Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-01
ECLI:NL:RBDHA:2026:10418
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,219 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10418 text/xml public 2026-05-08T18:00:09 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-01 NL25.35727 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10418 text/html public 2026-05-01T15:12:02 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10418 Rechtbank Den Haag , 01-05-2026 / NL25.35727 Het beroep is ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom eiseres met haar verklaringen, ook in samenhang met de overgelegde documenten bezien, niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar kinderen bij terugkeer naar Georgië een reëel risico lopen op ernstige schade. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.35727 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] (eiseres) en haar zonen: [zoon 1] en [zoon 2] , V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] en [V-nummer 3] (samen te noemen: eisers) (gemachtigde: mr. M.H. van der Linden), en de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. P.J. Halbesma). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw . Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben (gezamenlijk) een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stellen van Georgische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 1988, [geboortedatum 2] 2010 en [geboortedatum 3] 2012. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, [naam 1] als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eiseres stelt dat zij en haar kinderen Georgië hebben verlaten vanwege problemen met haar ex-partner ([naam 2]/[naam 2]). Zij heeft verklaard dat zij met deze partner ongehuwd samen was vanaf 2005. Rond 2016 heeft eiseres besloten de relatie te beëindigen. Zij heeft verklaard dat zij vanaf 2009 te maken kreeg met (huiselijk) geweld van de zijde van haar ex-partner. Ondanks het beëindigen van de relatie in 2016 vonden er in 2017 en 2022 incidenten plaats met fysiek geweld en eiseres stelt nog altijd structureel achtervolgd en bedreigd te worden door haar ex-partner. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven: - identiteit, nationaliteit en herkomst; - problemen met ex-partner van eiseres. 4.1. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig zijn. Het asielmotief met betrekking tot de problemen van eiseres met haar ex-partner, wordt niet op geloofwaardigheid beoordeeld. De minister heeft zich ten aanzien van het tweede asielmotief aldus beperkt tot de beoordeling van de zwaarwegendheid. Hij heeft daarvoor verwezen naar Werkinstructie 2024/6 en paragraaf C1/4.1, onder 5, van de Vreemdelingencirculaire. De minister is van mening dat wat er ook zij van de geloofwaardigheid van dit asielmotief, verlening van de gevraagde asielvergunning zal stranden op de beoordeling van de zwaarwegendheid. 4.2. Ten aanzien van het geloofwaardig bevonden asielmotief (identiteit, nationaliteit en herkomst) stelt de minister zich op het standpunt dat dat onvoldoende reden vormt om eisers aan te merken als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag . Uit de verklaringen blijkt niet dat eisers een gegronde vrees voor vervolging hebben. Eisers hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Georgië een reëel risico lopen op ernstige schade. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond. De beroepsgronden van eisers Geloofwaardigheidsbeoordeling 5. Eiseres heeft in de gronden van beroep gesteld dat de minister het tweede asielmotief, de problemen met de ex-partner, ook op geloofwaardigheid had moeten beoordelen en niet alleen op zwaarwegendheid. Op zitting heeft de gemachtigde van eisers deze beroepsgrond laten vallen. Zorgplicht voor (groot)moeder en terugkeer naar Georgië 5.1. Eiseres is van mening dat haar niet kan worden verweten dat zij, ondanks haar vrees voor haar ex-partner, ervoor heeft gekozen om in februari 2025 vrijwillig terug te keren naar Georgië. Zij heeft daarvoor gewezen op de omstandigheden die haar noopten tot een tijdelijke (de intentie