Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-01-23
ECLI:NL:RBDHA:2026:1052
Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/695176 / KG ZA 25-1167 Vonnis in kort geding van 23 januari 2026 in de zaak van [eiser] B.V. te [vestigingsplaats] , eiser, advocaat mrs. L. Alberts en B.D. Hengstmengel te Hardinxveld-Giessendam, tegen: Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut te Delft, gedaagde, advocaat mrs. Chr.A. Alberdingk Thijm en L. Oostinga. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘NEN’. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 16 december 2025 met producties 1 tot en met 25; - de aanvullende producties 26 tot en met 30 van [eiser] ; - de conclusie van antwoord van NEN met producties 1 tot en met 4; - de op 7 januari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. [eiser] is actief in de branche van funderingswerken en is werkzaam op zowel land als water. [eiser] voert technieken uit zoals heien, trillen, boren en drukken. 2.2. NEN is een onafhankelijke stichting met als doel het bewerkstelligen van normalisatie in het belang van gezondheidzorg, veiligheid en doelmatigheid in het maatschappelijk verkeer. Dat doet NEN door het proces van normalisatie voor verschillende branches te faciliteren. 2.3. Een NEN-norm is een vrijwillige afspraak tussen partijen over een product, dienst of proces. Die normen worden door vertegenwoordigers uit een bepaalde branche opgesteld en vastgesteld en NEN begeleidt dit proces. NEN faciliteert ook de ontwikkeling en het beheer van zogenaamde certificatieschema’s. Dit zijn regels voor uniforme toepassing van een bepaalde norm. NEN certificeert niet zelf, maar fungeert als onafhankelijk platform om certificatieschema’s op te zetten en te beheren. Een certificerende instelling toetst of een organisatie, bedrijf, product of persoon voldoet aan de eisen die in een certificatieschema staan. 2.4. De zogenoemde zelfverklaring is een aparte categorie in de diensten die NEN begeleidt. Met een zelfverklaring verklaart een bedrijf of organisatie dat een product, dienst of werkwijze voldoet aan een bepaalde norm, zonder dat dit door een onafhankelijke certificerende instantie is gecontroleerd. Een zelfverklaring heeft daarmee niet dezelfde status als een certificaat. De regels voor zelfverklaringen zijn vastgesteld in verschillende specifieke regelingen. 2.5. Voor paalfunderingen zijn door de branche op nationaal en Europees niveau normen vastgesteld in NEN 9997-1 (Geotechnisch ontwerp van constructies). NEN 7201 geeft specifiek voor funderingspalen nadere invulling aan de norm NEN 9997-1. 2.6. Bij draagkrachtberekeningen voor paalfunderingen (uitgedrukt in paalklassefactoren) wordt uitgegaan van de voorschriften van NEN 9997-1. Hierin zijn veilige waarden voor paalfactoren opgenomen. Het systeem van paalklassefactoren gaat uit van algemene waarden, wat soms kan leiden tot een oneconomisch ontwerp. Daarom bestaat voor organisaties en bedrijven de mogelijkheid om proefbelastingen uit te voeren, om nauwkeurig aan te kunnen tonen dat het draagvermogen van een specifiek paalsysteem of voor een specifieke locatie afwijkt van het draagvermogen volgens NEN 9997-1. 2.7. Om als bedrijf of organisatie aan te kunnen tonen dat de proefbelastingen op een kwalitatief goede manier zijn uitgevoerd volgens NEN 7201, heeft NEN de NEN 7201-Zelfverklaring in het leven geroepen. Leveranciers, aannemers en opdrachtgevers kunnen deze zelfverklaring gebruiken om aantoonbaar geborgde kwaliteitscondities, paalklassefactoren en andere ontwerpparameters in hun systeem vast te leggen. 