Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:9723
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,140 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 24/8173 (beroep) en AWB 24/8174 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres]
, eiseres en verzoekster, hierna: eiseres
(gemachtigde: mr. M. Dorgelo),
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
(gemachtigde: mr. C. van IJzendoorn).
Procesverloop
Bij besluit van 10 maart 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 2 maart 2023 om verlening van een visum voor kort verblijf bij [een persoon] (referent) afgewezen.
Bij besluit van 11 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiseres heeft ook gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen, nu zij spoedig naar Nederland wil komen om bijstand te verlenen aan haar ernstig zieke tante.
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om de voorlopige voorziening op 12 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Referent is niet verschenen. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1989 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Zij wil naar Nederland komen om haar tante te bezoeken en te ondersteunen die hier woont en ernstig ziek is.
2. Verweerder is in het bestreden besluit gebleven bij de afwijzing van de visumaanvraag en heeft zich op het standpunt gesteld dat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende zijn aangetoond door eiseres. Ook bestaat er redelijke twijfel over het voornemen van eiseres het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van het visum te verlaten. Eiseres heeft onvoldoende aangetoond sociale en economische binding met haar land van herkomst te hebben. De omstandigheid dat de ouders van eiseres in Marokko verblijven en dat eiseres heeft gesteld dat zij voor hen moet zorgen, maakt dit niet anders. Volgens verweerder heeft eiseres verder ter ondersteuning van de gestelde relatie tussen haar en referent, zowel bij de aanvraag als in bezwaar, geen documenten of anderszins bewijsstukken overgelegd. Verweerder heeft bij de handhaving van de afwijzing eveneens betrokken dat de ‘Vragenlijst visumaanvraag’, in het kader van de bezwaarprocedure, niet is ingevuld en geretourneerd door referent.
Beoordeling
3. Eiseres voert aan dat in bezwaar ten onrechte geen hoorzitting heeft plaatsgevonden, nu er omstandigheden zijn in het kader van artikel 8 van het EVRM die juist tijdens een dergelijke hoorzitting adequaat onderzocht hadden kunnen worden. Volgens eiseres had verweerder aan de hand van een hoorzitting nadere vragen kunnen stellen over de relatie tussen haar en referent en de mogelijkheden kunnen bespreken om terugkeer naar Marokko te waarborgen. De gemachtigde van eiseres heeft op de zitting verder aangevoerd dat de reden dat de ‘Vragenlijst visumaanvraag’ niet is ingevuld en geretourneerd, is omdat zij en referent hier geen tijd voor hebben gehad vanwege de slechte gezondheidssituatie van de tante van eiseres.
4. De rechtbank overweegt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond. Verweerder heeft zich ook terecht op het standpunt kunnen stellen dat onvoldoende is aangetoond door eiseres wat haar sociale en economische binding met het land van herkomst is, dan wel dat dit gering is gebleken, waardoor niet aannemelijk is gemaakt dat zij (tijdig) het Schengengebied zal verlaten. De rechtbank constateert dat er weinig tot geen stukken zijn overgelegd door eiseres waaruit het doel van de reis moet blijken en de twijfel wat betreft het vestigingsgevaar niet door haar is weggenomen. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat hij geen reactie heeft gekregen na het versturen van de ‘Vragenlijst visumaanvraag’. Het gegeven dat de tante van eiseres ernstig ziek is betekent niet dat het onmogelijk was voor eiseres en referent om de vragenlijst in te vullen. Er zijn ook geen stukken overgelegd ter ondersteuning van de gestelde relatie met referent en de familiale relatie met de tante van eiseres.
5. Omdat eiseres geen inspanningen heeft verricht om nadere stukken te overleggen en zij de ‘Vragenlijst visumaanvraag’ niet heeft ingevuld en geretourneerd, heeft verweerder eiseres in bezwaar niet hoeven horen.
6. Het beroep is ongegrond. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep, is er geen reden
om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
7. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025
door mr. R.H.G. Odink, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van
mr. A.S. Hayas, griffier.
de griffier de rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen de uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
In de zin van artikel 32, eerste lid, onder a, aanhef onder ii, en onder b, van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode).
