Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-04
ECLI:NL:RBDHA:2025:9822
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,856 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.39228
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.E. de Poorte),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, het beroep van verzoeker tegen het besluit van 14 november 2023, waarin het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 2 maart 2023 om aan hem geen uitstel van vertrek te verlenen is afgewezen, gegrond verklaard. Daarbij is verweerder opgedragen om binnen een termijn van zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar.
Op 7 oktober 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen onder verwijzing naar deze uitspraak.
Bij besluit van 23 december 2024 heeft verweerder de aanvraag van 2 februari 2023 voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Verweerder heeft desgevraagd een reactie gegeven op het verzoek om proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
2. De rechtbank overweegt dat verzoeker het beroep heeft ingetrokken, zonder dat verweerder op dat moment op enige wijze aan hem is tegemoetgekomen. Verweerder heeft namelijk niet alsnog een besluit genomen op het bezwaar van 3 maart 2023, maar een besluit op een aanvraag van 2 februari 2023. Dit terwijl het beroep tegen het niet tijdig beslissen was gericht op het niet tijdig beslissen op het bezwaar binnen de door de rechtbank in de uitspraak van 26 juli 2024 gestelde termijn. Er bestaat daarom geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten die verzoeker in verband met zijn beroep heeft gemaakt. De rechtbank wijst daarom het verzoek af.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 4 juni 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Met het zaaknummer: NL23.38969.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit proceskosten bestuursrecht.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.39228
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.E. de Poorte),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, het beroep van verzoeker tegen het besluit van 14 november 2023, waarin het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 2 maart 2023 om aan hem geen uitstel van vertrek te verlenen is afgewezen, gegrond verklaard. Daarbij is verweerder opgedragen om binnen een termijn van zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar.
Op 7 oktober 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen onder verwijzing naar deze uitspraak.
Bij besluit van 23 december 2024 heeft verweerder de aanvraag van 2 februari 2023 voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Verweerder heeft desgevraagd een reactie gegeven op het verzoek om proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
2. De rechtbank overweegt dat verzoeker het beroep heeft ingetrokken, zonder dat verweerder op dat moment op enige wijze aan hem is tegemoetgekomen. Verweerder heeft namelijk niet alsnog een besluit genomen op het bezwaar van 3 maart 2023, maar een besluit op een aanvraag van 2 februari 2023. Dit terwijl het beroep tegen het niet tijdig beslissen was gericht op het niet tijdig beslissen op het bezwaar binnen de door de rechtbank in de uitspraak van 26 juli 2024 gestelde termijn. Er bestaat daarom geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten die verzoeker in verband met zijn beroep heeft gemaakt. De rechtbank wijst daarom het verzoek af.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 4 juni 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Met het zaaknummer: NL23.38969.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit proceskosten bestuursrecht.