van buitenaf.
Volledig
, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als [valse naam 5] en - die [aangever 8] te bellen en te zeggen dat er een vreemde transactie had plaatsgevonden en dat er fraude met haar rekening was gepleegd, die [aangever 8] de pincode van haar bankpas moest inspreken en een politieagent bij de woning van die [aangever 8] zou langskomen om die bankpas op te halen en - naar de woning van die [aangever 8] te gaan en die bankpas mee te nemen en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, niet gerechtigd waren, meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen; 5 Zaak 2.5, aangifte pagina 206 PV bevindingen, pagina 209, 213 en 292 hij op 7 maart 2025 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, een bankpas en een of meer geldbedragen die geheel of ten dele aan [aangever 9] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte of zijn mededaders die weg te nemen bankpas en geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, en een valse sleutel, door - zich voor te doen als een medewerker van een bank en koerier en - die [aangever 9] te bellen en te zeggen dat haar bankrekening gehackt zou zijn, die [aangever 9] de pincode van haar bankpas moest inspreken en een koerier bij de woning van die [aangever 9] zou langskomen om die bankpas op te halen en - naar de woning van die [aangever 9] te gaan en die bankpas mee te nemen, en met die bankpas en bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, niet gerechtigd waren, een of meerdere geldopnames of betalingstransacties te doen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of typefouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad. 4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De op te leggen straffen 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 130 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd een gedeelte van 65 dagen voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie en de leerstraf SoCool Regulier van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie gevorderd. 6.2 Het standpunt van de verdediging Door de verdediging is verzocht om bij de strafoplegging aan te sluiten bij het advies van de Raad. Het advies van de Raad ziet op minder feiten dan die zijn ten laste gelegd. Ter zitting is door de Raad goed toegelicht dat hij geen aanleiding ziet het advies te wijzigen, omdat het voor de verdachte belangrijk is dat hij leert waarom dit is gebeurd en dat dit niet nog eens mag gebeuren. Een voorwaardelijk strafdeel is daarom het meest in het belang van de verdachte. Het feit dat de ouders zeer betrokken zijn bij de verdachte is ook een reden waarom het advies van de Raad afdoende is. Zo hebben de ouders de verdachte uit zijn omgeving gehaald door te verhuizen en controleren zij het telefoongebruik van de verdachte. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het rapport en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich al dan niet samen met anderen tussen 23 september 2024 en 9 april 2025 schuldig gemaakt aan het plegen van bankhelpdeskfraude, waarbij (voor zover bekend) in totaal negen personen slachtoffer zijn geworden. Door zich (telefonisch) voor te doen als medewerkers van de bank en de politie/recherche, hebben de verdachte en zijn mededaders het vertrouwen van de slachtoffers gewonnen. Zij hebben de slachtoffers willens en wetens bang gemaakt met leugens dat er (grote) bedragen van hun bankrekening waren gehaald. De verdachte en zijn mededaders zijn vervolgens naar de woning van de slachtoffers gegaan en hebben hen daar bankpassen en andere waardevolle spullen afhandig gemaakt. Vervolgens is er met de bankpassen geld van de rekeningen van de slachtoffers opgenomen of werden er verschillende spullen mee gekocht. Alle slachtoffers zijn mensen op (hoge) leeftijd. De verdachte en de mededaders hebben juist deze oudere mensen doelbewust tot slachtoffer gemaakt, vanwege hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Het gevoel van veiligheid dat zij in en rond hun eigen huis zouden moeten hebben is ernstig geschaad nu de bankhelpdeskfraude bij de slachtoffers thuis heeft plaatsgevonden. Naast financiële schade die de verdachte en zijn mededaders aan de slachtoffers hebben toegebracht, hebben zij ook het vertrouwen van de slachtoffers ernstig geschaad. De verdachte is bij een deel van de bewezen feiten de leidende/sturende persoon in de helpdeskfraude geweest. Door zijn handelen heeft de verdachte laten zien alleen oog te hebben voor zijn eigen belang, zonder oog te hebben voor de gevolgen van zijn gedrag op anderen. Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 5 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in 2023 en 2024 verschillende boetes in de vorm van strafbeschikkingen en een werkstraf opgelegd heeft gekregen. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit heeft verder geen invloed op de op te leggen straf. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de Raad van 15 december 2025 en de mondelinge toelichting die daarop door de deskundige ter zitting is gegeven. Hoewel het rapport ziet op twee feiten en er in totaal negen feiten ten laste zijn gelegd, heeft de Raad ter zitting toegelicht dat dit geen aanleiding is om het strafadvies te wijzigen. Voor het strafadvies wordt voornamelijk gekeken naar hoe het op dit moment gaat met de verdachte. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De verdachte is meerdere keren met justitie in aanraking gekomen en is binnen een jaar gerecidiveerd met betrekking tot oplichting, ondanks de betrokkenheid van de jeugdreclassering. Op dit moment gaat de verdachte vijf dagen per week naar dagbesteding. Hij vindt dit echter niet leuk en wil graag betaald werk doen. Dit is tot op heden nog niet geregeld. De verdachte heeft geen werk en eigen inkomen en zoekt steeds naar andere (makkelijke) manieren om snel aan geld te komen. Er zijn zorgen over de beïnvloedbaarheid van de verdachte en zijn sociale contacten. Gezien wordt dat de verdachte begeleiding kan gebruiken bij het verbeteren van zijn probleemoplossend vermogen. Gelet daarop adviseert de Raad onder andere de leerstraf SoCool Regulier. Daarnaast wordt een voorwaardelijke werkstraf geadviseerd. De Raad vindt het daarbij belangrijk dat de verdachte dagbesteding heeft (in welke vorm dan ook), begeleiding krijgt van een coach en behandeling volgt bij Fivoor en dat hiervoor een strak kader geldt. De begeleiding vanuit de jeugdreclassering moet worden voortgezet, zodat de verdachte wordt ondersteund bij het positief invullen van zijn dag- en vrijetijdsbesteding en bij het vergroten van zijn weerbaarheid tegen negatieve invloeden van buitenaf.
