Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-29
ECLI:NL:RBDHA:2026:10131
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
7,606 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10131 text/xml public 2026-05-07T13:26:50 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-29 09/226564.25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10131 text/html public 2026-05-07T13:26:09 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10131 Rechtbank Den Haag , 29-04-2026 / 09/226564.25 Veroordeling wegens mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot. Gevangenisstraf van vier weken, geheel voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling. Bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar. Voorts oplegging tot een taakstraf van 80 uren. Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/226564-25 Datum uitspraak: 29 april 2026 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), BRP-adres: [adres 1] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 15 april 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.C. van Kampen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. Y. Izgi naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 augustus 2025 te [plaats] [aangeefster] , heeft mishandeld, door - haar een of meermalen in en/of tegen het gezicht te slaan dan wel te stompen, - haar een of meermalen tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen, en/of - haar aan haar haren te trekken, en/of - spullen tegen haar te gooien, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote. 3 De bewijsbeslissing 3.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. 3.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. 3.3. Gebruikte bewijsmiddelen De rechtbank heeft hierna de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025284610, van de politie eenheid Den Haag, (doorgenummerd pagina 1 t/m 73). 1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , opgemaakt op 22 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 8-9): Ik woon samen met mijn man [verdachte] en mijn dochter. Wij wonen te [plaats] . Vandaag, 22 augustus 2025, was ik in onze woning met [verdachte] . Ik wilde met hem het gesprek aangaan, maar hierop was hij geflipt. Vervolgens heeft hij ten eerste een fles wasverzachter op mij gegooid. Hierop gleed ik uit over de wasverzachter, waardoor ik nu pijn aan mijn bil en rug heb. Toen ik op de grond lag kwam hij bij mij staan en begon hij mij te stompen op mijn hoofd en lichaam. Ook begon hij mij te schoppen. Vervolgens begon hij aan mijn haar te trekken en trok hij mij aan mijn haren mee naar de gang. De baby zag alles en was aan het huilen. Ik wilde haar pakken en mijzelf beschermen. Hierop pakte hij een bijzettafel op en gooide die naar mij toe, waarop de tafel tegen mijn been aankwam. Hierop viel ik weer op de grond, waarop hij mij weer begon te slaan en schoppen op hoofd en lichaam. Ik lag op de grond en schermde mij hoofd af met mij armen. Van achteren schopte hij mij in mijn rug. Ik heb door de mishandeling pijn in billen en rug. Ik heb een bult op mijn hoofd. Ook heb ik last van mijn nek. Op mijn armen, knieën en borst heb ik blauwe plekken. De politie heeft foto's gemaakt van alles waarvan foto's gemaakt konden worden. 2. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, opgemaakt op 23 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 12): Gisteren is het echt uit de hand gelopen en ben ik ook echt met een vuist geslagen en ben ik geschopt tegen mijn hoofd en rug. 3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 22 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 18): Op 22 augustus 2025 kregen wij het verzoek te gaan naar [adres 1] . Wij zagen in de woning dat het een troep was. Wij zagen dat melder en tevens slachtoffer genaamd [aangeefster] erg emotioneel was. Wij hoorde haar vertellen dat ze zojuist mishandeld was. Wij zagen en hoorde dat ze heel erg angstig was. Wij hoorde haar zeggen of hij nu komt aan lopen. Wij zagen dat ze meerdere keren door het raam keek. Wij zagen dat ze meerdere keren naar de toegangsdeur keek. Wij hoorde haar zeggen dat ze angstig was. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat verbalisant [verbalisant 2] met de buren aan het praten was. Ik hoorde op dat moment [aangeefster] angstig vragen of haar man voor de deur staat omdat ze stem geluiden hoorde. Ik zag dat ze emotioneel werd en paniek kreeg. Ik hoorde haar zeggen dat ze erg bang was. Ik heb haar toen gerust gesteld. