Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-28
ECLI:NL:RBDHA:2026:10147
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,718 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10147 text/xml public 2026-04-30T08:10:15 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-28 NL26.6394 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10147 text/html public 2026-04-30T08:05:25 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10147 Rechtbank Den Haag , 28-04-2026 / NL26.6394 Vrijwillig vertrek COa – geen recent contact – beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.6394 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, v-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. E. Yilmaz), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij het besluit van 29 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. 2. Naar aanleiding van het bericht van verweerder van 21 april 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft op 24 april 2026 meegedeeld dat hij voor het laatst op 10 februari 2026 via e-mail contact heeft gehad met eiser, nadien geen contact met hem heeft kunnen verkrijgen en van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft vernomen dat eiser vrijwillig is vertrokken. 3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt. De rechtbank concludeert dat uit de informatie van de gemachtigde van eiser niet blijkt dat er recent contact is geweest. 4. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. 5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 28 april 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Algemene wet bestuursrecht.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10147 text/xml public 2026-04-30T08:10:15 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-28 NL26.6394 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10147 text/html public 2026-04-30T08:05:25 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10147 Rechtbank Den Haag , 28-04-2026 / NL26.6394 Vrijwillig vertrek COa – geen recent contact – beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.6394 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, v-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. E. Yilmaz), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij het besluit van 29 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. 2. Naar aanleiding van het bericht van verweerder van 21 april 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft op 24 april 2026 meegedeeld dat hij voor het laatst op 10 februari 2026 via e-mail contact heeft gehad met eiser, nadien geen contact met hem heeft kunnen verkrijgen en van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft vernomen dat eiser vrijwillig is vertrokken. 3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt. De rechtbank concludeert dat uit de informatie van de gemachtigde van eiser niet blijkt dat er recent contact is geweest. 4. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. 5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 28 april 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Algemene wet bestuursrecht.