Volledig
Door de deskundige van de jeugdreclassering is ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte goed heeft meegewerkt aan de begeleiding. Vooral de eerste zes maanden was de verdachte gemotiveerd voor zijn dagbesteding. Dit is inmiddels minder, omdat de verdachte het niet meer naar zijn zin heeft. Positief is dat de verdachte afstand heeft genomen van verkeerde vrienden en dat de ouders erg betrokken zijn bij de verdachte. Op 16 april 2026 staat er een intakegesprek gepland bij ‘ [instantie] ’, waar een casemanager de verdachte gaat helpen om werk te vinden. Redelijke termijn De redelijke termijn waarbinnen een jeugdstrafzaak moet zijn afgedaan is zestien maanden. De verdachte is ten aanzien van dagvaarding I - 09-327100-24 (onderzoek Boston) op 14 oktober 2024 in verzekering gesteld, waardoor de redelijke termijn op dat moment is gaan lopen. De inhoudelijke behandeling voor deze zaken stond aanvankelijk gepland op de enkelvoudige strafzitting van 21 juli 2025. Deze zitting is vervolgens ingetrokken, omdat de verdachte daarna nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en alle zaken tegelijk op een meervoudige strafzitting zijn aangebracht. Gelet daarop zal de rechtbank bij de strafoplegging geen rekening houden met het tijdsverloop. Strafmodaliteit en strafmaat De rechtbank heeft, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor minderjarigen. In dit geval acht de rechtbank strafverhogend dat de getroffen slachtoffers hoofdzakelijk kwetsbare (hoog)bejaarde mensen zijn. De verdachte heeft tijdens zijn handelen verschillende rollen op zich genomen en heeft soms zelfs meerdere rollen bij hetzelfde slachtoffer vervuld, waaronder die van beller, ophaler en pinner. Daarnaast weegt de rechtbank in strafverhogende zin mee dat de verdachte de bij dagvaarding II en dagvaarding III bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd, terwijl hij in een schorsing van de voorlopige hechtenis liep voor vergelijkbare feiten, die bij dagvaarding I zijn bewezenverklaard. Zijn aanhouding en voorlopige hechtenis hebben hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. Ook weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee dat de rol van de verdachte in de bankhelpdeskfraude steeds groter is geworden en dat hij uiteindelijk de leidende/sturende persoon is geworden die de slachtoffers belde en degene die de koerier/ pinner aanstuurde en instructies gaf. In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij zowel bij de politie als ter zitting openheid van zaken heeft gegeven en dat hij gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis goed heeft meegewerkt aan de begeleiding van de jeugdreclassering. Ook is positief dat de verdachte open staat voor begeleiding bij het zoeken naar een dagbesteding in de vorm van een baan en dat hij hiervoor gemotiveerd is. De rechtbank vindt het belangrijk dat de verdachte de positieve ontwikkelingen kan voortzetten en dat dit niet wordt doorkruist door een (aanvullende) jeugddetentie. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een jeugddetentie voor de duur van 65 dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (65 dagen). Daarnaast zal de rechtbank een werkstraf voor de duur van 160 uren, waarvan 80 uren voorwaardelijk en de leerstraf SoCool Regulier van 40 uren opleggen aan de verdachte. Het onvoorwaardelijke deel van de werkstraf wordt opgelegd, zodat de verdachte de directe gevolgen van zijn handelen ondervindt door tijd te besteden aan het verrichten van onbetaalde arbeid. De voorwaardelijke werkstraf zal worden opgelegd als waarschuwing voor de verdachte, ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. Aan het voorwaardelijke gedeelte zal de rechtbank een proeftijd van twee jaren verbinden en de bijzondere voorwaarden die de Raad adviseert, te weten een meldplicht bij de jeugdreclassering, het hebben van een dagbesteding, begeleiding van een coach en meewerken aan behandeling bij Fivoor. 7 De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel 7.1 De vorderingen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] . [benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en een vergoeding gevorderd van € 1.450,- voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. [benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert zowel materiële als immateriële schadevergoeding. Aan materiële schadevergoeding wordt € 2.750,- gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gevorderde vergoeding van immateriële schade is niet op een bedrag begroot. 7.1.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , nu deze niet zien op feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd. 7.1.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de vorderingen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen. 7.1.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaren, nu de feiten waarop deze vorderingen zien, niet aan de verdachte ten laste zijn gelegd. De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] veroordelen in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. 7.2 De vordering van [aangever 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van materiële schade een bedrag van € 3.800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.2.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel hoofdelijk voor toewijzing vatbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente. 7.2.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 7.2.3 Het oordeel van de rechtbank De vordering is namens de verdachte niet betwist en door de benadeelde partij voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 2 bewezen verklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag. De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen tot een bedrag van € 3.800,-, bestaande uit materiële schade. Wettelijke rente De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 23 september 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan. Proceskostenveroordeling Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Hoofdelijkheid Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Volledig
Door de deskundige van de jeugdreclassering is ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte goed heeft meegewerkt aan de begeleiding. Vooral de eerste zes maanden was de verdachte gemotiveerd voor zijn dagbesteding. Dit is inmiddels minder, omdat de verdachte het niet meer naar zijn zin heeft. Positief is dat de verdachte afstand heeft genomen van verkeerde vrienden en dat de ouders erg betrokken zijn bij de verdachte. Op 16 april 2026 staat er een intakegesprek gepland bij ‘ [instantie] ’, waar een casemanager de verdachte gaat helpen om werk te vinden. Redelijke termijn De redelijke termijn waarbinnen een jeugdstrafzaak moet zijn afgedaan is zestien maanden. De verdachte is ten aanzien van dagvaarding I - 09-327100-24 (onderzoek Boston) op 14 oktober 2024 in verzekering gesteld, waardoor de redelijke termijn op dat moment is gaan lopen. De inhoudelijke behandeling voor deze zaken stond aanvankelijk gepland op de enkelvoudige strafzitting van 21 juli 2025. Deze zitting is vervolgens ingetrokken, omdat de verdachte daarna nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en alle zaken tegelijk op een meervoudige strafzitting zijn aangebracht. Gelet daarop zal de rechtbank bij de strafoplegging geen rekening houden met het tijdsverloop. Strafmodaliteit en strafmaat De