Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:8338
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,884 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22177
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. J.M. Walther), en
de Minister van Asiel en Migratie
, (gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
1.2.
Bij besluit van 2 mei 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar tegen het besluit van 11 oktober 2023 ongegrond verklaard.
1.3.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL 24.22174 op 22 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoekster en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
2. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
3.1.
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL 24.22174, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.2.
Partijen zijn er op gewezen dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2025 door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C.W. Ris-van Huussen, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
07 mei 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22177
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. J.M. Walther), en
de Minister van Asiel en Migratie
, (gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
1.2.
Bij besluit van 2 mei 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar tegen het besluit van 11 oktober 2023 ongegrond verklaard.
1.3.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL 24.22174 op 22 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoekster en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
2. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
3.1.
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL 24.22174, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.2.
Partijen zijn er op gewezen dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2025 door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C.W. Ris-van Huussen, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
07 mei 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22177
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. J.M. Walther), en
de Minister van Asiel en Migratie
, (gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
1.2.
Bij besluit van 2 mei 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar tegen het besluit van 11 oktober 2023 ongegrond verklaard.
1.3.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL 24.22174 op 22 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoekster en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
2. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
3.1.
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL 24.22174, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.2.
Partijen zijn er op gewezen dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2025 door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.C.W. Ris-van Huussen, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
07 mei 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.