2.8. Het proces van het voorbereiden, opstellen en onderhouden van een NEN 7201-Zelfverklaring is vastgesteld in het certificatieschema NCS 7201 – Zelfverklaring ‘proefbelasting van funderingspalen’ behore binnen vier weken na betekening van dit vonnis drie nieuwe onafhankelijke experts te benoemen, die ervaring hebben in NEN 7201 en NCS 7201 en die een herbeoordeling conform NCS 7201 en NEN 7201 uitvoeren van de zelfverklaring en achterliggende proefbelasting van 31 januari 2025 voor de paalsystemen DPA en DPA-PLUS; II. de registratie van de paalsystemen DPA en DPA-PLUS geschorst te houden totdat de drie nieuwe experts hun herbeoordeling conform NCS 7201 en NEN 7201 hebben afgerond; III. via haar website en een persbericht binnen een week na betekening van dit vonnis de markt uitgebreid te informeren over de inhoudelijk-technische reden van de schorsing van de zelfverklaring; IV. tijdig en volledig uitvoering te geven aan de vorderingen onder I., II. en III. op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat NEN nalaat uitvoering te geven aan één van deze vorderingen, althans een zodanige dwangsom als de rechter in redelijkheid zal vaststellen; V. de bezwaarprocedure uit het Handboek Schemabeheer toe te passen bij bezwaren tegen een zelfverklaring op basis van NEN 7201 en NCS 7201. 3.2. Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan. Volgens [eiser] gelden voor NEN hoge eisen van maatschappelijke zorgvuldigheid. NEN heeft onrechtmatig dan wel onzorgvuldig gehandeld, omdat zij onvoldoende een inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de (totstandkoming van) de zelfverklaring ter zake de DPA en DPA-PLUS funderingspalen, aldus [eiser] . Volgens [eiser] is de procedure door de initiatiefnemers dan wel de benoemde experts niet goed gevolgd en is NEN daar verantwoordelijk voor. Concreet is sprake van onzorgvuldigheden rondom de paalproeven, in strijd met NCS 7201. Volgens [eiser] zijn er zowel een aantal technisch inhoudelijke punten die evident afwijken van NEN 7201, maar ook procedurele punten die afwijken van hetgeen NCS 7201 voorschrijft. Het niet volgen van de juiste procedure leidt tot onbetrouwbare meetresultaten, hetgeen een direct effect heeft op de bouwveiligheid. Gelet daarop is het volgens [eiser] van groot belang dat NEN ingrijpt en moet er een herbeoordeling komen waarbij consequent aan de norm wordt getoetst en moet de markt actief worden geïnformeerd over de technisch-inhoudelijke afwijkingen die ten grondslag zouden moeten liggen aan de geschorste zelfverklaring. Door het uitblijven van een persbericht blijft oneerlijke mededinging en onduidelijkheid in de markt bestaan. 3.3. Hoewel NEN naar aanleiding van het bezwaar van [eiser] wel heeft aangestuurd op een herbeoordeling heeft zij alsnog onzorgvuldig gehandeld, omdat zij de drie eerder betrokken experts ook heeft betrokken bij de herbeoordeling. [eiser] acht het onbegrijpelijk dat de experts die een beoordeling hebben uitgevoerd en een rapportage hebben geaccordeerd waarvan later is geconstateerd dat de interpretatie en de rapportage onvolkomenheden en onvolledigheden bevat, betrokken blijven bij de herbeoordeling. NEN had moeten ingrijpen en daar een andere keuze in moeten maken, aldus [eiser] . 3.4. NEN heeft verder een ad hoc bezwaarprocedure gevolgd die volgens [eiser] onvoldoende waarborgen bevat voor een onafhankelijke toets. Daarmee voldoet NEN niet aan de hoge eisen die gesteld mogen worden aan een instantie die volgens [eiser] publieke verantwoordelijkheid draagt voor publiekrechtelijke normen. Vanwege het ontbreken van een goede bezwaarprocedure in NCS 7201, moet de bezwaarprocedure van Handboek Schemabeer worden toegepast, aldus [eiser] . 3.5. NEN voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4 De beoordeling van het geschil 4.1. De voorzieningenrechter kan in kort geding in spoedeisende zaken een voorlopige voorziening geven. Daarbij moet de voorzieningenrechter beoordelen of de ingestelde vorderingen in een bodemprocedure zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. 