Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:8331
Civiel recht
Wraking
2,632 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. I.D. Bellaart,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van [verzoeker] van 22 april 2025;
- de e-mail van de rechter van 24 april 2025;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 17 april 2025 naar aanleiding van het wrakingsverzoek van [naam 1] .
1.2.
Op 28 april 2025 is het verzoek tot wraking ter zitting behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- [verzoeker] , verzoeker;
- de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] namens Stichting Veritas als toehoorders.
De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken met nummers 11152493 EJ VERZ 24-76867 en 10564138 EJ VERZ 23-76968 tussen verzoeker en Stichting Veritas. In deze procedures heeft de kantonrechter beslissingen genomen inzake het mentorschap van de heer [naam 4] , vader van verzoeker. Als mentor is benoemd Stichting Veritas. De feitelijke werkzaamheden van de mentor worden door medewerkers van Stichting Veritas uitgevoerd, op dit moment door mevrouw [naam 3] .
2.2.
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker stelt dat de rechter Stichting Veritas op vooringenomen wijze de hand boven het hoofd houdt en dat de rechter toestaat dat er personen onbenoemd optreden als mentor voor zijn vader.
Ter zitting heeft [verzoeker] verder aangevoerd dat de rechter met haar uitspraken geen recht heeft gedaan aan de belangen van zijn vader. Er is door hem geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken uit december 2023 en oktober 2024 in de hiervoor genoemde procedures, omdat dit te veel geld kost. Er is op dit moment ook geen nieuw verzoek voorgelegd aan de rechtbank betreffende het mentorschap van zijn vader.
2.3.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. De rechter stelt dat er geen gronden voor de wraking in het verzoek worden genoemd. Daarnaast gaan de klachten van verzoeker over afgeronde procedures, waarin de rechter niet meer gewraakt kan worden. Verzoeker had (eventueel) in hoger beroep kunnen gaan als hij zich niet kan vinden in beslissingen van de rechter. Ten slotte geeft de rechter aan dat het feit dat zij in het verleden beslissingen heeft genomen waar verzoeker het niet mee eens is, onvoldoende is om aan te nemen dat zij partijdig of bevooroordeeld zou zijn ten aanzien van een toekomstig verzoek.
Beoordeling
3.1.
Verzoeker stelt dat de rechter vooringenomen is omdat deze onjuiste beslissingen heeft genomen. De rechter heeft Stichting Veritas als mentor benoemd voor zijn vader. Verzoeker heeft meerdere keren klachten ingediend betreffende de uitvoering van het mentorschap door Stichting Veritas, maar deze klachten zijn ongegrond verklaard. Ter zitting heeft verzoeker aangegeven dat er geen hoger beroep is ingesteld tegen de beslissingen van de rechter van december 2023 en oktober 2024 over (de uitvoering van) het mentorschap van Stichting Veritas, omdat dit te veel geld kost. Verzoeker heeft aangegeven dat hij mogelijk een verzoek tot ontslag van de mentor zal indienen, na de uitspraak van de wrakingskamer.
3.2.
Verzoeker heeft het wrakingsverzoek gedaan nadat de rechter (laatstelijk) op 18 oktober 2024 uitspraak heeft gedaan in de zaak tegen Stichting Veritas. Tegen deze uitspraak had verzoeker hoger beroep kunnen instellen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om nadat een uitspraak is gedaan nog wraking te verzoeken. Daarom is het wrakingsverzoek niet ontvankelijk.
Dictum
De wrakingskamer
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om wraking;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• Stichting Veritas;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mr. drs. J.C.A.T. Frima, voorzitter, en mrs. M.F. Baaij en L. Kelkensberg, rechters, in tegenwoordigheid van de griffiers S.J.W.M. Luijten en mr. E.M.C. Mulders en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2025.
de griffiers de voorzitter
mr. Mulders is buiten staat om te tekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
[naam 1] is de zus van [verzoeker] en heeft ook de rechter gewraakt.