was voor maximaal 10 dagen) terugkeer. Haar moeder, waar haar zonen bij verbleven, bleek ziek en zij was van mening dat zij de noodzakelijke zorg aan haar moeder moest verlenen. Toen zij daar was bleek haar moeder ernstiger ziek te zijn dan aangenomen waardoor zij zich genoodzaakt voelde langer te blijven. Uiteindelijk is haar moeder eind maart 2025 overleden. Eiseres wist dat zij risico liep door terug te keren naar Georgië, maar was genoodzaakt om voor haar moeder te zorgen. Tijdens haar verblijf in Georgië heeft eiseres op 3 april 2025 van haar voormalige schoonzus (zus van haar ex-partner) vernomen dat haar ex-partner zwaar was mishandeld door vijanden en in het ziekenhuis was opgenomen. Zij stelt dat het daarom niet vreemd is geweest dat zij gedurende haar verblijf in Georgië geen rechtstreeks contact heeft gehad met haar ex-partner. Wel heeft de ex-partner eiseres, via haar zonen, laten weten dat zij haar social media accounts moest sluiten. Reëel risico op ernstige schade bij terugkeer 5.2. Eiseres is stellig van mening dat zij en haar zonen bij terugkeer naar Georgië een reëel risico op ernstige schade lopen. Eiseres is al 13 jaar het slachtoffer van systematisch psychologisch en fysiek geweld. Eiseres vreest in de eerste plaats erg voor haar ex-partner en maakt zich ook veel zorgen om haar kinderen. Eiseres meent dat ze die vrees voldoende heeft aangetoond met concrete bewijsmiddelen, zoals videomateriaal, medische rapporten, geluidopnames en screenshots van berichten en informatie die zij heeft ontvangen van of via familieleden van de ex-partner. Eiseres heeft er daarbij ook op gewezen dat zij ook in het buitenland werd gevonden door een vriend van haar ex-partner. Eiseres stelt verder dat zij en haar kinderen bij terugkeer naar Georgië ook gevaar lopen op schade toegebracht door vijanden van haar ex-partner die hem gedreigd hebben hun woede ook te verhalen op bijvoorbeeld de kinderen. Eiseres is van mening dat de door haar genoemde ervaringen met onder meer het justitieel apparaat passen in hetgeen over Georgië bekend is. Bescherming 5.3. Volgens eiseres heeft het geen zin om in Georgië bescherming van de autoriteiten te vragen, omdat de politie corrupt is en niets doet. Eiseres stelt dat haar ex-partner connecties heeft binnen justitie. Zij wijst er in dat verband op dat een straf waartoe hij was veroordeeld om voor haar onbegrijpelijke redenen is gematigd. Eiseres is ervan overtuigd dat haar ex-partner zich niet zal laten tegenhouden door een contactverbod, bovendien heeft zo’n contactverbod maar een beperkte geldigheidsduur. Eiseres wijst er verder op dat zij na een incident met haar ex, een medische behandeling nodig had in het ziekenhuis. Ondanks het feit dat hiervan medische- en politiebewijzen waren, is er geen onderzoek gestart en is eiser daarvoor ook niet vervolgd. Eiseres is ervan overtuigd dat dit het gevolg is van inmenging door invloedrijke vrienden van haar ex-partner binnen het justitieel apparaat.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10418 text/xml public 2026-05-08T18:00:09 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-01 NL25.35727 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10418 text/html public 2026-05-01T15:12:02 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10418 Rechtbank Den Haag , 01-05-2026 / NL25.35727 Het beroep is ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom eiseres met haar verklaringen, ook in samenhang met de overgelegde documenten bezien, niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar kinderen bij terugkeer naar Georgië een reëel risico lopen op ernstige schade. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.35727 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] (eiseres) en haar zonen: [zoon 1] en [zoon 2] , V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] en [V-nummer 3] (samen te noemen: eisers) (gemachtigde: mr. M.H. van der Linden), en de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. P.J. Halbesma). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw . Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben (gezamenlijk) een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stellen van Georgische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 1988, [geboortedatum 2] 2010 en [geboortedatum 3] 2012. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, [naam 1] als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eiseres stelt dat zij en haar kinderen Georgië hebben verlaten vanwege problemen met haar ex-partner ([naam 2]/[naam 2]). Zij heeft verklaard dat zij met deze partner ongehuwd samen was vanaf 2005. Rond 2016 heeft eiseres besloten de relatie te beëindigen. Zij heeft verklaard dat zij vanaf 2009 te maken kreeg met (huiselijk) geweld van de zijde van haar ex-partner. Ondanks het beëindigen van de relatie in 2016 vonden er in 2017 en 2022 incidenten plaats met fysiek geweld en eiseres stelt nog altijd structureel achtervolgd en bedreigd te worden door haar ex-partner. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven: - identiteit, nationaliteit en herkomst; - problemen met ex-partner van eiseres. 4.1. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig zijn. Het asielmotief met betrekking tot de problemen van eiseres met haar ex-partner, wordt niet op geloofwaardigheid beoordeeld. De minister heeft zich ten aanzien van het tweede asielmotief aldus beperkt tot de beoordeling van de zwaarwegendheid. Hij heeft daarvoor verwezen naar Werkinstructie 2024/6 en paragraaf C1/4.1, onder 5, van de Vreemdelingencirculaire. De minister is van mening dat wat er ook zij van de geloofwaardigheid van dit asielmotief, verlening van de gevraagde asielvergunning zal stranden op de beoordeling van de zwaarwegendheid. 4.2. Ten aanzien van het geloofwaardig bevonden asielmotief (identiteit, nationaliteit en herkomst) stelt de minister zich op het standpunt dat dat onvoldoende reden vormt om eisers aan te merken als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag . Uit de verklaringen blijkt niet dat eisers een gegronde vrees voor vervolging hebben. Eisers hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Georgië een reëel risico lopen op ernstige schade. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond. De beroepsgronden van eisers Geloofwaardigheidsbeoordeling 5. Eiseres heeft in de gronden van beroep gesteld dat de minister het tweede asielmotief, de problemen met de ex-partner, ook op geloofwaardigheid had moeten beoordelen en niet alleen op zwaarwegendheid. Op zitting heeft de gemachtigde van eisers deze beroepsgrond laten vallen. Zorgplicht voor (groot)moeder en terugkeer naar Georgië 5.1. Eiseres is van mening dat haar niet kan worden verweten dat zij, ondanks haar vrees voor haar ex-partner, ervoor heeft gekozen om in februari 2025 vrijwillig terug te keren naar Georgië. Zij heeft daarvoor gewezen op de omstandigheden die haar noopten tot een tijdelijke (de intentie was voor maximaal 10 dagen) terugkeer. Haar moeder, waar haar zonen bij verbleven, bleek ziek en zij was van mening dat zij de noodzakelijke zorg aan haar moeder moest verlenen. Toen zij daar was bleek haar moeder ernstiger ziek te zijn dan aangenomen waardoor zij zich genoodzaakt voelde langer te blijven. Uiteindelijk is haar moeder eind maart 2025 overleden. Eiseres wist dat zij risico liep door terug te keren naar Georgië, maar was genoodzaakt om voor haar moeder te zorgen. Tijdens haar verblijf in Georgië heeft eiseres op 3 april 2025 van haar voormalige schoonzus (zus van haar ex-partner) vernomen dat haar ex-partner zwaar was mishandeld door vijanden en in het ziekenhuis was opgenomen. Zij stelt dat het daarom niet vreemd is geweest dat zij gedurende haar verblijf in Georgië geen rechtstreeks contact heeft gehad met haar ex-partner. Wel heeft de ex-partner eiseres, via haar zonen, laten weten dat zij haar social media accounts moest sluiten. Reëel risico op ernstige schade bij terugkeer 5.2. Eiseres is stellig van mening dat zij en haar zonen bij terugkeer naar Georgië een reëel risico op ernstige schade lopen. Eiseres is al 13 jaar het slachtoffer van systematisch psychologisch en fysiek geweld. Eiseres vreest in de eerste plaats erg voor haar ex-partner