rechtbank heeft, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor minderjarigen. In dit geval acht de rechtbank strafverhogend dat de getroffen slachtoffers hoofdzakelijk kwetsbare (hoog)bejaarde mensen zijn. De verdachte heeft tijdens zijn handelen verschillende rollen op zich genomen en heeft soms zelfs meerdere rollen bij hetzelfde slachtoffer vervuld, waaronder die van beller, ophaler en pinner. Daarnaast weegt de rechtbank in strafverhogende zin mee dat de verdachte de bij dagvaarding II en dagvaarding III bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd, terwijl hij in een schorsing van de voorlopige hechtenis liep voor vergelijkbare feiten, die bij dagvaarding I zijn bewezenverklaard. Zijn aanhouding en voorlopige hechtenis hebben hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. Ook weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee dat de rol van de verdachte in de bankhelpdeskfraude steeds groter is geworden en dat hij uiteindelijk de leidende/sturende persoon is geworden die de slachtoffers belde en degene die de koerier/ pinner aanstuurde en instructies gaf. In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij zowel bij de politie als ter zitting openheid van zaken heeft gegeven en dat hij gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis goed heeft meegewerkt aan de begeleiding van de jeugdreclassering. Ook is positief dat de verdachte open staat voor begeleiding bij het zoeken naar een dagbesteding in de vorm van een baan en dat hij hiervoor gemotiveerd is. De rechtbank vindt het belangrijk dat de verdachte de positieve ontwikkelingen kan voortzetten en dat dit niet wordt doorkruist door een (aanvullende) jeugddetentie. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een jeugddetentie voor de duur van 65 dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (65 dagen). Daarnaast zal de rechtbank een werkstraf voor de duur van 160 uren, waarvan 80 uren voorwaardelijk en de leerstraf SoCool Regulier van 40 uren opleggen aan de verdachte. Het onvoorwaardelijke deel van de werkstraf wordt opgelegd, zodat de verdachte de directe gevolgen van zijn handelen ondervindt door tijd te besteden aan het verrichten van onbetaalde arbeid. De voorwaardelijke werkstraf zal worden opgelegd als waarschuwing voor de verdachte, ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. Aan het voorwaardelijke gedeelte zal de rechtbank een proeftijd van twee jaren verbinden en de bijzondere voorwaarden die de Raad adviseert, te weten een meldplicht bij de jeugdreclassering, het hebben van een dagbesteding, begeleiding van een coach en meewerken aan behandeling bij Fivoor. 7 De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel 7.1 De vorderingen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] . [benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en een vergoeding gevorderd van € 1.450,- voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. [benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert zowel materiële als immateriële schadevergoeding. Aan materiële schadevergoeding wordt € 2.750,- gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gevorderde vergoeding van immateriële schade is niet op een bedrag begroot. 7.1.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , nu deze niet zien op feiten die aan de verdachte ten laste zijn gelegd. 7.1.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de vorderingen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen. 7.1.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaren, nu de feiten waarop deze vorderingen zien, niet aan de verdachte ten laste zijn gelegd. De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] veroordelen in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. 7.2 De vordering van [aangever 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van materiële schade een bedrag van € 3.800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.2.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel hoofdelijk voor toewijzing vatbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente. 7.2.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 7.2.3 Het oordeel van de rechtbank De vordering is namens de verdachte niet betwist en door de benadeelde partij voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 2 bewezen verklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag. De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen tot een bedrag van € 3.800,-, bestaande uit materiële schade. Wettelijke rente De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 23 september 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan. Proceskostenveroordeling Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Hoofdelijkheid Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Volledig
Schadevergoedingsmaatregel Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding I onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 3.800,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 2] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast. 7.3 De vordering van [aangever 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van schade een bedrag van € 7.740,-, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. 7.3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie concludeert tot hoofdelijke toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 3.250,-, vermeerderd met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft hiervoor aansluiting gezocht bij de beslissing in het vonnis van de medeverdachte, waarin de rechter gebruik heeft gemaakt van zijn schattingsbevoegdheid. 7.3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om alleen de gevorderde schade die ziet op het horloge, de aansteker en de sieraden toe te wijzen, omdat de verdachte alleen aan de verkoop van deze goederen geld heeft verdiend. Daarbij wordt verzocht het bedrag voor de sieraden lager vast te stellen dan is gevorderd. Verzocht wordt om het deel van de vordering dat ziet op de wapens niet-ontvankelijk te verklaren. 7.3.3 Het oordeel van de rechtbank Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding II onder 1 bewezenverklaarde feit. Ten aanzien van de gevorderde schade van de vuurwapens, het horloge, de aansteker en de sieraden zijn geen originele aankoopbewijzen bijgevoegd. De rechtbank zal gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid, omdat de omvang van de geleden schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Gelet op wat namens de benadeelde partij in de vordering is aangevoerd, is de rechtbank, conform haar beslissing in de uitspraak van de medeverdachte, van oordeel dat de geleden schade voldoende is onderbouwd tot een bedrag van € 3.250,-. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Wettelijke rente De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 9 april 2025, omdat vast is komen te staan dat de betreffende kosten op die datum zijn gemaakt. Proceskostenveroordeling Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Hoofdelijkheid Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen. Schadevergoedingsmaatregel Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 3.250,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 9 april 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 3] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast. 7.4 De vordering van [aangever 9] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. In de vordering is geen schadebedrag opgegeven. 7.4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van deze vordering. 7.4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van deze vordering. 7.4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft kennisgenomen van het schadevergoedingsformulier door de benadeelde partij [aangever 9] . De rechtbank constateert dat er geen schadevergoeding wordt gevorderd, nu er geen kostenposten en bedragen zijn ingevuld. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. 8 De inbeslaggenomen voorwerpen 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert voorts dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 1 genummerde voorwerp (1 STK Telefoonautomaat) zal worden verbeurdverklaard. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten 1 STK Telefoonautomaat, verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met dit voorwerp de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid. 9 De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen: 33, 33a, 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
