Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-27
ECLI:NL:RBDHA:2025:861
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,630 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/24/501 F
vonnis in verzet van 27 januari 2025
[opposant] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK nummer] ,
woonadres: [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
handelend onder de naam [handelsnaam] ,
(hierna: opposant) opposant,advocaat: mr. H.J. Ruysendaal.
Waar deze zaak over gaat
Opposant heeft verzet ingesteld tegen het vonnis waarin hij failliet is verklaard. Dit verzet wordt door de rechtbank gegrond verklaard en het faillissement wordt vernietigd. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.
Procesverloop
1.1.
Opposant heeft op 6 januari 2025 verzet ingesteld tegen het vonnis van 24 december 2024, waarbij hij op verzoek van [geopposeerde] B.V. (hierna: geopposeerde) in staat van faillissement is verklaard. Daarbij is mr. R. Cats benoemd tot rechter-commissaris en mr. L.A.C. van Lierop aangesteld als curator.
1.2.
Het verzet is op de zitting van 27 januari 2025 behandeld. Op die zitting verschenen:
- opposant, bijgestaan door mr. Ruysendaal, voornoemd,
- mr. G. Janssen namens geopposeerde,
- de curator.
1.3.
De rechtbank heeft in verband met de behandeling van het verzet de volgende stukken ontvangen:
- het advies, inclusief salarisverzoek, van 20 januari 2025 van de curator,
- de e-mail van 20 januari 2025 te 15:44 uur van mr. Janssen,
- de e-mail van 21 januari 2025 te 09:07 uur van mr. Ruysendaal,
- de e-mail van 21 januari 2025 te 09:54 van mr. Janssen.
1.4.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op 3 februari 2025.
1.5.
De rechtbank heeft bij e-mails van 27 januari 2025 van partijen vernomen dat zij erin
geslaagd zijn een betalingsregeling te treffen en dat de eerste termijn is voldaan.
1.6.
De rechtbank zal, op verzoek van partijen, daarom vandaag uitspraak doen.
Beoordeling
2.1.
Het verzet is tijdig ingesteld met een advocaat.
2.2.
Opposant heeft aan het verzet ten grondslag gelegd dat hij een betalingsregeling met geopposeerde heeft getroffen. De betalingsregeling houdt in dat opposant de vordering van geopposeerde ter hoogte van € 4.200,- in zeven maandelijkse termijnen, vóór de eerste dag van de maand, zal betalen. Opposant heeft voldoende zekerheid gesteld voor het salaris van de curator en de faillissementskosten.
2.3.
Geopposeerde heeft ingestemd met vernietiging van het faillissementsvonnis onder de voorwaarde dat de vordering door middel van de overeengekomen betalingsregeling wordt voldaan.
2.4.
Ook de curator heeft ingestemd met vernietiging van het faillissementsvonnis, nu het salaris en de faillissementskosten (door middel van een betalingsregeling) zullen worden voldaan.
2.5.
De rechtbank moet beoordelen of op dit moment – het moment van beoordeling van het verzet – summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van geopposeerde én of opposant verkeert in de toestand van hebben opgehouden te betalen (HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473). In dat kader oordeelt de rechtbank dat voldoende is gebleken van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat opposant in staat is zijn betalingen te hervatten. Hij verkeert dus niet langer in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Dit brengt mee dat het verzet gegrond zal worden verklaard.
2.6.
De rechtbank zal het salaris van de curator en de faillissementskosten vaststellen en daarna bepalen dat deze kosten en de kosten van de faillissementsaanvraag door opposant moeten worden betaald.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond;
- vernietigt het op 24 december 2024 uitgesproken faillissement van opposant;
- stelt het salaris van de curator vast op € 2.103,27 (exclusief de verschuldigde omzetbelasting);
- stelt het bedrag van de faillissementskosten vast op € 84,13 (exclusief de verschuldigde omzetbelasting);
- bepaalt dat het salaris van de curator en het bedrag van de faillissementskosten alsmede de kosten van de aanvraag van het faillissement ten laste komen van opposant.
Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/24/501 F
vonnis in verzet van 27 januari 2025
[opposant] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK nummer] ,
woonadres: [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
handelend onder de naam [handelsnaam] ,
(hierna: opposant) opposant,advocaat: mr. H.J. Ruysendaal.
Waar deze zaak over gaat
Opposant heeft verzet ingesteld tegen het vonnis waarin hij failliet is verklaard. Dit verzet wordt door de rechtbank gegrond verklaard en het faillissement wordt vernietigd. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.
Procesverloop
1.1.
Opposant heeft op 6 januari 2025 verzet ingesteld tegen het vonnis van 24 december 2024, waarbij hij op verzoek van [geopposeerde] B.V. (hierna: geopposeerde) in staat van faillissement is verklaard. Daarbij is mr. R. Cats benoemd tot rechter-commissaris en mr. L.A.C. van Lierop aangesteld als curator.
1.2.
Het verzet is op de zitting van 27 januari 2025 behandeld. Op die zitting verschenen:
- opposant, bijgestaan door mr. Ruysendaal, voornoemd,
- mr. G. Janssen namens geopposeerde,
- de curator.
1.3.
De rechtbank heeft in verband met de behandeling van het verzet de volgende stukken ontvangen:
- het advies, inclusief salarisverzoek, van 20 januari 2025 van de curator,
- de e-mail van 20 januari 2025 te 15:44 uur van mr. Janssen,
- de e-mail van 21 januari 2025 te 09:07 uur van mr. Ruysendaal,
- de e-mail van 21 januari 2025 te 09:54 van mr. Janssen.
1.4.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op 3 februari 2025.
1.5.
De rechtbank heeft bij e-mails van 27 januari 2025 van partijen vernomen dat zij erin
geslaagd zijn een betalingsregeling te treffen en dat de eerste termijn is voldaan.
1.6.
De rechtbank zal, op verzoek van partijen, daarom vandaag uitspraak doen.
Beoordeling
2.1.
Het verzet is tijdig ingesteld met een advocaat.
2.2.
Opposant heeft aan het verzet ten grondslag gelegd dat hij een betalingsregeling met geopposeerde heeft getroffen. De betalingsregeling houdt in dat opposant de vordering van geopposeerde ter hoogte van € 4.200,- in zeven maandelijkse termijnen, vóór de eerste dag van de maand, zal betalen. Opposant heeft voldoende zekerheid gesteld voor het salaris van de curator en de faillissementskosten.
2.3.
Geopposeerde heeft ingestemd met vernietiging van het faillissementsvonnis onder de voorwaarde dat de vordering door middel van de overeengekomen betalingsregeling wordt voldaan.
2.4.
Ook de curator heeft ingestemd met vernietiging van het faillissementsvonnis, nu het salaris en de faillissementskosten (door middel van een betalingsregeling) zullen worden voldaan.
2.5.
De rechtbank moet beoordelen of op dit moment – het moment van beoordeling van het verzet – summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van geopposeerde én of opposant verkeert in de toestand van hebben opgehouden te betalen (HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473). In dat kader oordeelt de rechtbank dat voldoende is gebleken van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat opposant in staat is zijn betalingen te hervatten. Hij verkeert dus niet langer in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Dit brengt mee dat het verzet gegrond zal worden verklaard.
2.6.
De rechtbank zal het salaris van de curator en de faillissementskosten vaststellen en daarna bepalen dat deze kosten en de kosten van de faillissementsaanvraag door opposant moeten worden betaald.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond;
- vernietigt het op 24 december 2024 uitgesproken faillissement van opposant;
- stelt het salaris van de curator vast op € 2.103,27 (exclusief de verschuldigde omzetbelasting);
- stelt het bedrag van de faillissementskosten vast op € 84,13 (exclusief de verschuldigde omzetbelasting);
- bepaalt dat het salaris van de curator en het bedrag van de faillissementskosten alsmede de kosten van de aanvraag van het faillissement ten laste komen van opposant.
Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.