Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:815
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
990 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40125
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2], verzoekers
mede namens hun kinderen [kind 1], [kind 2] en [kind 3]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekers om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoekers hebben dit verzoek gedaan bij de intrekking van hun beroep tegen het niet tijdig beslissen op de voor hen ingediende aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij [referent] (referent).
2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
3. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
4. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is de minister aan verzoekers tegemoetgekomen?
5. Het beroep is ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag. Dat is een fictief besluit waartegen beroep kan worden ingesteld. De minister heeft in zijn verweerschrift van 29 november 2024 erop gewezen dat een andere gemachtigde ook beroep heeft ingesteld tegen hetzelfde fictieve besluit. Dat beroep is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer NL24.40218 en daarop heeft de rechtbank op 15 november 2024 uitspraak gedaan.
6. Na kennisname van het verweerschrift hebben verzoekers hun beroep ingetrokken. De gemachtigde van verzoekers heeft evenwel verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. De gemachtigde heeft toegelicht dat zij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de beroepsgronden en dat eisers griffierecht hebben betaald. Daarbij heeft zij opgemerkt dat het beroep onder zaaknummer NL24.40218 later is ingediend dan dat van haar en dat daarop eerder uitspraak is gedaan.
7. De rechtbank stelt vast dat aan de intrekking van het beroep geen gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming door de minister is voorafgegaan. Een veroordeling van de minister in de gemaakte proceskosten als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb is dan ook niet aan de orde.
8. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 24 januari 2025 door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).