Volledig
Schadevergoedingsmaatregel Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding I onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 3.800,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 2] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast. 7.3 De vordering van [aangever 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert ter vergoeding van schade een bedrag van € 7.740,-, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. 7.3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie concludeert tot hoofdelijke toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 3.250,-, vermeerderd met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft hiervoor aansluiting gezocht bij de beslissing in het vonnis van de medeverdachte, waarin de rechter gebruik heeft gemaakt van zijn schattingsbevoegdheid. 7.3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om alleen de gevorderde schade die ziet op het horloge, de aansteker en de sieraden toe te wijzen, omdat de verdachte alleen aan de verkoop van deze goederen geld heeft verdiend. Daarbij wordt verzocht het bedrag voor de sieraden lager vast te stellen dan is gevorderd. Verzocht wordt om het deel van de vordering dat ziet op de wapens niet-ontvankelijk te verklaren. 7.3.3 Het oordeel van de rechtbank Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bij dagvaarding II onder 1 bewezenverklaarde feit. Ten aanzien van de gevorderde schade van de vuurwapens, het horloge, de aansteker en de sieraden zijn geen originele aankoopbewijzen bijgevoegd. De rechtbank zal gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid, omdat de omvang van de geleden schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Gelet op wat namens de benadeelde partij in de vordering is aangevoerd, is de rechtbank, conform haar beslissing in de uitspraak van de medeverdachte, van oordeel dat de geleden schade voldoende is onderbouwd tot een bedrag van € 3.250,-. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Wettelijke rente De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 9 april 2025, omdat vast is komen te staan dat de betreffende kosten op die datum zijn gemaakt. Proceskostenveroordeling Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Hoofdelijkheid Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen. Schadevergoedingsmaatregel Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 3.250,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 9 april 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 3] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast. 7.4 De vordering van [aangever 9] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. In de vordering is geen schadebedrag opgegeven. 7.4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van deze vordering. 7.4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van deze vordering. 7.4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft kennisgenomen van het schadevergoedingsformulier door de benadeelde partij [aangever 9] . De rechtbank constateert dat er geen schadevergoeding wordt gevorderd, nu er geen kostenposten en bedragen zijn ingevuld. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. 8 De inbeslaggenomen voorwerpen 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert voorts dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 1 genummerde voorwerp (1 STK Telefoonautomaat) zal worden verbeurdverklaard. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten 1 STK Telefoonautomaat, verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met dit voorwerp de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid. 9 De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen: 33, 33a, 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
Volledig
10 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.4 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als: Dagvaarding I - 09-327100-24 ten aanzien van feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; ten aanzien van feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; Dagvaarding II - 09-113873-25 ten aanzien van feit 1 en 2: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; Dagvaarding III - 09-113873-25 ten aanzien van feit 1, 2, 4 en 5: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; ten aanzien van feit 3: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels; verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar; straffen veroordeelt de verdachte tot: een jeugddetentie voor de duur van 65 (VIJFENZESTIG) DAGEN ; beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (65 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; veroordeelt de verdachte voorts tot: een taakstraf , bestaande uit een werkstraf , zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 160 (HONDERDZESTIG) UREN ; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 80 (TACHTIG) DAGEN ; bepaalt dat de veroordeelde, ook in het geval hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in aanmerking komt voor vervangende jeugddetentie in plaats van vervangende hechtenis; bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, groot 80 (TACHTIG) UREN , niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: 1. zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken; 2. gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen en/of zich inzet voor het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van een baan en/of vrijwilligerswerk en zich zal houden aan het daar geldende rooster, alles in overleg met de jeugdreclassering; 3. gedurende de proeftijd meewerkt aan de begeleiding van een coach van E25 of soortgelijke instelling en zich houdt aan de afspraken die daarbij met hem worden gemaakt; 4. zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Fivoor of een soortgelijke instelling, indien en voor zover de jeugdreclassering dat nodig acht, en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken; geeft opdracht aan William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert om toezicht te houden op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd: - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; - zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Volledig
