Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-30
ECLI:NL:RBDHA:2026:10479
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,051 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10479 text/xml public 2026-05-04T10:35:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-30 NL26.16989 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10479 text/html public 2026-05-04T10:35:36 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10479 Rechtbank Den Haag , 30-04-2026 / NL26.16989 Dublin Oostenrijk. Vovo afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.16989 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. L. Sinoo), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. H. van Dooren). Procesverloop Bij besluit van 26 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.16988, op 21 april 2026 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.16988, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 30 april 2026 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10479 text/xml public 2026-05-04T10:35:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-30 NL26.16989 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10479 text/html public 2026-05-04T10:35:36 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10479 Rechtbank Den Haag , 30-04-2026 / NL26.16989 Dublin Oostenrijk. Vovo afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.16989 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. L. Sinoo), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. H. van Dooren). Procesverloop Bij besluit van 26 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.16988, op 21 april 2026 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.16988, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 30 april 2026 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.