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , hoorde van de van buren op [huisnummer] dat zij vaker geruzie en gestommel horen. Ik hoorde ze zeggen dat ze ook vandaag vlak voordat politie ter plaatse was geruzie en gestommel hoorden. Ik had contact met het tweejarig kind van [aangeefster] . Ik zag dat het kind op een gegeven moment een tafelpoot, die kapot was, pakte en aan mij gaf. Wij hoorde haar meerdere keren zeggen dat ze angstig was en niet wil dat hij haar nu zou zien. 4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 21-22): Op 22 augustus 2025 kregen wij het verzoek te gaan naar [adres 1] . Wij zagen dat de woning een complete ravage was. Ik zag dat er overal huisraad lag, wat kapot was. In de kleine slaapkamer was de complete kledingkast leeg en lag de kleding op de grond. Verder lag overal kleine goederen door de woning. Ik liep door naar de woonkamer, alwaar ik een jonge vrouw zag zitten, gesluierd, met bij haar een klein meisje. Beiden keken angstig uit de ogen en waren aan het huilen. Ik hoorde [aangeefster] vertellen dat vandaag de bom gebarsten was. Hierop had hij haar gedurende meerdere minuten compleet afgetuigd in het bijzijn van haar dochtertje, door haar te slaan, schoppen, stompen en een fles wasverzachter en een tafel op haar te gooien. Hierbij klaagde [aangeefster] over pijn, en liet zij blauwe plekken zien. Wij zagen dat [aangeefster] letsel had op haar arm, een blauwe plek. Ook had ze op hals en wang een blauwe plek. Wij lieten een vrouwelijke collega haar hoofd voelen, omdat ze daar ook geschopt zou zijn. De collega hoorde ik zeggen dat [aangeefster] een grote bult op haar hoofd had. Tevens zagen wij dat [aangeefster] een blauwe plek op haar scheen en knie had. Gedurende de aangifte hoorden we [aangeefster] klagen over pijn en vragen om paracetamol. 3.4. Bewijsoverwegingen [aangeefster] (hierna : aangeefster) heeft direct na binnenkomst van de politie in de woning verklaard dat de verdachte haar had mishandeld door haar in het bijzijn van hun dochtertje op haar hoofd en lichaam te slaan en te schoppen en door een fles wasverzachter en een tafel tegen haar te gooien. Ook verklaarde zij dat de verdachte haar aan haar haren naar de gang had getrokken. De verklaring van de aangeefster wordt ondersteund door hetgeen de politie in de woning heeft aangetroffen, kort nadat het incident had plaatsgevonden. De woning was een ravage, onder andere werd een kapotte tafel gezien, en aangeefster alsmede de dochter van aangeefster en de verdachte waren zeer angstig. Ook zijn door de politie letsels bij de aangeefster aangetroffen die passen bij de mishandeling die aangeefster heeft beschreven. Tot slot hebben buren, kort voordat de politie arriveerde, geruzie en gestommel gehoord.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10131 text/xml public 2026-05-07T13:26:50 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-29 09/226564.25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10131 text/html public 2026-05-07T13:26:09 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10131 Rechtbank Den Haag , 29-04-2026 / 09/226564.25 Veroordeling wegens mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot. Gevangenisstraf van vier weken, geheel voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling. Bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar. Voorts oplegging tot een taakstraf van 80 uren. Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/226564-25 Datum uitspraak: 29 april 2026 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), BRP-adres: [adres 1] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 15 april 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.C. van Kampen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. Y. Izgi naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 augustus 2025 te [plaats] [aangeefster] , heeft mishandeld, door - haar een of meermalen in en/of tegen het gezicht te slaan dan wel te stompen, - haar een of meermalen tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen, en/of - haar aan haar haren te trekken, en/of - spullen tegen haar te gooien, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote. 3 De bewijsbeslissing 3.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. 3.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. 3.3. Gebruikte bewijsmiddelen De rechtbank heeft hierna de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025284610, van de politie eenheid Den Haag, (doorgenummerd pagina 1 t/m 73). 