en maakt zich ook veel zorgen om haar kinderen. Eiseres meent dat ze die vrees voldoende heeft aangetoond met concrete bewijsmiddelen, zoals videomateriaal, medische rapporten, geluidopnames en screenshots van berichten en informatie die zij heeft ontvangen van of via familieleden van de ex-partner. Eiseres heeft er daarbij ook op gewezen dat zij ook in het buitenland werd gevonden door een vriend van haar ex-partner. Eiseres stelt verder dat zij en haar kinderen bij terugkeer naar Georgië ook gevaar lopen op schade toegebracht door vijanden van haar ex-partner die hem gedreigd hebben hun woede ook te verhalen op bijvoorbeeld de kinderen. Eiseres is van mening dat de door haar genoemde ervaringen met onder meer het justitieel apparaat passen in hetgeen over Georgië bekend is. Bescherming 5.3. Volgens eiseres heeft het geen zin om in Georgië bescherming van de autoriteiten te vragen, omdat de politie corrupt is en niets doet. Eiseres stelt dat haar ex-partner connecties heeft binnen justitie. Zij wijst er in dat verband op dat een straf waartoe hij was veroordeeld om voor haar onbegrijpelijke redenen is gematigd. Eiseres is ervan overtuigd dat haar ex-partner zich niet zal laten tegenhouden door een contactverbod, bovendien heeft zo’n contactverbod maar een beperkte geldigheidsduur. Eiseres wijst er verder op dat zij na een incident met haar ex, een medische behandeling nodig had in het ziekenhuis. Ondanks het feit dat hiervan medische- en politiebewijzen waren, is er geen onderzoek gestart en is eiser daarvoor ook niet vervolgd. Eiseres is ervan overtuigd dat dit het gevolg is van inmenging door invloedrijke vrienden van haar ex-partner binnen het justitieel apparaat.
Volledig
De ex-partner heeft eiseres ook persoonlijk verteld dat de hulp van de politie inroepen haar niet zal kunnen baten. Doordat eiseres geen bescherming heeft gekregen, was zij genoodzaakt om met haar kinderen te vertrekken. Het oordeel van de rechtbank 6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom eiseres met haar verklaringen, ook in samenhang met de overgelegde documenten bezien, niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar kinderen bij terugkeer naar Georgië een reëel risico lopen op ernstige schade. De minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat de vrees van eiseres voor enerzijds haar ex-partner en anderzijds zijn vijanden enkel is gebaseerd op vermoedens en aannames. 7. Anders dan eiseres stelt, heeft de minister aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij (ondanks haar gestelde vrees) in februari 2025 vrijwillig is teruggekeerd naar Georgië. De rechtbank is van oordeel dat eiseres daarmee, ondanks haar gestelde grote vrees voor schade door haar ex-partner, het risico heeft genomen op nieuwe confrontaties met haar ex-partner. Eiseres heeft vervolgens niet aannemelijk gemaakt waarom er gedurende de periode dat zij in Georgië heeft verbleven geen enkel rechtstreeks contact is geweest tussen haar en haar ex-partner, terwijl zij in die periode wel in de openbaarheid is verschenen. Eiseres heeft er weliswaar op gewezen dat haar ex-partner vanaf 3 april 2025 in het ziekenhuis heeft verbleven waardoor een rechtstreeks confrontatie niet mogelijk was, maar daarmee heeft zij niet aannemelijk gemaakt waarom er geen enkel contact is geweest in de periode van februari 2025 tot 3 april 2025. Dat zij wellicht niet vindbaar zou zijn geweest voor haar ex-partner lijkt niet aannemelijk nu zij wel contact heeft gehad met haar ex-schoonzus die haar vertelde dat de ex-partner op 3 april 2025 was mishandeld en in het ziekenhuis was opgenomen. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt waarom zij ondanks de door haar gestelde vrees, zij geen reden heeft gezien om na het overlijden van haar moeder (eind maart 2025) meteen Georgië te verlaten maar daar tot 26 mei 2025 nog heeft verbleven. Eiseres heeft evenmin in de bedreigingen, die zouden zijn geuit door de vijanden van haar ex-partner, jegens haar en haar zonen, en waarvan eiseres kennis heeft gekregen via haar ex-schoonzus, aanleiding gevonden om zo spoedig mogelijk na 3 april 2025 Georgië te verlaten. 