10 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.4 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als: Dagvaarding I - 09-327100-24 ten aanzien van feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; ten aanzien van feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; Dagvaarding II - 09-113873-25 ten aanzien van feit 1 en 2: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; Dagvaarding III - 09-113873-25 ten aanzien van feit 1, 2, 4 en 5: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels; ten aanzien van feit 3: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels; verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar; straffen veroordeelt de verdachte tot: een jeugddetentie voor de duur van 65 (VIJFENZESTIG) DAGEN ; beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (65 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; veroordeelt de verdachte voorts tot: een taakstraf , bestaande uit een werkstraf , zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 160 (HONDERDZESTIG) UREN ; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 80 (TACHTIG) DAGEN ; bepaalt dat de veroordeelde, ook in het geval hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in aanmerking komt voor vervangende jeugddetentie in plaats van vervangende hechtenis; bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, groot 80 (TACHTIG) UREN , niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: 1. zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken; 2. gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen en/of zich inzet voor het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van een baan en/of vrijwilligerswerk en zich zal houden aan het daar geldende rooster, alles in overleg met de jeugdreclassering; 3. gedurende de proeftijd meewerkt aan de begeleiding van een coach van E25 of soortgelijke instelling en zich houdt aan de afspraken die daarbij met hem worden gemaakt; 4. zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Fivoor of een soortgelijke instelling, indien en voor zover de jeugdreclassering dat nodig acht, en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken; geeft opdracht aan William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert om toezicht te houden op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd: - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; - zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Volledig
veroordeelt de verdachte voorts tot: een taakstraf , bestaande uit een leerstraf , zijnde het volgen van een leerproject, te weten SoCool Regulier, voor de duur van 40 (VEERTIG) UREN ; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (TWINTIG) DAGEN ; bepaalt dat de veroordeelde, ook in het geval hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in aanmerking komt voor vervangende jeugddetentie in plaats van vervangende hechtenis; de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [aangever 9] verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen; bepaalt dat de vorderingen kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [aangever 9] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] en de schadevergoedingsmaatregel wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] hoofdelijk toe tot een bedrag van € 3.800,-, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting dit bedrag te betalen aan [aangever 2] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door een mededader aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag; legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.800,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen, ten behoeve van [aangever 2] ; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; de vordering van [aangever 3] en de schadevergoedingsmaatregel wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 3] gedeeltelijk en hoofdelijk toe tot een bedrag van € 3.250,-, bestaande uit materiële schade en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting dit bedrag te betalen aan [aangever 3] , vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 9 april 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door een mededader aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag; legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.250,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen, ten behoeve van [aangever 3] ; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; beslag verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: 1 STUK telefoonautomaat (Omschrijving: PL1500-DH2R024081-830879, Grijs, merk: Apple); het bevel tot voorlopige hechtenis heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde. Dit vonnis is gewezen door: mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, voorzitter, mr. A.M.A. Keulen, kinderrechter, en mr. T.P. Sarneel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.B.M.A. Roozen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 april 2026.
Volledig
veroordeelt de verdachte voorts tot: een taakstraf , bestaande uit een leerstraf , zijnde het volgen van een leerproject, te weten SoCool Regulier, voor de duur van 40 (VEERTIG) UREN ; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (TWINTIG) DAGEN ; bepaalt dat de veroordeelde, ook in het geval hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in aanmerking komt voor vervangende jeugddetentie in plaats van vervangende hechtenis; de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [aangever 9] verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen; bepaalt dat de vorderingen kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [aangever 9] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil; de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] en de schadevergoedingsmaatregel wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] hoofdelijk toe tot een bedrag van € 3.800,-, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting dit bedrag te betalen aan [aangever 2] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door een mededader aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag; legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.800,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen, ten behoeve van [aangever 2] ; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; de vordering van [aangever 3] en de schadevergoedingsmaatregel wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 3] gedeeltelijk en hoofdelijk toe tot een bedrag van € 3.250,-, bestaande uit materiële schade en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting dit bedrag te betalen aan [aangever 3] , vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 9 april 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door een mededader aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag; legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.250,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen, ten behoeve van [aangever 3] ; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; beslag verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: 1 STUK telefoonautomaat (Omschrijving: PL1500-DH2R024081-830879, Grijs, merk: Apple); het bevel tot voorlopige hechtenis heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde. Dit vonnis is gewezen door: mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, voorzitter, mr. A.M.A. Keulen, kinderrechter, en mr. T.P. Sarneel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.B.M.A. Roozen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 april 2026.
