Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:9215
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
787 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.15433 en NL25.15435
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster] , mede namens haar minderjarige kinderen
[minderjarige 1] en [minderjarige 2], V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer] ,
en [minderjarige 3] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekers,
(gemachtigde: mr. J.G. Wiebes),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).
Procesverloop
Bij besluiten van 2 april 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL25.15432 en NL25.15434, op 29 april 2025 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen J.A. Matti. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.15432 en NL25.15434 en, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zodat de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vastgesteld op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Omdat er al een proceskostenvergoeding voor de zitting (1 punt) in het kader van het beroep is toegekend, krijgen verzoekers hiervoor niet nogmaals apart een vergoeding.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 mei 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.