8. De minister heeft er ook terecht op gewezen dat eerdere meldingen van eiseres door de politie wel in behandeling zijn genomen. Eiseres heeft aangifte gedaan van de twee incidenten van fysiek geweld in 2017 en 2022, die wel in behandeling zijn genomen. Van bijvoorbeeld het incident in 2022 heeft eiseres op voorstel van de politie aangifte gedaan wat vervolgens heeft geleid tot een contactverbod van 90 dagen opgelegd aan haar ex-partner. Dat het contactverbod een geringe uitwerking heeft gehad omdat enerzijds haar ex-partner gedurende een groot deel van die periode gedetineerd was en anderzijds eiseres er zelf voor heeft gekozen om gedurende die periode het land te verlaten, doet er niet aan af dat er wel degelijk sprake is geweest van een beschermingsmaatregel vanwege de Georgische autoriteiten. De minister heeft hieruit kunnen concluderen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Georgische autoriteiten haar niet kunnen helpen of beschermen. 9. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat de verklaringen van eiseres over haar ex-partner en zijn connecties, bijvoorbeeld binnen het justitieel apparaat en binnen het criminele milieu, vaag zijn. Dat sprake is van corruptie en de ex-partner invloed heeft binnen de politie betreft enkel een vermoeden van eiseres. Eiseres heeft dit niet onderbouwd en uit de overgelegde documenten kan dit niet overtuigend worden afgeleid. Dat de ex-partner gevrijwaard zou zijn van justitieel optreden wordt weersproken door het feit dat die ex-partner wel degelijk strafrechtelijk vervolgd werd en ook gedetineerd is geweest. De omstandigheid dat de ex-partner zelf slachtoffer is geworden van gewelddadig optreden vanuit het criminele milieu, maakt de stelling van eiseres dat haar ex-partner beschermd zou worden door en invloed zou hebben binnen het criminele milieu, niet aannemelijk. 10. Tot slot overweegt de rechtbank dat de minister heeft kunnen concluderen dat eiseres zich bij voorkomende problemen in Georgië tot de Georgische autoriteiten kan wenden. Het is gebleken noch aannemelijk gemaakt dat dit voor haar onmogelijk of op voorhand zinloos is. Uit de enkele omstandigheid dat een aangifte niet tot vervolging heeft geleid kan niet de conclusie worden getrokken dat het doen van aangifte geheel zinloos is. Immers heeft eiseres niet onderbouwd om welke reden in het betreffende geval is afgezien van vervolging. Dat het opvragen van stukken daarover niet mogelijk is, heeft zij evenmin onderbouwd. De beroepsgronden slagen niet. Conclusie en gevolgen 11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van mr. T.C. Kasper-Kleve, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000 Artikel 4.1, lid 5 jo. lid 6 van paragraaf C1 van de Vreemdelingencirculaire. Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, Genève, artikel 1a. In de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)
Volledig
De ex-partner heeft eiseres ook persoonlijk verteld dat de hulp van de politie inroepen haar niet zal kunnen baten. Doordat eiseres geen bescherming heeft gekregen, was zij genoodzaakt om met haar kinderen te vertrekken. Het oordeel van de rechtbank 6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom eiseres met haar verklaringen, ook in samenhang met de overgelegde documenten bezien, niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar kinderen bij terugkeer naar Georgië een reëel risico lopen op ernstige schade. De minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat de vrees van eiseres voor enerzijds haar ex-partner en anderzijds zijn vijanden enkel is gebaseerd op vermoedens en aannames. 