Zie in dit kader de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918, onder 5.2.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 24/8173 (beroep) en AWB 24/8174 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres]
, eiseres en verzoekster, hierna: eiseres
(gemachtigde: mr. M. Dorgelo),
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
(gemachtigde: mr. C. van IJzendoorn).
Procesverloop
Bij besluit van 10 maart 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 2 maart 2023 om verlening van een visum voor kort verblijf bij [een persoon] (referent) afgewezen.
Bij besluit van 11 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiseres heeft ook gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen, nu zij spoedig naar Nederland wil komen om bijstand te verlenen aan haar ernstig zieke tante.
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om de voorlopige voorziening op 12 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Referent is niet verschenen. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1989 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Zij wil naar Nederland komen om haar tante te bezoeken en te ondersteunen die hier woont en ernstig ziek is.
2. Verweerder is in het bestreden besluit gebleven bij de afwijzing van de visumaanvraag en heeft zich op het standpunt gesteld dat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende zijn aangetoond door eiseres. Ook bestaat er redelijke twijfel over het voornemen van eiseres het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van het visum te verlaten. Eiseres heeft onvoldoende aangetoond sociale en economische binding met haar land van herkomst te hebben. De omstandigheid dat de ouders van eiseres in Marokko verblijven en dat eiseres heeft gesteld dat zij voor hen moet zorgen, maakt dit niet anders. Volgens verweerder heeft eiseres verder ter ondersteuning van de gestelde relatie tussen haar en referent, zowel bij de aanvraag als in bezwaar, geen documenten of anderszins bewijsstukken overgelegd. Verweerder heeft bij de handhaving van de afwijzing eveneens betrokken dat de ‘Vragenlijst visumaanvraag’, in het kader van de bezwaarprocedure, niet is ingevuld en geretourneerd door referent.
Beoordeling
3. Eiseres voert aan dat in bezwaar ten onrechte geen hoorzitting heeft plaatsgevonden, nu er omstandigheden zijn in het kader van artikel 8 van het EVRM die juist tijdens een dergelijke hoorzitting adequaat onderzocht hadden kunnen worden. Volgens eiseres had verweerder aan de hand van een hoorzitting nadere vragen kunnen stellen over de relatie tussen haar en referent en de mogelijkheden kunnen bespreken om terugkeer naar Marokko te waarborgen. De gemachtigde van eiseres heeft op de zitting verder aangevoerd dat de reden dat de ‘Vragenlijst visumaanvraag’ niet is ingevuld en geretourneerd, is omdat zij en referent hier geen tijd voor hebben gehad vanwege de slechte gezondheidssituatie van de tante van eiseres.
4. De rechtbank overweegt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond. Verweerder heeft zich ook terecht op het standpunt kunnen stellen dat onvoldoende is aangetoond door eiseres wat haar sociale en economische binding met het land van herkomst is, dan wel dat dit gering is gebleken, waardoor niet aannemelijk is gemaakt dat zij (tijdig) het Schengengebied zal verlaten. De rechtbank constateert dat er weinig tot geen stukken zijn overgelegd door eiseres waaruit het doel van de reis moet blijken en de twijfel wat betreft het vestigingsgevaar niet door haar is weggenomen. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat hij geen reactie heeft gekregen na het versturen van de ‘Vragenlijst visumaanvraag’. Het gegeven dat de tante van eiseres ernstig ziek is betekent niet dat het onmogelijk was voor eiseres en referent om de vragenlijst in te vullen. Er zijn ook geen stukken overgelegd ter ondersteuning van de gestelde relatie met referent en de familiale relatie met de tante van eiseres.
5. Omdat eiseres geen inspanningen heeft verricht om nadere stukken te overleggen en zij de ‘Vragenlijst visumaanvraag’ niet heeft ingevuld en geretourneerd, heeft verweerder eiseres in bezwaar niet hoeven horen.
6. Het beroep is ongegrond. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep, is er geen reden
om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
7. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025
door mr. R.H.G. Odink, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van
mr. A.S. Hayas, griffier.
de griffier de rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen de uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
In de zin van artikel 32, eerste lid, onder a, aanhef onder ii, en onder b, van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode).
Zie in dit kader de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918, onder 5.2.