4.2. Tijdens de zitting zijn vragen gerezen over het belang van Adviescommissie van experts: is onafhankelijk en beoordeelt het draaiboek en de rapportage van de proeven en de proefresultaten. Commissie Schemabeheer: aan deze commissie legt het CvD verantwoording af, op eenzelfde manier als een normcommissie aan een beleidscommissie. Aanvrager van de zelfverklaring: voert de paalproeven uit, levert gegevens aan bij NEN en stelt de zelfverklaring op. Onafhankelijke toezichthouder bij de paalproeven: is de geotechnisch adviseur die of het ingenieursbureau dat de leverancier inhuurt om de paalbelastingsproeven te begeleiden. Deze toezichthouder mag niet gelieerd zijn aan de leverancier of aan de moedermaatschappij van de leverancier. NEN: beheert het systeem voor zelfverklaring van de paalbelastingsproeven en voert het secretariaat.” 4.7. In artikel 6 van NCS 7201 zijn de taken van NEN opgenomen: “NEN vervult de secretariaatsfunctie voor het CvD, de experts en de leverancier. De taken van NEN zijn als volgt: ontvangen van de aanmelding van de leverancier; informeren van het CvD en de voorzitter van de adviescommissie van experts; meedelen aan de leverancier wie de experts zijn; ontvangen van het draaiboek, dit doorsturen naar de betrokken experts en de voorzitter van het CvD; ontvangen van het commentaar van de experts op het draaiboek en dit sturen aan de leverancier; ontvangen van de proefresultaten en de paalklassefactoren en deze sturen aan de experts; regelen van overleg tussen experts en leverancier, indien nodig; sturen van het voorlopig advies, het eindadvies en het eventueel tweede eindadvies aan de leverancier; ontvangen van de zelfverklaring van de leverancier en deze controleren op volledigheid; bijhouden van het register; informeren van belanghebbende partijen in de geotechnische wereld over wijziging van het register; verzorgen van het jaarlijkse onderhoud, administratie en facturering van het register. Elk jaar ontvangen leveranciers een factuur voor de vaste kosten en een certificaat.” 4.8. Uit deze bepalingen en het systeem van de zelfverklaring, dat nader is omschreven onder 2.4 tot en met 2.9, volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat NEN een faciliterende rol heeft en niet zelf een inhoudelijk oordeel moet of zou moeten vormen ter zake de zelfverklaring. Bij een zelfverklaring is het immers het bedrijf zelf dat verklaart dat het product voldoet aan een bepaalde norm, zonder dat dit door een onafhankelijke certificerende instantie is gecontroleerd. Bovendien worden voor de beoordeling van het volgen van de toepasselijke procedures en de rapportage van de proeven experts ingeschakeld. Ten aanzien van (bezwaar)punten 1) en 2) van [eiser] heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter dus te gelden dat het aan de benoemde experts is om dit te beoordelen, te toetsen en controleren. Het controleren of de proeven technisch inhoudelijk voldoen aan de norm(en) en of bij de proeven de in NCS 7201 beschreven procedure correct is gevolgd, is geen taak van NEN en valt in die zin niet onder haar verantwoordelijkheid. Evenmin is het aan NEN om te toetsen op welke wijze de toezichthouder betrokken is geweest bij de proeven. Ook dat is onderdeel van hetgeen de benoemde experts toetsen en controleren. Als de experts volgens [eiser] dus (technisch gezien) tot een verkeerd oordeel komen, dan zijn het de experts, niet NEN, die daarvoor de verantwoordelijkheid dragen. De voorzieningenrechter heeft overigens in deze procedure geenszins de indruk gekregen dat van tekortkomingen door de experts sprake zou zijn. 4.9. De punten 3), 4) en 5) van [eiser] zien op de benoemde experts. Hiervoor zijn de bepalingen over het CvD en de adviescommissie van experts relevant. Ten aanzien van het CvD is in artikel 5.2 van NCS 7201 het volgende bepaald: “Het CvD wordt benoemd door en legt verantwoording af aan de commissie Schemabeheer. Het CvD wordt daarmee een NEN-commissie.” 