7. Anders dan eiseres stelt, heeft de minister aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij (ondanks haar gestelde vrees) in februari 2025 vrijwillig is teruggekeerd naar Georgië. De rechtbank is van oordeel dat eiseres daarmee, ondanks haar gestelde grote vrees voor schade door haar ex-partner, het risico heeft genomen op nieuwe confrontaties met haar ex-partner. Eiseres heeft vervolgens niet aannemelijk gemaakt waarom er gedurende de periode dat zij in Georgië heeft verbleven geen enkel rechtstreeks contact is geweest tussen haar en haar ex-partner, terwijl zij in die periode wel in de openbaarheid is verschenen. Eiseres heeft er weliswaar op gewezen dat haar ex-partner vanaf 3 april 2025 in het ziekenhuis heeft verbleven waardoor een rechtstreeks confrontatie niet mogelijk was, maar daarmee heeft zij niet aannemelijk gemaakt waarom er geen enkel contact is geweest in de periode van februari 2025 tot 3 april 2025. Dat zij wellicht niet vindbaar zou zijn geweest voor haar ex-partner lijkt niet aannemelijk nu zij wel contact heeft gehad met haar ex-schoonzus die haar vertelde dat de ex-partner op 3 april 2025 was mishandeld en in het ziekenhuis was opgenomen. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt waarom zij ondanks de door haar gestelde vrees, zij geen reden heeft gezien om na het overlijden van haar moeder (eind maart 2025) meteen Georgië te verlaten maar daar tot 26 mei 2025 nog heeft verbleven. Eiseres heeft evenmin in de bedreigingen, die zouden zijn geuit door de vijanden van haar ex-partner, jegens haar en haar zonen, en waarvan eiseres kennis heeft gekregen via haar ex-schoonzus, aanleiding gevonden om zo spoedig mogelijk na 3 april 2025 Georgië te verlaten. 8. De minister heeft er ook terecht op gewezen dat eerdere meldingen van eiseres door de politie wel in behandeling zijn genomen. Eiseres heeft aangifte gedaan van de twee incidenten van fysiek geweld in 2017 en 2022, die wel in behandeling zijn genomen. Van bijvoorbeeld het incident in 2022 heeft eiseres op voorstel van de politie aangifte gedaan wat vervolgens heeft geleid tot een contactverbod van 90 dagen opgelegd aan haar ex-partner. Dat het contactverbod een geringe uitwerking heeft gehad omdat enerzijds haar ex-partner gedurende een groot deel van die periode gedetineerd was en anderzijds eiseres er zelf voor heeft gekozen om gedurende die periode het land te verlaten, doet er niet aan af dat er wel degelijk sprake is geweest van een beschermingsmaatregel vanwege de Georgische autoriteiten. De minister heeft hieruit kunnen concluderen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Georgische autoriteiten haar niet kunnen helpen of beschermen. 9. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat de verklaringen van eiseres over haar ex-partner en zijn connecties, bijvoorbeeld binnen het justitieel apparaat en binnen het criminele milieu, vaag zijn. Dat sprake is van corruptie en de ex-partner invloed heeft binnen de politie betreft enkel een vermoeden van eiseres. Eiseres heeft dit niet onderbouwd en uit de overgelegde documenten kan dit niet overtuigend worden afgeleid. Dat de ex-partner gevrijwaard zou zijn van justitieel optreden wordt weersproken door het feit dat die ex-partner wel degelijk strafrechtelijk vervolgd werd en ook gedetineerd is geweest. De omstandigheid dat de ex-partner zelf slachtoffer is geworden van gewelddadig optreden vanuit het criminele milieu, maakt de stelling van eiseres dat haar ex-partner beschermd zou worden door en invloed zou hebben binnen het criminele milieu, niet aannemelijk. 10. Tot slot overweegt de rechtbank dat de minister heeft kunnen concluderen dat eiseres zich bij voorkomende problemen in Georgië tot de Georgische autoriteiten kan wenden. Het is gebleken noch aannemelijk gemaakt dat dit voor haar onmogelijk of op voorhand zinloos is. Uit de enkele omstandigheid dat een aangifte niet tot vervolging heeft geleid kan niet de conclusie worden getrokken dat het doen van aangifte geheel zinloos is. Immers heeft eiseres niet onderbouwd om welke reden in het betreffende geval is afgezien van vervolging. Dat het opvragen van stukken daarover niet mogelijk is, heeft zij evenmin onderbouwd. De beroepsgronden slagen niet. Conclusie en gevolgen 11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van mr. T.C. Kasper-Kleve, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000 Artikel 4.1, lid 5 jo. lid 6 van paragraaf C1 van de Vreemdelingencirculaire. Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, Genève, artikel 1a. In de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)