1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , opgemaakt op 22 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 8-9): Ik woon samen met mijn man [verdachte] en mijn dochter. Wij wonen te [plaats] . Vandaag, 22 augustus 2025, was ik in onze woning met [verdachte] . Ik wilde met hem het gesprek aangaan, maar hierop was hij geflipt. Vervolgens heeft hij ten eerste een fles wasverzachter op mij gegooid. Hierop gleed ik uit over de wasverzachter, waardoor ik nu pijn aan mijn bil en rug heb. Toen ik op de grond lag kwam hij bij mij staan en begon hij mij te stompen op mijn hoofd en lichaam. Ook begon hij mij te schoppen. Vervolgens begon hij aan mijn haar te trekken en trok hij mij aan mijn haren mee naar de gang. De baby zag alles en was aan het huilen. Ik wilde haar pakken en mijzelf beschermen. Hierop pakte hij een bijzettafel op en gooide die naar mij toe, waarop de tafel tegen mijn been aankwam. Hierop viel ik weer op de grond, waarop hij mij weer begon te slaan en schoppen op hoofd en lichaam. Ik lag op de grond en schermde mij hoofd af met mij armen. Van achteren schopte hij mij in mijn rug. Ik heb door de mishandeling pijn in billen en rug. Ik heb een bult op mijn hoofd. Ook heb ik last van mijn nek. Op mijn armen, knieën en borst heb ik blauwe plekken. De politie heeft foto's gemaakt van alles waarvan foto's gemaakt konden worden. 2. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, opgemaakt op 23 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 12): Gisteren is het echt uit de hand gelopen en ben ik ook echt met een vuist geslagen en ben ik geschopt tegen mijn hoofd en rug. 3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 22 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 18): Op 22 augustus 2025 kregen wij het verzoek te gaan naar [adres 1] . Wij zagen in de woning dat het een troep was. Wij zagen dat melder en tevens slachtoffer genaamd [aangeefster] erg emotioneel was. Wij hoorde haar vertellen dat ze zojuist mishandeld was. Wij zagen en hoorde dat ze heel erg angstig was. Wij hoorde haar zeggen of hij nu komt aan lopen. Wij zagen dat ze meerdere keren door het raam keek. Wij zagen dat ze meerdere keren naar de toegangsdeur keek. Wij hoorde haar zeggen dat ze angstig was. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat verbalisant [verbalisant 2] met de buren aan het praten was. Ik hoorde op dat moment [aangeefster] angstig vragen of haar man voor de deur staat omdat ze stem geluiden hoorde. Ik zag dat ze emotioneel werd en paniek kreeg. Ik hoorde haar zeggen dat ze erg bang was. Ik heb haar toen gerust gesteld. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , hoorde van de van buren op [huisnummer] dat zij vaker geruzie en gestommel horen. Ik hoorde ze zeggen dat ze ook vandaag vlak voordat politie ter plaatse was geruzie en gestommel hoorden. Ik had contact met het tweejarig kind van [aangeefster] . Ik zag dat het kind op een gegeven moment een tafelpoot, die kapot was, pakte en aan mij gaf. Wij hoorde haar meerdere keren zeggen dat ze angstig was en niet wil dat hij haar nu zou zien. 4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 augustus 2025, voor zover inhoudende (p. 21-22): Op 22 augustus 2025 kregen wij het verzoek te gaan naar [adres 1] . Wij zagen dat de woning een complete ravage was. Ik zag dat er overal huisraad lag, wat kapot was. In de kleine slaapkamer was de complete kledingkast leeg en lag de kleding op de grond. Verder lag overal kleine goederen door de woning. Ik liep door naar de woonkamer, alwaar ik een jonge vrouw zag zitten, gesluierd, met bij haar een klein meisje. Beiden keken angstig uit de ogen en waren aan het huilen. Ik hoorde [aangeefster] vertellen dat vandaag de bom gebarsten was. Hierop had hij haar gedurende meerdere minuten compleet afgetuigd in het bijzijn van haar dochtertje, door haar te slaan, schoppen, stompen en een fles wasverzachter en een tafel op haar te gooien. Hierbij klaagde [aangeefster] over pijn, en liet zij blauwe plekken zien. Wij zagen dat [aangeefster] letsel had op haar arm, een blauwe plek. Ook had ze op hals en wang een blauwe plek. Wij lieten een vrouwelijke collega haar hoofd voelen, omdat ze daar ook geschopt zou zijn. De collega hoorde ik zeggen dat [aangeefster] een grote bult op haar hoofd had. Tevens zagen wij dat [aangeefster] een blauwe plek op haar scheen en knie had. Gedurende de aangifte hoorden we [aangeefster] klagen over pijn en vragen om paracetamol. 3.4. Bewijsoverwegingen [aangeefster] (hierna : aangeefster) heeft direct na binnenkomst van de politie in de woning verklaard dat de verdachte haar had mishandeld door haar in het bijzijn van hun dochtertje op haar hoofd en lichaam te slaan en te schoppen en door een fles wasverzachter en een tafel tegen haar te gooien. Ook verklaarde zij dat de verdachte haar aan haar haren naar de gang had getrokken. De verklaring van de aangeefster wordt ondersteund door hetgeen de politie in de woning heeft aangetroffen, kort nadat het incident had plaatsgevonden. De woning was een ravage, onder andere werd een kapotte tafel gezien, en aangeefster alsmede de dochter van aangeefster en de verdachte waren zeer angstig. Ook zijn door de politie letsels bij de aangeefster aangetroffen die passen bij de mishandeling die aangeefster heeft beschreven. Tot slot hebben buren, kort voordat de politie arriveerde, geruzie en gestommel gehoord.