Volledig
Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat Dagvaarding I - 09-327100-24: 1 hij op of omstreeks 14 oktober 2024 te 's-Gravenhage in/uit een woning, gelegen [adres 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ING-bank bankpas en scanner, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpas en scanner onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, door - zich voor te doen als [valse naam 1] , [valse naam 2] en/of [valse naam 3] en/of, - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van de ING-bank, politie/recherche en/of koerier en/of - die [aangever 1] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd, er een politieonderzoek gaande was en een koerier bij de woning van die [aangever 1] zou langskomen die een code (238577) zou noemen en die de bankpas en reader voor onderzoek naar de politie in Rotterdam zou brengen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 14 oktober 2024 te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een ING-bank bankpas en scanner en/of de bij die bankpas behorende pincode, door - zich voor te doen als [valse naam 1] , [valse naam 2] en/of [valse naam 3] en/of, - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van de ING-bank, politie/recherche en/of koerier en/of - die [aangever 1] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd, er een politieonderzoek gaande was en een koerier bij de woning van die [aangever 1] zou langskomen die een code (238577) zou noemen en die de bankpas en reader voor onderzoek naar de politie in Rotterdam zou brengen; 2 hij op of omstreeks 23 september 2024 te Gouda en/of te ’s-Gravenhage en/of te Delft althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ING-bank bankpas en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, door - zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 4] en/of, - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van de ING-bank, politie/recherche en/of koerier en/of - die [aangever 2] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd, er een politieonderzoek gaande was en een koerier bij de woning van die [aangever 2] zou langskomen die een code zou noemen en die de bankpas voor onderzoek naar de politie zou brengen en/of - met de pinpas en/of pincode, tot welk gebruik hij, verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, een of meerdere geldbedragen te pinnen. Dagvaarding II - 09-113873-25: 1 hij op of omstreeks 9 april 2025 te 's-Gravenhage in/uit een woning gelegen [adres 8], tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden, een horloge, een zilveren aansteker en/of een of meerdere (vuur)wapens, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangever 3] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank en/of politiemedewerker - tegen die [aangever 3] te zeggen dat er fraude met zijn bankrekening was gepleegd, een geldbedrag was overgemaakt, zijn bankrekening was geblokkeerd en/of te vragen de pincode van zijn bankpas in te toetsen en/of - te vragen of er waarvolle spullen in huis waren en/of te zeggen dat de politie die waardevolle spullen en/of (vuur)wapens veilig zou stellen en een politiemedwerker die waardevolle spullen en (vuur)wapens zou ophalen en (daarbij) een code zou noemen en/of naar de woning van die [aangever 3] te gaan en/of die code te noemen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 9 april 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten sieraden, een horloge, een zilveren aansteker en/of een of meerdere (vuur)wapens, door die [aangever 3] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank en/of politiemedewerker - tegen die [aangever 3] te zeggen dat er fraude met zijn bankrekening was gepleegd, een geldbedrag was overgemaakt, zijn bankrekening was geblokkeerd en/of te vragen de pincode van zijn bankpas in te toetsen en/of - te vragen of er waarvolle spullen in huis waren en/of te zeggen dat de politie die waardevolle spullen en/of (vuur)wapens veilig zou stellen en een politiemedwerker die waardevolle spullen en (vuur)wapens zou ophalen en (daarbij) een code zou noemen en/of naar de woning van die [aangever 3] te gaan en/of een code te noemen, waardoor die [aangever 3] bewogen is tot bovenomschreven afgifte; 2 hij op of omstreeks 11 februari 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangever 4] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank, - tegen die [aangever 4] te zeggen dat er fraude met haar bankrekening en/of bankpas was gepleegd en/of dat er geld van haar bankrekening en/of bankpas was gehaald, - die [aangever 4] te vragen naar een inventarisatie van de spullen in haar huis, en/of - naar de woning van die [aangever 4] te gaan en/of haar bankpas op te halen en/of te vragen naar haar pincode en/of te zeggen dat de politie in Rotterdam zou bevestigen met een telefoontje dat dit klopt; subsidiair alt
Volledig
Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat Dagvaarding I - 09-327100-24: 1 hij op of omstreeks 14 oktober 2024 te 's-Gravenhage in/uit een woning, gelegen [adres 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ING-bank bankpas en scanner, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpas en scanner onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, door - zich voor te doen als [valse naam 1] , [valse naam 2] en/of [valse naam 3] en/of, - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van de ING-bank, politie/recherche en/of koerier en/of - die [aangever 1] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd, er een politieonderzoek gaande was en een koerier bij de woning van die [aangever 1] zou langskomen die een code (238577) zou noemen en die de bankpas en reader voor onderzoek naar de politie in Rotterdam zou brengen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 14 oktober 2024 te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een ING-bank bankpas en scanner en/of de bij die bankpas behorende pincode, door - zich voor te doen als [valse naam 1] , [valse naam 2] en/of [valse naam 3] en/of, - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van de ING-bank, politie/recherche en/of koerier en/of - die [aangever 1] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd, er een politieonderzoek gaande was en een koerier bij de woning van die [aangever 1] zou langskomen die een code (238577) zou noemen en die de bankpas en reader voor onderzoek naar de politie in Rotterdam zou brengen; 2 hij op of omstreeks 23 september 2024 te Gouda en/of te ’s-Gravenhage en/of te Delft althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ING-bank bankpas en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, door - zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 4] en/of, - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van de ING-bank, politie/recherche en/of koerier en/of - die [aangever 2] te bellen en te zeggen dat er met zijn bankrekening werd gefraudeerd, er een politieonderzoek gaande was en een koerier bij de woning van die [aangever 2] zou langskomen die een code zou noemen en die de bankpas voor onderzoek