Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-08
ECLI:NL:RBDHA:2026:10083
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,451 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10083 text/xml public 2026-05-08T07:26:16 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-08 SGR 26/1282 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10083 text/html public 2026-05-08T07:25:57 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10083 Rechtbank Den Haag , 08-04-2026 / SGR 26/1282 Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; beslistermijn twee weken. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 26/1282 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. M. Berkel), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het Uwv (gemachtigde: M.A. Brouwer). Inleiding 1. In het besluit van 26 mei 2025 heeft het Uwv bepaald dat eiseres niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Ziektewet. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. 1.1. Eiseres heeft op 3 februari 2026 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op bezwaar. 1.2. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Tussen partijen is niet in geschil dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. Eiseres heeft het Uwv in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door het Uwv op 18 november 2025 zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat het Uwv alsnog heeft beslist op het bezwaar. Het beroep is daarom gegrond. 3. Omdat het Uwv nog geen besluit heeft genomen, zal de rechtbank bepalen dat het Uwv dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het Uwv dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. 4. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om het Uwv op te dragen binnen een redelijke termijn, te stellen op twee weken, alsnog een besluit op bezwaar te nemen. 4.1. Het Uwv heeft in het verweerschrift toegelicht dat op dit moment nog geen besluit is genomen, gezien de diverse zaken die gerelateerd zijn aan de afwijzing Ziektewet-uitkering van 26 mei 2025 waarop deze bezwaarprocedure betrekking heeft. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen aanleiding is om van de termijn van twee weken af te wijken. Hierna zal daarom worden bepaald dat het Uwv binnen twee weken na de datum van verzending van deze uitspraak een besluit bekend moet maken. 5. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een gerechtelijke dwangsom op te leggen. De rechtbank zal, in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken, bepalen dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. 6. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. 7. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt het Uwv op om binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat het Uwv aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; bepaalt dat het Uwv het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden; veroordeelt het Uwv tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van S.C.M. Lodder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/extra-dwangsom.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10083 text/xml public 2026-05-08T07:26:16 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-08 SGR 26/1282 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10083 text/html public 2026-05-08T07:25:57 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10083 Rechtbank Den Haag , 08-04-2026 / SGR 26/1282 Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; beslistermijn twee weken. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 26/1282 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. M. Berkel), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het Uwv (gemachtigde: M.A. Brouwer). Inleiding 1. In het besluit van 26 mei 2025 heeft het Uwv bepaald dat eiseres niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Ziektewet. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. 1.1. Eiseres heeft op 3 februari 2026 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op bezwaar. 1.2. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Tussen partijen is niet in geschil dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. Eiseres heeft het Uwv in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door het Uwv op 18 november 2025 zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat het Uwv alsnog heeft beslist op het bezwaar. Het beroep is daarom gegrond. 3. Omdat het Uwv nog geen besluit heeft genomen, zal de rechtbank bepalen dat het Uwv dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het Uwv dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. 4. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om het Uwv op te dragen binnen een redelijke termijn, te stellen op twee weken, alsnog een besluit op bezwaar te nemen. 4.1. Het Uwv heeft in het verweerschrift toegelicht dat op dit moment nog geen besluit is genomen, gezien de diverse zaken die gerelateerd zijn aan de afwijzing Ziektewet-uitkering van 26 mei 2025 waarop deze bezwaarprocedure betrekking heeft. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen aanleiding is om van de termijn van twee weken af te wijken. Hierna zal daarom worden bepaald dat het Uwv binnen twee weken na de datum van verzending van deze uitspraak een besluit bekend moet maken. 5. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een gerechtelijke dwangsom op te leggen. De rechtbank zal, in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken, bepalen dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. 6. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. 7. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt het Uwv op om binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat het Uwv aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; bepaalt dat het Uwv het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden; veroordeelt het Uwv tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van S.C.M. Lodder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/extra-dwangsom.