Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-29
ECLI:NL:RBDHA:2025:8438
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,814 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
Registratienummer team straf: 11434641 MB VERZ 24-7964
Uitspraakdatum : 29 april 2025
Dictum
in de zaak van
[betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [plaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd. De gemachtigde heeft namens betrokkene daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd, vernietigd en het verzoek van de gemachtigde tot vergoeding van de proceskosten toegewezen. Tegen de beslissing tot het toekennen van de proceskostenvergoeding is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting d.d. 2 april 2025 de standpunten nader toe te lichten. Namens gemachtigde is [naam] verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen.
Overwegingen
In deze zaak is alleen nog in geschil of de officier van justitie terecht een proceskostenvergoeding in samenhang heeft toegekend (met halvering van het punt voor de telefonische hoorzitting).
Blijkens de beslissing van 19 januari 2023 heeft de officier van justitie het verzoek om een vergoeding van de proceskosten toegewezen ter hoogte van € 671,63 voor in totaal 5 als samenhangend aangemerkte zaken.
Op grond van artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is de kantonrechter bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Daarbij zijn de artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28, tweede, vierde en vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing.
De gemachtigde heeft in zijn beroepschrift aangevoerd dat de 5 zaken ten onrechte als samenhangend zijn aangemerkt. De gemachtigde is van mening dat er geen sprake is van gelijktijdige behandeling. Voorts is sprake is van verschillende zaken en andere feitencomplexen. Tot slot wordt verzocht een heel punt toe te kennen voor de telefonische hoorzitting. Gemachtigde overhandigt ter zitting nog 2 uitspraken die gaan over de termijn van behandelen (als er te lang tussen zit dat er dan geen sprake kan zijn van gelijktijdig behandelen).
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat er in alle zaken aanvullende informatie is gevraagd door het CVOM. Het ging daarbij allemaal om rijroutes die waren opgegeven. Dit is onvoldoende om te kunnen concluderen dat er sprake is geweest van extra inspanning aan de zijde van de gemachtigde. Voorts is er een extra schriftelijke ronde geboden in al deze zaken binnen een periode van 9 dagen. Alle zaken zijn middels beslissingen op administratief beroep van dezelfde datum afgedaan.
Met betrekking tot de halvering van de punt voor de schriftelijke ronde (in plaats van een telefonische hoorzitting) stelt de vertegenwoordiger zich op het standpunt dat die halvering toegestaan is omdat de officier van justitie gebruik mocht maken van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat samenhangende zaken met betrekking tot de hoogte van de toe te kennen proceskostenvergoeding worden beschouwd als één zaak.
Krachtens het tweede lid van dit artikel dienen als samenhangende zaken te worden aangemerkt: de door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het bestuursorgaan of de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld en waarin rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. Aan deze criteria is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan. Hierbij overweegt de kantonrechter dat het aanleveren van de (niet identieke) rijroutes geen extra inspanning hebben opgeleverd voor de gemachtigde aangezien deze routes – zoals door [naam] op zitting is bevestigd – door de betrokkenen zijn aangeleverd (ECLI:NL:RBNHO:2023:8826).
Met betrekking tot het toekennen van een halve punt voor de schriftelijke ronde overweegt de kantonrechter het volgende. In de bijlage van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn de proceshandelingen opgesomd waarvoor een proceskostenvergoeding kan worden toegekend. Het indienen van een geschrift met nadere gronden dat in de plaats komt van een hoorzitting is daarin niet als proceshandeling genoemd. Er bestaat ook geen grond om op de voet van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht hiervoor een vergoeding toe te kennen nu het indienen van nadere gronden in een extra schriftelijke ronde in de kern niet anders is dan het formuleren van de beroepsgronden in een beroepschrift, waarvoor wel een vergoeding kan worden toegekend. De opvatting van de officier van justitie, die deze proceshandeling voor de toekenning van een proceskostenvergoeding gelijkstelt met een (telefonische) hoorzitting doet hieraan niet af.
Dit verweer kan dan ook geen stand houden.
Er is de kantonrechter dan ook niet gebleken waarom de vergoeding hoger zou moeten zijn. Gelet op de inhoud van de zaken en de waardering heeft de officier van justitie terecht één bedrag toegekend in 5 samenhangende zaken. Het beroep is ongegrond.