naar de politie zou brengen en/of - met de pinpas en/of pincode, tot welk gebruik hij, verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, een of meerdere geldbedragen te pinnen. Dagvaarding II - 09-113873-25: 1 hij op of omstreeks 9 april 2025 te 's-Gravenhage in/uit een woning gelegen [adres 8], tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden, een horloge, een zilveren aansteker en/of een of meerdere (vuur)wapens, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangever 3] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank en/of politiemedewerker - tegen die [aangever 3] te zeggen dat er fraude met zijn bankrekening was gepleegd, een geldbedrag was overgemaakt, zijn bankrekening was geblokkeerd en/of te vragen de pincode van zijn bankpas in te toetsen en/of - te vragen of er waarvolle spullen in huis waren en/of te zeggen dat de politie die waardevolle spullen en/of (vuur)wapens veilig zou stellen en een politiemedwerker die waardevolle spullen en (vuur)wapens zou ophalen en (daarbij) een code zou noemen en/of naar de woning van die [aangever 3] te gaan en/of die code te noemen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 9 april 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten sieraden, een horloge, een zilveren aansteker en/of een of meerdere (vuur)wapens, door die [aangever 3] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank en/of politiemedewerker - tegen die [aangever 3] te zeggen dat er fraude met zijn bankrekening was gepleegd, een geldbedrag was overgemaakt, zijn bankrekening was geblokkeerd en/of te vragen de pincode van zijn bankpas in te toetsen en/of - te vragen of er waarvolle spullen in huis waren en/of te zeggen dat de politie die waardevolle spullen en/of (vuur)wapens veilig zou stellen en een politiemedwerker die waardevolle spullen en (vuur)wapens zou ophalen en (daarbij) een code zou noemen en/of naar de woning van die [aangever 3] te gaan en/of een code te noemen, waardoor die [aangever 3] bewogen is tot bovenomschreven afgifte; 2 hij op of omstreeks 11 februari 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangever 4] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank, - tegen die [aangever 4] te zeggen dat er fraude met haar bankrekening en/of bankpas was gepleegd en/of dat er geld van haar bankrekening en/of bankpas was gehaald, - die [aangever 4] te vragen naar een inventarisatie van de spullen in haar huis, en/of - naar de woning van die [aangever 4] te gaan en/of haar bankpas op te halen en/of te vragen naar haar pincode en/of te zeggen dat de politie in Rotterdam zou bevestigen met een telefoontje dat dit klopt; subsidiair alt
Volledig
hans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 11 februari 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere geldbedragen, door die [aangever 4] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank, - tegen die [aangever 4] te zeggen dat er fraude met haar bankrekening en/of bankpas was gepleegd en/of dat er geld van haar bankrekening en/of bankpas was gehaald, - die [aangever 4] te vragen naar een inventarisatie van de spullen in haar huis, en/of - naar de woning van die [aangever 4] te gaan en/of haar bankpas op te halen en/of te vragen naar haar pincode en/of te zeggen dat de politie in Rotterdam zou bevestigen met een telefoontje dat dit klopt. Dagvaarding III - 09-183897-25: 1 Zaak 2.1, aangifte pagina 17 PV bevindingen, pagina 66, 73, 75 en 81 hij op of omstreeks 20 februari 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in/uit een woning, gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) bankpas(sen) en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer pincode(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpassen, bankpas-scanner en/of geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, en/of een valse sleutel, door - zich voor te doen als bankmedewerker en/of koerier en/of - die [aangever 5] te bellen en te zeggen dat haar bankpas zou zijn verlopen en/of de bankrekening was geblokkeerd, die [aangever 5] de pincode van haar bankpas(sen)moest opschrijven en/of doorgeven en/of een koerier bij de woning van die [aangever 5] zou langskomen om die bankpas(sen) op te halen en/of welke koerier een verificatienummer zou noemen en/of - naar de woning van die [aangever 5] te gaan, dat verificatienummer te noemen, en die bankpas(sen) en/of pincode(s) mee te nemen, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking te bezigen, en/of met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s), tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders, niet gerechtigd was/waren, een of meerdere geldopnames en/of betalingstransacties te doen; 2 Zaak 2.2, aangifte pagina 121 PV bevindingen, pagina 160 en 161 hij op of omstreeks 28 februari 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in/uit een woning, gelegen aan de [adres 4] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bankpas(sen) en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer pincode(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpas(sen) en/of geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, en/of een valse sleutel, door - zich voor te doen als [valse naam 5] en/of [valse naam 6] en/of [valse naam 7] en/of - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van een bank en/of koerier en/of - die [aangever 6] te bellen en te zeggen dat er iets mis was met zijn bankpas, die [aangever 6] de pincode van zijn bankpas(sen) moest inspreken en/of opschrijven en/of een koerier bij de woning van die [aangever 6] zou langskomen om die bankpassen en/of op te halen en/of welke koerier een overdrachtscode zou noemen en/of - naar de woning van die [aangever 6] te gaan, die overdrachtscode te noemen, en die bankpas(sen) en/of pincode(s) mee te nemen, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking te bezigen, en/of met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s), tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders, niet gerechtigd was/waren, een of meerdere geldopnames en/of betalingstransacties te doen; 3 Zaak 2.3, aangifte pagina 164 PV bevindingen, pagina 173, 179, 183, 186 en 191 hij op of omstreeks 11 maart 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in/uit een woning, gelegen aan de [adres 5] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bankpas(sen) en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer pincode(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpas(sen) en/of geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, en/of een valse sleutel, door - zich voor te doen als meneer [aangever 2] en/of een medewerker van een bank en/of koerier en/of - die [aangever 7] te bellen en te zeggen dat er vreemde personen in het bezit waren van haar gegevens, die [aangever 7] de pincode van haar bankpassen moest inspreken en/of opschrijven en/of een koerier bij de woning van die [aangever 7] zou langskomen om die bankpassen en/of op te halen en/of welke koerier een overdrachtscode zou noemen en/of - naar de woning van die [aangever 7] te gaan, die