Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:9190
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
519 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13200
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoekster,
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. L. Hartog).
Procesverloop
Bij besluit van 14 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.13199, op 8 april 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Belkassem. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.13199, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 april 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.