Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-29
ECLI:NL:RBDHA:2025:8983
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,499 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1129
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser,
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. E. de Bonth).
Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL25.1194, op 21 januari 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J. Labban. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De minister heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening, Dvo) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft hierop niet tijdig gereageerd, waarmee een fictief claimakkoord is ontstaan in de zin van artikel 22, zevende lid, van de Dvo.
Ontvankelijkheid van het beroep
3. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in het geschil is dat het beroep van eiser te laat is ingesteld. Dat betekent dat het beroep in beginsel niet-ontvankelijk is.
4. Dit kan anders zijn indien sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, dan wel wanneer de niet-ontvankelijkheid achterwege gelaten moet worden vanwege bijzondere omstandigheden als bedoeld in het arrest Bahaddar.1
5. De rechtbank is van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en dat geen sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in de zin van het arrest Bahaddar. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Geen verschoonbare termijnoverschrijding
6. Eiser vindt dat de termijnoverschrijding hem niet kan worden toegerekend, omdat – kort gezegd – sprake is van een fout van zijn voormalige gemachtigden.
Beoordeling
8. Uit de overgelegde correspondentie met de tweede voormalig gemachtigde van eiser blijkt dat zij feitelijk dat zaak al van de eerste gemachtigde had overgenomen, maar dat de beschikking nog aan gemachtigde toegestuurd zou worden en dat hij deze zou doorsturen aan de nieuwe tweede gemachtigde. Dat is ook gebeurd. De beschikking is op 28 november 2024 door de eerste voormalig gemachtigde ontvangen en zij heeft deze op 29 november 2024 aan de tweede gemachtigde doorgestuurd. Deze mail is echter in de spamfilter terecht gekomen waardoor de tweede voormalig gemachtigde pas begin januari 2025 van de beslissing op de hoogte kwam en niet tijdig actie heeft kunnen nemen, c.q. niet tijdig beroep heeft kunnen instellen.
9. De rechtbank ziet in deze gang van zaken geen aanleiding voor het oordeel dat de termijnoverschrijding niet in redelijkheid voor rekening en risico van eiser komt. De stelling dat de e-mail in de spamfolder terecht is gekomen is ook niet door eiser – anders dan door voornoemde correspondentie van de tweede voormalig gemachtigde - niet nader onderbouwd. Daarom komt de rechtbank in beginsel niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden.
1 Zie het arrest van het EHRM van 19 februari 1998, Bahaddar tegen nederland, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494 en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1664.
2 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2052.
Bahaddar-arrest
10. Ook het Bahaddar-arrest is geen reden op het beroep ontvankelijk te verklaren. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in de zin van dit arrest.
11. Op grond van vaste jurisprudentie moet de rechtbank in een geval als dat van eiser ambtshalve beoordelen of sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden als bedoeld in het arrest Bahaddar. Dat wil zeggen dat de rechtbank moet beoordelen of sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat de vreemdeling de verplichting om zich aan de formele vereisten te houden niet kunnen worden tegengeworpen, waardoor gewaarborgd is dat een dreigende schending van artikel 3 van het EVRM of het refoulementverbod aan de rechter kan worden voorgelegd.3
12. Eiser heeft aangevoerd dat ten aanzien van Spanje niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, omdat de opvangvoorzieningen in Spanje systeemfouten bevatten. Eiser heeft daartoe verwezen naar het AIDA-rapport, update 2023 Verder is de Europese Commissie in januari 2023 een inbreukprocedure gestart tegen Spanje. Ter zitting heeft eiser ook verwezen naar een brief van 20 januari 2025 van het LGBT Asylum Support.
13. De rechtbank is van oordeel dat eiser daarmee niet aannemelijk heeft gemaakt dat ten aanzien van Spanje niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De Afdeling heeft in de uitspraak van 24 juni 20244 bevestigd dat ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Daarin gaat het ook over de opvangvoorzieningen in Spanje en daarin het het AIDA-rapport over Spanje, update 2023, meegewogen.
14. De brief van het LGBT Asylum Support maakt dit niet anders. In deze brief gaat het over één vreemdeling, waarvan onduidelijk is wat zijn situatie precies is. Ook het feit dat de Europese Commissie in januari 2023 een inbreukprocedure tegen Spanje is gestart, leidt niet tot een ander oordeel. Het starten van een inbreukprocedure is op zichzelf onvoldoende voor het oordeel dat ten aanzien van Spanje sprake is van structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen. Bovendien heeft eiser – anders dan de algemene stellingen in het voorgaande - niet toegelicht welke Unierechtelijke opvangnormen door Spanje gezien deze inbreukprocedure niet goed zijn geïmplementeerd en wat de uitwerking daarvan in de praktijk is.
15. Verder heeft eiser een beroep gedaan op het Tarakhel-arrest.5 Eiser is van mening dat hij bijzonder kwetsbaar is, omdat hij vanwege zijn seksuele oriëntatie traumatische ervaringen heeft opgelopen in Egypte. Hij heeft daardoor last van paniekaanvallen en zelfmoordgedachtes. Eiser is hiervoor in behandeling bij de organisatie Choices.
16. Eiser verwijst naar een aantal afspraakbevestigingen met een psycholoog van de organisatie Choices, voornoemde brief van 20 januari 2025 van het LGBT Asylum Support en een calamiteitenrapport van 25 mei 2024. Verder wijst eiser op het AIDA-rapport, update 2023, waaruit volgt dat hij in Spanje niet de psychische hulp zal krijgen die hij nodig heeft. De minister had voorafgaand aanvullende garanties moeten vragen aan Spanje.
3 Zie de uitspraak van de Afdeling van 28 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY0086.
4 ECLI:RVS:2024:2548.
5 Zie het arrest van het EHRM van 4 november 2014, Tarakhel tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD0029211712.
17. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere kwetsbaarheid in de zin van Tarakhel. Uit de overgelegde stukken blijkt dat eiser afspraken met een psycholoog heeft gehad en op enig moment gemeld heeft suïcide gedachten te hebben gehad. De minister heeft er echter naar het oordeel van de rechtbank op kunnen wijzen dat er geen medische informatie van een arts is overgelegd en eiser daarmee zijn klachten niet deugdelijk heeft onderbouwd. Bovendien is niet duidelijk wat voor garanties er precies nodig zijn en waarom. Uit het AIDA-rapport, update 2023, blijkt niet dat eiser in het geheel geen medische zorg zal krijgen. Mocht eiser toch niet de juiste (medische) hulp krijgen in Spanje, mag van eiser worden verwacht dat hij klaagt bij de Spaanse autoriteiten. Er is niet gebleken dat dit voor hem onmogelijk zou zijn of op voorhand zinloos is.
Conclusie
18. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat aan een verdere inhoudelijke behandeling van de zaak niet wordt toegekomen en het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2025 door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
29 januari 2025
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.