Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-05
ECLI:NL:RBDHA:2025:8979
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
506 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1194
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker,
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. E. de Bonth).
Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL25.1193, op 21 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, E.M.A. Abd-ellatif als tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.1193, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Vollebregt - Kuipers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
05 februari 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.