Volledig
Naar het oordeel van de rechtbank bieden de genoemde omstandigheden voldoende steun aan de verklaring van aangeefster dat zij door de verdachte is mishandeld, zoals zij dat bij de politie heeft verklaard. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de verklaring van de verdachte dat hij het letsel niet heeft veroorzaakt en komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. 3.5. De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: hij op 22 augustus 2025 te [plaats] [aangeefster] , heeft mishandeld, door haar tegen het lichaam te slaan en te schoppen, en haar aan haar haren te trekken, en spullen tegen haar te gooien, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote. 4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaren onder de bijzondere vooraarden zoals geadviseerd door de reclassering. 6.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf en dat bij een veroordeling rekening dient te worden houden met de dag die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van het feit De verdachte heeft zijn vrouw in hun gezamenlijke woning mishandeld in het bijzijn van hun, op dat moment, tweejarige dochter. Hij heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn vrouw en dit heeft geleid tot gevoelens van onveiligheid en angst bij zijn vrouw en dochter in hun eigen huis; een plek waar zij zich bij uitstek veilig hadden moeten voelen. Daarbij benadrukt de rechtbank dat huiselijk geweld in het algemeen en tegen vrouwelijke partners leidt tot maatschappelijke onrust en grote zorgen bij politie en andere instanties, zoals in deze zaak ook blijkt uit de checklist eergerelateerd geweld die aan het dossier is gehecht. Dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Daarbij komt dat de verdachte nauwelijks verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedragingen. Hoewel hij erkent dat hij zich agressief heeft opgesteld tegen zijn vrouw, haar heeft geduwd en met spullen heeft gegooid, zegt hij enerzijds vergeten te zijn dat hij zijn vrouw heeft mishandeld en anderzijds ontkent hij de mishandeling. Verder bagatelliseert hij de gevolgen van zijn handelen door opmerkingen van de strekking ‘dat zijn echtgenote een gevoelige huid heeft die snel verkleurt’ en dat de door de politie waargenomen angst bij zijn dochtertje verklaard kan worden door de aanwezigheid van de politie en niet door de door hem gepleegde mishandeling in het bijzijn van zijn dochtertje. De rechtbank weegt het een en ander in het nadeel van de verdachte mee bij het bepalen van de op te leggen straf. Verder is tijdens het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat de verdachte nu weer samen met zijn vrouw en dochtertje woont. Uit de antwoorden die de verdachte heeft gegeven op vragen van de rechtbank, is niet gebleken dat hij en zijn vrouw hun onderlinge geschillen over het incident en de door zijn vrouw genoemde huwelijksproblemen hebben uitgesproken en opgelost. Nu de verdachte zijn boosheid op 22 augustus 2025 kennelijk niet onder controle heeft weten te houden, acht de rechtbank de voornoemde situatie zorgelijk. Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 maart 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies over de verdachte van 17 november 2025. Hieruit volgt dat door de proceshouding van betrokkene geen inschatting gemaakt kan worden van de risico’s op recidive, letsel en het onttrekken aan de bijzondere voorwaarden. Betrokkene heeft zijn leven op veel gebieden op orde heeft. Wel kan er mogelijk gesproken worden van relatieproblematiek. In welke mate dit heeft meegespeeld bij het ontstaan van de delict situatie kan niet vastgesteld worden. Zowel betrokkene als aangeefster hebben volgens de reclassering de wens de relatie voort te zetten. Betrokkene is voornemens zich op vrijwillige basis aan te melden bij de forensische polikliniek De Waag. Vanuit Veilig Thuis werd het dossier gesloten omdat er geen zorgen werden waargenomen. De reclassering adviseert om bij een veroordeling aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden; meldplicht en ambulante behandeling. De straf Gezien de ernst van het bewezenverklaarde feit en de overige omstandigheden, zoals hiervoor zijn weergegeven, acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste taakstraf van 80 uur met aftrek van voorarrest alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaren onder de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, passend en geboden. De rechtbank legt daarbij vier weken gevangenisstraf voorwaardelijk op om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Dadelijke uitvoerbaarheid Gelet op de omstandigheden waaronder deze mishandeling heeft plaatsgevonden, en met name het feit dat de relatie tussen de verdachte en zijn vrouw wordt voortgezet waarbij tevens een jonge dochter een rol speelt, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Dit geldt temeer, nu er mogelijk sprake is van relatieproblematiek die nog niet is opgelost. Daarom zal de rechtbank op grond van artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht bevelen dat de bijzondere voorwaarden en uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. 7 De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: - 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 8 De beslissing De rechtbank: verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5.