Proceskosten
Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst af het verzoek tot toekenning van een aparte proceskostenvergoeding;
bevestigt de beslissing van de officier van justitie van 19 januari 2023 waarbij de proceskosten zijn toegewezen in samenhang.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, kantonrechter, bijgestaan door D.C. Carsten, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
Registratienummer team straf: 11434641 MB VERZ 24-7964
Uitspraakdatum : 29 april 2025
Dictum
in de zaak van
[betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [plaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd. De gemachtigde heeft namens betrokkene daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd, vernietigd en het verzoek van de gemachtigde tot vergoeding van de proceskosten toegewezen. Tegen de beslissing tot het toekennen van de proceskostenvergoeding is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting d.d. 2 april 2025 de standpunten nader toe te lichten. Namens gemachtigde is [naam] verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen.
Overwegingen
In deze zaak is alleen nog in geschil of de officier van justitie terecht een proceskostenvergoeding in samenhang heeft toegekend (met halvering van het punt voor de telefonische hoorzitting).
Blijkens de beslissing van 19 januari 2023 heeft de officier van justitie het verzoek om een vergoeding van de proceskosten toegewezen ter hoogte van € 671,63 voor in totaal 5 als samenhangend aangemerkte zaken.
Op grond van artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is de kantonrechter bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Daarbij zijn de artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28, tweede, vierde en vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing.
De gemachtigde heeft in zijn beroepschrift aangevoerd dat de 5 zaken ten onrechte als samenhangend zijn aangemerkt. De gemachtigde is van mening dat er geen sprake is van gelijktijdige behandeling. Voorts is sprake is van verschillende zaken en andere feitencomplexen. Tot slot wordt verzocht een heel punt toe te kennen voor de telefonische hoorzitting. Gemachtigde overhandigt ter zitting nog 2 uitspraken die gaan over de termijn van behandelen (als er te lang tussen zit dat er dan geen sprake kan zijn van gelijktijdig behandelen).
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat er in alle zaken aanvullende informatie is gevraagd door het CVOM. Het ging daarbij allemaal om rijroutes die waren opgegeven. Dit is onvoldoende om te kunnen concluderen dat er sprake is geweest van extra inspanning aan de zijde van de gemachtigde. Voorts is er een extra schriftelijke ronde geboden in al deze zaken binnen een periode van 9 dagen. Alle zaken zijn middels beslissingen op administratief beroep van dezelfde datum afgedaan.
Met betrekking tot de halvering van de punt voor de schriftelijke ronde (in plaats van een telefonische hoorzitting) stelt de vertegenwoordiger zich op het standpunt dat die halvering toegestaan is omdat de officier van justitie gebruik mocht maken van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat samenhangende zaken met betrekking tot de hoogte van de toe te kennen proceskostenvergoeding worden beschouwd als één zaak.
Krachtens het tweede lid van dit artikel dienen als samenhangende zaken te worden aangemerkt: de door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het bestuursorgaan of de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld en waarin rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. Aan deze criteria is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan. Hierbij overweegt de kantonrechter dat het aanleveren van de (niet identieke) rijroutes geen extra inspanning hebben opgeleverd voor de gemachtigde aangezien deze routes – zoals door [naam] op zitting is bevestigd – door de betrokkenen zijn aangeleverd (ECLI:NL:RBNHO:2023:8826).
Met betrekking tot het toekennen van een halve punt voor de schriftelijke ronde overweegt de kantonrechter het volgende. In de bijlage van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn de proceshandelingen opgesomd waarvoor een proceskostenvergoeding kan worden toegekend. Het indienen van een geschrift met nadere gronden dat in de plaats komt van een hoorzitting is daarin niet als proceshandeling genoemd. Er bestaat ook geen grond om op de voet van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht hiervoor een vergoeding toe te kennen nu het indienen van nadere gronden in een extra schriftelijke ronde in de kern niet anders is dan het formuleren van de beroepsgronden in een beroepschrift, waarvoor wel een vergoeding kan worden toegekend. De opvatting van de officier van justitie, die deze proceshandeling voor de toekenning van een proceskostenvergoeding gelijkstelt met een (telefonische) hoorzitting doet hieraan niet af.
Dit verweer kan dan ook geen stand houden.
Er is de kantonrechter dan ook niet gebleken waarom de vergoeding hoger zou moeten zijn. Gelet op de inhoud van de zaken en de waardering heeft de officier van justitie terecht één bedrag toegekend in 5 samenhangende zaken. Het beroep is ongegrond.
Proceskosten
Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst af het verzoek tot toekenning van een aparte proceskostenvergoeding;
bevestigt de beslissing van de officier van justitie van 19 januari 2023 waarbij de proceskosten zijn toegewezen in samenhang.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, kantonrechter, bijgestaan door D.C. Carsten, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.