Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-27
ECLI:NL:RBDHA:2025:907
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,171 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.2458
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).
Procesverloop
Verweerder heeft op 23 oktober 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
Desgevraagd heeft verweerder op 22 januari 2025 een reactie ingediend op de beroepsgronden. Eiser heeft vervolgens daarop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 22 januari 2025.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1986 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 11 november 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 6 november 2024, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 6 november 2024.
4. Eiser voert aan dat uit de stukken die verweerder heeft overgelegd niet blijkt dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer. Het verslag van de presentatie bij de Algerijnse vertegenwoordiging heeft geen waarde, omdat daarin steeds staat dat de verslaglegger de vragen over de presentatie niet kan beantwoorden vanwege de gesproken taal. Verder handelt verweerder niet voortvarend. Eiser vraagt zich af waarom zijn terugkeer niet verwezenlijkt is, nu op 17 januari 2025 de lp is verstrekt.
5. Eiser wordt hierin niet gevolgd. Uit het dossier blijkt dat de Algerijnse autoriteiten op 19 december 2024 een lp hebben toegezegd, dat op 27 december 2024 een vlucht is aangevraagd voor eiser nadat uit onderzoek gebleken was dat er geen strafrechtelijke informatie over eiser was die gedeeld moest worden met de Algerijnse autoriteiten en dat de lp op 17 januari 2025 is ontvangen. Eiser zal vijf dagen na ontvangst van de lp, op 23 januari 2025, worden uitgezet naar Algerije. Naar het oordeel van de rechtbank werkt verweerder hiermee voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser.
6. Voor zover eiser aanvoert dat een lichter middel moet worden toegepast, overweegt de rechtbank het volgende. Uit de maatregel van bewaring blijkt dat sprake is van een risico op onttrekking. Het feit dat eiser heeft meegewerkt aan een presentatie is onvoldoende voor de conclusie dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen, temeer daar eiser nog steeds verklaard niet te willen terugkeren naar Algerije.
7. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig is geweest.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 27 januari 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Vreemdelingenwet 2000.
ECLI:NL:RBDHA:2024:18501.
Laissez-passer.
Zie het verslag van de presentatie bij een (diplomatieke) vertegenwoordiging, punt B19.