Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:8192
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
471 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15980
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer 1], verzoekster,
mede namens haar minderjarige dochter:
[minderjarige], V-nummer: [nummer 2],
geboren op [geboortedatum],
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. De minister heeft op 29 maart 2025 de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld (NL25.15979). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.15979, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en gepubliceerd op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.