4.10. Artikel 5.3 van NCS 7201 geeft een nadere beschrijving van de adviescommissie van experts, de werkwijze, en de tak van NCS 7201 is geen sprake en van onzorgvuldig handelen van NEN ten aanzien van dit punt daarmee ook niet. 4.14. Met betrekking tot punt 5) stelt [eiser] zich op het standpunt dat, hoewel er naar aanleiding van zijn bezwaar een herbeoordeling plaatsvindt en hij ook van mening is dat die herbeoordeling moet plaatsvinden, de huidige herbeoordeling bij voorbaat onzuiver is, omdat de drie bij de aanvankelijke beoordeling betrokken experts ook betrokken zijn bij de herbeoordeling. In het verlengde daarvan meent [eiser] dat NEN onzorgvuldig handelt door de drie eerdere experts te betrekken bij de herbeoordeling. 4.15. De voorzieningenrechter volgt [eiser] niet in zijn betoog. Om te beginnen is in artikel 7.1 onder 9) van NCS 7201 opgenomen: “De experts beoordelen de rapportage met de mogelijkheid van herbeoordeling (zie 6.3.3). Er zijn twee mogelijkheden: (…)” Dit artikel geeft de benoemde experts dus de mogelijkheid tot herbeoordeling. Volgens [eiser] bestaat reële vrees dat de benoemde experts er belang bij hebben dat hun eerdere eventuele onzorgvuldigheden of onjuistheden in de beoordeling niet te groot worden gemaakt en de zelfverklaring alsnog geaccordeerd wordt, zodat zij geen gezichtsverlies lijden. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt niet. Immers zijn niet alleen de drie aanvankelijk benoemde experts bij de herbeoordeling betrokken, maar zijn óók – in overleg met [eiser] – drie andere experts door NEN bij de herbeoordeling betrokken. Deze drie extra experts waren ook betrokken bij de zelfverklaringen van [eiser] , waarvan [eiser] stelt dat die volledig correct en volledig conform NEN 7201 en NCS 7201 tot stand zijn gekomen. Daarmee waarborgt NEN – naar het oordeel van de voorzieningenrechter – voldoende dat er voldoende zorgvuldig naar de eerdere beoordeling wordt gekeken. Uit niets blijkt dat de bij de herbeoordeling betrokken experts op enige wijze een persoonlijk belang hebben – of onvoldoende professioneel zijn – zodat een zuivere herbeoordeling niet gewaarborgd zou zijn. 4.16. Bovendien acht de voorzieningenrechter de door [eiser] gestelde vrees ten aanzien van de drie eerder benoemde experts onterecht. Zij hebben weliswaar zelf de bezwaren van [eiser] op hun eigen beoordeling gewogen, maar dat op zich rechtvaardigt de twijfel van [eiser] niet. Er is juist uit gebleken dat zij zorgvuldig hebben gekeken naar de bezwaren van [eiser] . Immers hebben zij concreet inhoudelijk op zijn bezwaren gereageerd en verklaard om het een en ander naar aanleiding daarvan aan te passen. Daarmee hebben de drie betreffende experts laten zien kritisch naar de eigen beoordeling te kijken. Dat getuigt er juist van dat bij deze experts ook een herbeoordeling in goede handen is. 4.17. Voorgaande maakt dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat NEN in redelijkheid heeft kunnen besluiten de drie eerder benoemde experts te betrekken bij de herbeoordeling. Het betrekken van drie extra experts getuigt van (extra) zorgvuldigheid van NEN. Dit leidt tot de conclusie dat er geen gegronde reden is om van NEN te verlangen dat zij drie nieuwe onafhankelijke experts aanwijst voor de herbeoordeling. Zowel de vordering van [eiser] om NEN drie nieuwe experts te laten benoemen voor een (nieuwe) herbeoordeling als de vordering in het verlengde daarvan om de zelfverklaringen in de tussentijd geschorst te houden, worden dan ook afgewezen. 4.18. Ten aanzien van de vordering voor het publiceren van een persbericht over de technisch inhoudelijke reden van schorsing van de zelfverklaring stelt [eiser] dat er door het uitblijven daarvan oneerlijke mededinging en onduidelijkheid in de markt blijft bestaan. De voorzieningenrechter ziet geen grond voor toewijzing van deze vordering. [eiser] heeft niet, althans onvoldoende, toegelicht waarom NEN gehouden zou zijn een dergelijk nader persbericht te publiceren. Bovendien heeft NEN reeds een persbericht over de huidige schorsing uitgebracht en later ook een update over de laatste stand van zaken gegeven. Een verp