Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:8615
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,356 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.5763
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 5 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Eiser heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij brief van 28 februari 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 10 maart 2025 meegedeeld dat zij eiser op 6 maart 2025 voor het laatst heeft gesproken. Bij berichten van 7 mei 2025 heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd laten weten dat zij sinds 13 maart 2025 geen contact meer met eiser heeft gehad.
2. De rechtbank constateert dat eiser niet is verschenen ter zitting en ook niet op een andere wijze van zich heeft laten horen. Gelet op al de genoemde omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. (Zie de uitspraak van1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662). Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 15 mei 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.5763
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 5 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Eiser heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij brief van 28 februari 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 10 maart 2025 meegedeeld dat zij eiser op 6 maart 2025 voor het laatst heeft gesproken. Bij berichten van 7 mei 2025 heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd laten weten dat zij sinds 13 maart 2025 geen contact meer met eiser heeft gehad.
2. De rechtbank constateert dat eiser niet is verschenen ter zitting en ook niet op een andere wijze van zich heeft laten horen. Gelet op al de genoemde omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. (Zie de uitspraak van1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662). Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 15 mei 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.