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. I.D. Bellaart,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van [verzoeker] van 22 april 2025;
- de e-mail van de rechter van 24 april 2025;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 17 april 2025 naar aanleiding van het wrakingsverzoek van [naam 1] .
1.2.
Op 28 april 2025 is het verzoek tot wraking ter zitting behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- [verzoeker] , verzoeker;
- de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] namens Stichting Veritas als toehoorders.
De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken met nummers 11152493 EJ VERZ 24-76867 en 10564138 EJ VERZ 23-76968 tussen verzoeker en Stichting Veritas. In deze procedures heeft de kantonrechter beslissingen genomen inzake het mentorschap van de heer [naam 4] , vader van verzoeker. Als mentor is benoemd Stichting Veritas. De feitelijke werkzaamheden van de mentor worden door medewerkers van Stichting Veritas uitgevoerd, op dit moment door mevrouw [naam 3] .
2.2.
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker stelt dat de rechter Stichting Veritas op vooringenomen wijze de hand boven het hoofd houdt en dat de rechter toestaat dat er personen onbenoemd optreden als mentor voor zijn vader.
Ter zitting heeft [verzoeker] verder aangevoerd dat de rechter met haar uitspraken geen recht heeft gedaan aan de belangen van zijn vader. Er is door hem geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken uit december 2023 en oktober 2024 in de hiervoor genoemde procedures, omdat dit te veel geld kost. Er is op dit moment ook geen nieuw verzoek voorgelegd aan de rechtbank betreffende het mentorschap van zijn vader.
2.3.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. De rechter stelt dat er geen gronden voor de wraking in het verzoek worden genoemd. Daarnaast gaan de klachten van verzoeker over afgeronde procedures, waarin de rechter niet meer gewraakt kan worden. Verzoeker had (eventueel) in hoger beroep kunnen gaan als hij zich niet kan vinden in beslissingen van de rechter. Ten slotte geeft de rechter aan dat het feit dat zij in het verleden beslissingen heeft genomen waar verzoeker het niet mee eens is, onvoldoende is om aan te nemen dat zij partijdig of bevooroordeeld zou zijn ten aanzien van een toekomstig verzoek.
Beoordeling
3.1.
Verzoeker stelt dat de rechter vooringenomen is omdat deze onjuiste beslissingen heeft genomen. De rechter heeft Stichting Veritas als mentor benoemd voor zijn vader. Verzoeker heeft meerdere keren klachten ingediend betreffende de uitvoering van het mentorschap door Stichting Veritas, maar deze klachten zijn ongegrond verklaard. Ter zitting heeft verzoeker aangegeven dat er geen hoger beroep is ingesteld tegen de beslissingen van de rechter van december 2023 en oktober 2024 over (de uitvoering van) het mentorschap van Stichting Veritas, omdat dit te veel geld kost. Verzoeker heeft aangegeven dat hij mogelijk een verzoek tot ontslag van de mentor zal indienen, na de uitspraak van de wrakingskamer.
3.2.
Verzoeker heeft het wrakingsverzoek gedaan nadat de rechter (laatstelijk) op 18 oktober 2024 uitspraak heeft gedaan in de zaak tegen Stichting Veritas. Tegen deze uitspraak had verzoeker hoger beroep kunnen instellen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om nadat een uitspraak is gedaan nog wraking te verzoeken. Daarom is het wrakingsverzoek niet ontvankelijk.
Dictum
De wrakingskamer
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om wraking;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• Stichting Veritas;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mr. drs. J.C.A.T. Frima, voorzitter, en mrs. M.F. Baaij en L. Kelkensberg, rechters, in tegenwoordigheid van de griffiers S.J.W.M. Luijten en mr. E.M.C. Mulders en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2025.
de griffiers de voorzitter
mr. Mulders is buiten staat om te tekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
[naam 1] is de zus van [verzoeker] en heeft ook de rechter gewraakt.