Volledig
Naar het oordeel van de rechtbank bieden de genoemde omstandigheden voldoende steun aan de verklaring van aangeefster dat zij door de verdachte is mishandeld, zoals zij dat bij de politie heeft verklaard. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de verklaring van de verdachte dat hij het letsel niet heeft veroorzaakt en komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. 3.5. De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: hij op 22 augustus 2025 te [plaats] [aangeefster] , heeft mishandeld, door haar tegen het lichaam te slaan en te schoppen, en haar aan haar haren te trekken, en spullen tegen haar te gooien, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote. 4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaren onder de bijzondere vooraarden zoals geadviseerd door de reclassering. 6.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf en dat bij een veroordeling rekening dient te worden houden met de dag die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van het feit De verdachte heeft zijn vrouw in hun gezamenlijke woning mishandeld in het bijzijn van hun, op dat moment, tweejarige dochter. Hij heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn vrouw en dit heeft geleid tot gevoelens van onveiligheid en angst bij zijn vrouw en dochter in hun eigen huis; een plek waar zij zich bij uitstek veilig hadden moeten voelen. Daarbij benadrukt de rechtbank dat huiselijk geweld in het algemeen en tegen vrouwelijke partners leidt tot maatschappelijke onrust en grote zorgen bij politie en andere instanties, zoals in deze zaak ook blijkt uit de checklist eergerelateerd geweld die aan het dossier is gehecht. Dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Daarbij komt dat de verdachte nauwelijks verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedragingen. Hoewel hij erkent dat hij zich agressief heeft opgesteld tegen zijn vrouw, haar heeft geduwd en met spullen heeft gegooid, zegt hij enerzijds vergeten te zijn dat hij zijn vrouw heeft mishandeld en anderzijds ontkent hij de mishandeling. Verder bagatelliseert hij de gevolgen van zijn handelen door opmerkingen van de strekking ‘dat zijn echtgenote een gevoelige huid heeft die snel verkleurt’ en dat de door de politie waargenomen angst bij zijn dochtertje verklaard kan worden door de aanwezigheid van de politie en niet door de door hem gepleegde mishandeling in het bijzijn van zijn dochtertje. De rechtbank weegt het een en ander in het nadeel van de verdachte mee bij het bepalen van de op te leggen straf. Verder is tijdens het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat de verdachte nu weer samen met zijn vrouw en dochtertje woont. Uit de antwoorden die de verdachte heeft gegeven op vragen van de rechtbank, is niet gebleken dat hij en zijn vrouw hun onderlinge geschillen over het incident en de door zijn vrouw genoemde huwelijksproblemen hebben uitgesproken en opgelost. Nu de verdachte zijn boosheid op 22 augustus 2025 kennelijk niet onder controle heeft weten te houden, acht de rechtbank de voornoemde situatie zorgelijk. Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 maart 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies over de verdachte van 17 november 2025. Hieruit volgt dat door de proceshouding van betrokkene geen inschatting gemaakt kan worden van de risico’s op recidive, letsel en het onttrekken aan de bijzondere voorwaarden. Betrokkene heeft zijn leven op veel gebieden op orde heeft. Wel kan er mogelijk gesproken worden van relatieproblematiek. In welke mate dit heeft meegespeeld bij het ontstaan van de delict situatie kan niet vastgesteld worden. Zowel betrokkene als aangeefster hebben volgens de reclassering de wens de relatie voort te zetten. Betrokkene is voornemens zich op vrijwillige basis aan te melden bij de forensische polikliniek De Waag. Vanuit Veilig Thuis werd het dossier gesloten omdat er geen zorgen werden waargenomen. De reclassering adviseert om bij een veroordeling aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden; meldplicht en ambulante behandeling. De straf Gezien de ernst van het bewezenverklaarde feit en de overige omstandigheden, zoals hiervoor zijn weergegeven, acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste taakstraf van 80 uur met aftrek van voorarrest alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaren onder de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, passend en geboden. De rechtbank legt daarbij vier weken gevangenisstraf voorwaardelijk op om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Dadelijke uitvoerbaarheid Gelet op de omstandigheden waaronder deze mishandeling heeft plaatsgevonden, en met name het feit dat de relatie tussen de verdachte en zijn vrouw wordt voortgezet waarbij tevens een jonge dochter een rol speelt, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Dit geldt temeer, nu er mogelijk sprake is van relatieproblematiek die nog niet is opgelost. Daarom zal de rechtbank op grond van artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht bevelen dat de bijzondere voorwaarden en uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. 7 De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: - 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 8 De beslissing De rechtbank: verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5.