overdrachtscode te noemen, en die bankpas(sen) en/of pincode(s) mee te nemen, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking te bezigen, en/of met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s), tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders, niet gerechtigd was/waren, een of meerdere geldopnames en/of betalingstransacties te doen; 4 Zaak 2.4, aangifte pagina 195 PV bevindingen, pagina 199, 202 en 290 hij op of omstreeks 21 maart 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in/uit een woning, gelegen aan de [adres 6] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bankpas(sen) en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer pincode(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpas(sen) en/of geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, en/of een valse sleutel, door - zich voor te doen als [valse naam 5] en/of een medewerker van een bank en/of koerier en/of - die [aangever 8] te bellen en te zeggen dat er een vreemde transactie had plaatsgevonden en/of dat er fraude met haar rekening was gepleegd, die [aangever 8] de pincode van haar bankpas(sen) moest inspreken en/of opschrijven en/of een koerier bij de woning van die [aangever 8] zou langskomen om die bankpas(sen) en/of op te halen en/of welke koerier een overdrachtscode zou n
Volledig
hans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 11 februari 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere geldbedragen, door die [aangever 4] te bellen en - zich voor te doen als een medewerker van de ING-bank, - tegen die [aangever 4] te zeggen dat er fraude met haar bankrekening en/of bankpas was gepleegd en/of dat er geld van haar bankrekening en/of bankpas was gehaald, - die [aangever 4] te vragen naar een inventarisatie van de spullen in haar huis, en/of - naar de woning van die [aangever 4] te gaan en/of haar bankpas op te halen en/of te vragen naar haar pincode en/of te zeggen dat de politie in Rotterdam zou bevestigen met een telefoontje dat dit klopt. Dagvaarding III - 09-183897-25: 1 Zaak 2.1, aangifte pagina 17 PV bevindingen, pagina 66, 73, 75 en 81 hij op of omstreeks 20 februari 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in/uit een woning, gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) bankpas(sen) en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer pincode(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpassen, bankpas-scanner en/of geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, en/of een valse sleutel, door - zich voor te doen als bankmedewerker en/of koerier en/of - die [aangever 5] te bellen en te zeggen dat haar bankpas zou zijn verlopen en/of de bankrekening was geblokkeerd, die [aangever 5] de pincode van haar bankpas(sen)moest opschrijven en/of doorgeven en/of een koerier bij de woning van die [aangever 5] zou langskomen om die bankpas(sen) op te halen en/of welke koerier een verificatienummer zou noemen en/of - naar de woning van die [aangever 5] te gaan, dat verificatienummer te noemen, en die bankpas(sen) en/of pincode(s) mee te nemen, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking te bezigen, en/of met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s), tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders, niet gerechtigd was/waren, een of meerdere geldopnames en/of betalingstransacties te doen; 2 Zaak 2.2, aangifte pagina 121 PV bevindingen, pagina 160 en 161 hij op of omstreeks 28 februari 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in/uit een woning, gelegen aan de [adres 4] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bankpas(sen) en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer pincode(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpas(sen) en/of geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, en/of een valse sleutel, door - zich voor te doen als [valse naam 5] en/of [valse naam 6] en/of [valse naam 7] en/of - zich voor te doen als medewerker van de fraudehelpdesk van een bank en/of koerier en/of - die [aangever 6] te bellen en te zeggen dat er iets mis was met zijn bankpas, die [aangever 6] de pincode van zijn bankpas(sen) moest inspreken en/of opschrijven en/of een koerier bij de woning van die [aangever 6] zou langskomen om die bankpassen en/of op te halen en/of welke koerier een overdrachtscode zou noemen en/of - naar de woning van die [aangever 6] te gaan, die overdrachtscode te noemen, en die bankpas(sen) en/of pincode(s) mee te nemen, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking te bezigen, en/of met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s), tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders, niet gerechtigd was/waren, een of meerdere geldopnames en/of betalingstransacties te doen; 3 Zaak 2.3, aangifte pagina 164 PV bevindingen, pagina 173, 179, 183, 186 en 191 hij op of omstreeks 11 maart 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in/uit een woning, gelegen aan de [adres 5] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bankpas(sen) en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer pincode(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpas(sen) en/of geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, en/of een valse sleutel, door - zich voor te doen als meneer [aangever 2] en/of een medewerker van een bank en/of koerier en/of - die [aangever 7] te bellen en te zeggen dat er vreemde personen in het bezit waren van haar gegevens, die [aangever 7] de pincode van haar bankpassen moest inspreken en/of opschrijven en/of een koerier bij de woning van die [aangever 7] zou langskomen om die bankpassen en/of op te halen en/of welke koerier een overdrachtscode zou noemen en/of - naar de woning van die [aangever 7] te gaan, die overdrachtscode te noemen, en die bankpas(sen) en/of pincode(s) mee te nemen, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking te bezigen, en/of met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s), tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders, niet gerechtigd was/waren, een of meerdere geldopnames en/of betalingstransacties te doen; 4 Zaak 2.4, aangifte pagina 195 PV bevindingen, pagina 199, 202 en 290 hij op of omstreeks 21 maart 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in/uit een woning, gelegen aan de [adres 6] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bankpas(sen) en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer pincode(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen bankpas(sen) en/of geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, en/of een valse sleutel, door - zich voor te doen als [valse naam 5] en/of een medewerker van een bank en/of koerier en/of - die [aangever 8] te bellen en te zeggen dat er een vreemde transactie had plaatsgevonden en/of dat er fraude met haar rekening was gepleegd, die [aangever 8] de pincode van haar bankpas(sen) moest inspreken en/of opschrijven en/of een koerier bij de woning van die [aangever 8] zou langskomen om die bankpas(sen) en/of op te halen en/of welke koerier een overdrachtscode zou n